'Zaman-hoofdredacteur Ekrem Dumanli op weg om zich uit te leveren aan de politie' (Foto Peter Edel)

Media van de Gülenbeweging staan onder druk in Turkije

De Turkse president Erdogan intensiveert zijn operaties tegen imam Fethullah Gülen. Met als gevolg dat ook diens kranten Zaman en Today's Zaman onder vuur liggen. Peter Edel schreef er nog voor, totdat hij zich niet meer in de koers kon vinden. Maar hij steunt ze: "Mediavrijheid is een algemeen recht. Voor onplezierige seculier-nationalisten net zo zeer als voor even onplezierige leden en sympathisanten van een islamitische beweging."

dinsdag 16 december 2014 13:47

Vorige week kondigde president Erdogan een intensivering aan van de
door hem ontketende ‘operatie’ tegen de ‘parallelle staat’,
oftewel de beweging rond zijn voormalige bondgenoot imam Fethullah
Gülen. Er zou zelfs informatie op komst zijn over de verantwoordelijkheid
van de Gülenbeweging bij ‘moorden.’ Doelde Erdogan
daarmee op de verdachte rol van Gülens politieagenten bij de
moord op de Armeens-Turkse journalist Hrant Dink in 2007? Vast staat
dat de daarvoor veroordeelde Ogün Samast onlangs een voor deze
dienders belastende verklaring aflegde.

Vrijwel tegelijkertijd met Erdogans verklaring verscheen op internet
een tweet van ‘Fuat Avni’. Eerder dit jaar voorspelde de persoon die
zich van dit pseudoniem bedient de arrestatie van politieagenten, dus
waren de verwachtingen hooggespannen. Dit keer zag Fuat Avni een grootschalige politieactie tegen de
Gülenbeweging, waarbij de daartoe behorende media niet ontzien
zouden worden.

Aanhoudingen

Volgend op Fuat Avni’s tweet trokken Gülenvolgelingen naar
Istanbuls wijk Yenibosna, waar de redacties zijn gevestigd van Gülens
kranten Zaman en het Engelstalige Today’s Zaman. Toen de politie zich daar niet vertoonde, twitterde Fuat Avni dat de
actie was afgeblazen omdat hij daar ruchtbaarheid aan had gegeven.

Zondag gebeurde het echter alsnog. Die dag vonden in 13 Turkse
provincies 31 aanhoudingen plaats.

Aangehouden werd onder meer Hidayet Karaca, de directeur van
Samanyolu, een tv-kanaal van de Gülenbeweging. Daarnaast werden
(voormalige) politieagenten gearresteerd, onder wie Tufan Ergüder,
die in Istanbul eerder hoofd was van de antiterreurafdeling van de
politie.

Dumanli

Na een vroege politie-inval bij Zaman, leverde de hoofdredacteur van
die krant, Ekrem Dumanli, zich later op de dag vrijwillig uit aan de
politie. Daarbij kreeg hij steun van een voormalige minister van
Erdogans Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP). Deze Idris
Naim Sahin verliet de AKP en richtte vorige maand zijn eigen Partij
voor Natie en Gerechtigheid op.

Volgens persdienst Anadolu worden de aangehoudenen verdacht van het
vervalsen van bewijs bij een onderzoek dat sinds 2010 speelt naar
‘Tahsiye’, een islamitische organisatie waarbij banden met
al-Qaeda worden verondersteld.

In verband met Tahsiye werden 122 personen aangehouden. De vermeende
leider ervan, Mehmet Dogan, werd na 17 maanden in een gevangenis te
hebben gezeten vrijgelaten. Dogan wordt gezien als tegenstander van
Fethullah Gülen, wat hem mogelijk in Erdogans kamp plaatst.

Corruptie

De nieuwe golf aanhoudingen valt hoe dan ook moeilijk los te zien van
het hoogopgelopen conflict tussen Gülen en Erdogan, dat deze week
een jaar geleden definitief omsloeg in een totale oorlog. Aan de
Gülenbeweging verbonden aanklagers onthulden toen een onderzoek naar
corruptie in en rond de AKP.

Erdogan interpreteerde dit onderzoek als een poging tot staatsgreep.
Maar was het dat?

Gülens intentie om Erdogan een slag toe te brengen
lag er duimendik bovenop, maar er kwam geen militair of geweld aan te
pas. Het onthullen van belastende informatie kan ook onderdeel zijn
van een democratisch proces.

In de daaropvolgende maanden plaatsten Gülens politieagenten
opnamen van telefoongesprekken op internet, die corruptie binnen
AKP-kringen bevestigden. De regering sloeg terug met overplaatsingen
en aanhoudingen van politieagenten.

De authenticiteit van deze telefoonopnamen werd betwist. Vooral door
Erdogan, die telkens van ‘montages’ sprak. Soms leek het daar ook
op, maar lang niet in alle gevallen. Verdenkingen van corruptie
binnen de AKP verdwenen in ieder geval zeker niet. Onlangs begon een parlementair onderzoek naar vier bij de
corruptiezaak in opspraak gekomen oud-ministers. Daarbij valt op dat
het tot de AKP behorende hoofd van de onderzoekscommissie, Hakki
Köylü, de oud-ministers Caglayan en Güler harder aanpakt dan hun
voormalige collega’s Bayraktar en Bagis. Dit leidde tot het gerucht
dat de AKP de eerstgenoemde twee ministers als zondebokken wil
aanwijzen.

Mahcupyan

Corruptie binnen de AKP werd onlangs bevestigd door Eyten Mahcupyan,
een voormalige columnist van Zaman/Today’s Zaman. Toen de hel
uitbrak tussen Gülen en Erdogan, koos Mahcupyan echter voor
laatstgenoemde. Het duurde dan ook niet lang voordat hij ontslag nam
bij de Zaman-groep, om in dienst te treden bij de AKP-gezinde krant
Aksam
.

De eerste verrassing was dat Mahcupyan adviseur werd van premier
Davutoglu. Aangezien hij een Armeense achtergrond heeft en het
volgend jaar een eeuw geleden is dat de ‘gebeurtenissen van 1915’
(AKP-jargon voor de Armeense genocide) plaatvonden, zit daar een
speciaal kantje aan.

De tweede verrassing volgde toen Mahcupyan tijdens interview op het tv-kanaal CNN-Türk het corruptieprobleem van de AKP onderkende: ‘Toen de AKP-aanhang de corruptie afzette tegen de onderzoeken in
dit verband van 17-25 december, werd het laatste als gevaarlijker
beschouwd dan de corruptie op zich. De AKP-aanhang wilde geen
machtsovername omwille van een corruptieonderzoek. Men gaf er de
voorkeur aan om een tijdje met corruptie te leven teneinde de
dreiging van een coup af te wenden. Er waren twee kwaden en men koos
voor het minste kwaad.’

Mahcupyan gaf er een fraaie draai aan, maar ondertussen was het hoge
woord er wel bij hem uit: er zit corruptie in de AKP. Binnen de AKP
werd hem dit ernstig kwalijk genomen. Dat hij Davutoglus adviseur
werd, kon woedende reacties van AKP-parlementariërs niet verhinderen.

Ergenekon

Mahcupyan en ik waren vijf jaar geleden min of meer collega’s, toen
ik nog voor Today’s Zaman schreef. Destijds ging er geen dag
voorbij waarop die krant de juridische procedure aanmoedigde tegen
Ergenekon, de vermeende samenzwering tegen de AKP en de
Gülenbeweging. Aanvankelijk ging ik daarin mee, maar ik veranderde
van mening.

Sommige in verband met Ergenekon vervolgde figuren waren onvervalste
criminelen, maar werden (helaas) niet vervolgd voor wat ze op hun
kerfstok hadden. De andere Ergenekon-verdachten begingen echter geen
enkel strafbaar feit, waardoor het nog duidelijker was dat de
vervolging zich richtte op hun seculiere ideologie en de kritiek die
zij hadden op de AKP en de Gülenbeweging.

Zeker, er zaten in het Ergenekon-gezelschap journalisten met op zijn
zachtst gezegd onplezierige standpunten. Onplezierige standpunten
mogen in een democratie echter geen reden tot vervolging zijn.

Het door Today’s Zaman naar voren gebrachte argument dat deze
journalisten met hun artikelen een machtsovername stimuleerden, viel
door de mand omdat er geen bewijs werd geleverd voor plannen in die
richting. Het bleef bij een samenzweringstheorie. Bovendien was het
evident dat door Gülens volgelingen binnen politie en justitie
geknoeid werd met bewijsmateriaal. Toen ik dit doorkreeg, hield ik het snel voor gezien bij Today’s Zaman.
Mahcupyan bleef, en veranderde pas van gedachten toen Gülen en
Erdogan elkaar in de haren vlogen. Tot die tijd bleef hij een vurig
pleitbezorger van de Ergenekon-procedure. Evenals Erdogan overigens.

Voormalig Europarlementariër Joost Lagendijk bleef eveneens bij
Today’s Zaman
. Hij is daar tot op de dag van vandaag columnist. Wordt Lagendijk enigszins benauwd nu Erdogans
operatie tegen Gülen diens media niet langer ontziet? Zo zou ik me voelen als ik nog voor Today’s Zaman had geschreven.

Streken

Voor zover Gülens volgelingen strafbare feiten hebben gepleegd, is
het terecht dat zij daarvoor vervolgd worden. Ik zal echter niet de
enige zijn die het onwaarschijnlijk acht dat een hoofdredacteur van
een krant en een directeur van een tv-kanaal bewijs vervalsten binnen
een justitieel onderzoek. Dat soort streken associeer ik toch eerder
met politieagenten en aanklagers.

Daarmee heeft het er alle schijn van dat Gülenvolgelingen als
Dumanli en Karaca worden aangepakt voor wat onder hun
verantwoordelijkheid werd geschreven of geproduceerd. Dat kan natuurlijk
niet in een democratie. Het is zonder meer verwerpelijk dat
journalisten van Zaman/Today’s Zaman het toejuichten toen hun
seculier-nationalistische collega’s achter de tralies gingen,
alleen omdat zij iets schreven wat hen niet beviel, maar ook dat kan
op zich geen reden tot vervolging zijn.

Mediavrijheid is een algemeen recht. Voor onplezierige
seculier-nationalisten net zo zeer als voor even onplezierige leden
en sympathisanten van een islamitische beweging.

Dus mocht Joost Lagendijk eveneens aangehouden worden, dan kan hij,
hoezeer ik ook met hem van mening verschil, op mijn steun rekenen.
Daarom besluit ik met de beroemde zin waarmee Stephen G. Tallentyre
het denken van de filosoof Voltaire trachtte samen te vatten: “Ik ben het niet eens met wat je zegt, maar ik zal het recht om het
te zeggen tot de dood toe verdedigen.”    

Peter Edel is schrijver van De diepte van de Bosporus, een
politieke biografie van Turkije (uitgeverij EPO, Antwerpen, 2012)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!