De nuanceringsbond

De nuanceringsbond

maandag 15 december 2014 17:05

Met de nationale staking van 15 december komt het ‘sociaal verzet’
vanuit het middenveld tot een (voorlopige) climax. De provinciale
stakingen waren een voorsmaakje van wat er nog moest komen en gaven
beide kampen de gelegenheid om de messen te scherpen voor de dag des
oordeels. Vandaag staat iedereen dan ook klaar om met luide stem en
onverzettelijke overtuiging het grote gelijk te propageren. In een
gepolariseerd klimaat als het onze is er echter een groot slachtoffer,
en neen, het is niet de economie of de democratie, noch zijn het onze
kinderen. Het is de nuance die een stille dood lijkt te sterven. Beide
kampen hebben boter op het hoofd.

Stel u maar eens voor dat de stakers geen werkschuwe nietsnutten zijn
die hun kans schoon zien om eens lekker gek te doen in een vuilzak en
de hele dag pintjes te drinken op kosten (en ten koste) van de
samenleving. Stel u maar eens voor dat het eigenlijk bange en
gefrustreerde mensen zijn die het daadwerkelijk niet zien zitten om nog
zoveel jaren extra te werken, niet omdat ze egoïstisch of lui zijn, maar
omdat ze nu eenmaal nu al de fysieke en mentale gevolgen ervaren van
hun arbeid en nog iets aan hun leven na het werk willen hebben. Of
werknemers die reeds loonverlies hebben geslikt, vanuit een verkregen
belofte dat men z’n job niet zou verliezen, om nu te horen te krijgen
dat er weer offers nodig zijn om de aandeelhouders te plezieren.

Stel u maar eens voor dat het sociale verzet niet per se draait om
verworven rechten en geen restant is van de gratis-politiek, maar dat
mensen het inderdaad al, ondanks inspanningen, moeilijk hebben om het
hoofd boven water te houden en de besparingen, zelfs met sociale
correcties, globaal genomen de financiële toekomst onzeker(der) maken.
Of dat mensen echt gefrustreerd zijn omdat ze inspanningen leveren om
een job te vinden, maar geen antwoord krijgen op hun brieven of pro
forma worden uitgenodigd, waardoor hun eigenwaarde tweevoudig wordt
aangetast, een keer door de werkloosheid zelf en keer door de
stigmatisering door de ander, die hierin een moreel falen meent te
moeten ontwaren.

Maar stel u ook eens voor dat de mensen die willen werken
daadwerkelijk vinden dat de voorgestelde besparingen nodig zijn, zonder
dat ze zich verheugen op een sociaal bloedbad of per se willen dat het
middenveld ineenstuikt. Misschien hebben zij wel een punt als men vindt
dat staken contraproductief is en dat men zich niet billijk opstelt ten
opzichte van niet-stakers. Stel u maar eens voor dat het niet gaat om
louter revanchisme, maar om een oprecht rechtvaardigheidsgevoel, en dat
men gewoon vindt dat er de voorbije jaren te weinig daadkracht is
getoond terwijl de problemen op ons afkwamen.

Stel u maar eens voor dat die claim van een slankere, efficiënte
overheid niet vanuit hebzucht en egoïsme komt, maar dat het maar
menselijk is dat het draagvlak voor belastingen vermindert, naarmate het
gevoel toeneemt dat de middelen niet gebruikt worden zoals het zou
moeten of kunnen. Stel u maar eens voor dat men ook aan rechterzijde
oprecht bezorgd is over onze toekomst, de betaalbaarheid van de sociale
zekerheid en de zekerheid dat onze kinderen ook nog een pensioen die
naam waardig zullen hebben.

Sinds het aantreden van Michel I en de opeenvolging van acties en
stakingen, lijkt het wel alsof we in 4 democratieën leven. Van de
Vlaamse (psuedo-)consensus, als die ooit bestaan heeft, blijft niets
meer over. De signalen zijn ook zeer ambigu. Het draagvlak voor de
besparingen is er wel, maar een meerderheid vindt toch dat deze niet
eerlijk verdeeld zijn. Maar tegelijk lijkt een meerderheid ook tegen de
stakingen te zijn. Dit wijst er op dat er wel degelijk een
aanknopingspunt voor dialoog is, maar dat de methoden en de gehanteerde
toon van beide kampen, zowel bij politici als burgers, de polarisatie in
de hand werken in plaats van de zoektocht naar een gemeenschappelijke
grond te versterken.

We richten onze pijlen dan ook op clichés. De radicalere rechtse stem
viseert te vaak de onverantwoorde graaiers en subsidiejunkies die zelfs
na 26 jaar socialistische dictatuur ons land het liefst van al de
dieperik in zien tuimelen. De radicalere linkse stem ziet ons land
afglijden in de richting van het kille neoliberalisme, waarbij de
welvaartstaat wordt vernield vanuit een overtuiging, overgoten in een
crypto-facistische saus. Het waardevolle maatschappelijke debat over
welke maatschappij we willen, hoe we kunnen samenwerken en hoe het
draagvlak kan vergroot worden, wordt teniet gedaan door het geschreeuw
van het grote gelijk. Zo verworden we tot een maatschappij van
bordkartonnen karikaturen, omdat het op die manier nu eenmaal
makkelijker is om een vijandsbeeld in stand te houden.

Misschien moeten we ons inderdaad eens proberen voor te stellen dat
beide kanten gevuld zijn met bange, onzekere en terecht gefrustreerde
burgers die menen dat hun politieke leiders en gezagsdragers ter goeder
trouw de juiste recepten aanreiken. En misschien moeten we
tegelijkertijd toegeven dat er niet zoiets bestaat als hét recept.
Politieke partijen zouden dan best het propageren van een wij-zij-denken
beperkt inzetten en focussen op de positieve bijdrage die men wenst te
leveren, ver weg van het vingerwijzen en het viseren van andere
ideologieën en bevolkingsgroepen. En laat ons ineens ook democratie niet
herleiden tot verkiezingen, maar ons ook realiseren dat men elke dag
van het jaar een burger is en dat de zo geprezen participatie meer is
dan eenmalig pseudo-eenrichtingsverkeer.

Misschien moeten we een G1000 oprichten waarbij stakers en
niet-stakers, linkse en rechtse activisten of geëngageerde en
moegestreden burgers door elkaar gemengd worden, om over de uitdagingen
van vandaag en morgen te discussiëren en vervolgens elkaar eens beter te
leren kennen. We zouden misschien kunnen merken dat een mens meer is
dan zijn of haar politieke overtuiging en dat een gemeenschap niet
gevormd kan worden als iedereen in zijn eigen cocon vastzit. Een
toekomstperspectief vereist namelijk een positieve insteek. Men kan
onmogelijk de positiviteit claimen terwijl men met de voeten vooruit
tackelt, en men kan evenmin de redelijkheid opeisen als men in
ophitsende slogans communiceert.

Misschien moet er inderdaad, zoals een spitsvondige Twitter-gebruiker
(@houbi) voorstelde, ook nuanceringsbond opgericht worden, als
tegengewicht voor de vakbond en de werkbond. Dit kan een platform zijn
voor de grijze maar geëngageerde muizen die begrip hebben voor de
standpunten van beide kampen en, ondanks hun eigen politieke voorkeur,
willen zoeken naar een breed gedragen oplossing. Want zo kan het niet
verder, alle goede bedoelingen ten spijt. Ik heb in mijn jonge leven nog
nooit zoveel verdeeldheid gezien, nog nooit zoveel onderlinge woede en
nog nooit zoveel vastberadenheid om de andere buitenproportioneel te
herleiden tot een gevaar voor maatschappij en toekomst. We hebben het
nog nooit zo goed gehad en met een beetje goede wil, open dialoog en
creatief denken kan het enkel maar beter worden.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!