Interview -

“We moeten de vrijheid herwinnen”

Met De paradox van Hayek schreven Jan Blommaert en Karim Zahidi een striemende kritiek op neoliberaal denker en econoom Friedrich Hayek. Maar het boek is meer dan dat: het is een pleidooi voor vrijheid. Echte vrijheid dan die haaks staat op het neoliberale idee van vrijheid.

vrijdag 12 december 2014 10:56

De paradox van Hayek is een boek waar je niet naast kan kijken. Dat
heeft veel te maken met de iconische en tegelijk bij de keel
grijpende coverfoto; een koppel dat elkaar innig omhelst, omgeven
door dood en puin, de man die bloedtranen huilt. Het is een foto die
genomen werd na het instorten van het Rana Plaza in Dhaka, de
hoofdstad van Bangladesh. Het acht verdiepingen tellende gebouw
huisvestte meerdere textielfabriekjes waarin kledij werd gemaakt voor
merken als Benetton en Walmart.

De instorting van het
fabrieksgebouw deed de zeepbel waarin vele Westerse consumenten leven
(even) springen. Het besef daagde dat vele producten die we dagelijks
consumeren nog steeds het gemaakt worden in condities van slavernij
en uitbuiting. De negentiende eeuw is niet voorbij, zo bleek, ze
verhuisde gewoon naar andere continenten.

Jan
Blommaert
: “Reeds bij de eerste conceptie van het boek waren we van
plan om die foto te gebruiken. Waarom? De foto representeert volgens
ons het diepe, conceptuele probleem dat we willen aankaarten.
Namelijk dat de neoliberale opvatting over vrijheid uiteindelijk
leidt tot uitbuiting en slavernij.”

“Als
we de neoliberale logica volgen, dan komt het erop neer dat wij
moeten concurreren met bedrijven als die in Bangladesh. Maar in
tegenstelling tot wat neoliberale denkers beweren, leidt die
concurrentie niet tot de lotsverbering van arbeiders. Integendeel,
door de bittere concurrentiestrijd verslechtert ons lot samen met dat
van die arbeiders. Vrije concurrentie leidt tot een negatieve spiraal
met dodelijke arbeidssituaties tot gevolg. Deze foto illustreert en
symboliseert dat.”

DWM:
Ik hoor critici al zeggen dat Bangladesh een extreem geval is dat
niet van toepassing is op bijvoorbeeld de Europese economie. Wij
hebben toch geen fabrieksgebouwen zoals het Rana Plaza in onze
contreien?

Karim
Zahidi:
 “Uiteraard verwijst de coverfoto van het boek naar een erg
extreem voorbeeld. Maar in het eerste hoofdstuk geven we ook andere
voorbeelden: we schetsen de situatie van Zuid-Afrikaanse
mijnarbeiders, Indische bouwvakkers in Qatar en onbetaalde stagairs
in de instellingen van de Europese Unie. We doen dat om duidelijk te
maken dat uitbuiting nog steeds een erg courant fenomeen is. Het is
te gemakkelijk om slavernij en uitbuiting te zien als een probleem
van ‘de ander’, waar wij los van staan. Ik denk dat het veel
diffuuser is en ook dichter bij huis voorkomt. Wij hebben sowieso ook
een aandeel in wat zich afspeelt in Bangladesh, Zuid-Afrika of Qatar.”



Jan Blommaert

DWM:
Hoe leg je precies de link tussen Hayek en wat zich afspeelt in
Bangladesh of Qatar?

Jan Blommaert: “Vrijheid is een cruciaal
begrip in het denken van Hayek. Maar hij redeceert vrijheid tot een
heel specifiek soort vrijheid, namelijk economische vrijheid. De
markt is vrij en wordt voorgesteld als per definitie vrij. Maar de
cruciale vraag is natuurlijk: voor wie is die markt vrij? Die vraag
komt niet aan bod bij Hayek. Het gevolg is een abstract en
idealistisch idee van wat de vrije markt is en hoe die in praktijk
functioneert. Geen wonder dat Hayek eindigt in absuriditeiten. Zo
stelt hij dat we een mens die in armoede of uitbuiting leeft, nog
steeds vrij kunnen noemen. Volgens Hayek is dat perfect mogelijk.
Want ook als je het aanbod krijgt om voor een hongerloon te werken,
ben je nog steeds een vrij mens. Je kan namelijk – in theorie –
kiezen om de job niet aan te nemen.”

“Wanneer
vrijheid gereduceerd wordt tot louter economische vrijheid, blijf je
dus over met de vrijheid van een elite en de uitbuiting van de
meerderheid. Vandaar ook de ondertitel van het boek: vrijheid als
privilege. Vrijheid is gereserveerd voor zij die genoeg bezittingen
hebben. Ze kunnen die vrijheid voortdurend vergroten door die van
anderen te reduceren. Dat is de paradox die achter het
vrijheidsbegrip van Hayek schuilgaat. Dat lijkt een abstracte
ideeënkritiek. Maar het denken van Hayek heeft heel concrete
uitkomsten die zich tonen in reëele arbeidsverhoudingen. Bangladesh
of Qatar zijn daar voorbeelden van.”

DWM:
Een andere bedenking die ik me maakte tijdens het lezen van dit boek
was: waarom Hayek überhaupt nog bespreken? Zijn meest bekende werk –
Road to Serfdom – dateert bijvoorbeeld uit de jaren veertig. Is
zijn werk niet sowieso gedateerd en, bijgevolg, een kritiek erop ook?

Karim
Zahidi
: “Hayek schreef Road to Serfdom tijdens de Tweede Wereldoorlog
omdat hij bang was voor wat na die Tweede Wereldoorlog zou volgen.
Hij voelde aan dat er sociale welvaartsstaten zouden ontstaan en
volgens hem betekende een dergelijke, herverdelende staat de eerste
stap naar een totalitair regime. Waarom dacht hij dat? Omdat volgens
hem vrijheid neerkomt op economische vrijheid: de staat mag zo weinig
mogelijk tussenkomen in het economische handelen van het individu.
Maar in een sociale welvaartstaat gaat de staat zich natuurlijk wel
moeien met de economie. Er wordt bijvoorbeeld herverdeeld, er zijn
publieke diensten en er bestaan overheidsreguleringen. Voor Hayek
betekende dat een belemmering van de vrijheid en dus onderdrukking.
Want wanneer economische vrijheid onder druk staat, staat alle
vrijheid onder druk, zo gaat zijn redenering.”

“Vandaag
zien we dit soort redeneringen terugkomen. De argumenten die Hayek
gebruikte worden nog steeds gebruikt om de sociale welvaartstaat
verder uit te kleden. Men gaat die welvaartstaat bijvoorbeeld
afschilderen als een instituut dat de vrijheid beperkt en onderdrukt.
Die logica zit erg diep ingedrongen bij de meeste politieke
actoren. Maar de waarheid is natuurlijk iets complexer. De
welvaartstaat is voor een kleine minderheid inderdaad
vrijheidsbeperkend op economisch vlak. Voor het overgrote deel van de
mensen is de welvaartstaat net een bevrijding: het zorgt ervoor dat
hun vrijheid niet beperkt wordt door bittere armoede. Opnieuw bots je
dus op dezelfde paradox: de vrijheid van enkelen is de onvrijheid van
velen.”

Jan
Blommaert
: “Het is belangrijk om te beseffen dat de ideeën van Hayek
heel lang heel marginaal zijn gebleven. Dat ideeëngoed is pas de
laatste dertig jaar echt doorgebroken. Nu zijn ze hegemonisch
geworden. Alternatieve ideeën worden daardoor verdrongen. Net dat
maakt een kritiek op Hayek bijzonder actueel.”

DWM:
Over welke alternatieve ideeën hebben we het dan precies?

Jan
Blommaert
: “Het moderne vrijheidsbegrip ontstaat tijdens de
Verlichting. Zowel het liberalisme als het socialisme hebben verder
invulling gegeven aan dit vrijheidsbegrip. Maar de socialistische
traditie, die vrijheid invult als een sociaal gegeven, is
ondergesneeuwd geraakt. Ik vermeld er meteen bij dat het socialisme
zelf niet vrijuit gaat in deze. Het is inderdaad zo dat een bepaald
socialisme de vrijheid heeft opgeofferd. Ik refereer hier natuurlijk
naar figuren als Mao en Stalin. Onder dergelijke regimes was er geen
sprake meer van vrijheid. Dat werd natuurlijk genadeloos uitgespeeld
door de tegenstanders van het socialisme.”

“Er
is een ideeënstrijd gevoerd die ertoe leidde dat enkel het
neoliberalisme op waarachtige wijze de vrijheid kon verdedigen. Het
waren vooral Reagan en Thatcher die daar het voortouw in genomen
hebben. Op het einde van de jaren tachtig werd het socialisme
failliet verklaard. Dat heeft de krachtsverhoudingen drastisch
veranderd, in het voordeel van een neoliberale hegemonie. We mogen
dus zeker niet zeggen dat links niet heeft bijgedragen tot de
problemen waar het nu mee kampt. Het is deels een erfenis uit het
verleden die meegedragen wordt. Maar met ons boek proberen we het
linkse denken over vrijheid opnieuw op de voorgrond te plaatsen. Net
omdat links ook een belangrijke traditie heeft op dat vlak.”

Het
echte liberalisme



Friedrich Von Hayek

DWM:
De beschuldigingen die jullie uiten aan het adres van Hayek zijn niet
mals. Beschouwen jullie het neoliberalisme als politieke stroming die
aansluit bij de democratische erfenis of gaat het hier om een
ideologie net haaks staat op die erfenis?

Blommaert: “In zoverre de democratie vertrekt vanuit een gelijkheidsbeginsel kan
je niet anders dan vaststellen dat het neoliberalisme strijdig is met
de democratische erfenis. De democratie vertrekt van gelijkheid:
zolang je geen strafblad hebt, kan je je kandidaat stellen om de rest
van de bevolking te leiden. In principe hoef je daar geen bijzondere
competenties voor te hebben. Iedereen heeft dat recht. Het
gelijkheidsideaal zit dus ingebakken in de structuur van de
democratie. Maar niet in het neoliberale ideaal van vrijheid. Want
het neoliberale denken vertrekt vanuit een oligargische opvatting
over vrijheid: vrijheid voor wie het verdient. Je verdient de
vrijheid door bijvoorbeeld hard te werken of risico’s te nemen.
Iedereen moet die weg volgen om vrij te zijn. Het is een ideaal dat
uiteindelijk gebaseerd is op ongelijkheid, terwijl het democratische
ideaal net vertrekt van absolute gelijkheid. Dat is ook de reden
waarom bijvoorbeeld Milton Friedman enkel lovende woorden had voor
Pinochet en dat Hayek zei dat hij een liberale dictuur verkoos boven
een socialistische democratie.”

Karim Zahidi: “Hayek maakt op een bepaald moment ook de vergelijking tussen het
Chili van Allende en dat van Pinochet, om vervolgens de conclusie te
trekken dat onder Pinochet de vrijheid toenam. Dat vind ik erg
opvallend. Want je zou toch verwachten van liberalen dat ze de meest
elementaire politieke vrijheden proberen te vrijwaren. Op een bepaald
moment stelde Hayek zich zelf de vraag of mensen die zich beroepen op
de sociale zekerheid wel onbeperkt kunnen gebruikmaken van hun
burgerrechten. Een beter citaat om aan te tonen dat democratie niet
wezenlijk tot de neoliberale ideologie behoort, kan je haast niet
bedenken.”

DWM:
En toch, het begrip neoliberalisme impliceert dat het een ideologie
betreft die afstamt van het liberalisme. En het klassieke liberalisme
behoort wel tot de democratische traditie. Is de vraag dan niet hoe
het neoliberalisme zich precies verhoudt tot het liberalisme?

Jan Blommaert: “Een zeer interessante vraag, die volgens mij op 6 november
beantwoord werd door de voorzitter van de liberale vakbond. Die heeft
toen in een opiniestuk geschreven: de Open VLD, dat is ons
liberalisme niet meer. Want ons liberalisme vertrekt van mensen en
dat van de VLD vertrekt van geld en winst. Dat is de scheidingslijn.
Een echte, klassieke liberaal als Vercamst ziet het neoliberalisme
als een afwijking ten opzichte van het liberalisme. Het zijn mensen
als Von Mises en Hayek die verantwoordelijk zijn voor het
uiteengroeien van liberalisme en neoliberalisme. Maar het is
belangrijk om aan te geven dat hun denken absoluut niet voorbouwt op
het klassieke liberalisme.”

Karim Zahidi: “Je kan je natuurlijk wel de vraag stellen of het klassieke
liberalisme dan echt zo’n zegen was.”

Jan
Blommaert
: “Het heeft alvast wel een vakbond voortgebracht.” (lacht)

Karim Zahidi: “We moeten in ieder geval vaststellen dat het klassieke liberalisme
van bijvoorbeeld John Stuart Mill helemaal iets anders is dan dat van
Hayek. En dat gaat over veel meer dan enkele nuanceverschillen. Het
is bijvoorbeeld niet verwonderlijk dat een liberaal zoals Mill erg
positief stond tegenover het socialisme. Op het einde van zijn leven
heeft hij Chapters on Socialism geschreven waarin hij socialisme
eigenlijk als ideaal omarmt maar wel vraagtekens plaatst bij de
mogelijke realisering ervan.”

Jan Blommaert: “Ik ben bijzonder blij dat de liberale vakbond aan de kant staat van
de werkende bevolking op dit moment. En ik heb me daar ook lovend
over uitgelaten. Er zijn mensen die helemaal niet snappen hoe
‘liberaal’ en ‘vakbond’ kunnen samengaan. Ik vind het een plezier om
dat iedere keer te moeten uitleggen. Net omdat het me toelaat om het
breukvlak tussen neoliberalisme en liberalisme toe te lichten. Welnu,
in het klassieke liberalisme gaat het om de vrijheid van een arbeider
die ook moet bewaard worden in een verdrukkend economisch systeem dat
die vrijheid voortdurend op de pref stelt. Dat is voor mij een logica
die onbetwistbaar is: als je het liberalisme serieus neemt, dan moet
je ook strijd leveren voor rechten van arbeiders.”

Ruimte
om mens te zijn

DWM:
Jullie verwerpen uitdrukkelijk de tweedeling tussen individu en
staat. Noch het individu, noch de staat is primair volgens jullie,
maar wel de sociale ruimte: de ruimte tussen staat en individu,
waarin individuen spontane verbanden met elkaar aangaan. Het is in
die ruimte dat de vrijheid voortdurend hernieuwd en herwonnen wordt.
De staat volgt het tempo van die sociale ruimte.



Karim Zahidi

Karim
Zahidi
: “Dat is een les die de geschiedenis ons leert. De opbouw van
de welvaartstaat is er bijvoorbeeld gekomen door sociale actie vanuit
de samenleving zelf. Het is niet de staat die de ideeën over haar
eigen hervorming zal aanleveren. Het zijn groepen binnen de
samenleving zelf die dat doen. De staat reageert vooral op
ontwikkelingen die zich afspelen binnen de maatschappij. In die zin
komt de staat altijd slechts in tweede instantie. Wat we vandaag
natuurlijk zien is dat de staat steeds meer weigert om in te spelen
op signalen vanuit de maatschappij. Dan denk ik vooral aan het
huidige besparingsbeleid en de reacties daarop.”

Jan
Blommaert
: “Kijk ook naar de demografische samenstelling van de
samenleving. Ik leef in een buurt waarin één op de drie mensen
illegaal zijn. Er is geen enkele vorm van bestuur die met die mensen
rekening houdt. Zij kunnen op geen enkele manier hun rechten laten
gelden. Het bewijst hoe anachronistisch de staat in feite is.
Superdiversiteit wordt aangepakt met de klassieke modellen van
migratie die gangbaar waren in de 20ste eeuw.”

“Maar
kijk ook naar het sociaal protest van tegenwoordig. Het gaat om
nieuwe vormen van sociale beweging. Het beste voorbeeld was misschien
de betoging van 6 november. Wat bedoeld was als een grote
vakbondsbetoging is uitgemond in een kleurrijke betoging waarin heel
veel verschillende slogans te horen waren, niet enkel die van de
vakbonden. Naast de klassieke eisen van de vakbonden waren ook eisen
met betrekking tot duurzaamheid, sans-papiers en klimaat te horen.
Het geheel van die verschillende eisen wijst op een verlangen naar
een alternatief samenlevingsmodel.”

“Het
tevredenstellen van de vakbonden zal dus niet genoeg zijn om de
samenleving tevreden te stellen. Het is die protestgolf, die veel
breder is dan de vakbonden, die compleet nieuw is en waarop de staat
in feite anachronistisch reageert door het protest te vernauwen tot
vakbondsprotest. De staat heeft momenteel niet de structuren of de
flexibiliteit om daar een antwoord op te bieden.”

DWM:
Of nog zoiets waarin de samenleving tegenwoordig vooruitloopt op de
staat: steeds luider weerklinkt de roep om meer vrije tijd en minder
werkdruk. Recent nog waren het moeders die aan de alarmbel trokken
omdat ze opvoeding en werk zo moeilijk gecombineerd krijgen. Ook de
boodschap op het einde van het boek sluit volledig aan bij dat
pleidooi.

Karim
Zahidi
: “We houden op het einde van het boek een pleidooi voor meer
autonomie. Het idee daarachter is dat het individu op autonome wijze
over zijn tijd moet kunnen beschikken. Dat is ons alternatief
vrijheidsideaal. Tegenover de verregaande vermarkting en
commercialisering van de samenleving, plaatsen wij een humanistische
visie. De mens is niet louter een economisch wezen. We zijn méér
dan louter producerende en consumerende wezens. We zijn mensen en we
moeten de ruimte hebben om mens te zijn.”

Jan
Blommaert
: “Hier is de cirkel in feite helemaal rond. Dit humanisme
brengt ons regelrecht terug naar Marx. Want waarover gaat Marx
eigenlijk? De mens bevrijden van nutteloze arbeid. Marx hield een
pleidooi voor meer vrije tijd. Echte vrije tijd wel te verstaan. Het
gaat over tijd om mens te zijn en een leven te hebben. Het idee is
uiteindelijk dat we werken om te leven.”

“Wat
de coverfoto van ons boek echter duidelijk maakt is dat we steeds
meer leven om te werken en zelfs sterven om te werken. En dat terwijl
we nog nooit zo productief geweest zijn. We hebben nog nooit zoveel
kunnen produceren op zo’n korte tijd. Wat dus betekent dat we
eigenlijk veel minder zouden moeten werken. In plaats daarvan zien
wordt ons voorgehouden wordt dat we steeds meer en harder moeten
werken. Het is exact op dit punt dat we op de paradox van de vrijheid
botsen. We moeten de vrijheid herwinnen. Dat is eigenlijk de inzet
van het boek.”

Jan Blommaert en Karim Zahidi: De paradox van Hayek. Vrijheid als privilege. EPO, Berchem. ISBN 9789491297618  

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!