Opinie - Stijn Raes

Waarom ik (uiteindelijk) wel beslis om mee te staken

Op 6 november begon de ‘hete herfst’ met een betoging tegen het sociaaleconomisch beleid van de regering Michel I. Dit was de voorbode van drie regionale stakingen die op maandag 15 december moeten uitmonden in een nationale staking. De vraag die elke Belg zich dan stelt: doe ik mee of doe ik niet mee?

vrijdag 12 december 2014 14:30

Zelf was ik meer
voorstander om mee te betogen op 6 november, om mijn stem te
verheffen tegen een beleid dat mijn inziens onrechtvaardig en
asociaal is. Door professionele verplichtingen lukte me dit echter
niet. Omwille van een persoonlijk engagement tegenover mijn werkgever
deed ik ook niet mee aan een van de regionale stakingen.

In geen geval wilde ik ‘mijn’ middenveldorganisatie tot last zijn, die streeft naar een
verhoogde aandacht voor kinderen die zich in een kwetsbare situatie
bevinden, laat
staan kritiek uiten op haar missie, visie of dagelijkse uitvoering. Het is een organisatie waar ik sterk in geloof, met een
sociale doelstelling die een welgemeende aandacht verdient. Het
allerlaatste wat ik wil is mijn eigen organisatie schade berokkenen.
Een mening die ik, naar ik lees, deel met vele werknemers van
verschillende kmo’s, in wat voor sector ze ook bezig zijn.

Twee redenen

Toch heb ik
besloten om mee te doen met de nationale staking op 15 december 2014.

Eerst en vooral
omdat ik bezorgd ben. Bezorgd omdat het maatschappelijk stelsel, waarin ik geloof en waarin sterke schouders mee de lasten helpen
dragen van de minder sterke schouders, op losse schroeven staat.
Bezorgd omdat in een rechtvaardig beleid in de eerste plaats aandacht
moet gegeven worden aan hen die aan de zijlijn van de maatschappij
staan of die het risico lopen aan de kant geduwd te worden. Vooral
bezorgd omdat onze beleidsvoerders een selectief gehoor hebben, en
zich meer profileren als gangmakers van een elite dan van een
caleidoscoop van bevolkingsgroepen met vaak verschillende belangen, die vandaag onvoldoende of niet gehoord worden, laat staan
met wie er rekening gehouden wordt.

Ten tweede
vanuit solidariteit. Omdat ik weiger te geloven dat mijn ideaal het
verhaal is van individueel succes. Ook omdat ik besef dat mijn
levenskwaliteit sterk afhangt van de levenskwaliteit van anderen.
Omdat mijn welzijn verstrengeld is met het lot of welzijn van een
ander. Ik weiger te geloven dat de persoonlijke keuzes die een leven
echt waardevol maken, enkel uitspattingen zijn die we ons niet meer
kunnen veroorloven. Ik weiger te geloven dat er geen alternatief zou
zijn voor dat ‘stapje achteruit om verder te kunnen springen’
waarmee we vandaag worden gesust. Vooral omdat er wordt geschermd dat
iedereen een duit in het zakje moet doen, maar dit niet
iedereen blijkt te zijn.

Spanningsveld

Ik respecteer ten
volle de keuze om niet te staken, maar soms wordt geschermd met
vreemde argumenten. Zo wordt staken vaak beschouwd als het
ondermijnen van een democratisch proces, wat dan verengd wordt tot
het resultaat van een stembusgang. Democratie is echter meer dan het
respecteren van een verkozen regering. Het is het waardevol spel
tussen tegengestelde meningen. En dit spel wordt niet stilgelegd op
het einde van een verkiezingsdag. Of je het nu eens bent met de
acties van de vakbond of andere middenveldsorganisaties of niet, dit
spanningsveld is precies de essentie van democratie. De waarheid is
dat ze vandaag, net als in het verleden, nog steeds een plaats mogen
opeisen.

Daarenboven vind
ik het vreemd dat sterk georganiseerde, weinig transparante en goed
gefinancierde lobbygroepen, die vaak achter de schermen zeer
individuele belangen verdedigen ten koste van gemeenschappelijke
goederen, wel worden gedoogd of bespaard blijven van hoon. Zij
zijn allerminst democratisch verkozen, verdedigen geen collectief
belang, hebben een uiterst beperkt draagvlak en zijn vaak
onzichtbaar. Dan verkies ik toch een belangenverdediging die bewust
de openbaarheid opzoekt en kiest voor een eerlijke mobilisatie. Dat
ze zich daarmee meer kwetsbaar opstelt is waar, maar kan niet tegen
hen gebruikt worden.

Weerklank en weerstand

Staken is
allerminst een obstakel tot dialoog. Dialoog is weliswaar de enige
weg om tot een oplossing te komen, maar staken is soms noodzakelijk
om zich in een gelijke onderhandelingspositie te wringen, om tot een
waarachtige dialoog te komen. Een gesprek waarin de belangen en de
agenda van een enkele bepaalde sociale en economische groep worden verdedigd en bepaald, is per definitie een monoloog. Staken dient
niet om het eigen gelijk te halen, maar om op zijn minst de ruimte te
krijgen om andere belangen weerklank te geven en weerstand te bieden
tegen een eenzijdig verhaal.

Stakers tegen
werkwilligen opzetten getuigt daarenboven van een gebrekkig inzicht
in de realiteit. Net zoals vele werkwilligen beslissen om niet te
staken uit welgemeende en terechte loyaliteit met hun werkgever,
staak ik, zoals ik al schreef, niet vanuit een ontevredenheid met het
beleid van mijn werkgever. Maar evenmin kan je de werkwilligheid van
mensen gelijkstellen aan een onvoorwaardelijk geloof in de huidige
beleidskeuzes. In die zin hoeft er tussen staken of werken geen
onoverbrugbare kloof te zijn. Maar zodra we realiseren dat de
redenen om te staken als om te werken zeer uiteenlopend kunnen zijn,
merken we dat we vaak niet zoveel van mening verschillen als dat
sommigen ons willen doen geloven.

Dit sociaal
protest, dat vandaag duidelijk een groot draagvlak heeft, gaat voor
mij om het maken van rechtvaardige keuzes, om het besef dat het
ideologische verhaal, als zou er geen alternatief zijn, een
eenzijdige lezing is van de socio-economische realiteit. Daarom
heb ik beslist om uiteindelijk toch te staken op 15 december.

Stijn Raes is medewerker bij een NGO

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!