Waarom de regeringspartijen een vermogenskadaster moeten invoeren

Waarom de regeringspartijen een vermogenskadaster moeten invoeren

vrijdag 5 december 2014 15:57

“De Vlaamse middenklasse moet het
ergste vrezen”, stelde Bart De Wever in maart van dit jaar nog. Het
lijkt wel alsof hij helderziend (of zeer zelfverzekerd) was over het
regeerprogramma van de nieuwe regeringen, maar hij had het toen over de
fiscale hervorming die de PS voorstelde. Ondertussen is echter gebleken
dat de Vlaamse middenklasse vooral sterk getroffen word door zowel de
Vlaamse als de federale regeringsmaatregelen. In tegenstelling tot die
middenklasse wordt de Belgische 1%, de Albert Frères en de families de
Spoelberch, volledig ontzien.

Het gevolg is duidelijk, zoals Paul De Grauwe twee weken geleden nog
stelde: deze regering heeft een legitimiteitsprobleem. Het feit dat het
aantal superrijken ook in België toeneemt, zoals pas nog bleek uit het
jaarlijkse rapport van Wealth-X en vermogensbeheerder UBS, zal dat
legitimiteitsprobleem enkel versterken. Het gevolg is dat de
bijdrage van grote vermogens de komende jaren op de maatschappelijke en
politieke agenda zal blijven staan. Het is dan ook niet verwonderlijk
dat CD&V onder druk van de achterban de vermogenswinstbelasting
verdedigt.

Maar middenveldorganisaties, vakbonden en betogers zouden zich niet
moeten laten vangen. Tegenover een échte vermogensbelasting, een
belasting op grote vermogens, zijn er toch enkele nadelen aan zo’n
vermogenswinstbelasting. Eén: paradoxaal genoeg is een “enge” heffing
beter te vermijden door vermogende burgers dan een “brede”
vermogensbelasting. Een vermogenswinstbelasting zal waarschijnlijk
hoofdzakelijk op aandelen en obligaties worden geheven, en kan dus
vermeden worden door dat vermogen te beleggen in bijvoorbeeld vastgoed
of andere niet-belaste producten. Vergelijk het met een belasting op
wijn. Het is gemakkelijker om een “meerwaardebelasting” te vermijden op
een in waarde stijgende bordeaux, dan om een belasting te vermijden op
een volledige wijnkelder.

Twee: dat leidt er ook toe dat je
met zaken als een vermogenswinstbelasting niet per se de allerrijksten
raakt. Ook al blijkt het financieel vermogen uit onderzoek van de
Nationale Bank sterk geconcentreerd te zijn bij de rijkste Belgen, ook
de minder vermogende Belgen met een paar aandelen en obligaties zullen
zo’n vermogenswinstbelasting moeten betalen. Het blijft een sterk
progressieve belasting, maar nog altijd minder progressief dan een
vermogensbelasting.

Drie, misschien wel het
belangrijkste argument: behalve de vermogensbelasting, is er geen enkele
belasting die de scheefgroei tussen rijk en arm van de afgelopen
decennia terugschroeft. Dat het vermogen van de rijksten iets minder
snel aangroeit zal de groei van de vermogensongelijkheid niet grondig
tegengaan, laat staan dat ze die ongelijkheid zou terugdringen. Het
gegeven dat de rijkste 1% van de Belgen 17% van het totale vermogen
bezit of dat het vermogen van de rijkste 5% Belgen even groot is als
het vermogen van de 75% armste Belgen – noteer dat dit waarschijnlijk
nog onderschattingen zijn – wordt daar niet door aangetast. Dat kan
enkel met een échte vermogensbelasting.

Middenveldorganisaties en linkse partijen kunnen daarbij alvast
rekenen op de volle steun van de bevolking. Een poll van Ipsos eind 2012
vond dat 75% van de Belgen voorstander is van een vermogensbelasting.
Bij De Stemtest eerder dit jaar was 80,6% van de Walen en 74,8% van de
Vlamingen het eens met de stelling dat grote vermogens meer moeten
worden belast. (Deze cijfers tonen uiteraard ook aan dat het iets
ingewikkelder is dan dat oppositie en sociale bewegingen “de democratie”
en “de uitslag van de verkiezingen” moeten respecteren.)

Behalve twijfelachtige inhoudelijke argumenten, die duidelijk niet
gedeeld worden door de meerderheid van de bevolking, worden meestal twee
eerder technische stellingen naar voren geschoven door tegenstanders.
Ten eerste: de invoering van een vermogensbelasting leidt tot
kapitaalvlucht. Die stelling is enerzijds niet volledig onterecht, en
het is uiteraard beter om de belasting op zo’n hoog mogelijk niveau
(liefst Europees) in te voeren. Maar anderzijds blijkt uit onderzoek dat
die kapitaalvlucht sterk overdreven wordt. Het is bijvoorbeeld niet
omdat een paar mediagenieke en overbelichte Fransen zoals Dépardieu en
Arnault uit Frankrijk vertrekken, dat alle vermogende Fransen daarom
zomaar hun geboorteland verlaten en hun hele hebben en houden verhuizen
naar het buitenland. De opbrengsten zijn veel hoger dan de kosten die
het vertrek van die enkelingen met zich meebrengen.

De tweede stelling: een
vermogensbelasting kan niet zonder een vermogenskadaster. Ik zou dat net
als een argument vóór een vermogensbelasting beschouwen. Zo’n
vermogenskadaster is de beste manier om belastingen te heffen die alleen
de superrijken raken. Of het nu de 1%, de 2%, de 3% of de 10% rijkste
Belgen zijn die je meer wil laten bijdragen, je kan dat alleen bepalen
op basis van zo’n vermogenskadaster. De realiteit is dus dat de aanleg
van een vermogenskadaster de beste optie is om met volledige zekerheid
de middenklasse te ontzien, en een vermogensbelasting in te voeren
waarbij enkel de superrijke Belgen bijdragen.

Zo’n belasting is én mogelijk én rechtvaardig. Als de regerende
partijen écht willen opkomen voor de hardwerkende Vlaming (en Waal),
voor de middenklasser en voor de gewone mens met een klein spaarpotje,
dan beslissen ze dus zo snel mogelijk een vermogenskadaster aan te
leggen. Bovendien hebben ze electoraal weinig te verliezen. Met alle
belangrijke (centrum-)rechtse partijen in de regering, naar welke partij
zouden de rijke burgers en hun ideologische pleitbezorgers immers
kunnen trekken bij de volgende verkiezingen? Op dus naar een
vermogenskadaster als eerste stap, en naar een vermogensbelasting als
tweede stap! Tenzij, uiteraard, De Wever & co dan toch vooral
“vriend van het grootkapitaal” zijn.

Sacha Dierckx

Deze bijdrage verscheen eerder op De Morgen online.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!