Opinie -

De constante imagoverlaging van Antwerpen

Jan Blommaert werpt z'n licht over de nieuwe maatregel die het Antwerpse stadsbestuur zal doorvoeren om handelszaken als nachtwinkels en seksshops te bannen door hen extra te belasten. Ze zouden het imago van de stad naar beneden halen.

vrijdag 5 december 2014 09:58

Antwerpen is degoutant geworden. Het wordt sinds 2012 bestuurd door
een groepje democratisch verkozen idioten, die zo dwaas zijn dat ze het
feit dat ze verkozen zijn denken te kunnen laten opwegen tegen het
dramatische gebrek aan deugdelijk denkwerk en deskundigheid. Het is de
bedoeling van dit groepje deze kosmopolitische en superdiverse stad zo
snel als mogelijk om te vormen tot een provinciestadje dat stevig in
handen is van een blanke en relatief welvarende middenklasse – zoiets
als Apeldoorn maar met nog iets minder Surinamers. Een resem maatregelen
wordt hiervoor ingezet, gaande van het ontzeggen van aidsremmers aan hivpositieve migranten over een haast onbegrensde gulheid in het
uitreiken van GAS-boetes voor zowat alles, tot de exuberante aanwezigheid
van surveillantiecamera’s en de aanwezigheid van de Hondenbrigade van
de Federale Politie bij acties van de georganiseerde arbeidersklasse.
Deze zucht naar naïef etnisch provincialisme brengt constant schade toe
aan het imago van een stad die tot nog niet zo lang geleden het
toevluchtsoord was voor andersdenkenden, artiesten en intellectuelen van
over grote delen van de wereld.

Fiscale grensbewaking

Racisme is, zoals we weten, geen issue voor het Antwerpse bestuur.
Het is een relatief begrip dat nogal vaak wordt ingeroepen als een
excuus om het eigen falen te verhullen, want – kijk! – er zijn vele
etnische ondernemers die het wél maken in de stad van De Wever – Omega
Diamonds kan als voorbeeld tellen. En via deze logica kan geen enkele
maatregelen van het stadsbestuur een racistische of discriminerende
ondertoon of bedoeling hebben. Wie dat erin leest is van kwaaie wil,
want in Antwerpen verloopt alles via “objectiveerbare” criteria en
binnen een “duidelijke visie”. In Antwerpen is de hardwerkende,
“actieve” migrant dus geheel welkom, zeker wanneer hij vrienden wordt
met de hardwerkende rijke blanke Antwerpenaars en samen met hen royale
feeestjes organiseert. Of om het lichtjes anders voor te stellen: in
Antwerpen zijn en blijven “dikke nekken” welkom, ongeacht hun
huidskleur.

Nu heeft het stadsbestuur beslist keihard op te treden tegen
“imagoverlagende” ondernemingen. Het gaat hier uiteraard niet over
frauderende diamantzaken of corrupte accountants of advocatenkantoren,
en nog minder over een aftandse en gevaarlijke nucleaire centrale op
luttele kilometers van het centrum.

Neen het gaat over seksshops,
wedwinkels, “vzw”-clubs, internetcafés en nachtwinkels: over een bepaald
type ondernemingen uitgebaat door kleine zelfstandigen. Dit soort
ondernemingen worden nu als “vervuiling” bestempeld, en schepen Kennis
had er weinig moeite mee te stellen dat dit type bedrijven in Antwerpen
inderdaad niet welkom zijn. Ik gebruik hier met opzet de termen
“onderneming” en “bedrijf”, want de winkeltjes die nu in het vizier
lopen van de Antwerpse Junta zijn, gezien vanuit een vrijemarktideologie, in wezen niets anders dan bedrijven die door ondernemers
worden opgezet en uitgebaat. Die ondernemers zijn – dat is juist – geen
leden van de Kamer van Koophandel of de Rotary, en evenmin gebruiken ze
de zakenluchthaven van Deurne om diverse delen van hun imperium te
bezoeken. Maar het zijn en blijven ondernemers die – zo luidt het –
bestuurd worden door een ondernemingsvriendelijk bestuur.

En ze moeten hier weg. Een startbelasting van 6000 euro en een jaarlijkse
taks van 1500 euro zal daar wel voor zorgen. Een verlaging van de
netto-inkomsten met ruim 100 euro per maand zal voor velen onder deze
ondernemers de deur wel dicht doen, want hun inkomsten zijn vaak heel
beperkt. En wat de startbelasting betreft: stel je voor dat een
dergelijk bedrag zou geëist worden van een beginnend modeontwerper of
iemand die een kleine gespecialiseerde bakkerij wil opzetten – het is
een barrière die voor elke kleine zelfstandige het ondernemen gewoon onmogelijk maakt. Het is fiscale grensbewaking.

Die grensbewaking moet ondernemers buiten houden die “etnisch” zijn.
De geviseerde types bedrijven behoren immers vrijwel allemaal tot de
kern-infrastructuur van superdiverse wijken in Antwerpen en elders.
Internet-shops, bijvoorbeeld, zijn er voor mensen die geen
internetaansluiting hebben, en ze vormen dus een essentiële aanvulling
van de leefomgeving voor nieuwe migranten in superdiverse buurten. Idem
met de “vzw”-clubs, die etnische verzamelpunten zijn waarin lokaal
verblijvende mensen met een gelijke migratie-achtergrond elkaar
ontmoeten. Wat de eigenaars van dat soort bedrijven betreft, ook die
zijn doorgaans afkomstig uit de migratie. De maatregel is dus de facto discriminerend. Zo relatief blijkt racisme te zijn in Antwerpen: men selecteert eigenschappen
van etnische groepen – zoals hun typische vormen van ondernemerschap –
en bestrijdt deze. En wanneer de term racisme alsnog opduikt, gooit men
de ogen naar de hemel en zucht men dat dit niets, maar dan ook écht niets, te maken heeft met racisme.

De concrete situatie en haar gevolgen

Laat me daarom, en gewoon ter illustratie, deze maatregel eens
toepassen op mijn eigen Antwerpse buurt, de as van de
Statiestraat-Driekoningenstraat in Berchem. Die buurt is superdivers. De
demografische samenstelling is extreem versnipperd en dynamisch, met
snel wisselende populaties die de buurt in- en uitgaan. De buurt is dan
ook sociaaleconomisch kwetsbaar, er is armoede en grote ongelijkheid,
terwijl er toch een zeer sterke “convivialiteit” heerst. De buurt
vertoont bijzonder sterke vormen van sociale cohesie, en de
buurtinfrastructuur – de aanwezige winkels, bovenal – is daarin een
kritieke factor.

Ik overloop de bedrijven in de Statiestraat die door deze nieuwe maatregel rechtstreeks getroffen zullen worden.

  • Twee wedshops, eigendom van ondernemers met een Turkse achtergrond
  • Vijf “vzw”-clubs, allemaal uitgebaat door mensen met een Turkse achtergrond
  • Twee internetshops, allebei uitgebaat door mensen met een Indische achtergrond.
  • Vier nachtwinkels, uitgebaat door respectievelijk een gezin uit
    Pakistan, een ondernemer uit India, een uit Irak en een uit Afghanistan.

Dertien bedrijven in de Statiestraat-Driekoningenstraat worden
getroffen. En voor het overgrote deel van deze ondernemingen zal de
jaarlijkse heffing van 1500 euro de doodsteek betekenen. Elk van die
bedrijven zet en houdt mensen aan het werk – doorgaans meerdere personen
per bedrijf – en elk van die bedrijven heeft een cliënteel en houdt z’n
deel van de straat levendig en ordelijk. Als bij mirakel zijn het, in
een buurt zoals deze, allemaal etnische ondernemers, die echter
met uitzondering van de “vzw”-clubs een ruim en “oecumenisch” publiek
bedienen, en die dat doen aan de hand van het Nederlands (dat in de hele
buurt de “lingua franca” is).

Schepen Kennis had als voornaamste punt dat dergelijke bedrijven
moesten “geïntegreerd” zijn in de buurt. Welnu, zoals ik al aangaf, deze
bedrijven zijn volledig geïntegreerd in de buurt. Aangezien
die buurt evenwel geen blanke middenklassebuurt is, zijn ze
geïntegreerd binnen een systeem van superdiverse sociale cohesie. En die
heeft dus een kleurtje, of beter: verschillende kleurtjes.

De Statiestraat-Driekoningenstraat was vele jaren terug een
florissante winkelstraat voor de lokale arbeidersklasse en kleine
bourgeoisie. Die “blanke” winkels zijn samen met hun cliënteel stilaan
verdwenen, en gedurende jaren was leegstand van winkelpanden
hét definiërende element van de straat. Het was die leegstand die de
overgebleven Antwerpse inboorlingen een gevoel van verloedering en
achteruitgang (en dus “imagoverlaging”) gaf. De afgelopen paar jaren is
de leegstand van winkelpanden sterk teruggeschroefd, precies omwille van
het dynamisme van nu als “imagoverlagend” omschreven ondernemingen en
hun eigenaars. Zij hebben de straat opnieuw een gelaat en een identiteit
gegeven, en zij zorgen er voor een bloeiende “markt” die alle
geledingen van de zeer diverse populatie bedient. Hun eigenaars hebben
zich opgewerkt tot de lagere middenklasse in de buurt. En ze hebben dat
allemaal op eigen kracht gedaan, zonder de geringste steun van
de overheid. Ze zijn dus zelfs volgens de stringente criteria van de
N-VA “actieve” migranten die “meerwaarde” genereren.

Neem die dertien bedrijven weg, en we krijgen opnieuw dertien
leegstaande winkelpanden in de Statiestraat-Driekoningenstraat. Het
effect hiervan op het “imago” van de straat laat zich raden. Het effect
ervan op de sociale cohesie, en dus op de krachten die “integratie”
aansturen, eveneens. Goed bezig, Antwerpen.

Idiotie als leidraad voor bestuur

Het gaat hier dus alweer om een maatregel die vertrekt vanuit een
volstrekte onkennis van en onbegrip voor de reële sociale patronen die
leven in de stad. Het is dus, simpel gesteld, alweer een idiote
maatregel, die precies het tegengestelde effect zal opleveren dan
datgene wat dit dagdromende gemeentebestuur zich inbeeldt. Wat voor hen
de “verloedering” is van een imaginair Apeldoorn-aan-de-Schelde, is in
de realiteit van de échte Antwerpse samenleving een essentiële en
waardevolle factor van sociale cohesie, veiligheid en economische orde.
Als ze die structuren vernietigen, zal Antwerpen niet spontaan hun
gedroomde blanke middenklassestad worden. Neen, het is dàn pas dat de
stad terug verloedert qua infrastructuur en verzwakt qua samenhang.

De Antwerpse bestuurders hebben zich nog niet getoond als goede en
aandachtige toehoorders voor de stemmen van diverse bevolkingsgroepen en
experten die hun catastrofale utopie niet delen. Ook nu blijkt de
maatregel genomen te zijn zonder de geringste vorm van raadpleging en
zonder zelfs de meest oppervlakkige vorm van onderzoek. Een stereotype
van “goede commerce” en een racistische afkeer van “al dat gespuis”
volstonden. Ook om die reden is dit bestuur gewoonweg idioot.

Ze zullen hun stad achterlaten met minder hoop, minder
verstandhouding en minder samenhang, de dag dat de bevolking hen
overgoten met pek en veren ergens ter hoogte van Aartselaar achterlaat.
En het imago van hun stad, zal definitief en op rampzalige wijze
verlaagd zijn, diet door de eigenaars van nachtwinkels maar wel door een
bende bestuurders die Apeldoorn-aan-de-Schelde toch niet zo’n slecht
idee vonden.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!