Overleg tussen werkgevers en vakbonden mislukt: 'Regering zette werkgevers in een zetel'
Enkele maatregelen van de regering gaan al op 1 januari in en van de werkgeversorganisaties en vakbonden werd verwacht dat ze hun advies gaven in het beheerscomité van de RVA.
In de hoop een unaniem advies in de wacht te slepen, had minister van Werk Kris Peeters nog enkele kleinere aanpassingen voorgesteld. Zo stijgt de minimumleeftijd voor brugpensioen bij herstructureringen niet onmiddellijk naar 60 jaar, maar pas in 2020. De grens van 55 jaar voor de landingsbanen wordt pas in 2019 opgetrokken naar 60 jaar. De uitkering voor tijdskrediet zonder motief wordt niet op 1 januari 2015 maar enkele maanden later geschrapt.
De vakbonden vonden die aanpassingen lang niet ver genoeg gaan. Niet meer dan kruimels, was de reactie.
In het beheerscomité van de RVA stonden werkgevers en vakbonden lijnrecht tegenover elkaar. De werkgeversorganisaties staken hun duim omhoog over de maatregelen van de regering. De vakbonden gaven een negatief advies. De werkgevers koppelden de regeringsmaatregelen ook nog aan bijkomende toegevingen in het dossier arbeiders-bedienden.
Voorspelbaar
“Dit scenario was geheel voorspelbaar. Werkgevers zitten door het onevenwichtig regeerakkoord in een zeer comfortabele onderhandelingspositie. Dat weten ze maar al te goed en laten ze duidelijk voelen”, reageren de vakbonden.
De
regering zal nu wellicht de maatregelen uitvoeren zonder advies van
de werkgevers en vakbonden. Kris Peeters spoorde hen aan om het
overleg over de verdere gelijkschakeling tussen arbeiders en
bedienden mee te nemen naar de Groep van 10, het federale
overlegorgaan van werkgeversorganisaties en vakbonden.
Als
de regering deze plannen onverkort doorvoert, dan betekent dit onder
meer dat schoolverlaters zonder diploma beneden de 21 geen
inschakelingsuitkeringen krijgen; dat onvrijwillig deeltijds
werknemers een groot deel van hun inkomensgarantieuitkering
verliezen; dat tijdelijke werklozen 10 procent inkomensverlies
lijden; dat werknemers in zware beroepen de brugpensioenleeftijd met
vier jaar omhoog zien gaan en dat werklozen tot 65 jaar beschikbaar
moeten blijven voor de arbeidsmarkt.