De Boswachter van Tihange
Nieuws, Milieu, België, Confidenties aan een ezelsoor - Frank Adam, Klaas Verplancke

De Boswachter van Tihange

‘Het is goed kritisch te zijn, en af en toe te dromen van een ander leven of universum. Maar wanneer ontwent de mens eindelijk van zijn hybris en legt hij zich neer bij zijn lot?’ Een Belgische fabel van Frank Adam en Klaas Verplancke, in de reeks ‘Confidenties aan een ezelsoor’

dinsdag 2 december 2014 15:25




Het was via loting door het Ministerie voor Wouden en Welzijn dat de ezel een zitje had verworven in de kernbus van Tihange en als eerste burgerjournalist de minister mocht feliciteren met haar nieuw uitgewerkte Tihange Boswachter Tour.

Ezel: ‘De kernbus van Tihange en bijhorend toeristisch parcours zijn concepten waarvoor u, Mevrouw de Minister, als vanouds binnen uw bevoegdheden hebt geijverd. De feestelijke ingebruikname vormt de kroon op jarenlang werk?’

Robin Hoods

Minister: ‘Ondanks de euforie wil ik er graag aan herinneren uit welk diep dal mijn team en ikzelf zijn geklommen. Al die jaren kregen we in het hele land af te rekenen met bosactiegroepen van diverse pluimage, met bosjeugd die het protest om het protest bedreef, met een publieke opinie die zich door plaatselijke Robin Hoods maar al te gaarne liet ontvoeren. Ik vind anarchisten echt sympathiek, binnen en buiten het bos en overal, zolang ze opereren binnen de perken van de wet.’

Burgers met een verstandelijke beperking

Minister: ‘Ondertussen viel ook de zorgsector voor burgers met een verstandelijke beperking onder mijn bevoegdheid. Daar deed men ook heel lastig over het feit dat er voor die personen niet genoeg tehuizen zouden zijn voorzien en men het gebruikelijke systeem van de wachtlijsten niet wou respecteren. Alsof mensen met een verstandelijke beperking niet in staat zouden zijn te begrijpen dat het kan gebeuren dat je soms door omstandigheden even voor onbepaalde tijd in de rij moet gaan staan. Eén geval in het bijzonder, dat van de papa van Marc, overschaduwde het hele debat.’

De papa van Marc

Ezel: ‘De papa van Marc was ook zo’n Robin Hood die opereerde buiten de perken van de wet?’

Minister: ‘De papa van Marc opereerde buiten de perken van het leven. Omwille van het plaatstekort van zijn zoon en zijn eigen hoogbejaarde leeftijd vond hij het nodig er zelf een eind aan te maken. Vooral de manier waarop hij zijn actie volvoerde, werd met veel onjuistheden in de media weergegeven, en heeft mij en mijn kabinet op een oneerlijke manier onder druk gezet. Alsof de plotseling alleenstaande Marc ineens een paar plaatsen moest promoveren op de wachtlijst, en wij letterlijk de hand hadden in het heengaan van zijn papa.’

Ezel: ‘Waaruit bestond de actie van de papa van Marc dan precies?’

Minister: ‘Hij heeft gewoon gepoogd zijn polsen over te snijden, het dan met pillen geprobeerd om tenslotte door een gelukkig toeval een fataal hartfalen te ontwikkelen.[1] Mijn kabinet beschikt over foto’s die je in de persmap vindt. Maar ook Marc zelf, die zijn papa in dode toestand aantrof, kan getuigen hoe het werkelijk is gegaan. Mensen met een verstandelijke beperking zijn heus niet zo achterlijk als men denkt.’

Ezel: ‘De zaak heeft u toen persoonlijk pijn gedaan?’

Idealen en politiek

Minister: ‘Het is goed kritisch te zijn en af en toe te dromen van een ander leven of universum. Maar wanneer ontwent de mens eindelijk van zijn hybris en legt hij zich neer bij zijn lot? Idealen en politiek verhouden zich tot elkaar zoals liefde en seks: in wezen gaan ze niet samen.  Daarom ook heeft mijn man iemand anders en was het een tijd rond mij als minister stil.  Maar ik ben heus niet de enige die zulks overkomt.[2] Dus hoewel ik bij wijze van spreken mijn eigen kinderen pijn had kunnen doen om mijn man te treffen, heb ik er definitief een streep onder getrokken en me erdoorheen geslagen.’

Ezel: ‘Hoe is u dat gelukt?’ 

Minister: ‘Door de holistische manier van denken die ik in mijn persoonlijke leven heb ontwikkeld door te trekken in mijn beleid: het ene probleemdossier kan vaak worden opgelost door het te verbinden met een ander.’

Ezel: ‘Hoe bedoelt u dat concreet?’

Het Woud van Tihange

Minister: ‘Kijk om je heen, anderhalf uur al rijden we door een gebied waar het menselijke gezeur en geklaag als vanzelf verstomt door de pracht van de natuur. Je zou denken dat het midherfst is, maar het is hier volop zomer en dit onmetelijke Woud van Tihange waarin de kernbus zonder gps onherroepelijk zou verdwalen, is het ooit zo minuscule bos, dat zich jaren na de kernramp als bij wonder heeft hersteld. Zoals in andere rampgebieden overal ter wereld is het in geen tijd uitgegroeid tot een natuurpark dat meer dan honderd vierkante kilometer beslaat.’

Ezel: ‘U kreeg politieke steun van de natuur zelf?’

De kerndampen der apocalyps

Minister: ‘Ik vraag mij gewoon af: Waar zijn nu die activisten van weleer, die de economie van een heel land veil hadden voor enkele vierkante meters gemeentelijk bos? Waar zijn nu de doemdenkers wiens protestpreken waren doorwasemd van de dodelijke kerndampen der apocalyps?

En ja, wat zou de papa van Marc nu opmerken, als hij van polsen en pillen was af gebleven, en net als u en ik, na een aangename kernbusrit, straks werd verrast door de werken en talenten van zijn eigen zoon?

Boswachter Marc

Ondanks zijn autisme, lage IQ, en zogezegd onoplosbare gedragsproblematiek, verricht Marc nu wetenschappelijke metingen in opdracht van de afdeling bosbeheer – kruisjes zetten in het juiste vakje is nu ook weer niet zo heel erg ingewikkelde klus. 

De ooit zo onbeholpen Marc, wiens boterhammen, veters en zitvlak steevast door zijn papa moesten worden gesmeerd, respectievelijk geknoopt en gereinigd, is hier als Boswachter Marc het toonbeeld van zelfredzaamheid. 

De ooit zo timide Marc die een paranoia tegenover derden en een allergie voor bomen, planten en gras vertoonde, kan hier in het Woud van Tihange geen dag zonder zijn vele boswachtersvrienden en neemt elke dag leidend initiatief.

De o! zo tengere, ziekelijke Marc, die van zijn papa slechts in verpakte hoeveelheden zuurstof mocht inademen, verkeert hier in een blakende gezondheid – althans één die minder zorg behoeft dan voorheen. En de omgevingsfactoren die Marcs fysieke conditie op langere termijn zouden kunnen belasten – de eindeloze discussie over stralingsparameters is genoegzaam bekend – spelen gezien Marcs bescheiden levensverwachting, in zijn dossier helemaal niet mee.’

Googlen op ‘mongolen’

De piepende remmen van de kernbus en het puffende hydraulische luik voor de voedsel- en medicatiebedeling fungeerden voor Marc en zijn boswachtersvrienden, die uit een met mos overgroeid schoollokaal te voorschijn kwamen gewuifd, als een belsignaal.

Marc bleek een jongensachtige vijftiger met een aangeboren talent voor visuele humor, dat hij in zijn omgang met mensen zonder verstandelijke beperking erg slim aanwendde.

Een cameraman gebaarde Marc gekke bekken te produceren voor de ruit. Een journaliste filmde met haar mobieltje. Een opiniemaker googelde ontroerd op de zoekterm ‘mongolen’.

De blik van de ezel

Toen ook de minister Marc wenkte, en hij tijdens een nieuwe gezichtsacrobatie oogcontact maakte met de Ezel, sloeg zijn vrolijkheid na enkele verschrikte seconden om in haar absolute tegendeel.

Onder de van verwondering steeds verder uitdijende blik van de Ezel scheurde Marc zijn voedselpakket open over het roestbruine gazon, kwakte hij zijn yoghurt en pillen tegen de ruit; rukte overall, hemd en onderkleding open, en bonsde als bezeten op de loden wanden van de langzaam weer op gang komende kernbus.[3]

De ogen van de foto

De oorzaak van Marcs abrupte stemmingswisseling vond de ezel even later in de persmap, waar een foto hem leek aan te kijken als een spiegel. De ondoorgrondelijke, wijd opengesperde ogen van de dode papa van Marc vertoonden een sprekende gelijkenis met die van de ezel.

Als reactie op een stekende pijn die hij eerst niet kon benoemen, veerde de ezel op en keek gejaagd achterom. Enkele boswachtersvrienden stonden verweesd om de razende Marc heen en onttrokken aldus zijn naaktheid aan het zicht van de wegrijdende pers. 

Marc zou altijd worden achtervolgd door zijn papa die er niet meer was.

De ezel zou steeds blijven zoeken naar zijn zoon die er nooit was geweest.

——
Info: 
Belgische Fabels (Confidenties aan een ezelsoor, Boek Vijf) van Frank Adam en Klaas Verplancke verschijnt in het literaire tijdschrift De Brakke Hond en wordt uitgegeven door uitgeverij Vrijdag.
Van Frank Adam verscheen bij uitgeverij Vrijdag De droom van Aziz. Een vertelling

Ga ook eens een kijkje nemen op:? www.klaas.be? Ì www.frankadam.be

[1] Alternatieven zie: Confidenties aan een Ezelsoor. Boek Twee, De Wereld. Achtste Confidentie, De zelfmoordenares, de poedel en de vrouw-van-ernaast.
[2] Zie: Confidenties aan een ezelsoor.  Boek Een, De Woestijn. Eerste Confidentie, De therapeute, haar pijn en haar praktijk.
[3] Cfr: Confidenties aan een ezelsoor. Boek Een, De Woestijn. Zevende Confidentie, De vondelinge, de vinger en het oor.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!