Protest tegen CETA in Canada (foto Council of Canadians)

Vrijhandelsakkoorden ondermijnen democratische wetten

Het nieuwe handelsakkoord tussen Canada en de EU geeft multinationals ongekende macht tegen duurzame overheidsmaatregelen die hen niet goed uitkomen. Dat blijkt uit het onderzoek Trading Away Democracy, in opdracht van Canadese en Europese ngo's.

vrijdag 28 november 2014 16:00

De
onderhandelingen voor het vrijhandelsverdrag Comprehensive Economic
and Trade Agreement
(CETA) zijn in september 2014 al afgerond, maar
de uiteindelijke tekst moet nog worden goedgekeurd door het Europees
Parlement en de nationale parlementen van de EU-lidstaten.

ISDS-rechtszaken

Controversieel
is vooral het mechanisme in deze verdragen om investeringsgeschillen
te beslechten (Investor-State Dispute Settlement – ISDS). Dat stelt
buitenlandse bedrijven in staat om landen rechtstreeks aan te klagen
bij een tribunaal en compensatie te eisen voor regels van
volksgezondheid, milieu en financiële stabiliteit, als ze menen dat
die hun winsten aantasten.

Wereldwijd
vechten steeds meer investeerders wetten aan die gericht zijn op het
beschermen van de volksgezondheid, zoals maatregelen tegen roken,
verbod op giftige stoffen in de mijnbouw, verplichte
milieueffectrapportages of fiscaal beleid. De ervaring leert dat de
wet dan bij voorkeur ten gunste van de investeerders wordt
geïnterpreteerd.

Miljarden
dollars schadevergoeding

Canada
heeft al een vrijhandelsakkoord met de VS (en Mexico, sinds 1994): het
North American Free Trade Agreement (NAFTA). Onder dat akkoord werd
de Canadese overheid al 35 keer aangeklaagd, waarbij intussen zes
arbitragezaken werden verloren en Canada schadevergoedingen heeft
moeten uitkeren aan buitenlandse investeerders ter waarde van meer
dan 171 miljoen Canadese dollar (126 miljoen euro).

Op
dit moment lopen er nog zaken tegen onder meer een moratorium op
boringen naar schaliegas en het intrekken van een farmaceutisch
octrooi omdat het niet vernieuwend of nuttig genoeg zou zijn. Heel
wat andere schadeclaims tegen de Canadese overheid, eveneens voor
miljarden dollars, moeten nog gevonnist worden.

Met
het CETA-verdrag wordt de macht van de investeerders nog groter, zegt
het onderzoek Trading Away Democracy, in opdracht van een aantal Canadese en Europese ngo’s.
Investeerders mogen volgens de voorzieningen in dit verdrag niet
alleen procederen tegen wat ze “billijke of eerlijke
behandeling” noemen, maar ze mogen ook ingaan tegen wetten die
volgens hen “gerechtvaardigde verwachtingen” van
investeerders verhinderen.

Dat betekent dat aanpassing van bestaande
wetten, bijvoorbeeld om de financiële stabiliteit van een land te
verbeteren, door investeerders kan worden aangevochten.

Machtige mijnbouw

Speculatieve
investeerders, hierin aangemoedigd door investeringsadvocaten, maken
steeds meer gebruik van deze ISDS-investeringsarbitrage om
overheidsbeleid aan te vechten dat is bedoeld om de economische
crisis te beheersen.

Een
andere sector met een groot gewicht in Canada is de mijnbouw en olie-
en gaswinning. Canadese investeerders – en Amerikaanse
investeerders met dochterbedrijven in Canada – kunnen het Nederland
of België heel moeilijk maken om bijvoorbeeld een moratorium op
schaliegas in te stellen.

ISDS
is niet alleen schadelijk voor het democratisch vastgelegde overheidsbeleid, het is bovendien overbodig. Als de
risico’s voor bedrijven echt te groot zijn, is er altijd nog een
reguliere rechtbank of een particuliere verzekering. Die oordeelt dan
wel op basis van de nationale wetgeving van de betrokken landen. ISDS
probeert dat te omzeilen.

Bronnen: 
Trading Away Democracy

Nederlandse samenvatting van het rapport: Hoe onze democratie wordt
verhandeld

EU
and Canada to push through ‘anti-democratic’ trade deal

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!