Interview -

Van ‘t Bos en den Blauwe Steen: verhalen uit de haven (deel 4)

Deze keer heb ik op de Dageraadplaats in Zurenborg afgesproken, in café Zeezicht. Opnieuw stralende zon en Ahmed Aziz Vaes – 44, getrouwd en vader van vijf kinderen – zit me al op te wachten aan een van de tafeltjes buiten met een kopje straffe koffie, terwijl hij rustig aan een sigaretje trekt. Recht van zijn werk en dus nog in werkoutfit. De knaloranje jas kan je al van de andere kant van het plein spotten.

woensdag 26 november 2014 14:24

“Ik werk nu tien jaar met een ‘goed boek‘ in de haven. Dat is
al wel wat. Daarvoor verdiende ik mijn kost als zelfstandige in de bouw en het
is daar dat ik heb beslist om mijn naam officieel te laten veranderen. Het was
de enige manier om aan jobs te geraken. Als mensen me zagen, was er nooit een
probleem, maar van zodra ze mijn naam hoorde, ging het gesprek opeens een heel
andere richting uit en kon ik fluiten naar de job. Dat is al heel mijn leven
zo, het maakt niet uit wat je doet, wat je presteert, het is een stigma en je
wordt er constant mee geconfronteerd. “Ik ben geen racist, maar… “ of “Gij zijt
wel ne goeie, maar…”, hoeveel ik dat al heb moeten horen, ik ben de tel
kwijt. Zelfs met Sadam Hussein heb ik blijkbaar iets te maken, niet te schatten
is dat onderhuidse racisme hier in dit land. Mijn vader is Marokkaan, mijn
moeder Belgische. Ik heb dus de naam van mijn moeder ook aangenomen. Dat heeft
me een hoop geld gekost, maar het maakt wel een verschil, ja.”

Joske

Heb je daar nu in de
haven ook last van?

“Daar valt het heel goed mee. Ik zal wel altijd ‘de
Marokkaan
’ blijven, ook al ben ik hier geboren en is mijn moeder dus Belgische,
maar het soort job dat we doen in de haven vergt een absoluut vertrouwen in
mekaar. Het is erg gevaarlijk werk dat we verrichten, je kan het je echt niet
permitteren om mekaar niet door dik en dun te steunen. In het begin deden
sommigen nog wel eens raar tegen mij, kreeg ik nog wel eens een venijnige
opmerking, maar ik kan mijn mannetje wel staan en nu maakt het niet echt een
verschil meer. Ze hebben mij trouwens de bijnaam ‘Joske’ gegeven, dus dat zit
wel oké denk ik (lacht luidkeels). Ja, ik heb echt wel toffe collega’s, er wordt wat
afgelachen en afgezwansd onder elkaar.

Wat doe jij precies
in de haven?

“Ik ben kraanman en ook chauffeur. Ik bestuur zowat alles:
de Gottwald-kraan (kraan op wielen), de bulldozer, de vorklift, de PPM (een
soort van vorklift die containers langs boven optilt in plaats van onderaan, nvdr), de bobcat, de scheepslader, het treintje, de tractor… alles eigenlijk,
behalve de straddle carrier, dat zegt me niks, dat vind ik maar eentonig om
daar mee te werken. Het liefste zit ik in de bulldozer en dat is in mijn
voordeel, want dat is het enige voertuig waarmee ze je niet kunnen verplichten
van te werken, maar ik doe het graag, dus dat geeft me soms al eens een
streepje voor bij de aanwerving.”

Ogen

“Met de kraan ben ik vooral bulkgoederen uit de boot aan het
halen. Dat kan rijst zijn, maïs, houtpellets, marble chips, … Ik heb daar al
veel schoon momenten mee gehad, maar het is ook heel zwaar en stresserend werk,
want je ziet helemaal niets van wat er zich beneden in het ruim afspeelt en je
bent voor 100 procent afhankelijk van de dekman die mij moet zeggen wat ik moet
doen en waar precies. Dat is niet simpel, want als de dekman ‘stop’ roept, dan
viert mijn kraan nog twee meter verder vooraleer die effectief stopt, dus da’s
precisiewerk, ook al werk je met een mastodont. De dekman, dat zijn mijn ogen
hè, daar moet ik volledig op vertrouwen.”

“Het heeft volgens mij heel wat voordelen als je, zoals ik,
allround-chauffeur bent. Heel belangrijk voor de veiligheid ook. Ik weet wat er
zich boven in de kraan afspeelt, maar ook wat je vanuit de bulldozer beneden in
het ruim ziet, en vooral niet ziet. Ik kan dus vanuit de twee posities heel goed
inschatten wat mijn collega zal doen. Dat is soms van levensbelang. Ik heb zelf
al een paar collega’s verloren en eentje is er een been kwijt, het is echt
cruciaal dat je heel de tijd weet wat er gaande is op alle plaatsen, ook al kan
je niet alles zelf zien. Zo’n grijpkraan is niet van de poes, dat ding wéégt,
je wil het niet weten. Krijg daar een tik van en je bent er geweest.”

Gevaar voor anderen

“Ik ben voorstander van op tijd en stond mekaars werk te
doen, in het belang van de veiligheid. Je bent alerter dan en jezelf meer bewust
van het gevaar voor anderen. Kwestie van jezelf in andermans positie te kunnen
inleven. Maar er moet wel tijd voor uitgetrokken worden, mensen moeten weten
waar ze mee bezig zijn. Nu is het soms van ‘de moetens’, er is bijvoorbeeld een
tekort bij de chauffeurs en voor de dokkers is er geen werk, dan moet een
dokker maar opeens chauffeur zijn. Wat als er iets gebeurt? Wie gaat dat dan
oplossen? Dat is onverantwoord, zo’n manier van werken. De Wet Major beschermt
ons daar nog tegen, tegen zo’n toestanden, ik moet er niet aan denken wat er
gaat gebeuren als die wet wordt afgeschaft.”

Wat betekent de Wet
Major voor jou?

“Daar staan we of vallen we mee. Er gaan nog veel meer doden
vallen als ze ons die wet gaan afpakken. Sommige mensen zien mij nog steeds als
een halve vreemdeling, wel, ik kan je één ding zeggen: mensen die geen
Nederlands kennen, die kunnen hier niets komen doen. Kunnen communiceren hier,
snel en direct, is echt noodzakelijk. De opleiding volgen is echt belangrijk. Alles
moet maar sneller en efficiënter gaan, maar deze haven is bij de productiefste
ter wereld, hoe veel sneller moet het nog gaan eigenlijk zeg?! Al dat gepraat
over ‘moderniseren’, ik geloof er niks van, dat moet niet ten koste van de
havenarbeider gebeuren, want dan is het ook ten koste van de haven.”

Goed doorbetaald

Hoe combineer je werk
en gezin?

“Ik sta om 4 uur op, soms staat mijn vrouw mee op, die maakt
dan mijn boterhammetjes of ze geeft me centjes mee om iets te kopen. Rond 5 uur
ben ik op mijn werk en om 13.30 stop ik weer. Dan rijd ik naar huis. In de
namiddag ben ik tegenwoordig bezig met een fundering te zetten voor een huis
voor mijn moeder. Haar oude huis is afgebrand. Ik ga slapen ergens tussen 23
uur en middernacht. Ik ben de hele tijd bezig en gelukkig heb ik weinig slaap
nodig. Ik slaap al jaren ongeveer 5 uur per nacht, ik ben dat gewoon geraakt.
Ik moet nu werken, nu kan ik het nog.”

“Ik ben er 44 nu, maar als ik na de douche
in mijn zetel ga zitten, dan geraak ik er niet meer uit. Alles doet pijn. Ze
zeggen dat in de haven werken goedbetaald  is, wel ja, het is goed doorbetaald, je betaalt
er met je lijf. Ik heb mijn oudste zoon van 19 een keer meegenomen als pasman,
want ik wilde hem een les voor het leven meegeven. Ik wilde dat hij zou gaan
studeren. Een dag in de haven meedraaien heeft hem de juiste ‘klik’ gegeven. Wij
werken soms ook met echt gevaarlijke producten. Dingen die kankerverwekkend
zijn bijvoorbeeld. Die moeten wij dan laden en lossen.“

Hoe zie je de
toekomst?

“Hogerhand moet beter naar het werkvolk luisteren. Nu gaat
dat allemaal via via. Langs de foreman, langs de ceelbaas, langs de terminal
manager
, en dan ergens naar hogerop. Maar hogerop moet het werk niet uitvoeren,
dat doen wij. Bovenaan hebben ze geen idee van wat wij eigenlijk doen, hoe
kunnen ze dan beslissen hoe dat moet aangepakt worden? Tot 67 jaar werken? Kom
eens zien wat wij hier doen, alstublieft hè!”

Voor de kinderen

“Kijk, wij staken niet alleen voor onszelf. Wij staken
vooral voor de toekomst van onze kinderen. In wat voor een leven gaan die
terechtkomen met alles wat er nu op til staat? Wij hebben het nu nog relatief
goed, maar niet iedereen heeft een auto, eten, een dak boven zijn hoofd. En het
gaat er niet op beteren precies. Deze regering heeft het heel slecht voor met
onze kinderen. Ik kan nog verstaan dat er hier en daar wat besparingen nodig
zijn, maar dit zijn geen besparingen meer he, dit is diefstal.”

Hoe zie je de
toekomst?

“Kijk, wij dokwerkers hebben allemaal een groot ‘bakkes’,
maar wij hebben ook allemaal een klein hartje. Wij zijn mensen gelijk een ander.
Wij zijn tevreden als we ’s morgens kunnen vertrekken en ’s avonds weer mogen
thuiskomen en ik bedoel dat letterlijk. Je weet nooit wat er tijdens je shift
kan gebeuren. Mijn grootste plezier in het leven is op zondagmorgen ontbijten
met mijn vrouw en mijn kinderen, dan zijn we allemaal samen. Daarvoor wil ik
werken, voor mijn gezin, dat is het mij waard. Maar ik geloof in eerlijkheid.
En als het moet, kom ik daar voor op straat.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!