Opinie - Katrien Van kerkhoven

Waarom ik heb meegefietst met Hart Boven Hard

De honderden deelnemers aan de Hart boven Hard-fietseling op 24 november, bleven in zekere zin anoniem, terwijl ze door Antwerpen trokken. Een van hen licht nu de reden toe waarom ze meedeed met deze actie op de tweede grote stakingsdag. "Ik heb gefietst voor een andere visie dan die economische, die de wereld als samenleving beter maakt. Ik wil niet blijven hangen bij de vraag hoevéél er precies kan bespaard worden bij de VRT, De Lijn of de hogescholen."

dinsdag 25 november 2014 15:45

Gisteren
reed ik samen met bijna 600 fietsers onder de vlag van HartBovenHard
door Antwerpen. Omdat ik het niet eens ben met het beleid van de
kersverse regeringen, maar vooral omdat ik het niet eens ben met het
eenzijdig economische discours, dat overheerst in vrijwel alle
maatschappelijke discussies.

Zo
verdedigt Wouter Beke het huidige beleid, omdat het economie en
sociale bescherming verzoent, en moedige keuzes durft maken met die
verzoening in het achterhoofd. Beke begrijpt de onrust, maar vraagt
vertrouwen om dit beleid, mét begrotingsdiscipline een kans te
geven. Want: het is nodig – economisch gezien. Jo Libeer vraagt dan
weer aan alle actoren om beter samen te werken. Want we staan aan de
vooravond van de Vierde Industriële Revolutie.

Nieuwe technologieën
en een nog efficiënter productieproces zullen leiden tot geweldige
nieuwe producten en verhoogde levenskwaliteit. Toegegeven, de
concurrentie zal verharden, en routinejobs zullen overbodig worden.
Maar yes we can, we kunnen winnen, als we genoeg ambitie tonen. De
omgeving moet competitiever, de maatschappij moet wendbaarder worden.
Dat is nodig – economisch gezien.

Ander licht

In
tijden van besparingen is het heel typisch dat het economische belang
in conflict komt met andere menselijke belangen, zoals persoonlijke
betrokkenheid en zorg. Spijtig genoeg kan vooral de economische visie
beroep doen op cijfers en kwantitatieve, rationele argumenten,
waardoor de andere kant gemakkelijk onder de mat geveegd wordt onder
het mom van betaalbaarheid en realisme. Ik wil hier een aanzet geven
om een aantal discussies over besparingen (op overheid, de
cultuursector, het onderwijs) toch in een ander licht te bekijken. Ik
geef een aantal voorbeelden.

Als
Jo Libeer stelt dat de Vierde Revolutie voor extra levenskwaliteit
zal zorgen, dan verzwijgt hij heel gemakkelijk voor wie die
levenskwaliteit zal zijn: alvast niet voor alle mensen die hun
routinejob zullen verliezen, en zichzelf niet (meer) kunnen omscholen
tot kenniswerkers – zij worden uit het economische circuit
verstoten, en verliezen daardoor hun maatschappelijke aanzien.

Urbain
Vandeurzen stelt de vraag, wie nog het risico zal nemen om te
ondernemen, als de beloning in het vooruitzicht beperkt wordt, en wie
nog de last zou dragen om zichzelf uit de naad te werken, zonder de
optie van die riante beloning op het einde van de rit. Misschien kan
deze vraag gesteld worden aan de vele musici en welzijnswerkers,
leerkrachten en onthaalouders, en sporters uit minder vermogende
sporttakken. Zij kunnen hopen op wat dankbaarheid, applaus of
eigenwaarde, en soms zelfs op een zekere materiële beloning. Maar
riant is die beloning nooit.

Eenzijdig

En
wat te denken van de inzet van de talloze vrijwilligers, of zelfs van
de inspanningen van werkzoekende alleenstaande ouders? Ook zij vullen
hun dagen met veelal zinvolle, zelfs levensnoodzakelijke taken,
terwijl daar helemaal geen economische beloning op volgt. En precies
hier wringt het schoentje: het feit dat deze beloning niet volgt,
schept in een eenzijdig economisch discours de indruk dat de inzet
van deze mensen onbelangrijk is, of zelfs dat zij hun
verantwoordelijkheid niet nemen.

Ook
bij Marc Coucke vinden we de louter economische kijk, wanneer hij
stelt dat zijn vermogen veel voor deze wereld kan betekenen. Hij zal
namelijk ondernemen, investeren, jobs creëren. Maar hij vermeldt
niet eens wát hij zal ondernemen, wélke investeringen hij zal doen.
Nochtans hangt hier veel van af: veel belangrijker dan hoeveel jobs
hij zou creëren (dat zou weer de louter rationele, economische kijk
zijn), is wélke jobs hij bedoelt.

Het economische gegeven van
jobcreatie kan namelijk ook door een niet-economische bril
geëvalueerd worden: op vlak van ruimte voor zelfontplooiing of
eigenaarschap voor de werknemer, of meer of minder ecologische en
sociale duurzaamheid. Een ondernemer die jobs creëert, lijkt per
definitie heilig, omdat hij zijn economische verantwoordelijkheid
neemt. Maar mogen we ook verantwoordelijkheid vragen op een ander
vlak, dat te maken heeft met burgerschap en moraliteit?

Moreel neutraal

Het
valt niet te ontkennen dat elke mens een bepaald economische
resultaat moet realiseren – hij moet instaan voor zijn huishouden,
en oplossingen zoeken om geen honger of kou te lijden. Maar die
noodzaak is verre van gelijk aan zijn verantwoordelijkheid als
burger, als sociaal wezen. Voor bepaalde jobs bestaat er gelukkig een
verband tussen deze twee, wat maakt dat veel mensen hun geld kunnen
verdienen met zaken waar ze zich goed bij voelen, en waar ook hun
omgeving beter van wordt. Maar veel zinvolle activiteiten spelen zich
volkomen naast het economische circuit af – voor sommige (denk aan
journalistiek, kunsten en onderwijs) is het zelfs inhoudelijk te
verdedigen dat zij een zekere afstand bewaren van potentiële
economische belangen.

Ondernemen
op zich is moreel neutraal, net als geld. Om te beslissen welke
investeringen of besparingen zinvol zijn, is dan ook een ander debat
nodig, waar plaats is voor andere dan economische argumenten. Om bij
de discussie rond de vermogenswinstbelasting te blijven: al vele
jaren krijgen megavermogens de kans om de wereld te verbeteren door
middel van hun investeringen. Is dat niet de maatschappelijke belofte
op papier? Het werkelijke resultaat is echter dat deze vermogens
vooral zichzelf verbeteren, en dat de kloof tussen arm en rijk steeds
groter wordt. Belastingontduiking (al dan niet legaal) viert hoogtij,
en dit wordt erkend als een spijtige zaak voor de begroting (vanuit
de economische visie).

Constructies

Meer
dan een financieel probleem, is dit een maatschappelijk probleem: het
is afschuwelijk dat we er als samenleving niet in slagen om armoede
écht te bestrijden. In dit perspectief is er misschien juist nood
aan een zeer sterke vermogensbelasting, waarmee een overheid het
signaal geeft dat zij zoveel rijkdom niet aanvaardt, zolang er ook
zoveel armoede is. En wat betreft de economische motivatie van
mensen: misschien zijn een aantal vermogenden wel te zeer
aangetrokken door de belofte van de riante beloning, zodat zij
verleid worden om hun vermogen in onethische constructies veilig te
stellen. Misschien zouden we juist moeten inzetten op de pure
goesting van vele ondernemers (in de breedst denkbare zin van het
woord) die niet door geld maar gewoon intrinsiek gemotiveerd zijn om
hun ideeën te realiseren, omdat ze erin geloven. Ik maak me sterk
dat zij minder geïnteresseerd zullen zijn om het land te verlaten of
fiscale omwegen te bedenken als dat financieel beter uitkomt.

Dit
is geen verantwoordelijkheid van ondernemers alleen. In zeer veel
maatschappelijke en politieke discussies blijft de economische visie
primeren, en ook de overheid is in dit bedje ziek: kijk naar het
Oosterweeldossier, naar Uplace: de verdediging schermt met
economische argumenten, terwijl tegenstanders vooral hun buikgevoel
proberen te verwoorden: de
wereld wordt hier niet beter van
.
En omdat het economische discours geen rekening houdt met dat
buikgevoel, moeten zij ook op zoek naar economische argumenten –
gelukkig voor de tegenstanders van Uplace zijn er voldoende
Amerikaanse voorbeelden van failliete middenstand en spooksteden om
dat buikgevoel kracht bij te zetten.

Betrokkenheid

Ik
heb gefietst voor een andere visie dan die economische, die de wereld
als samenleving beter maakt. Ik wil niet blijven hangen bij de vraag
hoevéél er precies kan bespaard worden bij de VRT, De
Lijn of de hogescholen. De vraag moet zijn, of we een land willen
waar bespaard wordt op openbaar vervoer maar niet op bedrijfswagens.
Of we een land willen waar banken gered worden, maar onvoldoende
scholen en opvangplaatsen zijn. Waar een CEO een enorme bonus kan
opstrijken omwille van zijn goed bestuur, terwijl dat goede bestuur
honderden mensen hun werk ontneemt. En waar telkens uitvoerig
benadrukt wordt dat de mens een egoïstisch wezen is, terwijl er
evengoed betrokkenheid en sociale verantwoordelijkheid in zijn natuur
zit.

Het
zijn allemaal keuzes die een samenleving moet maken, tussen
verschillende alternatieven die naast mekaar bestaan.
Als
HartBovenHard honderden fietsers mobiliseert, en online
handtekeningen verzamelt van duizenden individuele personen en meer
dan 1200 verenigingen en organisaties, heeft dit volgens mij te maken
met de vraag om die alternatieven kwalitatief te beoordelen, en af te
stappen van de puur economische kijk. Daarom heb ik gisteren
meegefietst.

Katrien Van kerkhoven is bijblijfconsulent bij het ACV. Zij schrijft deze vrije tribune op persoonlijke titel.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!