Komen het Westen en Iran tot een finaal nucleair akkoord?

Maandag 24 november vormt een zeer belangrijke deadline in de onderhandelingen tussen Iran en de zogeheten P5+1 (VS, Frankrijk, Groot-Brittannië, Rusland, China plus Duitsland). Het zal dan exact een jaar geleden zijn dat beide partijen een routeplan overeenkwamen om uit de crisis rond het Iraans atoomprogramma te geraken.

vrijdag 21 november 2014 10:56

Het Westen verdenkt Iran er al
jarenlang van zijn civiel nucleair programma te misbruiken om
kernwapens te produceren. Iran blijft al even lang volhouden dat zijn
atoomprogramma uitsluitend civiele doeleinden dient (de opwekking van
energie). De crisis bereikte een hoogtepunt in 2012 toen Teheran een
zwaar sanctieregime opgelegd kreeg door de VS en de EU. De sancties
kwamen er na insinuaties in een rapport van het Internationaal
Atoomenergieagentschap uit 2011 – gebaseerd op omstreden
bewijsmateriaal – over een mogelijk Iraans kernwapenprogramma. Hoe
groot is de kans dat er op 24 november een finaal akkoord bereikt
wordt?

Stappenplan

In juni 2013 werd Hassan Rouhani, een voormalige nucleaire
onderhandelaar, verkozen tot de nieuwe president van Iran. In
tegenstelling tot zijn voorganger Ahmadinejad wordt
Rouhani als pragmatisch beschouwd, een man met wie volgens het Westen
te praten valt. In november 2013 kwamen het Internationaal
Atoomenergieagentschap (IAEA) en het nieuwe regime in Teheran overeen
om alle openstaande kwesties bij het IAEA gezamenlijk aan te pakken
met een stappenplan, teneinde het exclusief vredevolle karakter van
Irans nucleaire programma te garanderen.

Twee weken later werd er ook
een politiek akkoord bereikt tussen de P5+1 en Iran. Op 24 november
2013 ondertekenden beide partijen een Gemeenschappelijk Actieplan dat
voorzag in een concreet aantal stappen en dat een kader aanreikte
voor onderhandelingen die uiteindelijk moesten leiden tot een
omvattend akkoord binnen de periode van een half jaar. In juli 2014
werd beslist het Actieplan te verlengen tot 24 november 2014.
Concreet werd onder meer overeengekomen dat Iran de verdere
ontwikkeling van het atoomprogramma zou bevriezen, zijn voorraad 20 procent verrijkt uranium zou elimineren en uitgebreide inspecties door
het IAEA zou toelaten. In ruil werd een deel van de internationale
sancties tegen Iran tijdelijk opgeheven, werd een deel van de
bevroren Iraanse middelen in het buitenland vrijgemaakt en beloofde
het Westen geen nieuwe sancties op
te leggen in afwachting van een definitief akkoord.

Naleving

“Het nucleaire programma van Iran zit in een doos en er staat een
camera op gericht”, zo vat de Amerikaanse ngo Arms Control
Association de huidige situatie samen. Elke vooruitgang van het
Iraans nucleair programma werd volledig stopgezet en de
IAEA-inspecteurs kregen dagelijks toegang tot de
verrijkingsinstallaties. Iran is ook gestopt met het verrijken van
uranium tot 20 procent, een concentratie die theoretisch bruikbaar zou zijn
om een kernwapen mee te maken (in de praktijk zouden er echter
honderden kilo’s van nodig zijn).

Kernwapens bevatten doorgaans een
concentratie van minstens 85 procent verrijkt uranium. De bestaande Iraanse
voorraad 20 procent verrijkt uranium werd niettemin ‘verarmd’ naar 5 procent of
omgezet in poedervorm, en het aantal operationele
verrijkingsinstallaties (gascentrifuges) werd gereduceerd tot
ongeveer 10.000 stuks. Bovendien stopte Iran met werken aan de
zwaarwaterreactor van Arak, een installatie die plutonium
voortbrengt, een element dat bruikbaar is om een kernbom te maken. De
voorraad van 25 kg aan 20 procent verrijkt uranium die intussen is omgezet
in poedervorm, wordt tegen 24
november getransformeerd in brandstofcellen voor de
onderzoeksreactor van Teheran.

Al deze maatregelen maken het in de
praktijk onmogelijk voor Iran om op korte termijn voldoende nucleair
materiaal (hoogverrijkt uranium of plutonium) te produceren om een
kernbom te vervaardigen – de hoofddoelstelling van de Westerse
onderhandelingen. Wendy Sherman, de hoofdonderhandelaar van de VS,
noemt de vooruitgang indrukwekkend.

Opheffing sancties?

De economische en financiële sancties tegen Iran, opgelegd door de
VN-veiligheidsraad (2006–2010) met bijkomende unilaterale sancties
van de VS en de EU (2012), zijn bijzonder ingrijpend. De VS-sancties
zijn zelfs van toepassing op allelanden of bedrijven die handel drijven met Iran. De grootste
Franse bank BNP Paribas kreeg deze zomer nog een monsterboete van 9
miljard dollar van de VS omdat het in weerwil van de Amerikaanse
wetgeving toch financieel verkeer gefaciliteerd had met Iran, Cuba en
Soedan. De VS beweert dat BNP Paribas onder zijn rechtsgebied valt
omdat het financieel verkeer met deze landen, onderworpen aan
VS-sancties, gebeurde in dollars.

Op de website van het Belgisch ministerie van Buitenlandse Zaken
kunnen we lezen dat het sanctieregime van de Europese Unie tegen Iran
het meest uitgebreide is tot op heden: “Het omvat maatregelen
inzake wapenhandel, de financiële sector, de transportsector, de
aardolie- en aardgassector, de petrochemie, edelmetalen… Bovendien
werden heel wat entiteiten en personen op een sanctielijst geplaatst,
wier tegoeden werden bevroren (zoals de Centrale Bank van Iran)…
Ook de Verenigde Staten zetten een vergelijkbaar, uitgebreid
sanctieregime op, dat net zoals het EU-sanctieregime, veel verder
gaat dan wat er binnen de VN werd besloten”.

De sedert 2012 extra strenge internationale sancties tegen Iran
hadden een enorme impact. Volgens een rapport van het IMF
(Internationaal Monetair Fonds) is het Bruto Nationaal Product van
Iran tussen 2012 en 2013 met bijna 6 procent gezakt. Door de sancties
ontbreekt het Iran ook aan de nodige investeringsmiddelen en
technisch materiaal om onder meer de olie- en gasproductie op peil te
houden. Tussen 2011 en 2012 zakte de olieproductie met 1 miljoen
vaten per dag (van 4,2 miljoen naar 3,1 miljoen vaten). De totale
olie-inkomsten zakten in dezelfde periode van 118 naar 63 miljard
dollar.

De meest recente voorspellingen van het IMF spreken wel van
een heropleving van de Iraanse economie, wat wellicht te danken is
aan de tijdelijke opheffing van enkele sancties sedert het akkoord
van november 2013. De VS en de EU engageerden zich in dit tijdelijk
akkoord immers tot het nemen van geen nieuwe sanctiemaatregelen.
Andere sancties werden opgeschorst, onder meer de sancties gelinkt
aan de Iraanse export van petrochemische producten. Ook de
sanctiemaatregelen die betrekking hadden op de aankoop en verkoop van
edelmetalen werden opgeschort. Iran kreeg sinds het afsluiten van
het akkoord met de P5+1 een slordige 6 miljard dollar aan
olie-inkomsten doorgestort van de in totaal wellicht meer dan 110
miljard dollar aan bevroren tegoeden.

De nood aan nieuwe
(buitenlandse) investeringen blijft echter hoog. Iran werkt
daarom aan een nieuw soort contract voor internationale
oliebedrijven. Voor het eerst sinds 1979 zouden buitenlandse
bedrijven langdurende contracten (20 tot 25 jaar) kunnen sluiten voor
de exploratie, ontwikkeling én
exploitatie van olievelden, tenminste als de sancties na het
sluiten van een finaal akkoord permanent stopgezet zouden worden.
Daar wordt in internationale economische kringen alvast luidop van
gedroomd. Normale economische betrekkingen met Iran – dat beschikt
over de vierde grootste oliereserve en tweede grootste gasreserve ter
wereld – zouden voor internationale energiebedrijven een ware goudmijn
betekenen.

In afwachting vond in Londen op 15 en 16 oktober 2014
alvast het eerste Iran-Europa Forum plaats, een conferentie over de
economische opportuniteiten in een sanctievrij Iran. De
bedrijfswereld ziet een einde van de sancties dus met veel plezier
tegemoet. De politieke relaties tussen Iran en het Westen lijken ook
voor een stuk te ontdooien. De presidenten van de VS en Iran, Obama
en Rouhani, hadden telefonisch contact in september
2013 – qua symboliek kan dat tellen. Het was immers de eerst keer
sedert 1979 dat er op dit niveau rechtstreeks contact was
tussen beide landen. President Rouhani had ondertussen ook al
ontmoetingen met de Britse premier Cameron en de Franse president
Hollande.

Finaal akkoord

Volgens Lawrence Wilkinson, die betrokken is bij The Iran Project (een Amerikaanse organisatie die betere relaties tussen de VS en Iran
nastreeft) is 95 procent van het finale akkoord tussen de P5+1 en Iran nu
rond. Drie moeilijke kwesties blijven over: hoeveel uranium mag Iran
verrijken, wat moet de implementatietermijn zijn van het akkoord, en
wat met het sanctieregime?

Iran maakt gebruik van gascentrifuges om uranium te verrijken. Het
bezit 19.000 gascentrifuges, waarvan de helft effectief operationeel
is. Iran wil een akkoord waarbij al deze centrifuges blijven draaien.
Het ultieme doel van Iran is om tegen 2021 voldoende verrijkt uranium
aan te kunnen maken om de door Rusland gebouwde en bevoorrade
Bushehr-kernreactor zelf te voorzien van nucleaire brandstof (het
bevoorradingscontract met Rusland loopt af in 2021). Om voldoende
nucleaire brandstof aan te maken tegen 2021 moet er echter een
tienvoud van het aantal centrifuges draaien dat vandaag operationeel
is. Daarom wil Iran een finaal akkoord met de P5+1 dat niet te
lang van kracht blijft (vijf à tien jaren) en dat zijn
verrijkingscapaciteit niet gevoelig aantast.

De VS wil echter een
akkoord dat zo lang mogelijk van kracht is (20 à 25 jaar) en dat de
verrijkingscapaciteit van Iran zoveel mogelijk reduceert (maximaal
1500 gascentrifuges). Washington wil Iran er op die manier zo lang
mogelijk van weerhouden een hoeveelheid verrijkt uranium aan te maken
waar in theorie een kernbom mee geproduceerd kan worden. Bovendien
wil de VS de totale voorraad verrijkt uranium op Iraans grondgebied
beperken tot een paar 100 kilo van de laag verrijkte soort. Wat het
beoogde aantal centrifuges betreft, is de kloof tussen de posities van
Iran en de P5+1 dus groot. De Iraanse onderhandelaars zouden zeer
weigerachtig staan om toe te geven op dit vlak. Ze worden daarbij
aangespoord door binnenlandse krachten, zoals de hoogste geestelijke
leider Ayatollah Khamenei, die al liet optekenen dat Iran het
recht moet hebben om op industriële schaal aan verrijking te doen.

Over een heel aantal zaken werden in de aan de gang zijnde
onderhandelingen reeds akkoorden bereikt. Er werd bijvoorbeeld
overeengekomen dat het ontwerp van de Arak-kernreactor zal aangepast
worden, zodat die veel minder plutonium zal produceren. Verder zal
Iran het Aanvullend Protocol van de IAEA aanvaarden (wat het
agentschap extra middelen geeft om na te gaan of het Iraans nucleair
programma wel voor vreedzame doeleinden gebruikt wordt). Een aantal
andere zaken blijven vooralsnog onderwerp van onderhandelingen,
bijvoorbeeld wat moet er gebeuren met de overcapaciteit aan
gascentrifuges, met de bestaande voorraden laag verrijkt uranium en
met de onderzoeksambities naar meer geavanceerde
verrijkingsinstallaties. Het finaal akkoord zou ook opheldering
vereisen over de mogelijk militaire dimensie van voorbije Iraanse
nucleaire activiteiten en de relatie ervan met het Iraanse
ballistische raketprogramma. Die laatste twee zaken liggen bijzonder
gevoelig in Iran, dat altijd heeft volgehouden dat beweringen over
militaire nucleaire activiteiten gebaseerd zijn op vals
bewijsmateriaal. (Een stelling die bijgetreden wordt door de
Amerikaanse onderzoeksjournalist Gareth Porter in zijn boek
Manufactured Crisis.)

Robert Einhorn, voormalig Speciaal Advisieur voor Non-proliferatie
van de VS, gelooft niet dat de partijen op 24 november 2014 tot een
omvattend akkoord zullen komen. Hij denkt dat het voordelig zou zijn
voor de P5+1 om het huidige tijdelijke akkoord nogmaals te verlengen.

Amerikaanse onwil

Een finaal en omvattend akkoord met Iran zou Obama’s grootste
verwezenlijking zijn op het vlak van de internationale politiek: het
Iraanse verrijkingsprogramma werd het voorbije jaar effectief
bevroren, het Iraanse atoomprogramma staat onder verregaande
internationale controle en het verrijkingsprogramma zal in de
toekomst beperkt zijn, en dit allemaal zonder militair ingrijpen.
Helaas voor Obama is er ook in de VS geen strikte scheiding tussen
binnenlandse en buitenlandse politiek. Het definitief opheffen van de
sancties tegen Iran kan in de VS nooit gebeuren zonder steun van het
Congres, iets waar Obama zeker niet op moet rekenen. Na de
tussentijdse verkiezingen van 4 november 2014 veroverden de
Republikeinen zowel in de Senaat als in het Huis van Afgevaardigden
een meerderheid. De commissies Buitenlandse Zaken en
Bankzaken – zij bepalen het sanctieregime tegen Iran – zullen
gedomineerd worden door de Republikeinse Partij, die in het algemeen
zeer afkerig staat ten opzichte van het Iraanse regime.

Indien het in
november tot een akkoord komt met Iran, zal Obama zijn presidentiële
voorrechten moeten gebruiken om een groot deel van de sancties
tijdelijk op te heffen zónder instemming van het Congres. Vervolgens
zal hij de resterende twee jaar van z’n presidentschap moeten
timmeren aan een akkoord hierover met het Congres. Dat wordt een zeer
grote uitdaging, aangezien het Congres in 2010 nog unaniem instemde
met bijkomende sancties tegen Iran, dat eigenlijk al 35 jaar
onafgebroken aan een Amerikaans sanctieregime onderworpen wordt.
Alvorens zelfs maar te overwegen het sanctieregime tegen Iran in te
trekken, zal de Senaat wellicht bijkomende toegevingen eisen, iets
wat voor Iran onbespreekbaar is. Teheran ziet geen enkele reden om af
te zien van zijn in het Non-proliferatieverdrag vastgelegde recht om
een vreedzaam nucleair programma uit te bouwen, met inbegrip van
uraniumverrijking en onder strikte controle van het IAEA.

Voor het geval er geen akkoord komt op 24 november, ligt in het
Amerikaans Congres de wetgeving om extra sancties op te leggen aan
Iran al klaar. De oppositie tegen een finaal akkoord met Iran komt
vooral, maar zeker niet alleen, uit Republikeinse hoek. De
Democratische senator Menendez, voorzitter van de Senaatscommissie
Buitenlandse Zaken en slippendrager van AIPAC (de meest invloedrijke
Amerikaanse pro-Israël lobbygroep), was mede-initiatiefnemer van de
Nuclear Weapon Free Iran Act die werd neergelegd in december
2013. De stemming van deze wet ter uitbreiding van de sancties tegen
Iran werd toen onder grote druk van de Amerikaanse regering
uitgesteld. Als ze alsnog gestemd zou worden, zou dat de doodsteek
betekenen voor verdere onderhandelingen met Iran. Bovendien zou het
de VS letterlijk verplichten om Israël militair te steunen
indien Israël “zich genoodzaakt zou zien om militaire acties te
ondernemen tegen Iran”.

Constructief

Een omvattend akkoord en dus een beëindiging van het sanctieregime
kan leiden tot een normalisering van de betrekkingen tussen het
Westen en Iran. Dit zou op zich de grootste garantie geven op een
vreedzaam Iraans nucleair programma en op meer stabiliteit in het
Midden-Oosten. Indien een finaal akkoord echter gesaboteerd wordt en
er geen einde komt aan de sancties, dan geeft men Iran alle redenen
om de uitgebreide controles op zijn nucleair programma stop te
zetten. Indien het huidige constructieve diplomatieke proces
uiteindelijk geen vruchten draagt, dan mogen we ons op termijn
hoogstwaarschijnlijk verwachten
aan een nieuw gewapend conflict in het Midden-Oosten.


Pieter Teirlinck is
stafmedewerker van Vrede vzw

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!