Carrière versus appeltaart?

Teaser fallback community afbeelding

Mommy wars. Ploetermoeders. Thuisblijfmoeders en deeltijds werkende moeders versus carrièrevrouwen. Naar appeltaart en koekjes geurende opgeruimde huizen versus zielige kindertjes die als laatste worden opgehaald.

Enigszins gelaten volgde ik het debat. Een debat tussen vrouwen heet al snel geen debat meer. We hebben daar blijkbaar pejoratieve termen voor nodig, zoals mommy wars in dit geval. Niet veel beter dan sjakosjengevecht of catfight. Debatterende vrouwen zijn emotioneel, onredelijk of in het ergste geval hysterisch. Debatterende mannen zijn gewoon mannen met een standpunt. Semantiek is geen bijzaak.

Het bij wijlen vurige debat barstte los toen een deeltijds werkende moeder vertelde waarom ze de keuze voor deeltijds werken maakte, en hoe dat haar levenskwaliteit en die van haar gezin had bevorderd. Legitiem.

Maar waar de meeste feministes over vielen was dat ze de vaders vergat te vermelden. Waar zaten die in vredesnaam? Waarom moesten moeders altijd een stapje terugzetten of het rustiger aan doen? Terechte kritiek.

De maatschappijkritische doordenkers struikelden dan weer over het feit dat de schrijfster zich schikte in de normen en mantra’s van ons huidige economische bestel. Hoezo een loopbaan moet 45 jaar duren? Waarom? Omdat VOKA dat zegt? Waarom geen arbeidsduurverkorting op de debattafel leggen? Terechte kritiek alweer.

Enzovoort.

Ik wachtte geduldig tot er iemand zou rechtstaan en vriendelijk vragen waar de laaggeschoolden, de iets minder bedeelden, de alleenstaande ouders zich precies bevonden in het debat. Mensen voor wie thuisblijven en zelfs deeltijds werken gewoon geen optie is, omdat ze dan geen dak boven hun hoofd en het dagelijks brood meer kunnen betalen. Mensen voor wie kiezen niet aan de orde is.

In al het gekissebis over een gelijke verdeling van arbeid en zorg tussen vrouwen en mannen zagen we een aantal belangrijke dingen over het hoofd: Bijvoorbeeld dat niet iedereen een partner heeft om huishouden en zorg mee te delen. Of dat sommige tweeverdieners een gezinsinkomen hebben dat net volstaat om in hun basisbehoeften te voorzien, en er voor hen dus geen sprake is van ‘keuzes’ en ‘opties’. Of dat kinderen ook wel eens een mening zouden kunnen hebben over de keuzes van hun ouders, keuzes die een grote impact hebben op hun eigen leven en opgroeien.

Terwijl wij latteslurpend opiniestukken lazen en deelden op onze laptops, zagen we lompweg een aanzienlijke bevolkingsgroep over het hoofd. Een vijfde van de Vlaamse kinderen heeft gescheiden ouders. Bijna een kwart van de gezinnen zijn eenoudergezinnen. Met wie moeten die ouders afspraken maken over de kinderen, de vaat en de vuilnisbakken? En wat vinden kinderen ervan dat ze hun ouders voornamelijk zien in het week-end om samen ‘quality time’ door te brengen, maar in de week hun grote en kleine zorgen en verdriet elders kwijt moeten?

Hoe constructief en waardevol het actuele debat over de verdeling van arbeid en zorg ook moge zijn, het mag niet voorbijgaan aan de noden van een grote groep mensen in een kwetsbare positie. Zij worstelen net zo goed, zo niet nog meer, met het evenwicht tussen zorg en werk. Dat evenwicht is al een tijdje zoek. Hoe we het terugvinden is een zaak die iedereen aangaat.

Een maatschappelijk debat tussen hoogopgeleide tweeverdienende middenklassers is waardeloos als het er niet in slaagt buiten de eigen veilige cocon te kijken.

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?