Opinie -

Zwarte Piet gaat over veel meer dan Zwarte Piet

Met Zwarte Piet is ook weer de Zwarte Piet-discussie in het land. En dat zullen we geweten hebben. De inzet van het debat is nog steeds de vraag of Zwarte Piet al dan niet racistisch is. Die vraag stellen is genoeg om een regen van pro's en contra's op het dak te krijgen, maar het woord dat netjes uit het geweld van het debat gehouden wordt is het begrip 'racisme' zelf.

donderdag 20 november 2014 11:57

Als het
begrip ‘racisme’ al ter sprake komt, dan wordt het meestal op
een willekeurige en ondoordachte wijze gebruikt. Het is
symptomatisch voor de armoedige wijze waarop het racismedebat gevoerd
wordt in de Lage Landen. En het verklaart ook ten dele waarom het
Zwarte Piet-debat steevast eindigt in een dovemansgesprek. Alvorens
we zinvol willen discussiëren over Zwarte Piet en racisme, dienen we dus
te bepalen wat racisme precies is.

Over
bloed, ras en kleur

Misschien
helpt het om eerst aan te duiden wat racisme nièt is. Laat me een
voorbeeld geven. Toen de gevel van journalist Peter Verlinden in juni
beklad werd met het woord ‘negers!’, werd er een uitzending van
radioprogramma Hautekiet gewijd aan racisme. De titel van de
uitzending was erg veelzeggend: “Zit er een stukje racisme in elk
van ons?” Het uitgangspunt was dus dat racisme een ‘gevoel’ is.
Iets zoals jaloezie of opvliegendheid. Een slechte maar natuurlijke
eigenschap die we moeten trachten te bedwingen door opvoeding en
vorming. Ook tijdens het Zwarte Piet-debat komt die visie op racisme
bovendrijven.

Waar zit de fout? Racisme en xenofobie
worden met elkaar verward. Of beter: racisme wordt gelijkgesteld aan
xenofobie. Xenofobie heeft te maken met de angst voor het vreemde.
Zachter uitgedrukt: het wantrouwen ten aanzien van het niet-eigene.
Dat is een universeel gegeven. We zijn inderdaad geneigd om naaste
verwanten, vrienden en kennissen meer te vertrouwen dan
vreemdelingen.

Xenofobie
verschilt van racisme in de zin dat racisme een welonderscheiden,
historische ideologie is. Onder ‘ideologie’ moet hier verstaan worden:
een min of meer coherent geheel van voorstellingen, praktijken en
handelingen die een specifiek mens- en wereldbeeld reproduceren. Dat
wereldbeeld bepaalt op zijn beurt hoe mensen zich gedragen en
positioneren ten opzichte van elkaar.

Racisme als ideologie
centreert zich rond het concept ‘ras’ of afgeleiden daarvan, zoals
‘bloed’ en ‘huidskleur’. Op basis van het begrip ‘ras’ wordt een hiërarchische relatie aangebracht tussen verschillende
‘rassen’. Concreet: het ‘blanke’ ras wordt superieur geacht aan het
‘gekleurde’ ras. Dat gebeurt via velerlei afgeleiden van het
basisidee: gekleurde mensen zijn irrationeel, promiscue, onhygiënisch,
primitief en zo meer. Bottom line is steeds dat het blanke ras de
tegenovergestelde eigenschappen bezit en daardoor superieur is. Dat
idee van superioriteit maakt het legitiem dat het blanke ras andere
rassen onderdrukt.

Het is
van belang in te zien dat deze racistische ideologie op een bepaald
moment in de geschiedenis ontstaat. In het Europa van de late
Middeleeuwen en de vroege renaissance doet het begrip ras (of
varianten ervan) zijn intrede in het West-Europese vertoog. Niet
toevallig natuurlijk. Het is de tijd waarin Europeanen de wereldzeeën
bezeilen op zoek naar goedkope grondstoffen. Het is ook de tijd
waarin goedkope werkkrachten nodig waren om die grondstoffen te
ontginnen. Racisme was de ideologie die deze koloniale praktijk
rechtvaardigde én in stand hield. En dat tot diep in de twintigste
eeuw: het apartheidsregime in Zuid-Afrika en de segregatie in de VS
zijn er het directe product van.

Conclusie:
racisme is een ideologie die ontstond in het vroegmoderne
West-Europa. Een ideologie die een systeem van uitbuiting, slavernij
en gewelddadige, (pre-)kapitalistische exploitatie in de hand hield
en ook versterkte. Het was een machtssysteem gebaseerd op het idee
van Westerse, blanke superioriteit.




Goed,
zullen sommigen zeggen, maar van die ideologie zijn we nu wel
verlost. Het kolonialisme, de apartheid, de segratie, ze zijn voorbij. Racisme is iets dat tot het verleden behoort. We
onderscheiden mensen niet meer op basis van ras. Welnu, het klopt
inderdaad dat expliciete onderscheidingen op basis van ras niet
langer mainstream zijn. Hoewel dat niet betekent dat ze verdwenen
zijn. Supporters die bananen naar gekleurde spelers smijten, gevels
die beklad word met ‘negers’, spreken over ‘makakken’. Het is nog
steeds van deze tijd.

Maar in
het publiek en politieke debat heeft de expliciete referentie naar
ras plaatsgemaakt voor een referentie naar cultuur. De ene cultuur
zou nu ‘achterlijker’ of ‘onaangepaster’ zijn dan andere. Zichzelf op de borst kloppend heeft menig
politicus verkondigd dat de
Westerse cultuur superieur is. Maar bemerk dat het concept ‘cultuur’
een zelfde functie vervult als het concept ‘ras’. Het brengt een
hiërarchisch onderscheid aan tussen bevolkingsgroepen en de
scheidingslijn tussen die groepen komt vaak naadloos overeen met
verschillen in huidskleur. Dat hiërarchisch onderscheid
rechtvaardigt oorlogen, legitimeert een paternalistische politiek,
bevordert uitsluitingen en houdt machtsonevenwichten in stand. Het
hangt evenzeer samen met een kapitalisme dat teert op lageloonlanden,
goedkope werkkrachten en beperkingen van het vrij verkeer tussen
personen.

Moraliseren

Het is
zonneklaar dat Zwarte Piet past binnen een racistische ideologie
zoals ik die hierboven geschetst heb. Het idee van een blanke meester
en zwarte knecht, het slavenpakje, de rode lippen, de guitige
ondeugenheid, de luiheid en de ‘grappige’ irrationaliteit van Zwarte
Piet: het zijn stuk voor stuk eigenschappen die product zijn van een
racistische ideologie. Het is erg moeilijk om zoiets te ontkennen.

De
vraag is  dan: waarom weigeren zoveel mensen dit te erkennen? Waarom is
het zo moeilijk te aanvaarden dat Zwarte Piet past binnen een
klassiek racistisch wereldbeeld? Een deel van de reden hiervoor moet
gezocht worden in, opnieuw, een verkeerde interpretatie van wat
racisme is.

Racisme
wordt vaak gereduceerd tot de meeste manifeste symptomen ervan:
fysieke of verbale agressie tegenover andere bevolkingsgroepen,
gaande van pestgedrag tot genocide. Gevolg is dat racisme een
moreel beladen term is. Iemand of iets racistisch noemen
wordt opgevat als een zware morele veroordeling. Een praktijk als
Zwarte Piet als racistisch bestempelen, schiet bij velen exact om die
reden in het verkeerde keelgat. Want, zo gaat de redenering dan, wat
heeft het vieren van een onschuldig kinderfeest nu te maken met
geweld tegenover minderheidsgroepen? Hoe durven ze ons, vredelievende
en goedbedoelende burgers, te beschuldigen van racisme?

Die tegenreactie berust op een erg moralistische interpretatie van
wat racisme is. Wat vergeten wordt is dat racisme als ideologie vaak
onbewust gereproduceerd wordt. Een wereldbeeld en een machtsorde
wordt via een geheel van praktijken gereproduceerd en vaak zijn we
ons er niet van bewust dat we een bepaalde kijk op de wereld aan het
reproduceren zijn.

Laat me
een voorbeeld uit een andere context geven. Een vrouw gaat op een
date met een man. Aan het einde van het etentje, biedt de vrouw aan
om de rekening te betalen. Maar de man weigert. Dat hoort niet, vindt
hij. Het is aan de man om een vrouw te trakteren. Niet andersom. Dat
is beleefdheid, volgens hem.

Of het
nu al dan niet beleefd is of niet om een vrouw te trakteren, doet er
hier niet toe. Waar het om draait is dat het hele idee dat mannen per
se vrouwen moeten trakteren, bijdraagt aan een wereldbeeld waarin de
man zorgt voor de vrouw. De vrouw wordt geportretteerd als een wezen
dat bescherming, ondersteuning en dus een ‘sterke’ man nodig heeft.
Het houdt dus een zekere machtsorde in stand die de ongelijkheid
tussen mannen en vrouwen bestendigt. Maakt dat van de man in het
voorbeeld een immorele seksist? Nee, uiteraard niet. Maar onbewust
verspreidt hij een wereldbeeld waarin seksisme verder kan
gedijen, tot en met de meest gewelddadige manifestaties ervan.
Hetzelfde geldt voor Zwarte Piet en racisme.

De
discussie over Zwarte Piet is geen morele discussie. Het gaat er niet
om mensen te beschuldigen. Wel is het een poging om een kritisch
bewustzijn te scheppen. Een bewustzijn omtrent het feit dat er een
connectie bestaat tussen de heel expliciete en gewelddadige
manifestaties van racisme en de onbewust uitgevoerde, alledaagse
praktijken. Wat een racistische geweldpleging, discriminatie op het
werk en Zwarte Piet met elkaar delen is een gezamenlijk wereldbeeld.
Deze verschillende praktijken dragen in meer of mindere mate ook bij
tot een bestendiging van een racistisch wereldbeeld.

Zwarte
Piet als racistisch bestempelen, berust dus niet op een morele
veroordeling. Wel is het een oproep om kritisch om te gaan met
alledaagse praktijken die een bepaald wereldbeeld in stand houden.
Het is een bewustzijn dat geschopt wordt. En in die zin hebben de
activisten bij voorbaat gewonnen. Zwarte Piet is reeds gepolitiseerd
en zal nooit meer de onschuldige connotatie hebben die het eens had.
De strijd is op dat vlak reeds half gewonnen.

Pietluttigheden

Is
het wel de moeite waard om zoveel energie te steken in deze
controverse? Een deel van de linkerzijde en antiracistische
activisten vinden van niet. Het argument dat ze naar voor schuiven is
dat er andere, meer dringende vormen van onrecht zijn die moeten
aangeklaagd worden. Voor sommigen is de hele Zwarte Piet-discussie
zelfs een schijndebat dat de ‘ware (klassen)tegenstellingen’ of het
‘échte racisme’ verdoezelt. Kortom, een afleidingsmanoeuvre dat
uiteindelijk in de kaart speelt van heersende groepen of een loutere
symbolenkwestie.

Het
probleem met deze kritiek is dat er een ondemocratische tendens
achter schuilt. Blijkbaar weten sommigen beter dan anderen welke
strijden er moeten gestreden worden en welke niet. Men gaat er stilzwijgend van uit dat er een objectieve hiërarchie bestaat tussen
verschillende vormen van onrecht en politieke strijd en dat een
waarachtig emancipatorisch project die hiërarchie dient te
onderschrijven. Verzuchtingen van activisten op het terrein worden op
pretentieuze wijze weggehoond als irrelevant en niet onderbouwd. Het
is exact hierin dat het ondemocratische element schuilt.

Er
is meer aan de hand. Achter deze kritiek gaat ook een foutieve visie
schuil omtrent hoe een politieke strijd zich ontwikkelt. Complexe
mechanismen als racisme en discriminatie kan je nooit op zich
aanvallen. Er bestaat niet zoiets als ‘écht racisme’. Net omdat
racisme een complex en alomvattend mechanisme is, dat zich slechts
in heel particuliere en soms triviale wijze laat zien.

Wat
nodig is zijn concrete casussen waarrond de verontwaardiging zich kan
centreren en van waaruit het debat en de strijd kunnen gevoerd worden.
Die casus is nooit de kern van de strijd, wel het vertrekpunt
ervan. Het fungeert als een hefboom om een wijd vertakte problematiek
aan te kaarten.

Zwarte
Piet is een dergelijke hefboom. Niemand is zo naïef om te geloven
dat het racisme zal verdwijnen wanneer we zwarte door blanke Pieten
vervangen. Dat is ook niet de eigenlijk inzet van het debat. Zwarte
Piet is wel een aanleiding om de subtiele en vaak
onbewust gereproduceerde mechanismen aan te kaarten die toelaten dat
racisme blijft gedijen. Zwarte Piet is een symptoom van latent
racisme en daarom een casus van waaruit een bredere bewustmaking
omtrent racisme kan opgebouwd worden. Zwarte Piet ging nooit over
Zwarte Piet. Het ging van het begin af aan over racisme.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!