Bart Potters

Straffe koppen werken aan werkbaarheid

Het gaat niet zo goed met de arbeidskwaliteit in Vlaanderen. De helft van de werknemers heeft een job die niet vol te houden is. Reeds jaren wordt dit onderzocht en reeds jaren is er wetgeving over welzijn op het werk, maar er verandert niet veel. Wat is er aan de hand en wat zijn de gevolgen voor werknemers en de ondernemingen?

woensdag 19 november 2014 11:51

In 2001 stelde de toenmalige regering (Verhofstadt I) het pact van Vilvoorde op. Een krachtlijn van dit pact was dat de tewerkstellingsgraad moest stijgen door de kwaliteit van de jobs te verbeteren. Een nieuwe term was geboren: “werkbaar werk”.

De Stichting Innovatie en Arbeid (vroeger bekend als Stichting Technologie Vlaanderen) kreeg als onderzoekscel van de SERV (Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen) de opdracht om metingen te doen naar arbeidskwaliteit of werkbaarheid. Het belang van dit onderzoek werd onmiddellijk ingezien en de Stichting kreeg groen licht om het aan te pakken zoals het hoort: groot. 20.000 werknemers uit alle mogelijke sectoren werden bevraagd naar hoe ze hun werk beleven. Ook onderzoekers van de universiteit van Brussel werkten mee.

De resultaten van de eerste meting waren niet zo erg positief. Slechts 53 procent van de werknemers had een job die werkbaar is. Tien jaar later blijkt uit de vervolgonderzoeken dat er niet veel verbeterd is: we zitten nu op 55 procent.

Werkbaarheidsknelpunten

Positief aan het onderzoek is dat we nu weten welke criteria de werkbaarheid van het werk bepalen. De werkbaarheidsmonitor – zo heet het onderzoeksrapport – stelt dat er vier knelpunten zijn die bepalen of de job houdbaar is of niet. Wie in zijn job tevreden is over de leermogelijkheden, gemotiveerd aan de werkdag begint, geen problemen ondervindt om werk met privé te combineren en geen klachten krijgt door werkstress: die heeft een werkbare job. Alle vier deze criteria moeten positief zijn. Hapert er eentje, dan heb je geen werkbaar werk.

We kunnen nog verder gaan. De werkbaarheidsmonitor geeft ook aan welke risico’s bepalen of die vier knelpunten wel of niet gaan voorkomen. Sinds 2004 weten we dat de mate van autonomie (zelf over taken kunnen beslissen), variatie, ondersteuning door de leidinggevende, emotionele belasting (aangrijpende situaties op het werk), werkdruk en de fysieke omstandigheden bepalend zijn voor een of meer werkbaarheidsknelpunten.

De gevolgen 

De gevolgen van het gebrek aan werkbaar werk kan je in drie grote groepen verdelen: klachten bij personeel, prestatievermindering van de ondernemingen en stijgende kosten in de sociale zekerheid. De klachten die het personeel ondervindt, zijn voornamelijk gezondheidsklachten. Stress is hier een grote boosdoener: kans op aanhoudende hoofdpijn en slapeloosheid verdubbelt, de kans op hartklachten verdrievoudigt en de kans op een depressie vervijfvoudigt. De werknemer valt uit. Voor de ondernemingen betekent dit dat ze met veel verzuim en verloop te kampen hebben en dat de prestaties van medewerkers achteruitgaan.

Volgens cijfers van Securex leidt enkel de werkstress al tot een meerkost van 2,4 miljard euro per jaar voor alle Belgische bedrijven samen. De sociale zekerheid heeft het niet gemakkelijker. Er zijn ramingen tussen 2 en 6 miljard euro per jaar: de ene rekent enkel de kost van het vervangingsinkomen tijdens het werkverlet terwijl anderen ook dokterskosten, medicatie en therapie meetellen. Het is nog wachten op een duidelijker cijfer.

Langer werken?

De debatten over werkbaar werk, leeftijdsbewust personeelsbeleid en langer werken zijn sterk aan elkaar verbonden. Werkbaar werk en leeftijdsbewust personeelsbeleid zijn factoren die langer werken op termijn mogelijk zouden kunnen maken. ‘Op termijn mogelijk zouden kunnen maken’ is een voorzichtige uitdrukking, omdat de resultaten van de werkbaarheidsmonitor en andere onderzoeken eerder zorgwekkend zijn.

De 55 procent gelukkigen met een werkbare job geven niet allemaal aan de pensioenleeftijd te zullen halen in hun huidige functie. Slechts 83 procent acht dat haalbaar en bij elk extra knelpunt dat er bij komt gaat er 20 procentpunt af (één knelpunt 63 procent, twee knelpunten 43 procent,…). In totaal ziet 35 procent van de werkende bevolking zich niet in zijn huidige functie de pensioenleeftijd werkend te halen.

Er zijn andere interessante onderzoeken die deze tendens versterken. Iedereen zal wel weten dat in ons land en daarbuiten de levensverwachting stijgt. Dit wordt als argument aangehaald om langer te werken. Naar de gezondheidsverwachting of levensverwachting in goede gezondheid wordt echter minder gekeken. Deze daalt! Al meer dan tien jaar.

Gezondheidsverschil

Uit het eerste groot onderzoek naar gezondheidsverwachting konden we vaststellen dat er heel grote verschillen zijn. Een gemiddelde laaggeschoolde werknemer is maar gezond tot zijn 57 (cijfer 1997) en een gemiddelde academicus leefde toen in goede gezondheid tot 73. Een verschil van maar liefst 16 jaar terwijl het verschil in levensverwachting op basis van scholingsgraad maar 6-7 jaren bedroeg.

Bijna twintig jaar later is dit gezondheidsverschil groter geworden, er is twee jaar afgegaan bij de laaggeschoolde en enkele maanden bij de hooggeschoolde. Vervolgonderzoeken uit 2004 en 2009 geven duidelijk een tendens aan: in België stijgt voor iedereen de levensverwachting, terwijl voor iedereen de gezondheidsverwachting daalt.

We leven langer, maar beginnen sneller gezondheidsklachten te vertonen die leven en werk belemmeren. De gemiddelde werknemer in België is een jaar voor de wettelijke pensioenleeftijd van 65 niet meer gezond genoeg voor een voltijdse job. Misschien is het tijd, dat in het debat over langer werken de focus verschuift naar de voorwaarden die langer werken mogelijk maken. Gebeurt dat niet, dan zou het verschil tussen een onderneming en ziekenboeg kleiner kunnen worden dan vandaag het geval is.

Straffekoppen.be

Er gebeurt te weinig. De evolutie van de werkbaarheid is niet groot genoeg. Vlaanderen heeft zich tegen 2020 als doel gesteld 60 procent te bereiken. Met een stijging van 54,3 procent tot 54,6 procent tussen 2010 en 2013 lijkt het niet dat dat gehaald zal worden.

Daarom zijn in 2012 medewerkers van het ACV, het ABVV en SERR-RESOC met steun van het ESF gestart aan een project om werkbaarheid beter bespreekbaar te maken in de ondernemingen. Na een grondige onderzoeksfase naar werkbaarheid en hoe er in de ondernemingen acties ondernomen worden om de werkbaarheid te verhogen, ontwikkelde dit samenwerkingsverband een website.

Op www.straffekoppen.be vind je informatie over werkbaarheid, over werken aan werkbaarheid en een volledige webtool die werknemers en hun vertegenwoordigers helpen om positieve en negatieve signalen over het werk beter te herkennen. Zo wil www.straffekoppen.be een ondersteuning zijn om betere analyses te maken, scherpere doelen te formuleren en concrete stappen in de richting van dat doel te zetten.

De medewerkers van het project zijn met de webtool de boer opgegaan en hebben in verschillende bedrijven samen met de militanten analyses gemaakt van de werksituatie en het overleg voorbereid. Militanten zijn enthousiast over de eerste resultaten die vooral bestaan uit stevigere dossiers.

Bronnen 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!