Gratis bestaat niet? O, jawel

“Gratis bestaat niet”. Het is met behulp van deze mantra dat de neoliberale regering de aanval inzet op een reeks voorzieningen, zoals openbaar vervoer voor bepaalde kwetsbare doelgroepen. Het is een mantra, dat wil zeggen een religieuze slogan, want de idee dat niets gratis is, is precies de kernidee van het neoliberale denken.

woensdag 19 november 2014 14:16

Alles – letterlijk
alles – kan mogelijk tot koopwaar gevormd worden en dus “for profit
verhandeld worden. De aarde, de lucht, het
klimaat, de mens, een idee of gedachte, vrede, vriendschap, vrijheid:
dat zijn zaken die traditioneel buiten de markt stonden – die dus altijd
gratis waren – en het feit dat allerhande goederen die vroeger uit de
markt werden gehouden er nu worden in gezogen is geen effect van een
natuurwet.

Het is een effect van een ideologische keuze die
neoliberalisme karakteriseert, en ze vormt een breukvlak met de
“sociaaldemocratische consensus” die in West-Europa na de Tweede
Wereldoorlog domineerde.

De ideologische verschuiving

In die oudere consensus werden een
groot aantal goederen en diensten buiten de competitieve “for profit”-markt gehouden, vanuit het argument dat nutsvoorzieningen en andere
basisbehoeften (brood bijvoorbeeld, waarvan de prijs gereguleerd wordt)
voor iedereen nodig waren. Een welvarende samenleving moest die basisbehoeften voor iedereen garanderen, en tant pis
indien dat een “inbreuk op de economische wetmatigheden” was.

De markt
mocht spelen in domeinen waarin die markt het nuttigste
verdeelmechanisme was; niet dus in domeinen waarin de markt bestaande
ongelijkheden zou versterken of nieuwe zou genereren. Gelijkheid was
immers een doelbewuste politieke keuze, en ze was de oorzaak van de
spectaculaire economische hausse in de decennia na 1945 en van de
opkomst van een brede middenklasse in Europa.

De EU heeft zich, paradoxaal, de
afgelopen twee decennia ingespannen om precies dit beginsel doorheen de
gehele unie naar de schroothoop te verwijzen. De Unie was en is de
voornaamste motor in de ideologische verschuiving van een
sociaaldemocratische naar een neoliberale consensus, en ze gaat al
decennia uit van een aanname die door de feiten volkomen onderuit wordt
gehaald: dat een competitieve markt in de eerste plaats goed was voor consumenten die
betere kwaliteit aan een betere prijs zouden verkrijgen. 

Het effect op,
bijvoorbeeld, onze electriciteitsfactuur kennen we inmiddels, en het
neologisme “energie-armoede” spreekt boekdelen als het op het argument
van “betere prijs” aankomt. De afschakelplannen voor elektriciteit en de
diverse grote elektriciteitspannes van de laatste tijd geven ook aan
dat het met de kwaliteit van de voorzieningen niet al te best is
gesteld. En we weten dat deze verschuiving – steeds meer basisbehoeften
die naar de competitieve markt worden gebracht – niets te maken heeft
met economie (een economie draait even goed wanneer er weinig dan wel veel goederen in verhandeld worden) maar alles met politiek.

“Gratis bestaat niet” is een politieke regel, geen economische.

Dubbel betaald

Bovendien schort er van alles aan die logica. Als we naar het
openbaar vervoer als voorbeeld kijken, dan heeft “gratis” niets te maken
met het feit of mensen al dan niet een bedrag betalen voor hun reis.
Die voorzieningen zijn immers al gefinancierd: vanuit belastinggeld.

Openbaar vervoer was daarom, ook onder Stevaert, nooit gratis. Het was
al betaald via publieke middelen. Er was dus niemand die gratis het
openbaar vervoer gebruikte.

De aanval op “gratis” voorzieningen komt erop neer dat de burger tweemaal betaalt: een keer door middel van de belastingen, en een tweede
keer doordat een “marktprijs” wordt gevraagd voor de reis.

Ook dat is
geen noodzaak maar een keuze, die collectieve financiering (die
solidariteit en herverdeling veronderstelt – ook wie nooit de tram neemt
betaalt ervoor) wil vervangen door individuele financiering (die dus
uit het netto-inkomen, na belastingen, betaald moet worden). Die
marktprijs is dan ook gewoon een “pestbelasting” boven op een reeds
betaalde belasting. Het “non bis in idem”-beginsel – men kan geen
tweemaal betalen voor hetzelfde – wordt graag ingeroepen wanneer het
over vermogensbelastingen gaat. Het wordt echter constant overtreden
wanneer het om publieke voorzieningen gaat.

Burgerbewegingen en protestgroepen moeten die dwaze “gratis bestaat
niet”-retoriek onderuit halen. Jawel, het bestaat wel, en het moet ook
bestaan. Niet alles is koopwaar, en niet alles is privaat bezit en
winstgevend kapitaal. En daarnaast: de collectief gefinancierde
voorzieningen zijn al betaald door ons. Dus gratis zijn ze al niet.
Waarom moeten we dan prijsverhogingen slikken voor het gebruik ervan?

En toch?

Het is paradoxaal dat net de believers van de “gratis
bestaat niet”-mantra allerhande dingen “gratis” maken of houden. Toch is
het logisch, want wanneer men enkel de markt laat spelen is er slechts
één instrument: de marktprijs. En “gratis” is nu net één van de
voornaamste marketingtools.

Onze autowegen blijven, in contrast met het
openbaar vervoer, “gratis”. Grote bedrijven die zich in dit land
vestigen genieten van belastingvoordelen die vaak dichtbij “gratis”
komen. Bedrijven investeren niet in onderwijs en krijgen dus “gratis”
een permanente stroom van hoogperformante en uiterst goed opgeleide
werknemers aangeboden.

“Gratis”, uiteraard, heeft hier de betekenis van
hier boven: deze dingen zijn reeds betaald uit belastinggeld. Elk van
ons moet dan ook solidair en herverdelend handelen tegenover
transportbedrijven en gebruikers van bedrijfwagens, tegenover
multinationals die hier hun hoofdkwartieren vestigen, en tegenover
bedrijfleiders die geen duit in het onderwijs investeren maar er wel
maximaal voordeel uit halen. Om de één of andere reden moeten we dus
aannemen dat deze zaken “goed voor iedereen” zijn, en dus best “gratis” blijven.

Ook de idee van “gratis” arbeid is de aanhangers van de neoliberale
logica niet ongenegen. Karel Van Eetvelt – iemand die via zijn bedrijf
Matexi heel wat zaken “gratis” ontvangt vanwege de belastingbetaler –
mijmerde onlangs dat stagiairs even goed onbezoldigd aan de
slag zouden kunnen. In een prijzenoorlog is “gratis” het laagste niveau.
Het is dus niet onbespreekbaar, integendeel. Maar enkel private
ondernemers blijken hierover beslissingen te mogen nemen, niet de
samenleving in haar geheel.

De logica van privatisering en competitie
heeft immers één groot effect – the elephant in the room: de
verschuiving van macht weg van collectieve democratische eenheden naar
individuele private eenheden. Het zijn dus, merkwaardig genoeg,
ondernemers die vandaag de dag lobbyen, niet voor geen gratisverhaal, wel voor een ander
gratisverhaal. Voor hen is “gratis” een kernbegrip, terwijl men dat
begrip met alle macht uit ons politiek vocabulaire wil peuteren.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!