Besparingen, pensioen, loon: Belgische sociale beweging klaagt “kamikazeregering” aan
Tussen 110.000 en 130.000 mensen hebben betoogd in Brussel op 6 november. Daarbij hoorden natuurlijk de belangrijkste Belgische socialistische (ABVV), christelijke (ACV) en liberale (ACLVB) vakbonden. Maar zij waren niet alleen: verschillende burgers die nooit hadden deelgenomen aan een dergelijke samenkomst, waren ook aanwezig om hun afkeer te uiten van de verschillende al goedgekeurde of nog goed te keuren Belgische regeringsmaatregelen. Wat als die opkomst een blauwdruk vormt voor een omvangrijke Belgische sociale beweging tegen de besparingsmaatregelen?
Staat Brussel in brand?
In de algemene pers werd die vraag niet gesteld. Met schokkende foto’s als bewijs, werd het geweld van de dokwerkers echter wel uitgebreid becommentarieerd. De geschreven en audiovisuele pers zijn teruggekomen op de aanvaringen tussen de politie en de betogers. Op een kortzichtige manier werd alcoholmisbruik of de vermeende band tussen havenarbeiders en extreemrechtse groeperingen voor het voetlicht geplaatst. Van de 2.000 dokwerkers die aanwezig waren in Brussel op 6 november, nam slechts een minderheid van ongeveer 200 mensen deel aan de onlusten met de politie. Alleen La Libre Belgique [1], een Franstalig dagblad, heeft op 8 november de context van dat uitgelokte geweld opnieuw onder de aandacht gebracht.
Sinds 1972 hebben de dokwerkers, voor betere werkomstandigheden en door sociale strijd, een statuut verkregen waardoor ze beschermd zijn tegen concurrentie. In elke Belgische haven is dat beroep beschermd. Bedrijven zijn verplicht om te rekruteren uit een arbeiderspool beheerd door een openbare instelling. Dat originele statuut “dat buiten de arbeidsmarkt valt” laat de dokwerker toe om zijn salaris en werkomstandigheden te behouden bij om het even welke werkgever.
11 miljard euro besparingen
Dat statuut ligt sinds verschillende jaren onder vuur door de Europese Commissie die het als een inbreuk beschouwt op de vrije concurrentie en vrije vestiging van multinationals in de Europese havens. Die bedreiging krijgt nu een tastbare vorm. De Europese Unie heeft een inbreukprocedure opgestart tegen België en de federale regering voorziet in haar regeringsakkoord een herziening van het dokwerkersstatuut. In die context zijn de aanvaringen, die gepaard gingen met de manifestatie in Brussel, beter te begrijpen.
De havenarbeiders uit Antwerpen en Gent zijn niet de enigen die zullen worden getroffen door de besparingsplannen van de federale regering. Om de omvang van de betoging nog beter te begrijpen, moet men die ook in de sociale context plaatsen waarbij, sinds een paar weken, verschillende sectorconflicten uitbraken bij de politie, in gevangenissen, bij werklozen of ook bij studenten geneeskunde. De nieuwe Belgische regering, die door de sociale actoren omgedoopt is tot de “Monaco-coalitie” of ook “kamikazeregering”, wil 11 miljard besparen tijdens de huidige legislatuur door voornamelijk te knippen in de staatsuitgaven.
Wettelijke pensioenleeftijd verschuift van 65 naar 67 jaar
Drie maatregelen hebben voornamelijk de woede van de vakbondsorganisaties ontketend. Eerst en vooral wil de regering de automatische indexering van de lonen niet toepassen op de kosten van de levensstandaard in 2015 [2] terwijl de vorige regering al besloten had om de lonen te bevriezen in 2013 en 2014 (buiten de automatische indexering). Zoals dat in Europa overal een beetje het geval is, behoort de verschuiving van de pensioenleeftijd, die geleidelijk zal worden opgetrokken van 65 naar 67 jaar tegen 2030, tot de neoliberale pijlers om de vergrijzing van de bevolking te stutten.
Maar het is vooral de hervorming van het brugpensioen of de carrière-uitstap die woede in de vakbondskringen heeft verwekt. Verschillende maatregelen hebben ook tot doel om de Belgische werknemer “flexibeler” te maken. Andere maatregelen, zoals de privatisering van bepaalde openbare bedrijven, de actieve inschakeling van en het toezicht op werklozen en de hervorming van de arbeidsrechtbanken, staan ook in het middelpunt van de debatten in België.
Afblijven van het kapitaal
Uiteindelijk voorziet het regeerakkoord nergens in inkomsten via een nieuwe vermogensbelasting, met uitzondering van een nogal vaag ontwerp van een belasting voor Belgen die een patrimonium hebben in de belastingparadijzen. De onthullingen over de “fiscale deals” tussen Luxemburg en grote Belgische bedrijven [3] door de pers op de ochtend van de betoging, tonen dat dit soort maatregelen hun effect krijgen door de manier waarop ze worden aangekondigd.
De betoging van 6 november kondigt het begin aan van een vakbondsactieplan met stakingen die om beurten zullen plaatsvinden in de Belgische provincies op 24 november, 1 en 8 december. Dit zal culmineren in een nationale staking op 15 december 2014. Zal dat voldoende zijn om te slagen terwijl sociale bewegingen in Zuid-Europa vooralsnog niet geslaagd zijn? Zal een Belgische sociale beweging de besparingsplannen van de Europese instellingen, uitgevoerd door de nationale regeringen, kunnen blokkeren?
Het aantal betogers in Brussel op 6 november, maar ook hun diversiteit, brengt een sterke verontwaardiging aan het licht bij de Belgische bevolking tegen de besparingsmaatregelen van de nieuwe regering. Er is zeker sprake van een “potentiële Belgische sociale beweging”. Eén vraag moet nog gesteld worden: hoe zullen de vakbondsorganisaties, de centrale spelers van die beweging, haar op gang houden?
Nationale staking op 15 december
Twee elementen moeten hier in perspectief worden gebracht. Eerst en vooral het ontbreken van een agressieve aanklacht door de vakbonden. Zoals de nationale secretaris van de Confédération des syndicats chrétiens (CSC – de Franstalige zusterorganisatie van het ACV) op radio RTBF heeft gemeld, is de betoging van 6 november in geen geval “een politieke betoging”.[4] De vakbonden willen niet noodzakelijk de regering ten val brengen maar hebben de ambitie om het sociaal overleg met de regering weer op te starten. De omvang van de betoging heeft er zonder twijfel toe bijgedragen dat de machtsverhoudingen zijn verbeterd. De federale regering heeft sindsdien laten weten dat zij de dialoog met de vakbonden opnieuw wil aanknopen. Op korte termijn zal er echter enkel over de marges van de regeringsmaatregelen kunnen onderhandeld worden.
Bijgevolg zullen de vakbonden rekening moeten houden met het risico op een verminderde dynamiek, en zelfs met de teleurstelling van een groot deel van de betogers aanwezig in Brussel. Daarenboven hebben de laatste verkiezingsuitslagen niet dezelfde meerderheid opgeleverd op de verschillende niveaus in België. In het Noorden zal het succes van de sociale beweging bestaan in haar vermogen om de sociaalchristelijke partij (CD&V) te destabiliseren, het minst neoliberale element van een Vlaamse regering waaraan ze deelneemt met de N-VA en de liberalen.
Aan
Franstalige zijde heeft de meerderheid, die bestaat uit de
socialistische partij en de christendemocratische partij, zich snel
afgetekend. Toch hebben de twee grote vakbondsorganisaties (ABVV en
ACV) “geprivilegieerde” banden met de twee grote partijen.
Ondanks een meer sociaaldemocratische strekking, zal de Waalse
regering onvermijdelijk pijnlijke maatregelen treffen op sociaal
vlak. Zal de protestbeweging ook zo sterk zijn op dat niveau? Het
antwoord op die vraag zal afhangen van de legitimiteit van de
vakbonden als katalysatoren van een sterke sociale beweging die hen
vandaag de dag boven het hoofd zou kunnen groeien.
De oorspronkelijke, Franse versie van dit artikel staat op Basta! Vertaald door Maité Lerate.
[1] La Libre Belgique van 8 en 9 november 2014.
[2] In België bestaat er een automatisch mechanisme waarbij lonen evolueren in functie van de prijsevolutie van een groep goederen en diensten.
[3] Een internationale enquête “Lux Leaks” heeft 340 fiscale deals tussen Luxemburg en multinationals aan het licht gebracht.
[4] Interview met Marie-Hélène Ska, de nationale secretaris van de CSC in het radioprogramma La Première, op 6 november 2014.