Foto: Bruno Vitasse (Zone AH)

Parckfarm als concrete utopie (volkstuintjes 2.0)

Een Brussels volksparkje gelegen in een spoorwegsleuf achter in de machtige Tour & Taxi-site was deze zomer een van de mooiste plekken van Brussel: Parckfarm. De artificiële spoorwegvallei, gelegen in een bocht op de grens tussen Laken en Molenbeek en overkapt met drie oude bruggen, monumenten met alle charme van industriële archeologie, vormt een fraai postindustrieel landschap, een stuk neonatuur.

maandag 17 november 2014 14:57

voor
Petra, Thierry, Louisa, Ruth, Abdel, Mo-Mo, Supermarcel, Tessa,
Driss, Aline en al de anderen

(ook
een open brief aan Hart boven Hart en zelfs Bart De Wever)

Vanonder de voorste
brug, de Jubileumbrug (over de gelijknamige laan), heb je een
betoverend uitzicht op de skyline van de Noordwijk… De aanleg van
het park heeft de site verfraaid en ontsloten: een lange slingerende
toegangsweg vanaf de zijkant (ter hoogte van de tweede brug), met een
zeer druk bezocht speelplein buiten het park, leidt de bezoeker traag
naar het vlakke deel onder de bruggen… Belangrijk om te weten is
dat de site een onderdeel vormt van een gepland lineair park dat van
het kanaal tot het stadhuis van Laken moet reiken. Dat geeft
Parckfarm een sleutelpositie.

Architecten
zouden het een ‘restruimte’ noemen, of nog liever een ‘interstitiële
ruimte’, een tussenruimte, zoiets als een los eindje of een haak in
het stadsweefsel, een scheurtje of een kier in het territorium, een
terrain
vague
,
een ongedefinieerd terrein, en dus een vat vol mogelijkheden. Op dit
soort plekken gebeurt altijd veel meer dan je zou denken. Er was,
goed verborgen boven de helling voorbij de eerste brug, al enkele
jaren een zelforganiserende volkstuin bezig. Twee daklozen hadden er
hun onderkomen gevonden, ja hun huis, eentje in de oksel van de
eerste brug, en eentje onder de derde brug. En kinderen en jongeren
uit de buurt vonden er een natuurlijke speeltuin. Vooral het
seinhuisje van het oude douanetreinstation van Tour & Taxi heeft
nogal wat te verduren gehad, maar ook na een brand wonen er drie
daklozen… (Sex, drugs en andere rock’n roll die het daglicht niet
mag zien, zal er ook wel zijn hoekjes en zelfkantjes hebben
gevonden…)

Volkstuintjes
2.0

Parckdesign
2014, de tweede editie van een stadsfestival rond openbare groene
ruimte ingericht door het Brussels Instituut voor Milieu (BIM, beter
bekend als Bruxelles Environement, of IBGE: Institut Bruxellois pour
la gestion de l’envrionement), stond onder leiding van de
architectenbureaus Taktyk & Alivearchitecture en nog een aantal
kunstenaars. Onder hun impuls werd door buurtbewoners en activisten,
en met medewerking van landschapsarchitecten, kunstenaars en allerlei
collectieven en vooral heel veel vrijwilligers, de stille restruimte
in een heus volkspark omgetoverd, nee, pardon: een urban
farm garden
,
een parc
for urban gardening
.
Kortweg dus: Parckfarm.
Later werd een toegang bijgemaakt: een loopbrug ter hoogte van de
eerste brug. Dit bijna idyllische postindustriële landschap werd
deze zomer dus het decor voor een initiatief waarin overheid,
professionals (artiesten, architecten), vrijwilligers en
buurtbewoners elkaar gevonden hebben.

Om
een idee te geven van wat er allemaal gaande was, geef ik een – onvolledig –overzicht. Ruth en Tessa, twee buurtbewoonsters, maakten
samen met een architect en vele behulpzame handen Kotkot, een
kippenren uit leem met een organische vorm, voorhistorisch en modern
tegelijk. Abdel bouwde een oven, waar iedereen in het weekend brood
of pizza kan bakken; een oven, die met zijn bolvorm (met bolletje
erop) trouwens een echo vormt van de uivormige uiteinden van de
balusterpilaren die de grote brug bekronen. Hij liet ook een schaap
of twee grazen in de afspanning rond het (kippen)kotkot. Er kwam
naast de eerste brug ook een nieuw ensemble van volkstuintjes,
lieflijk gelegen naast de oven van Abdel. Er kwam een droogtoilet,
niet onbelangrijk in een publieke ruimte, maar hier cruciaal: een
ecologisch toilet (met glijbanen als uitgang) dat menselijke
uitwerpselen transformeert tot bruikbare compost, voorwaar een
levensbelangrijke uitvinding voor het overleven van een overbevolkte,
razendsnel urbaniserende menselijke soort. Korte, gesloten
ecologische circuits moeten we maken.

Het
collectief dat het indrukwekkende toilet bouwde, met de aanstekelijke
naam Collective
Disaster
,
wilde hun bouwsel eerst ‘The
temple of holy shit

noemen, maar geen van de drie kernwoorden was aanvaardbaar voor de
buurt, dus werd het ‘l’usine
du tresor noir
’.
Ze stonden op het eindfestival op 20 september uren in de
composterende stront te roeren. Het doet me denken aan Benjamin die
zei dat de ‘nieuwe barbaren’ de toekomst van de mensheid, hoe
hachelijk ook, lachend tegemoet treden. Ecologie maar dan met een
serieuze dosis esprit
dada
.
Ik heb mij in de late uren na het festival meteen aangeboden als
corresponderend lid.

Maar
niet alles kan tegelijk. Het theehuisje van Mo-Mo dat aan de
achterzijde uitgeeft op het park, was in de voorbereiding van het
project vergaderzaal en pleisterplek, en tijdens mijn eerste bezoek
was het (achter)terras een van de mooiste plekken van het hele park,
omdat je een mooi overzicht had in de schaduw tussen de Marokkaanse
mannen, die rookten en muntthee dronken en die blij waren met blank
bezoek. Dus ik was een groot voorstander van de verdere inrichting
van het terras, maar dat mocht niet van Bruxelles Environment, met
als gevolg dat het terras helemaal werd gesloten (het lag ook op het
terrein van de kippen- en schapenren, wat het wellicht niet
makkelijker maakte).

Parckfarm is niet alleen
een ecologisch labo maar ook een sociaal laboratorium, een plek om
culturen te mengen. Want mengen, daar zijn wij mensen niet goed in.
Het is in een park, in ‘heterotopie’ zou Foucault zeggen, op een
plek die buiten het dagdagelijkse ligt (er is ook een Marokkaans terras
om de hoek maar daar ga ik niet, geen tijd, het komt er niet van, en
het is geen magische plek…), in die andere ruimte dus
(hetero-topos),
dat dingen mogelijk worden. Zoals samen roken en thee drinken met
onbekende Marokkanen…

Een
serre, een gereconstitueerde readymade, werd het centrale punt van
het hele park, The
Farmhouse
,
een cafetaria met streekproducten. Daarnaast een immense tafel met
eetbare struiken erin, gebouwd door leden van het
curatorencollectief, voor de verbroedering van de bezoekers… Er was
ook een bijenkorf van een imkerscollectief, zelfs onze studenten
hebben er iets gebouwd, voor ’s avonds is er de Electric Rainbow
Farmfair, een fraaie lichtinstallatie onder de Jubileumbrug,
enzovoort. Wie meer wil weten moet op bezoek en kan ook best de
website van Parckfarm afscannen (voor alle projecten en alle namen).
Gewoon doen. (De Farmhouse blijft open in het weekend als er genoeg
volk blijft komen. En zo doe je nog eens iets goeds op een zondag.)

Ecologische
stedelijke commons
als
concrete utopie

Ecosociale
heterotopische praktijken zijn werkelijk van levensbelang, nu, op dit
moment in de geschiedenis. Een smeltkroes van verschillende culturen
maken is niet zo gemakkelijk, het moet een bijzondere plek zijn, en
Parckfarm did
the trick
.
Dit was nu echt eens een oefening in globalisering en
superdiversiteit én ecologische transitie, die onze aandacht en ons
respect verdient (want het was en is voor de betrokkenen natuurlijk
zeer intensief). Pas op, er zat ook ambitie in. Een bestelwagen
voerde de in Parckfarm geteelde of klaargemaakte producten ook uit
naar markten en elders. De Farmtruck
was
tegelijk een mobiele keuken, en pleisterplek voor evenementen…
Wat in aanzet toont dat een dergelijk project ook een economische
utopie is van werkbare co-operatieve productie. Zelf boeren, zelf
verwerken, zelf verkopen, alles lokaal, alles in co-operatie.

Schone,
kleine wonderen. Aandoenlijk was ook dat een van de daklozen die de
komst van al dat leven natuurlijk eerst niet zag zitten in zijn
achtertuin (ook daklozen zijn potentiële nymbies, en wie zal ze
ongelijk geven), nu dag-en-nachtwaker en klusjesman is voor het hele
terrein, wat hem de bijnaam Supermarcel heeft opgeleverd. Dat is
integratie!

Het
goede nieuws kwam al eind september op het eindcolloquium van
Parckdesign 2014: Parckfarm werd niet zomaar afgesloten met het einde
van het Parckdesign zomerfestival, maar kreeg nog een jaar bij en
minimale omkadering. Hoera. We kunnen alleen maar hopen dat ParckFarm
overleeft. Op de een of andere manier. Het kan een belangrijke
schakel, zelfs het knooppunt, maar ook voorbeeld en model worden voor
het lineaire park dat ooit van de havenlaan, het kanaal, tot aan het
Bockstaelplein moet lopen.

Plekken
als Parckfarm, waar het ecologische, stadslandbouw, het sociale, het
multiculturele, het superdiverse, het globale en het lokale op een
unieke manier samenkomen in een commons
die echt die naam verdient, een waarlijke urban
commons,
een
stedelijke gemene grond

dat moeten we koesteren. Koesteren als die kleine, fragiele
laboratoria van de toekomst
– micro-politiek voor een leefbare
polis. Daarom ook moeten we dergelijke initiatieven alle kansen
geven. Al was het maar door ze te bekijken, zoals ik hier heb
proberen te doen, met een roze bril. Ik word vaak gebrandmerkt als
onverbeterlijke onheilsprofeet maar hier word ik warm van (anders
gezegd: ik wil voor deze plek zelfs in de stront roeren. Men weze
gewaarschuwd!). Want zonder dat soort laboratoria ziet de toekomst er
allesbehalve rooskleurig uit (maar ik had beloofd geen onheilsprofeet
te spelen). Ecologische smeltkroezen van culturen zijn op dit moment
in de geschiedenis van de mensheid ‘ondernemingen’ (niet zozeer
van bedrijven maar vooral avonturen) die van levensbelang kunnen zijn
voor de buurten, voor de steden, voor de mensenstad zonder meer.

Wie
(in het kader van Hart boven Hard of wat dan ook) op zoek is naar
concrete alternatieven voor de repressieve, neoliberale
besparingswoede van de groei-economie, moet hier komen kijken. Het
bestaat. Hier en nu. En het is voor iedereen, alle betrokkenen, de
buurt, de ecologie, de voedselsoevereiniteit, de
milieurechtvaardigheid, de transitie, de hele planeet enfin,
een beter model dan de op dit moment in de geschiedenis gevaarlijke
waanzin van de groei-economie. Vooruitgang (Meneer De Wever) kan
vandaag de dag alleen transitie heten. Parckfarm is een kleine (niet
zo kleine), concrete (heel concrete) utopie. Zonder veel ideologie of
grote woorden. Ik geloof dat dit het is wat antropoloog Rik Pinxten
‘kleine revoluties’ noemt. Gewoon doen, en blijven doen. Vandaag
Parckfarm, en morgen de hele wereld*.

*De
laatste slide van een fraaie lezing door de wereldberoemde Doina
Petrescu van AAA, atelier
d’architecture autogérée
,
waarin ze drie analoge projecten (met urban farming, community
building, lokale ecologische circuits en sociale zelforganisatie) op
overtuigende en intelligente wijze besprak, was veelbetekenend:
vanuit het eerste, kleine netwerk van 1 eco-hab
(wooneenheid), 1 ecocité,
een volkstuin en 1 ecolab,
een soort cultureel centrum, stonden er dikke pijlen naar de rest van
Parijs. De boodschap: deze experimenten kunnen zich voortplanten,
kunnen en moeten navolging vinden. Parckfarm verbinden met AAA en
zoveel andere initiatieven maakt duidelijk dat het hier gaat over een
heus paradigma: modellen voor transitie op het niveau van de buurt.
Transitieparken en -buurten creëren, is wat we moeten doen. ‘Vandaag
Parckfarm, morgen de hele wereld’.

(uit
het Dagboek
van een salonrevolutionair
)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!