Hoezo, het einde van de kunstenaar in zicht?

Hoezo, het einde van de kunstenaar in zicht?

maandag 17 november 2014 08:34




Het is
weer zover. Rondje Cultuur jennen in De Standaard. De ombudsman verklaarde de
kunstenaar zaterdag op dramatische wijze dood in de opinie ‘Het einde van de kunstenaar’ (15 nov). Kunst als stoorzender of
tegencultuur, het zou niet langer bestaan? Kom nou. 

Laten we
de verontwaardiging alvast overslaan, die krant hoopt gewoon op reacties voor
een debatje dat wat verkoopt. Laten we daarentegen aanstippen waarom Tom
Naegels maar wat uit de heup schiet. Hij zocht een stok om mee te slaan en nam
de speech van Frie Leysen
als aanleiding die ze gaf nadat ze de Erasmusprijs op 12 november ontving.

Non-debat

Eerste
probleem: Naegels voert een non-debat. Het is uiteraard waar dat constructieve
zelfkritiek voor de cultuursector zinvol is. Dat geldt sowieso voor elke
sector. Cultuur heeft daar nood aan. Ze zal er ook niet echt toe komen als ze
voortdurend onder vuur ligt door mediagenieke tafelspringers in een duivelse tango
met de bespaarpolitie. Je kan daarentegen bezwaarlijk beweren dat je kritisch
bezig bent als je in algemene termen over ‘de sector’, ‘de culturo’, of ‘de
kunstenaar’ blijft praten. Je zegt er niets mee, het is effectbejag, bladvulsel.

Gaan we
de ‘voorhoede’ en fastfoodkunst dan op één hoopje gooien? De kitsch van een
Arne Quinze met zijn fraudebrug in Boom met, pakweg, een audiovisueel
meesterwerk als Dial History van
Johan Grimonprez? (Hier online te
bekijken). In het voorjaar komt zijn nieuwe film Shadow Worlds uit, over de wapenhandel en hoe onze politici daar
als uitverkoren handlangers dienst doen.

Naegels mag deze ‘stoorzender’ al met
stip in zijn agenda zetten. Trouwens, als Naegels de speech van Frie Leysen
opnieuw leest, zal hij merken dat ze hard tot zelfkritiek oproept en zelf ook
in het eigen hart kijkt. Waarom las hij er over? Juist, omdat hij gewoon een
stok zocht om mee te slaan.

Wie voelt
er zich overigens geroepen zo’n diverse club als ‘de cultuursector’ te
verdedigen? Hoe kan je zo ooit tot een ernstig debat komen? Door er op in te
gaan, speel je het fictieve wij-zij spelletje mee. Voor en tegen kunst, belachelijk
toch? Het enige wat Naegels hier trouwens doet is een kritiek die filosoof Frank
Vande Veire al tien jaar geleden schreef, I
Love Art, You Love Art, We all Love Art, This is love
, nog eens dun en
scheef overdoen.

Het verschil is wel dat Vande Veire een inhoudelijk betoog
wist neer te zetten met voorbeelden en dat deed vanuit diepe affiniteit met de
hedendaagse kunst. Dus niet om een zoveelste column met clichés te vullen die
de N-VA-achterban even paait. Dat Naegels zo’n grote fascinatie heeft voor
rechtse ‘stoorzenders’, hij zou dat best ook eens in vraag mogen stellen. 

Niettegenstaande
had Frie Leysen zich dit non-debat kunnen besparen door gewoon een paar goeie
voorbeelden van stoorzenders en kunstenaars als tegencultuur mee te geven. Facts, rolmodellen. Dan had de ombudsman
zich wel intellectueel moeten inspannen, een kunstkritiek formuleren, en geen
vage columnitis kunnen bedrijven. Het genre van de zelfverklaarde
onafhankelijke media-evangelist, zeg maar.

Bijziend

Tweede
probleem: opvallend is dat Naegels andermaal zijn intussen bekende stijlfiguur
van ‘de onderwijzerszoon met het brilletje’ bezigt. Dat gaat als volgt: je meet
jezelf als Grote Democraat een kritische pose aan door van een debat abstractie
te maken tussen twee kampen. Je maakt daar eventueel karikaturen van, om dan
vervolgens slim uit de hoek te willen komen met de bedenking dat het eigenlijk
toch allemaal wel genuanceerder alsook minder dramatisch kan. Dat er bij beide
kanten wel wat aan te merken valt, pros
& cons
, dat toch vooral links maar eens in de spiegel moet kijken, dat
racisten ook spreekrecht hebben, enzovoorts. Je doet daarbij alsof je een
neutrale scheidsrechter bent, héél sportief enzo, maar zeker geen speler op het
veld. Het is helaas tsjevenmoraal in een nieuw jasje met een brilletje op, het op
flessen getrokken enerzijds-anderzijds denken vanuit een verheven non-positie dat
dan als kritisch moet doorgaan.

Laten we
het debat dan toch gewoon concreet maken. Als de categorie ‘de kunstenaar’
zowel figuren als Jan Fabre en Jonas Staal omvat, zowel Wim Delvoye en
bijvoorbeeld The Yes Men, hoe kan je dan anders dan in postmoderne
algemeenheden en dus gezwets vervallen? 

Er zijn
nochtans best veel voorbeelden te geven van kunstenaars die vandaag tegencultuur
op een nieuwe wijze vorm geven. Bijvoorbeeld gewoon omdat ze een maatschappelijke
rol opnemen. Denk aan kunstenaars als Benjamin Verdonck, Marijke Pinoy en
Dominique Willaert die verkleed als reuzen, waarvan één in rolstoel, namens Hart boven Hard aan het parlement op 22
september 2014 de Alternatieve Septemberverklaring overmaakten aan de kersverse
minister-president Geert Bourgeois. Door de actie vingen ze de aandacht van de
media, met vertraging zelfs die van De Standaard

Neem de
zanger Daan die zijn gitaar meebracht naar de televisiestudio van de talkshow
Reyers Laat om er prompt in het Frans een politiek lied te zingen over het lot
van de Palestijnse kinderen in het platgebombardeerde Gaza. Nog een voorbeeld: de Spaans-Catalaanse dirigent en componist Jordi Saval die een
prestigieuze Nationale staatsprijs weigerde. Uit aanklacht, omdat de regering
in Madrid cultuur schromelijk verwaarloost. Hij haalde er de internationale
pers mee en hoopt dat er via deze schok een betere culturele toekomst voor de
jeugd zal komen. 

Het zijn vormen
van directe communicatie voor sociale verandering en ze hebben impact. Het
establishment, waar De Standaard een deel van is, voelt zich er behoorlijk ongemakkelijk
bij. Ze verleggen het spreekwoordelijke
steentje in de rivier. Het is telkens ook een nieuwe trip, want deze
maatschappelijke rol als kunstenaar leer je niet op school. Het waardevolle aan
dit soort directe acties – een open brief, opiniestukken, petities, een
zangprotest, etc. – is dat de kunstenaar
als burger vanuit zijn of haar bekendheid meteen iets relevants kan doen,
eventueel naast of los van het eigen werk. Zo kan je tegelijk veel betekenen en
desgewenst als maker je artistieke vrijheid beleven zonder je daartoe schuldig
te moeten voelen. Want laten we dat alvast in bescherming nemen: in het
creatieproces zelf is er geen waarom, het heeft geen rechtvaardiging nodig.
Zoals het vrije spreken in een therapeutische sessie. 

Van stoorzender naar kunst

Bovendien kan het
engagement in activisme gaandeweg ook artistiek heel wat teweeg brengen. Een
treffend voorbeeld daarvan is het activisme dat kunstenaars in New York op gang
trokken vanaf 1979, uit bezorgdheid met aids slachtoffers. In de VS werd het eerste
sterfgeval in juni 1981 vastgesteld, maar het duurde tot september 1985
vooraleer president Ronald Reagan de epidemie publiek vermeldde. Toen stond de
teller al op 6 000 doden en het werd er in snel tempo een veelvoud van. Zijn
regering dacht er jarenlang vanaf te geraken door het als een probleem te
beschouwen van marginale groepen vanwege een ‘dubieuze moraal’: sekswerkers,
homoseksuelen en drugsgebruikers. Het stigmatiserend verzuim van de
conservatieve regering, en met haar de media, leidde ertoe dat sociale
bewustwording en medische mobilisatie veel te laat op gang kwamen. Veel mensen
stierven bijvoorbeeld door besmette bloedtransfusies. 

In zijn boek Rebels Rebel (2014) omschrijft curator
en publicist Tommaso Speretta hoe de aidscrisis een terugkeer van artistiek
activisme in New York betekende. Verschillende nieuwe kunstenaarscollectieven
organiseerden acties om de ernst van deze ziekte onder publieke aandacht
brengen, en deze dynamiek bezielde op zijn beurt een rijkdom aan nieuwe
artistieke ontwikkelingen. Prachtige stoorzenders, om het met een woord van
Frie Leysen te zeggen.

Het collectief Gran Fury bijvoorbeeld, ontwikkelde een
eigen krantenversie van vier pagina’s, The
New York Crimes,
over hoe het leed van aids in de doofpot verdween. In
maart 1989 werd dat massaal rond de krantexemplaren van The New York Times gewikkeld en in de talrijke straatkiosken in New
York City aangeboden. Wat die krant lang verzweeg, werd door deze ‘guerrilla
communicatie’ plots voorpaginanieuws.

Dit idee inspireerde heel wat kunstenaars
om maatschappelijke formats als onderwerp te nemen voor artistiek experiment
met guerrilla tactiek. De maatschappij als artistiek medium, een idee waarmee
de situationisten eind de jaren 1950 al aan de slag gingen, vond een nieuwe
adem in wat sindsdien ‘cultural jamming
heet.

Cultural Jamming

Het kunstactivistisch
duo The Yes Men is daar wellicht het
bekendste voorbeeld van. Ze ontwikkelde onder andere valse ‘officiële websites’
van bijvoorbeeld de wereldhandelsorganisatie (WTO) waarop ze de hypocrisie van
zo’n instelling communiceerden. Buiten hun verwachtingen om werden ze ook per
vergissing aangesproken als officiële woordvoerder van die organisaties. Het
bood hen de kans om in de media of op formele congressen en officiële
conventies te verschijnen. Ze maakten daarbij gretig gebruik om de verwachtingen
binnenstebuiten te keren: zoals een chemisch bedrijf als Dow Chemicals dat op
BBC World toegeeft dat ze veel dodelijke vervuiling veroorzaakten in de regio
Bhopal in India, spijt betuigt en schadevergoedingen belooft. De aandelen van
het bedrijf gingen ijlings in vrije val en de ontmaskering toerde wereldwijd.

Ook The Yes Men hackten overigens The New York Times op 12 november 2008,
daags nadat Obama tot president verkozen werd. Een grap in 80 000 exemplaren
vrij verdeeld in de straten van New York waarin deze krant meedeelt welk nieuws
ze graag zou willen brengen: het einde van de oorlog in Irak, een maximumloon
voor CEO’s, een eerlijke economie, enzovoorts. Zelden stopten zoveel mensen
midden op straat om met een glimlach de krant te lezen. Geen tegencultuur hier,
een stoorzender van de media als de 4de macht, Tom Naegels?

Activistische kunst

De vele acties van
The Yes Men zijn een inspiratiebron
voor een nieuwe generatie kunstenaars die een maatschappelijke rol willen
opnemen precies door met de maatschappij zelf als kunst aan de slag te gaan. In
België is er zo bijvoorbeeld het
theatergezelschap Action Zoo Humain van Chokri en Zouzou Ben Chikha. Het
gebruikt de format van de Zuid-Afrikaanse waarheidscommissie in een artistieke
setting om pijnlijke episodes uit ons onverwerkt verleden in herinnering
te brengen. Bijvoorbeeld over de mensentuin tijdens de wereldtentoonstelling
van 1913 in Gent waar het publiek zich kon komen vergapen aan 128 Senegalezen
en 60 Filipijnen. Zoveel democratie in een historische verloskunde, een Grote Democraat als de ombudsman vindt
het maar niets blijkbaar.

Nog eentje dan maar.
Zoals je maatschappelijke rituelen artistiek kan bespelen om er in de
hedendaagse realiteit mee in te breken, zo kan je ook de structuren van het
instituut kunst gebruiken voor een politieke actie. Dat doet bijvoorbeeld de
Nederlandse kunstenaar Jonas Staal met zijn New
World Summit
. Hij gebruikt de vrijplaats van een cultuurhuis om er
tijdelijk een alternatief parlement van te maken dat organisaties uitnodigt die
elders geen democratisch spreekrecht krijgen, omdat ze tijdens de war on terror door de VS op de
internationale lijst van terroristische organisaties zijn beland. Staal speelt
in op de institutionele waarde van publieke bijeenkomsten en maakt van
kunstinstituten in verschillende steden, zoals Berlijn, Leiden, Brussel en
Kochi, even een wapen van verzet.

Volgens
Staal staat de kunstenaar nooit los van de maatschappij en vanuit dat inzicht
kan je beter met die maatschappij zelf aan de slag gaan, waardoor kunst aldus
Staal politieker kan worden dan politiek. Omdat het niet alleen een andere wereld
spiegelt maar die ook al doende maakt. In zijn essay Wees vrij! Of anders…[1]
wijst hij erop dat kunstenaars steeds als eerste aan zet zijn: “De oorlogen van
onze westerse wereld zijn onze oorlogen. Het beleid van dit land is ons beleid.
Wij legitimeren haar, wij bewijzen haar succes en bedienen haar van redenen om
haar expansie voort te zetten. Het is tijd om ons af te vragen wie wij van
dienst zijn geweest. Wie wij een gezicht hebben gegeven.” Tegen het gangbare idee van de autonome kunstenaar in,
die zich los van de wereld zou kunnen begeven, benadrukt Staal net de
aansprakelijkheid die uitgaat van de publieke positie van de kunstenaar. Dat
doet hij door als kunstenaar, via zijn positie, groepen die door de
internationale politiek buiten beeld worden gehouden een gezicht te geven, wat
al doende deze wereld wat democratischer maakt.

Zo was er op 22 en
23 september 2014 in het Brusselse stadstheater KVS de 4de editie
van New World Summit: Stateloze Staat
waar 20 stateloze politieke organisaties uitgenodigd waren voor een
conferentie. Het gaf hun vertegenwoordigers een diplomatieke vrijgeleide om
naar Brussel, hoofdstad van Europa, af te reizen voor een officieel publiek
forum. Ze wisselden inzichten uit en door hun aanwezigheid gaven ze terloops
ook de impasse van dit cultuurhuis een gezicht. Op 24 september, de dag na de
conferentie, zou de nieuwe Vlaamse regering de concrete uitwerking van haar
regeerakkoord publiek maken met de Septemberverklaring. In dat regeerakkoord
wordt de KVS bij naam genoemd. Ze krijgt onwaarschijnlijk genoeg de opdracht
haar historische missie als ‘Koninklijke Vlaamse Schouwburg’ terug op te nemen,
met name unisono de Vlaamse kaart in Brussel te trekken. Die partijpolitieke
verzuchting gaat lijnrecht in tegen de artistieke ambities die dit huis
jarenlang probeerde te verwezenlijken: de nieuwe superdiverse actualiteit in
Brussel een cultureel gezicht geven. Ook dat is een staatloze stadsbevolking
zoekende naar een representatief beleid.

Nog
steeds geen stoorzender en tegencultuur in zicht? We mogen het meneer Naegels dan
ook niet zo kwalijk nemen, want over dit soort kunst lezen we opvallend weinig
in zijn krant. Voor De Standaard is het blijkbaar comfortabeler de kritische
kunstenaar gewoon dood te verklaren, een vrijwel uitgestorven soort. Zo,
opgeruimd. Nu kunnen ze het gewoon weer over de burgemeester van België hebben,
VOKA-baron Bart De Wever.


[1] In: Bakker, T. & Brouwer, R. (reds.), 2012, Vrijheid. Maar voor wie? Uitgeverij
IJzer, p. 176.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!