We krijgen de leiders die we verdienen

We krijgen de leiders die we verdienen

zaterdag 15 november 2014 17:40

Knack publiceert elke week een essay (nu ja, een opiniestuk van twee pagina’s) van Jonathan Holslag over de grote verhalen van morgen. Dit keer ging het over de watjessamenleving, een in zichzelf gekeerde, decadente samenleving dat verdeeld wordt door conservatieve politieke partijen, aan linker- en rechterzijde, die geknabbel aan het status quo verkiezen boven radicale verandering in het belang van iedereen. Het stuk steekt van wal met volgend citaat:

In vergelijking met China of de Verenigde Staten is Europa een watjessamenleving geworden. De middenklasse heeft zich teruggetrokken in haar kookboekenbibiliotheken en slaat vanuit haar gesubisdieerde passiefwoningen gade hoe de wereld voorbijraast. Terwijl overbetaalde ambtenaren de samenleving arm rekenen, worden hun kinderen onderworpen aan bezigheidstherapie in muffe pedagogenpretparken. De onderklasse gaat met haar uitekeringen als een verslaafde te keer in dumpwinkels, om daarna vanachter haar ranzige instantmaaltijden naar nog ranziger spelprogramma’s te kijken. Het laat haar koud dat de hele maakindustrie verdwijnt en dat de grenzen van Europa worden geteisterd.

Laat u niet misleiden door dit stukje. De rest van het essay is wel degelijk genuanceerd en stelt dat zowel links als rechts op een clichématige manier naar de uitdagingen van morgen kijken, waardoor verandering al te vaak verzandt in een conservatieve patstelling tussen beide kampen. Holslag maakt zelf komaf met het cliché van de luie, immorele werkloze maar even goed met dat van de egoïstische, immorele rijkaard. Vervolgens zet hij uiteen wat politiek leiderschap moet zijn en wat het niet hoort te zijn, waarmee hij refereert naar onze eigen hedendaagse politieke klasse. De eerste bedenking die ik mijzelf maakte was dat het vreemd is dat zelfs in een stuk dat zo tegen clichédenken gericht is, polarisering de aandacht moet trekken. Het citaat dat gebruikt wordt als eyecatcher voor het essey is namelijk het volgende: 

Terwijl overbetaalde ambtenaren de samenleving arm rekenen, gaat de onderklasse met haar uitkeringen als een verslaafde te keer in de dumpwinkels.

Daardoor wordt de indruk gewekt dat het stuk het rechtse wereldbeeld volgt, wat later evenzeer met de grond wordt gelijkgemaakt.

Maar goed, het stuk zelf ging over leiderschap. En zoals reeds gezegd was er met de rest van de uiteenzetting, hoewel deze soms een beetje l’art pour l’art was, niets mis. Want hoe men het draait of keert, onze huidige politieke klasse  wordt door een groot deel van de bevolking in het beste geval gewantrouwd en in het slechtste geval gehaat. Soms wordt er zelfs geen onderscheid gemaakt en zijn ze ‘allemaal hetzelfde’. Ook hier tieren de clichés welig. Dat het zakkenvullers en postjespakkers zijn, die overbetaald worden voor een job die vooral inhoudt dat ze moeten jaknikken op de pluchen fauteuils van het parlement. Dit beeld wordt, vreemd genoeg, door de politici zelf gevoed, die in hun rol als oppositie vaak bepaalde politieke of maatschappelijke mistoestanden, waar ze zelf vaak ook schuldig aan zijn, uitvergroten, in de hoop er electoraal gewin uit te halen. Maar los van het kunstmatige van de polarisering is de kloof tussen burger en politiek wel degelijk reëel. Ergens is het correct om te stellen dat de huidige politieke klasse al te vaak faalt. Alleen is de vraag of we niet kunnen stellen dat we als volk de leiders, en bijgevolg de politiek, krijgen die we verdienen.
 
Een groot deel van de bevolking vindt politiek simpelweg saai. Soms is het omdat ze vinden dat de materie te complex is, soms is het omdat er een gevoel heerst dat een stem toch niets uitmaakt. Het is problematisch dat politiek engagement en democratische inspraak door dit soort denken verengd worden tot de pseudo-hoogdag van de democratie, verkiezingen. De droge politiek is echter bijna voorgoed verdwenen. Personalisering en mediatisering hebben ervoor gezorgd dat er altijd wel leven in de brouwerij is. Verkiezingsformats lijken wel op maat van tieners gemaakt en een groot deel van de politici doen de gekste dingen om de populairste te worden, zolang ze maar niet over hun ideeën moeten praten. Het internet en de sociale media hebben ook een laagdrempelige stem gegeven aan de minst geïnteresseerden, zodat zij nu en masse hun doorgaans ongefundeerde mening kunnen spuien. Daar ligt een eerste paradox. Het zijn vaak de minst geïnteresseerden die het luidst zullen roepen dat alles verkeerd loopt.

Een tweede paradox heeft te maken met de klemtoon van de politiek. De politiek van de korte termijn, doorgaans het onderwerp van verkiezingen, is herleid tot een debat over cijfers en procenten. Die cijferfetisj hebben we ook aan onszelf te danken. Lange tijd werd er geroepen dat politieke partijen in het ijle beloften maakten, ongeacht de kost of de gevolgen voor de samenleving. Dat is nu omgeslagen, waardoor we stilaan met haast technocratische boekhoudersregeringen zitten. Hoe meer cijfers krijgen, hoe minder we de cijfers begrijpen. En, bijkomend nadeel, cijfers kunnen zodanig gebruikt worden dat voor- en tegenstanders wel op de een of andere manier gelijk krijgen. De stelling dat twee tegenovergestelde argumenten beide waarheid kunnen zijn, wordt bewaarheid door het hedendaagse maatschappelijke debat. De focus op cijfers en budgetten heeft er ook voor gezorgd dat visie en lange termijn uit den boze zijn. Dit wordt nu geassocieerd met wolligheid en wordt bovendien als onverantwoord geacht. In the long run we are all dead, dus wie gaat vandaag de rekening betalen?

Ook dit is de verantwoordelijkheid van de burger zelf. Want de verkiezingsprogramma’s die oorspronkelijk blauwdrukken voor de samenlevingen moesten zijn, werden al gauw herleid tot berekenbare maatregelen. Het was een kwestie van tijd tot partijen, samen met de media, gingen berekenen hoeveel een belofte “U” kost of hoeveel het “U” oplevert. Politiek gaat niet langer over de burger, maar wel over diens portefeuille. Maatregelen zweven echter zelden in het grote niets en de werkelijkheid is meestal te complex om een correct beeld te geven van de gevolgen voor u en uw portefeuille. De focus verschuift door onze eigen materiële bekommernissen ook naar de kortetermijnswinst, waardoor er geen aandacht meer is voor de verborgen kosten of baten, of nog belangrijker, de kosten en baten op de lange termijn. Een bepaald beleid kan ons vandaag geld opleveren, maar later duur komen te staan. Als politiek echter herleid wordt tot louter materiële winst of verlies, dan maakt dat debat geen schijn van kans meer. Ook dat is een verschijningsvorm van de solidariteitskloof. We kunnen niet meer samen incasseren voor het algemeen welzijn, tenzij dat kan herleid worden tot individuele welvaart. Oscar Wilde wist het al: “What is a cynic? A man who knows the price of everything and the value of nothing”

Naast het verstikkende van de boekhoudpolitiek, dat buitensporig focust op cijfers, is er ook nog het afstompende van de regelzucht. We zijn collectief allemaal tegen regels en tegen betutteling, tot er iets mis dreigt te lopen, of er daadwerkelijk iets fout loopt. Dan rijzen er doorgaans twee vragen. Wie is de schuldige en hoe is dit in hemelsnaam kunnen gebeuren? We aanvaarden als samenleving geen pech meer, geen ongeluk, wat ook zijn weerslag heeft op de politiek die gevoerd wordt. Regels worden vaak ingevoerd zodat men zich kan indekken. Blijkt dat niet voldoende, dan zal het volk alsnog een kop willen zien rollen. Het zijn echter, indien er daadwerkelijk sprake is van enige schuld, zelden de echte verantwoordelijken die het gelag betalen. Deze haat-liefdeverhouding voor regels komt ook terug in het bedrijfsleven. Ook daar is men voorstander van vrijheid, flexibiliteit en verantwoordelijkheid, totdat er eens iets fout loopt. Dan wordt gauw vergeten dat het maken van fouten iets menselijk is en worden de teugels opnieuw strakker aangetrokken.

Ten slotte is er ook de polarisering, waar ook Holslags oorspronkelijke opiniestuk rond draaide. Ook dat wordt gevoed door de kiezer, de burger of hoe we onszelf ook willen noemen. Laat ons eerlijk zijn, in feite zijn we maar al te vaak kortzichtige betweters. L’enfer, c’est les autres, of het nu cryptofacistische Vlaams-nationalisten zijn of onverantwoorde en spilzieke socialisten. Maar afgeleid daarvan kan men ook het volgende stellen La bêtise, c’est les autres. We zijn zo zeker van ons stuk, zo overtuigd van het feit dat onze overtuigingen haast wetenschappelijk bewezen waarheden zijn, dat we simpelweg moeite hebben om een gezonde dialoog aan te gaan met andersdenkenden en hun argumenten al te vaak naar de prullenmand verbannen. Plots blijkt dat het merendeel van de bevolking bestaat uit uomoni universali, die over elk onderwerp een relevante en weldoordachte mening kunnen hebben, ook al praten ze vaak gewoon hun politieke helden na. Politici en hun kiezers zijn samen overtuigd geraakt dat er geen alternatief is en dat de ander sowieso slechte bedoelingen heeft. De ander is gevaarlijk. De ander is onwetend.

Bovenstaande knelpunten en excessen zijn uiteraard niet toe te passen op alles en iedereen, maar ze zijn wel dermate aanwezig dat ze een invloed hebben op het politieke landschap, de manier waarop er aan politiek wordt gedaan en de perceptie over politiek door de ‘publieke opinie’. Politiek leiderschap past zich aan aan zijn tijd en dus krijgen we, vanwege bovenstaande elementen, wel degelijk de leiders die we verdienen. Kan het anders? Uiteraard. De politicus zou zijn oor te luister moeten leggen bij een zo breed mogelijk gamma aan mensen en organisaties, maar tegelijkertijd vanuit de voorhoede naar de toekomst kijken.

Politieke partijen moeten resoluut kiezen voor opbouwende alternatieven, het polariseren beperken tot het minimum en als er dan toch wij-zij denken aan te pas komt, wat misschien ergens onvermijdelijk is, dit op een genuanceerde en intellectueel eerlijke manier aanpakken. En een politicus moet bescheiden zijn, erkennen dat de politiek, hoe belangrijk ook, zijn grenzen kent. Dan is het aan ons om deze kwetsbaarheid niet te aanzien als een falen, maar als een opportuniteit om samen met alle stakeholders te zoeken naar oplossing en op te houden met regels en acties te eisen die vooral als bezigheidstherapie dienen. En misschien zou onze politieke klasse ook wat meer leiderschap tonen en wat meer vanuit het algemeen belang denken, als ook wij de meerwaarde zien van de dialoog met andersdenkenden, vertrouwen krijgen in elkaar en politiek minder zien als een cijferoefening voor onze portefeuille, maar meer als een gezamenlijk project waar over de tegenstellingen heen gezocht kan worden naar oplossingen die ons allen te goed komen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!