Wanneer Henry Kissinger zinnige dingen zegt
Het Amerikaanse publiek moet het hoofd bieden aan een informatiecrisis, nu de New York Times (NYT) en andere grote Amerikaanse media zijn verworden tot propaganda-organen van de neoconservatieve agenda, vooral dan voor de wedloop naar een nieuwe Koude Oorlog met Rusland – in die mate dat zelfs voormalig minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger buiten de lijntjes gaat kleuren.
De vooringenomenheid druipt voortdurend van de artikels in de mainstreammedia, soms is er zelfs geen touw aan te knopen. Zo schreef NYT-correspondent David M. Herszenhorn, een van de leidinggevende propagandisten van de krant, op woensdag 12 november 2014 het alarmerende verhaal Fears Rise as Russian Military Units Pour Into Ukraine.
Daarin had hij het over een nieuwe Russische 'invasie' van Oekraïne. Eigenaardig genoeg beweerde hij in dat artikel dat een Russische tankcolonne vanuit de Oekraïense stad Donetsk naar het oosten reed, dus in feite terug naar Rusland in plaats van naar het westen, verder in Oekraïne.
Volgens het artikel van Herszenhorn stelt NAVO-opperbevelhebber generaal Philip M. Breedlove dat “de volledige draagwijdte van deze Russische operatie nog onduidelijk is, maar de konvooien lijken naar het oosten te gaan in de richting van Donetsk, volgens Michael Bociurkiw, woordvoerder van de OVSE".
Typerend voor zijn anti-Russische vooringenomenheid is dat Herszenhorn enkel de klachten weergeeft van de Oekraïnse regering, dat de Russen zouden gebruikmaken van het wankele staakt-het-vuren om de etnisch Russische rebellen in het oosten te steunen. In werkelijkheid hebben beide zijden in het conflict elkaar van dergelijke manoeuvres beschuldigd. Dat weet Herszenhorn zeker, maar hij beperkte zich tot dit: “Oekraïense oversten hebben zich erover beklaagd dat Rusland misbruik maakt van het zogezegde vredesbestand om de rebellen in oostelijk Oekraïne te versterken met meer strijders en uitrusting.”
In werkelijkheid zijn de Oekraïners in het oosten zeer verontrust over het gebruik dat het regime in Kiev maakt van de relatieve kalmte aan het front om zich opnieuw te bevoorraden en hun troepen te herpositioneren voor een nieuw offensief, zoals dat van vorige zomer waarbij ze duizenden burgers doodden. Talrijke mensenrechtenorganisaties hebben Kiev beschuldigd van het willekeurig beschieten van steden en van het loslaten van brutale milities op de plaatselijke bevolking. De New York Times en andere Amerikaanse kranten hebben die feiten ofwel genegeerd of geminimaliseerd.
In hetzelfde artikel van 12 november vergeleek Herszenhorn de vermeende nieuwe Russische invasie met de 'invasie' van de Krim. In werkelijkheid was er daar van geen enkele invasie sprake, om de eenvoudige reden dat de Russische troepen die waren betrokken bij de organisatie van het referendum voor de afscheiding van Oekraïne, al (sinds 1992) ter plaatse waren in het kader van een akkoord met de Oekraïense regering, over het gebruik van de haven van Sebastopol door de Russische zeemacht.
Het gebruik van het woord 'invasie' door Herszenhorn is slechts een overdrijving zoals de rest van de onevenwichtige berichtgeving, die een rationeel Amerikaans antwoord op de crisis in Oekraïne bijna onmogelijk maakt. Sinds het begin van die crisis in februari 2014 is de berichtgeving van de NYT opmerkelijk in de mate dat de krant weigert het verhaal over Oekraïne op een enigszins objectieve manier weer te geven.
Zo heeft de NYT grotendeels de openbaar beschikbare bewijzen genegeerd die aantonen dat vertegenwoordigers van de Amerikaanse regering hebben geholpen om de staatsgreep van 22 februari 2014 te orkestreren, die leidde tot de afzetting van verkozen president Viktor Janoekovitsj (zie The Whys Behind the Ukraine Crisis)
De NYT verkoos ook de bewijzen te negeren dat extreem-rechtse en neonazi-elementen een sleutelrol speelden in de inzet van vuurbommen tegen de politie, wat Janoekovitsj en andere regeringsleden verplichtte te rennen voor hun leven en wat de latere aanvallen op etnisch Russische Oekraïners in gang zette. Wanneer de krant aan die werkelijkheid refereert, doet ze dat zonder enige betekenisvolle context en netjes weggemoffeld in de laatste alinea's van lange artikels over andere zaken.
Lachen met Russen
Herszenhorn is zelf een toonaangevend overtreder van journalistieke normen. In het begin van de crisis, in het midden van april 2014, schreef hij een spottend verhaal vanuit Moskou waarin hij de Russiche eerste minister Dmitri Medvedev belachelijk maakte, omdat die een mogelijke burgeroorlog had voorspeld.
In zijn vorige artikel Russia Is Quick To Bend Truth About Ukraine van 16 april 2014 beschuldigde Herszenhorn eerste minister Medvedev van het plaatsen van een commentaar op zijn Facebookpagina die “bleekjes en vol oersaaie woorden” stond, zoals zijn stelling dat “opnieuw bloed is gevloeid in Oekraïne” en dat “een burgeroorlog aan de horizon dreigt”.
Herszenhorn ging nog verder: “Hij [Medvedev] pleitte er bij de Oekraïners voor om zelf over hun toekomst te beslissen, zonder usurpatoren, nationalisten en bandieten, zonder tanks of gepantserde voertuigen – en zonder geheime bezoeken van de directeur van de CIA”. Zo begon Herszenhorn een nieuwe dag met getier en cirkelredeneringen, met desinformatie, overdrijvingen, samenzweringstheorieën, oververhitte retoriek en volgens hem “regelrechte leugens over de politieke crisis in Oekraïne die van de hoogste echelons van het Kremlin komen en weerklinken op de Russiche staatstelevisie, uur na uur, dag na dag, week na week”.
Dit argumentrijke 'nieuws' droop over van de voorpagina naar de helft van de eerste binnenpagina. Nergens slaagde Herszenhorn in dit artikel erin om te vermelden wat precies er verkeerd was aan wat Medvedev schreef. Toen het bloedvergieten erger werd en escaleerde in een burgeroorlog, kon je zelf stellen dat Medvedev tragisch vooruitziend was geweest.
Het was inderdaad de zo verguisde Russische pers die als eerste meldde dat CIA-directeur John Brennan een geheim bezoek had gebracht aan Kiev. Hoewel het Witte Huis dat bericht daarop bevestigde, citeerde Herszenhorn de verwijzing van Medvedev naar dat bezoek in de context van 'desinformatie' en 'samenzweringstheorieën'. Nergens in het lange artikel kregen de lezers van de NYT de informatie dat de directeur van de CIA inderdaad een geheim bezoek had gebracht aan Oekraïne.
In deze op zijn kop staande wereld van desinformatie door de massamedia, is er nauwelijks kritiek te horen op de overduidelijke vooringenomenheid van de westerse mainstreammedia. Daarentegen worden voortdurend aanvallen gelanceerd op het professionalisme van de Russische media. Zo heeft het officieel Brits agentschap Ofcom, dat mogelijke vooringenomenheid in de Britse media hoort te onderzoeken, zopas een vijandige evaluatie gemaakt van de Russische media.
Ofcom beschuldigde de Engelstalige Russische overheidszender Russia Today in een rapport van 10 november 2014 van een gebrek aan “vereiste onpartijdigheid” in vier nieuwsuitzendingen over de crisis in Oekraïne in april 2014. Boeiend om zien is dat Ofcom in dat oordeel nergens verduidelijkt of de geviseerde berichten van Russia Today over de deelname van neonazi's aan de staatsgreep van 22 februari 2014 foutief zouden zijn.
Evenmin weerlegt Ofcom het nieuwsbulletin van Russia Today waarin wordt gesteld dat scherpschutters, verbonden met de coupplegers, een rol hebben gespeeld in de afslachting van tientallen mensen op het Maidanplein. Net zomin heeft Ofcom de berichtgeving van Russia Today tegengesproken dat de nieuwe regering ongrondwettelijk is.
Integendeel, Ofcom verweet Russia Today enkel dat ze het vage concept van “vereiste onpartijdigheid” hadden geschonden in die nieuwsbercihten en dreigde met sancties als de zender (voor zijn uitzendingen in Groot-Brittannië) zich niet zou aanpassen. Ofcom definieerde deze “vereiste onpartijdigheid” als “onpartijdigheid geschikt en gepast voor het onderwerp en de aard van het programma”.
Dit beeld van een Brits regelgevend orgaan, dat Russia Today met sancties bedreigt omdat het niet netjes de prowesterse propagandalijn volgt van zowat alle Amerikaanse en Britse nieuwsuitzendingen, voelt heel orwelliaans aan. Hiermee wordt immers één van de weinige nieuwsbronnen geviseerd die zich weigert neer te leggen bij het overheersende 'groepsdenken'.
Het zou al iets heel anders zijn als diezelfde normen zouden worden opgelegd aan westerse media voor hun eenzijdige berichtgeving over Oekraïne, maar dat strijkt blijkbaar tegen enkele belangrijke haren in.
Dissident Kissinger
Eigenaardig genoeg is er één prominente Westerse stem die durft ingaan tegen de overheersende wijsheid over Oekraïne, niemand minder dan voormalig minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger. Die zei in een interview met het Duitse weekblad Der Spiegel dat het Westen het belang van de annexatie van de Krim overdrijft, gezien de lange historische banden van het schiereiland met Rusland.
“De
annexatie van de Krim was helemaal geen poging om de wereld te
domineren”,
zei de 91-jarige Kissinger, “je kan dat niet
vergelijken met de invasie van Tsjechoslowakije door Hitler” –
zoals die andere gewezen minister van Buitenlandse Zaken Hillary
Clinton en anderen hadden beweerd.
Kissinger bemerkte in het interview dat Russisch president Vladimir Poetin geen enkele intentie had om een crisis over Oekraïne in gang te zetten.
“Poetin had net tientallen miljarden uitgegeven voor de Olympische Winterspelen in Sotsji... Rusland wou zich tonen als een progressieve natie... Het houdt gewoon geen steek dat Poetin net dan een week later de Krim zou aanvallen en een oorlog in Oekraïne beginnen.”
Kissinger stelt daar tegenover dat het Westen – met zijn strategie om Oekraïne volledig in de invloedssfeer van de EU te sleuren – verantwoordelijk was voor de crisis, omdat het faalde de Russische gevoeligheid te begrijpen over Oekraïne en de 'fatale fout' maakte om snel confrontatie boven dialoog te kiezen.
Kissinger
pleit Poetin echter ook niet vrij voor zijn reactie op de crisis: “Ik
wil hier niet mee zeggen dat het antwoord van Rusland gepast was.”
Toch bevestigt Kissinger aan Der Spiegel dat “een nieuwe uitgave
van de Koude Oorlog een tragedie kan worden... We moeten er rekening
mee houden dat we Rusland nog nodig gaan hebben om andere crisissen
op te lossen, zoals het nucleair conflict met Iran en de burgeroorlog
in Syrië".
(het interview verscheen alleen in de gedrukte versie
van Der Spiegel).
Als iemand als Henry Kissinger begint te klinken als een stem van redelijkheid, dan zegt dat veel over hoe krankzinnig de New York Times en de rest van de mainstream media zijn geworden.
Robert Parry, 12 november 2014
Amerikaans onderzoeksjournalist Robert Parry bracht het Iran-Contraschandaal uit voor het persagentschap Associated Press en het tijdschrift Newsweek in de jaren 1980. Zijn artikel When Henry Kissinger Makes Sense op zijn website Consortiumnews.com werd vertaald door Lode Vanoost.
Robert Parry schreef meerdere onderzoeksartikels over het Iran-Contraschandaal voor het persagentschap Associated Press en voor het weekblad Newsweek in de jaren 1980. Van hem verscheen eerder op DeWereldMorgen.be Russische schuld is een feit.
© 2014 Consortium News