Foto: Kurt Deruyter
Samenleving, Cultuur -

Halfway Home (2) – Annelies Verbeke

Charlie is een nieuw online magazine dat verder gaat waar andere (vrouwen)bladen stoppen. Geen voorgekauwde eenheidsworst, maar échte verhalen, realistische rolmodellen en nieuws dat je nergens anders vindt. Charlie staat voor een vrije geest en een warm hart. En voelt zich prima als luis in de pels van de commerciële media. Vandaag een gesprek met schrijfster Annelies Verbeke, die verhalen heeft verzameld vanuit het standpunt van nieuwkomers in België.

vrijdag 14 november 2014 11:09

Halfway Home,
een project van fotograaf Kurt Deruyter, wil een eerlijk en open beeld
bieden van de weg die mensen afleggen die naar hier migreren. Een derde
van alle nieuwkomers in ons land komt binnen via Brussel en het is dan
ook daar dat de focus ligt: aankomstwijken Kuregem en Molenbeek. Het
project was de aanleiding voor de reeks die een week lang liep in
De
Standaard, “Verborgen Stad”,
maar omvat veel meer. Een reeks boeken bijvoorbeeld, waarin schrijfster
Annelies Verbeke verhalen brengt vanuit het standpunt van nieuwkomers
in ons land. Het eerste boek verschijnt volgende maand.

Een mooie aanleiding dus om, na ons gesprek met Kurt van vorige keer,
ook eens bij Annelies aan te schuiven en bij een koffie in de Gentse
Vooruit te polsen naar haar kijk op migratie, steden, de rol van
literatuur en cultuur, vreemde jongens, mimespelers, en waarom jij
eigenlijk de Bijbel niet hebt gelezen.

Hoe ben je bij Halfway Home betrokken geraakt?
“Kurt heeft me gewoon gevraagd om mee te doen. Eerst was het de
bedoeling om maar één verhaal te schrijven, maar het onderwerp boeide me
zo dat ik uiteindelijk toestemde aan alle boeken mee te werken. En het
hing ook mooi samen met andere dingen waar ik mee bezig was. Ik was
gevraagd om voor het overheidsproject “300 jaar grens” een jaar lang een
blog te schrijven. Met dat project wil men het vastleggen van de
Frans-Belgische grens in de Vrede van Utrecht herdenken. Ik was daardoor
veel in de Westhoek en Noord-Frankrijk en bezig met grenzen en wat die
met mensen doen. Uiteindelijk is dat zelfs een thema geworden in mijn
volgende roman.” (nvdr: Dertig Dagen, die in maart 2015 zal verschijnen bij De Geus.)

Wat is er zo fascinerend aan grenzen en aan het oversteken ervan?
“Misschien heeft het met mijn leeftijd te maken, maar plaatsen – of
misschien beter het fenomeen “plek” zo je wil – worden belangrijker voor
me. Het gebeurt wel meer dat ik naar het buitenland gestuurd word,
recent ook nog voor DeBuren bijvoorbeeld, met de opdracht om over de
plek waar ik naartoe ga iets te schrijven. Als je ergens aankomt waar je
nog nooit bent geweest, dan is dat altijd een beetje zoeken. Je loopt
een beetje verloren, doet nieuwe indrukken op, verkent de boel. Dat
voelt een beetje onbehaaglijk soms, maar het kan tegelijk erg
verrijkend zijn. Je treedt buiten je onmiddellijke leefwereld.”

Het belangrijke van een grens oversteken is dat je dan beter ziet dat we allemaal mensen zijn.

Kan je je inleven in een schooldirecteur uit Hasselt die uit angst
voor het grote en gevaarlijke Brussel een schooluitstap annuleert?
“Ik geloof niet dat dat de norm is. En in ieder geval worden we op
veel manieren geconfronteerd met andere leefwerelden. Als kind groeide
ik op in een huis vol boeken. Mijn vader was jurist. Zijn ouders, waar
ik ook veel kwam, waren arbeiders en hadden geen enkel boek in huis. Ik
woonde eerder in een landelijke streek, ging daar ook naar de
jeugdbeweging en zo, maar ik ging tegelijk naar school in Brussel, wat
dan weer de grootstad was. Het belangrijke van een grens oversteken is
dat je dan beter ziet dat we allemaal mensen zijn. David Bellos vatte
dat eens mooi samen aan het einde van zijn boek Is That A Fish In Your Ear? Het ging over vertalingen, maar is eigenlijk algemeen toepasbaar. Hij vat de condition humaine samen als “We are all different and we are all the same.”
Ik vind die tegenstelling in één zin zeer waar. Zonder die
tegenstelling zou een vertaling van een werk onmogelijk zijn, en
hetzelfde geldt voor samenleven en sociale interactie.” 

Ik ben één van de vele mensen die dagelijks de trein nemen naar
Brussel. Al zeven jaar steek ik elke dag die grens over, maar ik kom
daarom nog niet uit mijn leefwereld. “Mijn” Brussel is dat van de
typische pendelaar en is begrensd door de driehoek Brussel Centraal –
Nieuwstraat – Wetstraat.

“Voor veel mensen is dat zo, maar vergeet niet dat dat ook omgekeerd
geldt. De mensen die in Kuregem en Molenbeek wonen, zitten net zo goed
vast in hun wijken. Velen onder hen komen ook niet in het centrum van
Brussel.
Ik ben meerdere keren in die buurten gaan wandelen. Plots kwam er een
jongen naast me lopen met wie ik aan de praat geraakte. Je kan dan
schrikken en weglopen of je kan het gesprek aangaan. Wat ik dan meestal
doe, is langs mijn neus weg iets zeggen over mijn man. Wie dan nog
blijft hangen is meestal wel een toffe peer en heeft geen slechte
bedoelingen. Wel, met die jongen heb ik uiteindelijk een fijn gesprek
gehad en we zijn contact blijven houden. Dat vind ik het mooie aan het
oversteken van grenzen: je komt niet alleen uit je eigen enge
leefwereld, je leert ook andere mensen kennen die net hetzelfde doen. En
dat is het verrijkende eraan.”

Hoe bereid je je voor op het schrijven van een verhaal vanuit het perspectief van een nieuwkomer?
“Gewoon door mensen te ontmoeten, zoals die jongen over wie ik
vertelde. Tijdens mijn bezoeken aan de Noord-Frankrijk voor “300 jaar
grens” heb ik ook de vluchtelingenkampen bezocht die daar zijn. Daar
zitten vooral mensen die uit oorlogsgebieden komen. Ik vond het schokkend
hoe zij daar in verschrikkelijke omstandigheden leven. Kan je je
voorstellen hoe het voelt om zulke dingen ontvlucht te zijn en dan hier
aan te komen en in plaats van een welkom alleen vijandigheid tegen te
komen? Natuurlijk zijn er ook wel mensen die helpen, zoals de
vrijwilligers voor Médécins du Monde met wie ik daar toen twee dagen
was.
In mijn onmiddellijke omgeving kom ik ook regelmatig in contact met
mensen die nieuwkomer zijn in ons land of hoor ik er verhalen over. De
man met wie ik nu vijf jaar samen ben is Senegalees van origine.
Maar eigenlijk is het allemaal niet zo ingewikkeld. We zijn allemaal
mensen, dus zo moeilijk is dat inleven niet. Ik kreeg wel eens kritiek
omdat ik in een boek vanuit het perspectief van een man vertelde. Dat
vind ik bizar. Alsof mannen en vrouwen compleet andere wezens zijn die
totaal anders zouden handelen. Mijn nieuwe boek gaat over een zwarte
man, nog erger. Ik verwacht dat ik daar van sommigen ook veel kritiek op
zal krijgen. Mijn geliefde heeft me daar toen ik aan het boek begon ook
voor gewaarschuwd: dat de mensen er nog niet klaar voor zijn, maar hij
vond het wel fijn dat ik er toch mee doorging.”



Foto: Kurt Deruyter

Het is een vereenvoudiging, maar soms heb ik de indruk dat er in
Vlaanderen twee soorten schrijvers zijn. Diegenen die expliciet uitkomen
voor maatschappelijk engagement en diegenen die daar expliciet of
misschien zelfs wat angstvallig van wegblijven. Ik heb niet zozeer een
oordeel over wat er beter of slechter is, maar het lijkt of die
tweedeling bestaat. In de eerste categorie zitten dan schrijvers als
Dimitri Verhulst, die het voorwoord schreef voor het boek van Peter
Mertens, of Saskia De Coster nu met haar aanklacht rond discriminatie.
Waar plaats je jezelf binnen dat spectrum?
“Ik weet niet of die tweedeling echt klopt, maar als je het zo
stelt: ergens tussenin. Aan een politieke partij wens ik me niet te
verbinden. Ik vind dat gevaarlijk, omdat politiek alle kanten kan opgaan
en wat als je er dan plots niet meer achter staat? Ik vind dat
engagement ook vaak wat te nauw geïnterpreteerd wordt. “De actualiteit
gebruiken” is niet de enige vorm van betrokkenheid. Ik toon elke dag
engagement, reageer op discriminatie, dat is ieders plicht, en als je
samenleeft met een zwarte man en met hem stiefkinderen hebt word je daar
ook heel vaak van heel dichtbij mee geconfronteerd. Ik probeer het
goede te doen, maar daarom hoeft dat niet allemaal expliciet verbonden
te zijn met de persona van de schrijver. Betrokkenheid tonen kan net zo
goed zitten in wat je schrijft. Elk goed boek wil iets leren over de
mens, peilen naar het wezen van de mens, je moet proberen daarop een
klare of ware blik te ontwikkelen en die in je werk leggen. Die blik zal
vanzelf een universeel karakter krijgen.”

Het thema van de stad lijkt me ook belangrijk te zijn in je werk,
klopt dat? Ik kan me bijvoorbeeld van een aantal van je boeken niet
voorstellen dat ze zich op het platteland zouden afspelen. Hoe kijk jij
naar steden?
“Dat kan kloppen, ja, al speelt mijn nieuwe roman zich net wel af op
het platteland. Dus zo absoluut is het niet. En hoe ik naar steden
kijk? Op een bepaalde manier zijn steden monsters. Ze slorpen alles op.
Letterlijk, door fysieke ruimte in te palmen. Kijk maar eens naar het
tempo waaraan steden als Istanboel uitdijen. Maar tegelijk zijn ze een broeinest van ideeën en een bron van verandering. Ik zag onlangs
een documentaire over Bogota, waar twee burgemeesters die het eigenlijk
niet zo goed met elkaar konden vinden, mekaar om beurten opvolgden. Toch
werkten ze op een manier samen om het bestuur van de stad te bolwerken.
Daaruit kwamen heel erg originele ideeën naar voren, zoals het inzetten
van mimespelers om het verkeer te regelen. Klinkt krankzinnig, en het
werkte nog ook.”

In de hoop dat ze omver gereden zouden worden, veronderstel ik?
Nee, dat was een grapje. Ga door, de stad is een monster, de stad is
verandering.
“Inderdaad, en een stad slorpt nog op een tweede, meer figuurlijke
manier alles op. Wie in een grote stad aankomt, een metropool bedoel ik
dan, wordt zelf opgeslorpt. Het overweldigende, het drukke van zo’n plek
kan je erg klein en nietig maken. Als je het ritme van een stad niet
kan volgen en ze niet creatief weet te gebruiken, dan kan je identiteit
op een bepaalde manier worden uitgewist.
Een tijdje geleden maakte ik samen met Sanneke van Hassel Naar De Stad,
een boek met korte verhalen rond dat thema. Het genre van het korte
verhaal is ook iets wat me erg boeit. Het zijn verhalen die altijd maar
een stukje belichten, een uitgelicht perspectief. Je belandt als lezer
midden in de actie, in iemands leven, je krijgt geen inleiding of
biografische achtergrond van het hoofdpersonage. Door die focus word je
echt meegetrokken in een heel individuele kijk op de dingen. Ik vind die
twee zaken erg goed samen passen, steden en korte verhalen. Het korte
verhaal geeft wie door de stad dreigt te worden uitgewist zijn
identiteit terug. Wat ik voor Halfway Home probeer te doen is een aantal
mogelijke levens schetsen van mensen die naar hier komen. Geen dingen
die typisch horen te zijn of die model staan voor “een volk” of “een
nationaliteit”, maar gewoon mogelijke levens van individuen. En laat ons
ook niet vergeten dat de stad een plek van mogelijkheden is en
dynamisme, er is natuurlijk een reden waarom er een wereldwijde vlucht
uit het platteland bezig is. De hoop ligt in de stad.”

Het overweldigende, het drukke van een grote stad kan je erg klein en nietig maken.

Je vermeldde al een paar keer boeken die je samen met anderen hebt
gemaakt, en er zijn er nog heel wat. Mag ik zeggen dat dat wat
uitzonderlijk is? Het lijkt me dat je meer dan andere schrijvers dat
soort samenwerkingsverbanden aangaat. Zijn dat dingen waar je energie
uit haalt, die je nieuwe zaken doen ontdekken waar je misschien anders
niet over zou schrijven?
“Dat kan wel kloppen. Ik werk graag mee aan dit soort projecten,
tenminste als het me inhoudelijk ook interesseert. Omdat ik dat al een
aantal keer heb gedaan, word ik ook vaker gevraagd, denk ik. En eerlijk
gezegd heb ik ook gewoon de neiging om in te gaan op dat soort vragen.
Ik zeg eigenlijk bijna altijd ja. Soms moet ik daar wel wat op letten,
want er moet voldoende tijd overblijven om te doen wat ik op mijn eentje
wil doen.
En deels is het ook gewoon een kwestie van financiële noodzaak. Het is
erg moeilijk om van schrijven te leven. Zulke samenwerkingen helpen
daarbij en het is ook fantastisch dat ik de luxe heb om aan thema’s mee
te werken die me boeien. Ik hoop dat ik nooit in een project moet
stappen dat me tegensteekt maar waartoe ik financieel genoodzaakt ben.”

Tot slot nog dezelfde kritische vraag die ik aan Kurt heb gesteld:
wie van slechte wil is, zou kunnen stellen dat het niet erg
waarschijnlijk is dat de mensen over wie je schrijft, de boeken die
jullie willen maken ook gaan lezen. Denk je dat dat klopt en is dat een
probleem?
“Ik geloof alleszins niet in de kritiek dat literatuur, of bij
uitbreiding cultuur, in een ivoren toren zit. Er is gewoon heel veel
aanbod en het is niet altijd makkelijk om die dingen te vinden die bij
je passen of die je mooi zal vinden. Onlangs nam ik nog vrienden mee
naar een theaterstuk omdat ik wist dat ze het geweldig zouden vinden,
ook al hielden ze zogezegd niet echt van theater. En ze hebben er ook
echt van genoten. Het wegzetten van cultuur als iets elitair is een
kwalijke tendens en het is gewoon ook niet waar. Het is een teken van
verruwing, wat ik een beetje akelig vind. Nog erger vind ik hoe er de
laatste tijd over de zogenaamde zachte sector wordt gesproken. Zacht
lijkt wel een synoniem geworden van slap, van iets zonder veel waarde.
Ook dat klopt niet. De zachte en culturele sectoren zijn pijlers van een
gezonde samenleving.
Wat de mensen waarover deze boeken gaan betreft: ik denk dat dat klopt
en niet klopt. Er is veel analfabetisme in Kuregem, maar je mag er bij
geen enkel individu bij voorbaat van uitgaan. De jongen over wie ik je
vertelde, met wie ik aan de praat geraakte in Brussel, die was nog nooit
in Passa Porta geweest, de bekende Brusselse boekhandel. Maar hij had
wel Machiavelli gelezen. Het is maar hoe je naar de dingen kijkt. Mijn
man was toen we elkaar in het begin kenden bijvoorbeeld stomverbaasd dat
ik auteur was en nog nooit de Bijbel of de Koran in zijn geheel gelezen
had. Terwijl die toch tot de belangrijkste en meest verspreide boeken
behoren die er zijn. Ik vond dat een verfrissende kijk, die je ook doet
nadenken over wat je zelf als norm neemt in dat soort discussies. Dus ik
ben beginnen inhalen.”

Halfway Home
is een mooi project, niet alleen om naar te kijken en over te lezen,
maar ook om zelf aan deel te nemen. De boekenreeks die gepland is, kan
jouw steuntje in de rug best gebruiken, zodat die ook daadwerkelijk
gerealiseerd kan worden. Steunen kan al vanaf 10 euro. Bekijk hier alle mogelijkheden.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!