Foto: Kurt Deruyter
Interview -

Halfway Home (1): Kurt Deruyter

Charlie is een online magazine dat verdergaat waar andere (vrouwen)bladen stoppen. Geen voorgekauwde eenheidsworst, maar échte verhalen, realistische rolmodellen en nieuws dat je nergens anders vindt. Charlie staat voor een vrije geest en een warm hart. En voelt zich prima als luis in de pels van de commerciële media. Vandaag deel 1 van een reeks over de weg die migranten afleggen als ze hier toekomen. De bedenker van de reeks, tevens fotograaf, verklaart.

vrijdag 14 november 2014 10:38

Een week lang liep in De Standaard de reeks ‘Verborgen Stad’ waarin de krant het pad van nieuwkomers in ons land belichtte. Aan de basis van die reeks ligt Halfway Home, een project waar fotograaf Kurt Deruyter al jaren aan werkt. Het doel? Een eerlijk en open beeld schetsen van de weg die migranten afleggen als ze hier toekomen. Een derde van alle nieuwkomers in ons
land komt binnen via Brussel en het is dan ook daar dat de focus ligt:
Kuregem en Molenbeek, die te boek staan als echte aankomstwijken. Op de
dag voor het verschijnen van het eerste artikel, ontmoet ik Kurt in het
centrum van Brussel.

Dat ik geen journalist ben maar een schrijver, zo begin ik het
gesprek. “Dat geeft niet, misschien is het zelfs beter,” zegt hij. We
zitten op een terras in de Koninginnengalerij in het centrum van
Brussel. Op weg naar hier heb ik zitten tobben over de invalshoek. Halfway Home
is immers een zeer breed project, dat niet alleen fotografie en
tentoonstellingen omvat, maar ook lezingen, debatten en een heuse
boekenreeks, waarvan het eerste boek binnenkort uitkomt.

Aan actualiteit over het thema is er geen gebrek. Er was het verhaal
van de school uit Hasselt die haar uitstapje naar de verre, gevaarlijke
grootstad schrapte. Er was zelfs een Staatsecretaris van Asiel en
Migratie die openlijk de ‘economische meerwaarde’ van migranten op basis
van land van herkomst tegenover mekaar afwoog. Migranten en Brussel, de
thema’s lijken met elkaar verweven te zijn en allebei komen ze haast
altijd op een negatieve manier in het nieuws. Net dat laatste is
eigenlijk de ontstaansreden van het project, zegt Kurt.



Foto: Kurt Deruyter

 

Hoe komt het dat je al zo lang rond dit thema werkt?
“Omdat het om één van de grootste
uitdagingen gaat waar we als maatschappij voor staan. Hoe deze mensen in
te passen in onze samenleving. En we lijken dat niet te beseffen. Tien
jaar geleden maakte ik een boek over de wijk waar ik woonde, de
Marollen. Ik vond het beeld dat men over die wijk had en hoe die in de
media kwam, niet kloppen met wat ik in de realiteit zelf zag en
meemaakte. Net zo nu met het project over Kuregem en Molenbeek. Ik ben
de straat op gegaan, heb gesproken met mensen en foto’s genomen.”

En dan krijg je een heel andere indruk dan wanneer je de krant
leest in het bureau van een schoolhoofd in Hasselt of wanneer je in de
Wetstraat op je rekenmachine tokkelt?
Inderdaad. Maar het is niet alleen een persoonlijke indruk. Als je
met de jongeren in die buurten spreekt, merk je dat ze zelf ook alle
stigma’s die er over hen worden opgevoerd, grondig beu zijn. Ik vond dat
daar iets aan moest gebeuren, dat er een ander beeld getoond moest
worden.”

In kranten en op televisie verschijnen regelmatig reportages over deze wijken. Wat moet er dan precies anders?
“Men vertrekt altijd vanuit de problemen. Zelfs als men naar
verklaringen wil zoeken of een genuanceerd beeld wil bieden, dan nog
zijn de problemen het vertrekpunt. Ik wou gewoon eens vertrekken van de
mensen zelf.
Ik heb in die buurten mensen gezien die hier net aangekomen waren,
die hier niemand kenden en voor wie ook de omgeving volledig vreemd was.
Je ziet ze op de marktpleinen, waar ze zich aanbieden als werkkracht,
de vuilste jobs eerst. Ze lijken verloren te lopen. Tegelijk heb ik
mensen gesproken die hier al jaren wonen en die nooit meer terug zullen
keren omdat Brussel echt hun thuis is geworden. Ik vind dat contrast
fascinerend. Welke weg legt iemand daarbij af? Van aankomst naar
thuiskomst, als het ware? Ik wou begrijpen welk proces die mensen
doorlopen.“

Men vertrekt altijd vanuit de problemen. Ik wou gewoon eens vertrekken van de mensen zelf.

En heb je het gevonden, dat proces?
“Ik heb er voor mezelf een theorie over ontwikkeld. Eigenlijk zijn
het zes erg eenvoudige stappen. Wie hier aankomt, is gefocust op
overleven: werk, een dak boven het hoofd. Daarna gaat men de omgeving
verkennen: wat zijn de mogelijkheden? In een derde stap volgt een soort
van consolidatie. Men vindt zijn draai, heeft een vaste woonplaats,
enzovoort. Vervolgens begint een fase die je nog het beste kan
omschrijven als “investeren”: in een gezin, in meer sociale contacten,
een betere job. Als vijfde stap volgt een fase van uitbreiden: men gaat
proberen een eigen zaak op te starten bijvoorbeeld, maakt meer vrienden
en vormt hechtere banden met de mensen om zich heen. Aan het eind van de
rit komt dan stap zes: die waarin men hier zoveel heeft opgebouwd, dat
men zelfs niet meer overweegt om ooit nog terug naar het land van
herkomst te gaan.”

Dat lijken me logische stappen. Maar ik veronderstel dat dit de ideale weg is. Dat die niet voor iedereen geldt.
“Natuurlijk niet. Veel mensen blijven ergens steken, geraken niet
vooruit. Sommigen geraken nooit verder dan stap twee of drie. Of blijven
zelfs hangen in de fase van het overleven. Het resultaat is dan meestal
dat zij teleurgesteld terugkeren of naar elders trekken. Het is ook
wanneer ze niet vooruit geraken dat ze dreigen in de criminaliteit te
stappen.”

Zijn we nu niet weer gewoon verklaringen voor problemen aan het zoeken?
“Nee, want het mooie is dat het proces dat die mensen doorlopen niet
eigen is aan hen, maar toepasbaar is op iedereen. Het is gewoon iets
eigen aan mensen. Het geldt eigenlijk net zo goed voor jij en ik, ook
wij doorlopen in ons leven dezelfde stappen.”

Met het verschil dat wij een voorsprong hebben?
“Niet noodzakelijk. Als je het eng bekijkt vanuit een
migratiecontext, kan dat kloppen. Al zou je dan ook sociale achtergrond
in rekening moeten brengen. Maar als je het toepast op een kleiner
niveau, op wat wij allemaal ondernemen, dan klopt het wél. Kijk, jij
hebt vorig jaar je eerste boek geschreven. Je bent van nul moeten
beginnen in een wereld die je niet kent. Je hebt naar mogelijkheden
gezocht, hebt die gevonden in de vorm van een uitgeverij die je boek wou
uitgeven en hebt zo iets kunnen consolideren. Daarna probeer je te
investeren, meer publiek te bereiken. Je probeert uit te breiden, een
tweede boek, columns, je zoekt naar fora om je werk bekend te maken. Jij
doorloopt daar eigenlijk net dezelfde stappen als die mensen in hun
project, hun avontuur.”

Als je op een positieve manier van integratie vertrekt,
ga je er vanuit dat mensen in wezen allemaal hetzelfde willen, en dat
zij vaak ook op dezelfde manieren omgaan met dingen.

Dat lijkt me inderdaad te kloppen. En toepasbaar op vele zaken.
Hoe we met Charlie zoeken naar de te bewandelen weg bijvoorbeeld. Ik
vind het wel mooi hoe je op die manier een zogenaamd migratieprobleem
eigenlijk ontmaskert als een typisch menselijk proces met potentieel
positieve of negatieve neveneffecten. Binnen onze eigen context,
reageren we allemaal hetzelfde op dingen. Als wie we zijn namelijk, als
mensen.
“Het heersende discours over migratie is sinds de jaren negentig
langzaam geëvolueerd van één dat uitgaat van multi-culturaliteit,
culturen die naast elkaar bestaan en elkaar verrijken, naar één dat de
nadruk legt op integratie. Dat heeft als nadeel dat de focus meer gaat
liggen op de eisen die de “ontvangende” groep stelt aan de “naar hier
komende” groep. Terwijl wij ook geen homogeen cultureel blok zijn en
geen homogene eisen hebben. Maar het heeft evenzeer voordelen. Als je op
een positieve manier van integratie vertrekt, ga je er inderdaad van uit
dat mensen in wezen allemaal hetzelfde willen, een goed leven, en dat
zij vaak ook op dezelfde manieren omgaan met dingen. Heel logische
manieren, die echter verborgen zitten achter het “anders zijn”, waardoor
je die niet altijd herkent.

Waarom lijken wij in Vlaanderen zo veel banger te zijn van wie anders is dan in de ons omringende landen?
“Of dat echt zo is, weet ik niet. Alleszins wel typisch voor ons
land, is dat wij niet gewend zijn om te denken in een stedelijke
context. En daar heb je dan weer de link met Brussel. Grote steden zijn
per definitie internationaal. Daar is in de geglobaliseerde wereld geen
ontsnappen aan. Maar bij ons overheerst net heel sterk het verkavelingsdenken.
Al decennialang. Mensen worden daardoor van de steden weg gedreven, in
de richting van de verkavelingen op het platteland. Het denken beweegt
dan mee in die richting. Weg van het stedelijke, en dus ook weg van het
internationale.”

Ik heb eens gehoord dat het allemaal de schuld is van VTM. Toen er
nog geen commerciële televisie was, keken we allemaal naar de
overheidszender én naar een heleboel buitenlandse zenders: Franse,
Duitse, Nederlandse, Britse… Toen VTM kwam, zijn we daarmee gestopt en
hebben we onze blik verengd naar Vlaanderen.
“Ja, dat zou best ook een van de redenen kunnen zijn. Alleszins, we
zijn hier volop bezig met het verkleinen van onze blik op de wereld. En
dat verkleinen draagt dus ook in zich dat we banger worden. Banger van
het stedelijke, banger van wie anders is.”



Foto: Kurt Deruyter

En met Halfway Home wil je die Vlaamse kneuterigheid een schop verkopen?
“Ergens wel. Ik wil vooral mensen een alternatieve blik bieden op de
grootstad en op de mensen die er wonen. En die mensen, die komen nu
eenmaal van overal. Bij de voorbereiding van het project heb ik erg veel
research gedaan naar boeken en theorieën over migratie. Een van de
interessantste mensen die ik zo ben tegengekomen is Hans Rösling. Ken je
die?”

Ja, die van de positieve statistiekjes (hij zat in mijn ‘Week van Charlie’)!
“Hij ging op een bepaald moment een cursus geven over demografie in
Uppsala. Maar hij wist niet goed wat het niveau van voorkennis was van
het publiek. Dus hij nam in de eerste les een test af van zijn
studenten. Gewoon een paar eenvoudige meerkeuzevragen. Hoeveel kinderen
heeft een vrouw in Europa gemiddeld? En in Bangladesh? Bleek dat de
studenten bedroevend slecht scoorden. Later heeft hij dat onderzoekje
herhaald met andere groepen uit de samenleving en met stalen van mensen
uit verschillende landen. Het resultaat was verrassend: Europeanen en
hoger opgeleiden bleken systematisch slechter te scoren dan andere
groepen. De verklaring daarvoor is eenvoudig: onze vooroordelen, of op
zijn minst een aantal foute percepties, zitten sterk ingebakken in het
systeem en in het onderwijs. Hoe dichter je daarbij staat, hoe sterker
je die verkeerde indrukken ook overneemt.”

Die testjes groeiden later uit tot de Ignorance Survey,
waarvan er recent nog een in Duitsland werd afgenomen. Een mooi project,
omdat het de boodschap wil meegeven dat de dingen beter zijn dan we
denken dat ze zijn. Is dat ook een boodschap die we mogen verwachten in
de boekenreeks die je gaat maken?
“Ja, misschien wel, maar niet expliciet. We willen vooral alle
mogelijke aspecten weergeven van het proces waarover we het hadden. Dat
van iemand die hier aankomt naar iemand die zich hier thuis voelt. En
dat doen we via zeer diverse invalshoeken. Het eerste boek gaat
expliciet over het hier aankomen, maar het tweede bijvoorbeeld, zal de
titel krijgen Cars, Priests and Haircuts. Dat gaat over
verschillen in beeldtaal, religie en cultuur. We proberen letterlijk
door de ogen van een nieuwkomer naar ons thuisland te kijken.”



Foto: Kurt Deruyter

Ik heb een tijdje in Kosovo gewerkt en heb toen ook met enkele
mensen van daar rondgereisd in Europa. Wat me met verstomming sloeg, was
dat ik soms met een Kosovaar in een café kon binnenkomen, in pakweg
Londen of zo, en dat die dan meteen kon zeggen wanneer het meisje of de
jongen achter de toog een Albanees was. Puur op basis van kapsel,
kleding en zo. En het klopte echt elke keer. Na verloop van tijd kon ik
het zelf ook al een beetje.
“Voilà, dat bedoel ik dus. Elke cultuur heeft een eigen beeldtaal
die heel vaak sterk in het onderbewustzijn zit. Je merkt het pas wanneer
je buiten je eigen context treedt. Daarover gaat dus het tweede boek.”

Oké, tijd voor een kritische vraag nu. Als ik me inleef in bange
schooldirecteurs en politici met rekenmachines, en ik kijk naar jouw
project, dan denk ik: allemaal goed en wel, maar dit boek zal nooit
gelezen worden door de mensen over wie het gaat. Het zal gelezen worden
door de blanke, verkavelingsvlaming.
“Dat is mogelijk. Maar het is natuurlijk vooral onze bedoeling om
net het beeld dat die Vlaming heeft, te gaan doorbreken. We gaan de
boeken wel beschikbaar maken in de buurten waarover het gaat. Heel veel
mensen uit die wijken zijn ook zeer betrokken en steunen zowel
inhoudelijk als communicatief het project. Zonder hen had ik het nooit
kunnen maken. Ze hebben me meegenomen naar Marokko, naar Roemenië,
inzicht gegeven in hun leefwereld hier.
De verhalen zijn wel fictief, literair en niet de letterlijke verhalen
van de mensen uit de buurt, ze dienden natuurlijk wel als inspiratiebron
voor Annelies Verbeke. Zij schrijft de verhalen vanuit een inleving in
de situatie van de mensen die in Brussel aankomen.”

Om het wereldbeeld van mensen open te breken zijn
kunstvormen als fotografie en literatuur vaak beter geschikt dan
feitelijkheden.

Waarom kiezen jullie expliciet voor fictie? En bijvoorbeeld niet
voor een meer journalistieke weergave van de echte verhalen van de
mensen?
“Deels omwille van de doelstellingen. Omdat we het wereldbeeld van
mensen wat willen openbreken. En daarvoor zijn kunstvormen als
fotografie en literatuur vaak beter geschikt dan feitelijkheden. De
journalistieke insteek is eigenlijk in De Standaard verschenen. Wij
kiezen nu voor een artistieke benadering, maar het zijn allebei
onderdelen van het project.”

Om de boeken uit te geven kozen jullie voor de formule van growfunding.
Mensen kunnen dus zelf bijdragen en het project zo steunen. Waarom die
keuze? Met een reeks in De Standaard en met een grote naam als Annelies
Verbeke, hebben jullie toch heel wat promotiemogelijkheden?
“Dat klopt, maar zelfs dan is het belangrijk om steun te krijgen van
een brede groep mensen. Niet alleen wat de financiële kant van de
boekenreeks betreft, maar ook breder. Growfunding is een manier om betrokkenheid te creëren. En het is ook een manier om te peilen of er überhaupt interesse bestaat. Als de growfunding niet slaagt, heeft het ook geen zin om verder te werken. Er hangt dus best veel van af.” 

Halfway Home
is een mooi project, niet alleen om naar te kijken en over te lezen,
maar ook om zelf aan deel te nemen. De boekenreeks die gepland is, kan
jouw steuntje in de rug best gebruiken, zodat die ook daadwerkelijk
gerealiseerd kan worden. Steunen kan al vanaf 10 euro. Bekijk hier alle
mogelijkheden: www.growfunding.be

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!