Philippus II van Macedonië: 'Verdeel en heers'
Opinie -

‘De prachtige samenleving’ van Bart De Wever

Twee jaar geleden was Stijn Tormans (Knack) de eerste en tegelijk de laatste journalist in Vlaanderen die Bart De Wever kritisch wilde interviewen, maar uiteindelijk de kans niet kreeg. De Wever het vuur na aan de schenen leggen, iets wat Vlaamse journalisten al tien jaar niet durven of kunnen doen, deed Sven Kockelmann, een Nederlandse journalist van het programma Oog in Oog. De Wever liep daarbij verschillende brandwonden op.

donderdag 13 november 2014 11:42

Bart De Wever is uitgegroeid tot een van de betere oratoren van zijn generatie. Het moet wel gezegd worden dat de concurrentie niet bepaald groot is. Er zijn weinig Belgische politici die kunnen bezielen.

Bovendien is het geweten dat De Wever gebruik maakt van de ‘alleen ik’-regel. Een tegenspreker duldt hij niet en dat weten ze al lang bij de VRT en VTM, waar journalisten telkens naar de wens van de imperator schikken. Als je à volonté en zonder tegensprekers mag provoceren en verdelen, is heersen een logische uitkomst.

Minder logisch is wat De Wever vertelt. Behalve feiten en cijfers volledig negeren indien ze niet stroken met zijn discours, zijn er contradicties in wat hij zegt. Ik herneem een aantal van zijn uitspraken tijdens het interview met Sven Kockelmann.

“Er is geen alternatief”

Een uitspraak die De Wever meermaals herhaalde tijdens het interview. De afgelopen dagen was hij niet de enige, want de kritiek op de Vlaamse en federale regering werd door de ministers gepareerd met de TINA-slogan (there is no alternative) van Thatcher. Van de 120.000 betogers in Brussel over de besparingen naar de LuxLeaks: telkens krijgen we te horen dat er ‘geen alternatief’ is. 

Voor de LuxLeaks zien premier Charles Michel en minister van Financiën Johan Van Overtveldt de Kaaimantaks als deel van de oplossing. Miljarden euro’s worden doorgesluisd naar Luxemburg, waarop geen belastingen worden betaald of hoogstens een paar procent. Over hoeveel miljarden euro’s het hier gaat, is moeilijk te berekenen maar de fact check (De Zevende Dag) van VRT deed een oefening voor een van de 37 deals van rijke Belgische families met Luxemburg.

Fact check nam de Lhoist-groep die tussen 2009-2013 minstens 1,7 miljard euro winst maakte. Hierop betaalde dit bedrijf 432.000 euro belastingen, wat neerkomt op 0,025 procent. Volgens de Europese Commissie betalen Belgische bedrijven gemiddeld 26 procent vennootschapsbelasting op hun winst. Voor Lhoist betekent dit 439 miljoen euro belastingen in plaats van 432.000. De vraag is hoeveel de Kaaimantaks oplevert? Volgens schattingen levert deze taks 120 miljoen euro per jaar op, voor alle deals samen. Minder dan peanuts dus.

Het was overigens interessant om tijdens diezelfde Zevende Dag Marc Leemans (voorzitter ACV) te zien debatteren met Pieter Timmermans (topman VBO). Leemans leek een stuk beter op de hoogte over fiscaliteit en hoe de bedrijfswereld belastingen ontwijkt dan de VBO-baas.

Over vakbonden gesproken. ‘Vakbonden formuleren nooit een alternatief’, was een andere uitspraak van De Wever tijdens het interview. Klopt dit wel? Als ik de voorstellen van de grote drie vakbonden analyseer, merk ik snel een gezamenlijk alternatief: investeren in plaats van besparen. De drie vakbonden pleiten voor solidariteit en herverdeling in plaats van (nog meer) voordelen voor een kleine rijke elite. Is het niet de ACV die al jaren pleit voor een vermogensbelasting die volgens de studiedienst van ACV 7,5 miljard euro zou opbrengen. Telt dit niet als alternatief, mijnheer De Wever?

De alternatieve septemberverklaring van Hart boven Hard zal De Wever niet gelezen hebben. Honderden middenveldorganisaties pleitten voor investeringen in cultuur, omdat cultuur een samenleving rijk maakt en omdat volgens onderzoek 1 euro investering in cultuur de economie 3 euro opbrengt. Gelijkaardige cijfers, maar dan in dollar, voor de gezondheidszorg. Volgens onderzoekers David Stuckler (Oxford University) en Sanjay Basu (Stanford University) levert 1 dollar investering in openbare gezondheidszorg tot 3 dollar economische groei op. En toch, de huidige regeringen besparen op cultuur en gezondheidszorg en beweren dat er geen alternatief is.

‘Als de toestand zo slecht is dan heb ik die slecht aangetroffen’ want ‘we hebben 25 jaar lang socialistisch beleid gehad (op federaal niveau) en 90 jaar socialistisch beleid in Antwerpen’

Inderdaad, indien het slecht gaat, is het altijd de schuld van de ander. Dit hebben we de afgelopen weken constant mogen horen. Al wat misloopt in België, is de schuld van de socialisten. Alsof de socialisten België en Antwerpen op hun eentje hebben geregeerd. Met Di Rupo was er de afgelopen drie jaar een socialistisch premier, maar van 1980 tot 1999 was de premier iemand van CD&V. Tussen 1999 en 2008 was Guy Verhofstadt (Open Vld) premier. Kortom de afgelopen 35 jaar was er slechts drie jaar een socialistische premier en toch vindt De Wever het doodnormaal om van socialistisch beleid te spreken. De Wever weet zelf heel goed wie aan de macht was de afgelopen decennia, maar het gaat hem om framing en een zondebok zoeken: de socialisten.

‘Het is nergens beter wonen dan bij ons, nergens krijg je meer kansen’. ‘De kansen die je krijgt inzake onderwijs, sociale verzorgingsstaat, zijn nergens beter uitgebouwd dan bij ons.’

Vanaf een bepaald moment in het interview kon De Wever niet genoeg herhalen, dat nergens anders in de wereld zo goed hebben als hier in België. Ik kon even niet volgen. Een aantal minuten daarvoor klaagde diezelfde De Wever over decennialang socialistisch beleid waarmee dankzij hem eindelijk werd gebroken, om vervolgens meermaals te herhalen dat hier geweldig wonen is? Er klopt iets niet. Dit weet De Wever zelf ook wel, maar het gaat hem niet om de waarheid. Dit is het zoveelste verdeel-en-heers-voorbeeld van De Wever. Hij ‘neemt het op’ voor ‘onze samenleving die veel kansen biedt’ (de goeden), tegen de Syriëstrijders die wij moeten straffen omdat ze gevaarlijk en ondankbaar zijn (de slechten).

De contradictie in deze uitspraken van De Wever is overduidelijk. Laten we nu nagaan of ze daadwerkelijk kloppen. Is het wel zo dat je ‘nergens meer kansen krijgt’? In Antwerpen, waar De Wever burgemeester is, verlaat bijna 30 procent van de jongeren de school zonder diploma. Meer dan de helft van de mensen met een migratieachtergrond leeft in armoede. Er is 40 procent werkloosheid bij mensen met een migratieachtergrond. Van de migranten zegt 75 procent gediscrimineerd te worden bij het vinden van een baan. Toch heeft De Wever het lef om op zijn dooie gemak te beweren dat je ‘nergens meer kansen krijgt’, terwijl België en zijn stad bij uitstek Europees kampioen zijn in ongelijke kansen. Dit is niet alleen populistisch, dit is politiek beneden alle peil.

De Wever zou niet De Wever zijn, als hij er geen schepje verdeeldheid en provocatie bovenop doet. De uitspraak ‘racisme is relatief’ van Liesbeth Homans (N-VA en intussen o.a. minister van Gelijke Kansen) blijft hij als volgt verdedigen: ‘Dat zegt zij omdat bepaalde dingen heel vaak en heel snel worden ingeroepen om bepaalde dingen te verantwoorden die ook niet te verantwoorden zijn’. Hmmmm, welke ‘dingen’, mijnheer De Wever. Dit is nogal onduidelijk.

Kockelmann confronteert De Wever hierop met het voorbeeld van racisme binnen zijn politiekorps. Er zijn harde feiten en zelfs getuigenissen van politieagenten die aantonen dat racisme een groot probleem is binnen het Antwerps korps. En toch beweert De Wever: ‘Mijn korps is een voorbeeldig korps, omdat de strijd tegen discriminatie en racisme heel ernstig wordt aangepakt’. Als dat zo is, waarom zijn er dan al die gevallen van racisme? De Wever gaat zelfs een stapje verder met het verbloemen van zijn korps: ‘Er zit veel diversiteit in mijn korps’. Minstens 30 procent van de bevolking in Antwerpen heeft een migratieachtergrond. Hoeveel procent politieagenten met een migratieachtergrond heeft Antwerpen: 2 procent! ‘Veel diversiteit’ volgens De Wever…

Om bij mensen met een migratieachtergrond te blijven. Kockelmann stelt een vraag over de uitspraken van Theo Francken over de economische waarde van Marokkanen. De Wever onderbreekt hem en repliceert: ‘Dat heeft hij niet gezegd. Hij heeft gezegd dat als je migrantengroepen met elkaar gaat vergelijken, de sociale mobiliteit die de groepen gaan maken niet gelijk is en dat sommige migrantengroepen gemakkelijker integreren dan andere.’ Economische waarde of sociale mobiliteit, wat is het nu? Hierbij de letterlijke woorden van Francken: ‘Ik kan me wel iets voorstellen bij de economische meerwaarde van de joodse, Chinese en Indiaanse (sic) diaspora, maar minder bij de Marokkaanse, Congolese en Algerijnse.’ U mag zelf uitmaken wie hier een loopje neemt met de waarheid.

‘Onze samenleving is een prachtige samenleving, biedt veel kansen aan, die kansen moeten gegrepen worden.’

Deze uitspraak van De Wever klopt voor de Marc Coucke’s in België of voor de 26 rijke families die akkoorden hebben gesloten met Luxemburg om geen belastingen te betalen. Ze geldt voor de grote bedrijven voor wie België een fiscaal paradijs is. Ze geldt voor rijken die nog meer voordelen krijgen van deze regering die het voor de 10 procent rijkste Belgen opneemt en de andere 90 procent van de bevolking niet alleen in de steek laat, maar zelfs in de miserie duwt.

Voor de arbeiders, middenklassegezinnen, mensen met een migratieachtergrond, gepensioneerden, het hele middenveld, studenten, de jeugd, is deze samenleving geen prachtige samenleving. Met de huidige regeringen zullen de kansen die nu nog bestaan, volledig verdwijnen.

Bleri Lleshi is politiek filosoof en auteur van het boek De neoliberale strafstaat.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!