Waarom Tommelein Tommelein in toom moet houden

Waarom Tommelein Tommelein in toom moet houden

dinsdag 11 november 2014 12:48

Kersvers staatssecretaris van “van alles en niets” Bart Tommelein is
de voorbije dagen twee keer in de media gekomen in zijn hoedanigheid van
bestrijder van de sociale fraude. Sociale fraude is een zeer delicaat
thema. Het gaat hier namelijk over mensen die hulp krijgen van de
overheid, maar deze middelen ten onrechte verkrijgen, bijvoorbeeld door
te liegen over hun domicilie of het aantal inwonenden of proberen om
minder sociale bijdragen te betalen dan men eigenlijk zou moeten doen.
Men heeft zelfs een hele resem termen en categorieën uitgevonden. Zo is
er identiteitsfraude, inkomstenfraude, vermogensfraude, domiciliefraude
en attestfraude langs uitkeringskant, maar even goed de zogenaamde
bijdragefraude, bijvoorbeeld zwartwerk. De zweem van
wetenschappelijkheid moet de ernst van deze praktijken accentueren. Maar
hoe pak je zo’n complex probleem, met zoveel verschillende
verschijningsvormen aan?

Het eerste voorstel dat de Oostendenaar deed gaat over het inrichten
van een meldpunt voor sociale fraude, een kliklijn als het ware. Is dat
wat Gwendolyn Rutten zou bedoelen met haar actief burgerschap? Elkaar in
de gaten houden en onregelmatigheden melden? Het is, toegegeven, een
manier om het sociaal weefsel in verkavelingsvlaanderen te versterken.
Wie fout verklikt, riskeert wel zelf vervolging. Het tweede voorstel was
zo mogelijk nog beter. De heer Tommelein wil namelijk door middel van
datamining afwijkende energie- en waterrekeningen vinden, wat vooral van
pas moet komen om samenwonende ‘alleenstaanden’ op te sporen. Een hoger
verbruik zou dus kunnen wijzen op het feit dat de persoon in kwestie
geen alleenstaande is. Dat een zuinig koppel wel eens minder zou kunnen
verbruiken dan een alleenstaande die elke dag een bad neemt,
bijvoorbeeld omdat hij of zij een job heeft waarbij er veel zweet aan te
pas komt, dat ontglipt de staatssecretaris. Maar goed, misschien
riskeren de ambtenaren die iemand vals beschuldigen op basis van de
datamining ook wel vervolging.

Het globale voornemen van Tommelein is echter niet nieuw. De vorige
regering zette ook al in op de strijd tegen sociale fraude. Zoals eerder
gezegd hebben de Marxisten van Di Rupo verdomd veel in gang gezet waar
de Zweedse veranderingsprofeten van Michel nu applaus (of boegeroep)
voor krijgen. Zo werd er in 2013 een studie gewijd aan sociale fraude,
bij PWC besteld door Maggie De Block. Daaruit bleek dat ongeveer 5% van
de steuntrekkers bij OCMW’s betrapt waren op sociale fraude, waarbij het
dan nog niet in alle gevallen om intentionele fraude ging. Het
hulpverleningssysteem is nu eenmaal bijzonder complex. Ondanks het feit
dat het om een beperkte groep, veel kleiner dan vooraf gedacht, ging,
werden er meteen maatregelen genomen. Er kwam een koninklijk besluit
rond het sociaal onderzoek, waarbij huisbezoeken verplicht werden en de
verschillende stromen van de kruispuntbank sociale zekerheid moesten
worden geraadpleegd, waardoor vele maatschappelijk werkers het gevoel
kregen dat ze eerst moesten inspecteren en dan pas mochten helpen. Ook
al toonde de studie aan dat het om 5% fraude gaat, en 95% van de mensen
dus echt recht heeft op de uitkering, maakte ook deze regering een
prioriteit van sociale fraude. Dat 95% van de hulpbehoevenden daardoor
onterecht geculpabiliseerd worden is een kleine prijs.

Het moet dan zijn dat het om veel geld gaat, neen? Wel, neen. Bij
sociale fraude gaat het inderdaad bij de meest ruime schatting over
enkele miljarden. Maar het aandeel is echter beperkt wanneer men dit
vergelijkt met fiscale fraude. Hier is een drie- tot vijfvoud van het
bedrag dat verloren gaat aan sociale fraude te recupereren. Rond fiscale
fraude blijft het echter stil. De staatssecretaris van
fraudebestrijding (die trouwens ook armoedebestrijding in haar
takenpakket heeft) heeft nog geen wilde plannen om de miljarden die de
staat misloopt op te sporen en ten gelde te maken, wat in tijden van
besparingen nochtans wél een goede en pijnloze maatregel zou zijn vanuit
een collectief perspectief. Helaas, alles heeft te maken met de
perceptie bij de achterban. Bij sociale fraude gaat het om, ietwat
gemakshalve gereduceerd, hulpverlening en dus vervalt men al snel in de
clichés over het profitariaat en de hangmatarmoede. Bij fiscale fraude
ziet men, gezien het hoge overheidsbeslag en de inefficiënte werking van
de overheid, de zaken anders. Het is bijna een noodzaak om creatief om
te gaan en zo de staat op te lichten. In beide gevallen is er echter
sprake van oplichterij, en, zoals reeds gezien, is het aandeel in het
tweede geval groter. Het kost ons allen dus meer. De bijdragefraude is
een bijzonderheid binnen de sociale fraude. In de horeca komt men er een
bijvoorbeeld openlijk voor uit dat zonder zwartwerk de sector in elkaar
stuikt. En gegarandeerd dat wanneer de dienstencheques niet langer
fiscaal interessant zijn, de zwarte poetsvrouwen terug in trek zullen
zijn.

Los van de ongelijke behandeling van fiscale en sociale fraude zijn
er nog twee opzienbarende tegenstellingen of contradicties in dit
verhaal. Ten eerste is er de rol van Tommelein zelf. Als
staatssecretaris van sociale fraude werkt hij kaders uit om door middel
van huisbezoeken, datamining of consultaties van allerhande persoonlijke
gegevens via de kruispuntbank sociale zekerheid. Als staatssecretaris
van privacy moet hij er op toezien dat het recht op privacy voor alle
burgers niet meer dan noodzakelijk geschonden wordt. Door aan te geven
dat de regering maximaal en extra inzet op de bestrijding van sociale
fraude, dreigt die tweede taak op de achtergrond te verdwijnen. Bart
Tommelein hoort Bart Tommelein in toom moeten te houden. Het zal wel
geen toeval zijn dat sociale fraude en privacy bij een en dezelfde
persoon komt te liggen. Zo kunnen nodeloze schotten makkelijker worden
weggewerkt. Welk effect dat zal hebben op andere domeinen, waar een
groter deel van de burgers in het vizier komen, valt af te wachten.

Een derde eigenaardigheid is dat Tommelein een liberaal is en diens
partij onder het bewind van Gwendolyn ‘Optimism is a moral duty’ Rutten
meer dan ooit het accent legt op maximale vrijheid, verantwoordelijkheid
en een minimale overheid die zo min mogelijk betuttelt. De visie die
achter de uitkeringspolitiek, de sociale fraudebestrijding, maar even
goed achter het activeringsbeleid zit, is echter tegengesteld aan deze
lofrede op terughoudendheid en eveneens op het efficiënt en verantwoord
inzetten van publieke middelen. De liberalen betuttelen werklozen en
steuntrekkers en gaan zelfs controleadministraties op
controleadministraties oprichten om de controle nog efficiënter te
krijgen. Uiteindelijk krijg je een overheid die laag boven laag bouwt om
een inefficiënt systeem 0,001% efficiënter te krijgen. De vraag is of
a) dit nog in verhouding is met de moeite die er in wordt gestoken? b)
Of men deze moeite niet beter kan verdelen over sociale én fiscale
fraude c) of Tommelein als liberaal niet beter kan pleiten voor een
nieuw systeem dat weg gaat van de betutteling en de
controleadministraties van de overheid drastisch zouden verminderen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!