De weg naar een democratische democratie?

De weg naar een democratische democratie?

dinsdag 11 november 2014 14:41

DeWereldMorgen.beHet begrip ‘democratie, afgeleid van de Griekse woorden
‘demos’ (volk) en ‘krateo’ (heersen, regeren, wat dus samengesteld
‘volksheerschappij betekent, hield in het oude Athene in dat het volk zelf
stemde over het al dan niet goedkeuren van de wetten.

Toen door, zowel gewelddadige revoluties als vreedzame
evoluties, de democratie in onze westerse landen van de grond kwam, werd, in
tegenstelling tot het oud-Griekse voorbeeld, niet voor rechtstreeks
‘volksbestuur, maar voor een  ‘representatieve’ democratie geopteerd,
waarbij niet het volk zelf, maar de door hen gekozen vertegenwoordigers de
bestuursmacht zouden uitmaken.

Deze keuze kwam er niet enkel omwille van de
complexiteit van zowel wat inhoud als uitvoering betreft, maar vooral omdat een
dergelijk systeem de van oudsher feodale macht van koningen, graven,
baronnen, en kerken, (geleidelijk aan vervangen door de kapitaalkrachtige
financieel-economische elite) totaal zou teniet doen. 

Uit het ter ziele gaan van het feodale systeem,
ontstonden er twee  basisstromingen:, Een christelijke en een
atheïstische. Allebei weliswaar toegankelijk gesteld voor alle klassen in de maatschappij,
maar waar de Christelijke stroming toch het gros van de midden- en lage klasse
voor hun rekening nam. In België resulteerde dat in de oprichting van twee
politieke
partijen: de liberale en de Christelijke volkspartij. Bij de opkomst van
het socialisme kwam daar ook nog de, bij het Marxisme aanleunende Belgische
Socialistische Partij bij, hoofdzakelijk de arbeiders en armen huizende.

DeWereldMorgen.be

Via politieke partijen, en het
daarin verenigen van gelijkgezinde kandidaat-volksvertegenwoordigers, kon de
heersende klasse b.m.v. het principe ‘wiens brood men eet, diens woord men
spreekt’, hun verdwenen feodale macht op democratische wijze bestendigen. De
groei van het socialisme maakte daar na de industriële revolutie deels een
eind aan, maar de stijgende welvaart en het wegvallen van de linkse dreiging,
na val van het Sovjet-communisme, daarbij geholpen door de mondialisering
van zowel economie als politiek, heeft echter die macht  in al zijn glorie hersteld.

De zogenaamde ‘soevereine macht van het volk’,
welke in België, zoals in nog meerdere landen, zelfs grondwettelijk is
verankerd, is in de realiteit  onbestaande. De door ‘het volk’ gekozen
vertegenwoordigers zijn in feiten de vertegenwoordigers-, spreekbuizen- en
stemmachines van hun onderscheiden politieke partijen, welke hen als
kandidaat aan de kiezer hebben voorgedragen, waardoor zij schatplichtig zijn
aan de partij. Om de vier of vijf jaar mag (moet) het volk dan via zijn
stemgedrag de machtsverhoudingen tussen de politieke partijen  bepalen. En daarbij
houdt de zogenaamde democratie voor dat volk dan ook op.

Na de stembusuitslag, bepalen de partijen, al dan
niet onderling, hoe zij die verkiezingsuitslag interpreteren en zoeken naar de voor hen op dat
ogenblik meest voordelige coalitiepartners, of kiezen bij gebrek daaraan om
aan de zijlijn te gaan staan. Indien partijen gezamenlijk een meerderheid
aan volksvertegenwoordigers hebben, en men via ‘geven en nemen tot een compromis-regeerprogramma komt, wordt er een
regering gevormd, welke, voor zolang de partijcenakels van de regeercoalitie dat goedvinden door hun
volks-(partij)vertegenwoordigers zal worden gesteund, en waarvan alle wetten
door regering of regeerpartijvertegenwoordigers ingediend, goedgekeurd
worden.

Weze daarbij opgemerkt dat de parlementsleden, volgens art.42 van de grondwet,   ” ‘de natie’,en niet enkel degenen die hen hebben
verkozen” vertegenwoordigen. Door echter uitsluitend de standpunten van
hun eigen partij te verwoorden en volgend de door hen gegeven
orderwoorden te stemmen, gaat zij in tegen hun afgelegde eed om ‘de
grondwet na te leven’

Op geen enkel ogenblik van de legislatuurduur word
over wat dan ook de mening van het volk gevraagd, en wordt er van uitgegaan
dat het volk via zijn oorspronkelijk stemgedrag alle doen en laten van de
regeringscoalitie goedkeurt. Dat het volk geen enkele inspraak, laat staan
keuzemogelijkheid heeft over welke regering, welke ministers, en welk
regeerprogramma, en latere wetgeving het krijgt, en dus gedurende vier of vijf
jaar een dictatuurlegislatuur ondergaat, stoort daarbij blijkbaar geen
enkele zogenaamde zelfverklaarde democraat.

Waarschijnlijk ter compensatie van zoveel democratische
volksverlakkerij, heeft men in de loop der tijden wel ‘democratische’ rechten
en vrijheden geschapen, teneinde de bevolking te voorzien van middelen om zijn
ongenoegen over het ‘dictatoriale’ bestuur te uiten: Zo kan men zijn mening
uiten via media, betogingen en stakingen. Dat heet dan ‘signalen uitzenden’
of ‘druk uitoefenen’. In het verleden hebben die democratische middelen wel
enigszins hun nut bewezen. Vrijwel al onze sociale verworvenheden zijn er
via, vooral betogingen en stakingen gekomen. Het valt te betwijfelen of er
zonder dat, enkel via parlementair initiatief, ook maar iets van zou
waargemaakt zijn.  Dat daarenboven het geweld tijdens die manifestaties
steeds van min of meer
doorslaggevend belang is geweest, stemt daarbij toch tot nadenken.

Iedereen is het er over eens dat een democratie
waarbij het volk, bij elke wijzigende of nieuwe wetgeving geraadpleegd
zou worden, zelfs al zou het enkel om de belangrijke gaan, in de
praktijk niet werkbaar is. Daarvoor is onze samenleving uiteraard  té complex. Maar dat neemt niet weg dat men het volk wel kan laten
beslissen over datgene wat politici  te pas en te onpas bedrieglijk
beweren: nl dat de kiezer gekozen heeft voor een bepaalde regering en/of
regeerbeleid.DeWereldMorgen.be

De kiezer heeft helemaal
geen keuze gehad over welke coalitie hij wenst, laat staan over welk
regeerakkoord hij in meerderheid genegen is.

Dus, waarom gaan de partijen, na de
verkiezingsuitslag, niet met verschillende coalitiemogelijkheden
onderhandelen over verschillende regeerakkoorden, eigen aan elke
coalitie, legt men de resultaten ervan in een tweede stemonde voor aan het volk
en laat men hen beslissen
welke regeercoalitie en regeerakkoord het in meerderheid wenst? Waarom volgt men niet de weg naar een democratische democratie?

Dàn pas kan men met recht en reden beweren dat
de bevolking voor een bepaalde regering en -beleid heeft gekozen. Dàn
pas is er sprake van een (benadering van) echte democratie.

Dàn pas kan men van de burger verwachten dat
hij zich schikt naar wat de democratische meerderheid van ‘de natie’
wenst, i.p.v. wat de zichzelf kiezende regering hem oplegt…

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!