Vijand nummer één

Vijand nummer één

maandag 10 november 2014 21:27

“De socialisten hebben me uitgeroepen tot vijand nummer één”. Tot u spreekt… Tja, wie eigenlijk?

Bart De
Wever excelleert in vaagheden. Een perfide strategie die ons allen grote zorgen
zou moeten baren. We bekijken een recente uitspraak van naderbij:

“De
socialisten hebben me uitgeroepen tot vijand nummer één. Ze stellen me voor als
de vriend van het groot kapitaal en de vijand van de arbeiders. Dat is dikke quatsch. (…) Om daar nu zo’n discours
aan te hechten… Dat is bijna crimineel.”

Deze
uitspraak bulkt van de ambiguïteiten. Een eerste, erg voor de hand liggend
voorbeeld is het gebruik van de term ’socialisten’. Socialisme is een politieke
ideologie en socialisten zijn, bij uitbreiding, aanhangers van het socialisme.
‘De’ socialisten waar De Wever op doelt, worden niet nader omschreven. Gaat het
over de PS? De socialistische partijen in het algemeen? De socialistische
vakbond? Iedereen die zichzelf socialist noemt, mijzelf incluis?

Een
tweede vraag die we ons kunnen stellen, is wie de ik-figuur is die
klaarblijkelijk wordt gedemoniseerd. “Wel, Bart De Wever zelf”, zult u zeggen.
En dit zou steek houden, ware het niet dat de acties die worden georganiseerd
tijdens deze ‘hete herfst’ niet gericht zijn tegen Bart De Wever zelf. Ze zijn
gericht tegen het beleid van de federale (en Vlaamse) regering. Het is echter
tekenend voor de retoriek van De Wever dat er geen onderscheid wordt gemaakt
tussen de persoon en één of meerdere beleidsniveaus. Afhankelijk van de
situatie is Bart De Wever de N-VA, Vlaanderen, Antwerpen en nu dus ook de
federale regering.

Een
derde bedenking die we ons kunnen maken, is wat precies wordt bedoeld met
‘bijna crimineel’. Crimineel betekent, tot nader order, het overtreden van de
strafwet. Aangezien het hier een meningsuiting betreft en er in dit land een
grote vrijheid bestaat wanneer het gaat over meningsuitingen, moeten we op zoek
gaan naar situaties waarin meningen effectief strafrechtelijk vervolgbare
feiten uitmaken. De enige opties die in dit geval kunnen worden aangehaald, zijn
volgens mij laster en het oproepen tot haat. Ik vermoed dan ook dat De Wever
hier zegt dat wat ‘de’ socialisten doen, aanleunt bij één van deze twee
vergrijpen.

Nochtans
is er weinig grond voor deze conclusie. Indien het gewraakte discours slaat op
het voorstellen van De Wever – als vertegenwoordiger van de N-VA-standpunten of
van het regeringsbeleid – als vriend van het groot kapitaal, dan maakt
partijgenoot Jan Jambon zich hier minstens even schuldig aan wanneer hij in De
Zevende Dag
stelt dat extra bijdragen vragen van vermogenden niet in het
regeerakkoord staat. ‘Vriend van het groot kapitaal’ lijkt, gelet hierop, niet
meteen lasterlijk.

Een
andere mogelijkheid is dat De Wever doelt op het feit dat hij uitgeroepen wordt
tot vijand nummer één van de socialisten. Maar ook dit lijkt weinig
aannemelijk, tenzij we met zijn allen getuigen van een bijzonder kort geheugen.
Het feit dat de meest recente verkiezingen werden herleid tot een keuze tussen
het PS-model en het N-VA-model was geen uitvinding van de PS. En ook het feit
dat De Wever de vorming van de federale regering bestempelde als een
persoonlijke triomf omdat hij erin was geslaagd een regering zonder socialisten
te vormen, een uitspraak die hij kracht bijzette door te stellen dat hij hoopte
nooit nog een socialist in een toekomstige regering te moeten dulden, kan enkel
aan hemzelf worden toegeschreven. Ik zou zelfs stellen dat indien iemand De
Wever heeft uitgeroepen tot vijand nummer één van het socialisme, dit De Wever
zelf is. Wederom, laster en oproepen tot haat? Moeilijk hard te maken.

Wat we
hier zien, is een uitgekiende strategie, gebaseerd op vaagheden en
veralgemeningen. Alle oppositie wordt samengevat onder één noemer, elk beleid
wordt verpersoonlijkt door één persoon. Alle kritiek op dit beleid is een
persoonlijke aanval en is een vorm van meningsuiting die eigenlijk strafbaar
zou moeten zijn. En ja, een dergelijke strategie kan enkel worden omschreven
als perfide, omdat het alle oppositie onmogelijk tracht te maken.

Maar
zover zijn we nog niet. Oppositie is tot nader order een democratisch recht en
ik stel voor dat we deze ‘hete herfst’ gebruiken om dit recht uit te oefenen.
Ga de straat op, demonstreer, waar en wanneer mogelijk. Hou het vreedzaam, hou
het beschaafd, maar hou het niet langer stil. Zeg luidop: “Nee, wij laten ons
niet intimideren. Nee, wij laten ons niet muilkorven.” Wij zijn burgers van dit
land, de arrogantie van onze nieuwe leiders ten spijt. Wij zijn België, wij
zijn Vlaanderen, wij zijn Antwerpen. De N-VA en andere partijen mogen ze
houden, maar de rest besturen ze enkel dankzij ons. Laten we hen dit in
herinnering brengen, voor we het zelf vergeten.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!