foto: Michel Deveen
Interview -

“Artist-bashing en linkse hobby’s”

In het kader van Hart boven Hard brengt DeWereldMorgen.be een reeks portretten van mensen die geraakt worden door de besparingen. Vandaag een artiest aan het woord. Tom Vermeir is acteur en muzikant en is de negatieve beeldvorming rond zijn werk grondig beu.

maandag 10 november 2014 08:07

Tom Vermeir speelde speelde jarenlang bij rockgroep A Brand
en werkte  als acteur bij Compagnie
Cecilia, het KIP, HETPALEIS en vele andere gezelschappen. Momenteel trekt hij
met Action Zoo Humain door Vlaanderen met de voorstelling Flandrien. Een
voorstelling die hij op Facebook promoot in de volgende bewoordingen: “Komt
dat zien, komt dat zien! Deze subsidievretende potverteerders komen met hun
product uit de hangmatcultuur binnenkort naar een leeg theater bij u in de
buurt! Ook benieuwd naar wat de linkse elite met het zuurverdiende geld van de
Vlaamse belastingbetaler uitvreet? Bestel dan snel een veel te duur ticket en
laat u ontgoochelen door dit populistische zootje beroepsdoppers! Wees snel want
het aantal plaatsen voor de gewone werkmens is beperkt. Waarschuwing voor de gevoelige nationalist: Bepaalde scènes in dit stuk worden
uit onwil van bepaalde anderstalige acteurs niet gespeeld in de Vlaamse
voertaal.
” Deze artiest is boos.

Onze afspraak wordt een paar keer
uitgesteld, verplaatst en dan weer uitgesteld. De man heeft het druk.
Uiteindelijk belandt hij op een zondagnamiddag in mijn sofa. Wie zei dat
die culturo’s niet weten wat werken is?

“Heb je dat interview met Bart De Wever
gezien op de Nederlandse televisie? Daar zou onze nieuwsdienst een en ander van
kunnen leren, zeg.” (verwijzend naar het veelbesproken interview in het Nederlande televisieprogramma Oog in
oog
: http://www.npo.nl/oog-in-oog/06-11-2014/KN_1662294)

“Eindelijk werd hij eens echt op de rooster
gelegd, met feiten nog wel. Bij ons worden feiten en veronderstellingen
gewoon door mekaar gegooid. Journalisten doen niet eens de moeite meer om
dingen te doorprikken. Stellingen die eigenlijk veronderstellingen zijn worden
gewoon geponeerd en geslikt. Maar bon, daar moeten we het misschien niet over
hebben.”

Artist-bashing

Ik vraag hem hoe hij zich voelt in het
huidige klimaat, waarin wat naar cultuur ruikt bij voorbaat verdacht is.

“Oh ja, dat klimaat van
“artist-bashing” is echt wel een feit. Met mij persoonlijk gaat het voor het
eerst in jaren best goed. Maar dat is niet vanzelf gegaan. Met A Brand hebben
we jarenlang aan de weg getimmerd. Ik heb onlangs eens – voor de lol – berekend
wat ik heb verdiend in die tien jaar als muzikant. Ik kwam uit bij een
uurloon van minder dan een euro. Maar gelukkig tellen en rekenen artiesten niet
op die manier. Eigenlijk zijn we zo goed als altijd aan het werk. Ik vind dat
niet erg. Ik doe wat ik doe met bezieling. Soms werk ik voor niets. Dat doe je
omdat je ergens in gelooft, omdat je mooie dingen wil maken, ook al zijn er
geen grote budgetten mee gemoeid. Maar om dan het label van profiteur opgeplakt
te krijgen, dat is niet alleen onaangenaam, dat is gewoon niet fair.”

“Ik stel voor dat die mensen die ons
profiteurs noemen eens een paar maanden met me ruilen. Ik weet wel zeker dat ze
zullen schrikken van de slopend lange werkdagen, vaak van ‘s ochtends vroeg tot
‘s nachts, de relatieve onzekerheid, de bergen administratie die ik allemaal
zelf in orde moet zien te krijgen, de lage lonen, … Niet iedereen kan daarmee
om, niet iedereen is ervoor in de wieg gelegd.”

Afgunstcultuur

“Ik denk dat sommige mensen hun werk
echt niet graag doen. Ik doe mijn werk wel graag. Dat steekt blijkbaar veel mensen
de ogen uit. Kunnen we elkaar niet gewoon laten doen en laten zijn? Ik ben ook
wel eens jaloers op mijn vriend de notaris, enfin, op zijn loon. Maar laat mij
twee dagen zijn werk doen en ik word zot. Zelf ben ik nu 17 jaar bezig en ik durf
stellen dat ik 90 % van de tijd zwaar onder het barema heb gewerkt. In de
beginjaren had ik vaak niet eens een euro over om een broodje te kopen. Maar
eigenlijk wil ik daar niet over zagen. Ik klaag niet. Ik heb geluk. Maar het
zou fijn zijn als mensen eens een realistisch beeld hadden van ons bestaan.”

“Intussen heb ik een artiestenstatuut.
Maar daar probeer ik zo weinig mogelijk gebruik van te maken. Het dient enkel
om de tijd tussen contracten op te vullen en dan niet in een gat te vallen. Een
artiestenbestaan is vaak onzeker. Dat statuut vangt die onzekerheid een beetje
op en dat is nodig. Ik lig 8 tot 9 maanden per jaar onder contract en tussendoor
heb ik vaak nog wat kleinere opdrachten met dagcontracten. Dat is leefbaar.”

“Mochten de theaters en de concertzalen
nu leeg blijven, ik zou nog kunnen begrijpen dat men vragen stelt bij de meerwaarde
van wat wij doen. Maar het tegendeel is waar. Ik speel bijna elke avond voor
een volle zaal. Met A Brand stonden we op grote festivals en speelden we in
uitverkochte clubs. Gezelschappen als Compagnie Cecilia en vele anderen hebben
honderden voorstellingen gespeeld, elke voorstelling voor een uitverkochte
theaterzaal. Ziet men daar dan de waarde niet van? En dat terwijl Vlaanderen
een ongelooflijk rijk kunstenlandschap heeft dat tot ver over de grenzen respect
afdwingt.”

“Bedrijven krijgen ondersteuning, werkingsmiddelen of investeringen. Ik stel voor dat we het geld dat naar cultuur gaat vanaf nu ook zo noemen.”

Beeldvorming

“Uiteindelijk gaat het allemaal om
beeldvorming. Die klopt gewoon niet. “Hangmatcultuut”, “profitariaat”,
“subsidievreters”, “potverteerders”, … Het zijn populistische termen die
gemeengoed zijn geworden. Ze worden kritiekloos door iedereen overgenomen. Ik
zie dat zelfs in mijn familie. Vroeger werd er ook wel gelachen met ons,
artiesten, maar het was veeleer plagerig. De toon is veranderd en venijniger
geworden. Ik beeld me dat echt niet in. Terwijl ik gewoon keihard werk, weinig
verdien en alles eerlijk aangeef. Maar mijn werk wordt blijkbaar gezien als een
hobby.”

“Die verharding in het discours is algemeen: of het nu
gaat over artiesten die misbruik maken van hun artiestenstatuut of over de
werkloze met de vijf appartementen: voor elk geval van misbruik zijn er honderd
mensen die eerlijk en hard werken en hun best doen.”

“Als ik bekijk hoeveel mensen er
tewerkgesteld zijn in de podiumkunsten en hoeveel middelen er uiteindelijk naar
de kunstenaars gaat, dan kan ik alleen maar vaststellen dat de kunstenaar
als allerlaatste langs het loket passeert, wanneer alles bijna op is. Terwijl het
eigenlijk wel daarover gaat: over de creatie. Veel mensen laten zich ook gewoon
onderbetalen of werken gratis, omdat ze anders hun producties niet vertoond
krijgen. Ik zie wel dat er her en der in de sector aan de alarmbel wordt
getrokken. Het artistieke staat onder druk terwijl dat net centraal zou moeten
staan.”

Solidariteit

“Er heerst in de kunstensector een
soort neoliberale reflex om vooral de eigen meubels te redden. Er is maar
weinig solidariteit. Ik zie ook de angst om zich uit te spreken, men is bang om
geviseerd te worden. Ik begrijp dat wel, maar weiger er aan mee te doen. Zelf
heb ik maar weinig materieels wat mij bindt en ik heb geen kinderen te voeden. Ik heb dus weinig te
verliezen. Ik zie hier en daar wel
indivuen hun nek uitsteken. Hett zijn altijd dezelfden die in de bres springen voor de rest.”

“Mijn haar gaat rechtstaan als ik
minister Gatz hoor zeggen dat de cultuursector eens aan zelfreflectie moet
doen. Een creatieproces is heus geen feestje en vraagt een grote emotionele en
persoonlijke investering. Het is een intensief en soms heftig proces. Je moet
als artiest vaak erg ver en diep gaan, soms verder en dieper dan je leuk vindt.
Wij doen constant aan zelfreflectie. Dat is eigen aan de kunstenaar,
eigen aan het creatieproces.”

“De cultuursector”, die bestaat
trouwens niet. Er is helemaal geen sprake van een coherent en homogeen geheel.
Zelfs tussen de theatersector en de muzieksector zit er een wereld van verschil
en is er weinig contact en uitwisseling. Daarnaast is de muzieksector ook
nog eens het verwaarloosde stiefbroertje wat de budgetten betreft. Hoe vaak wij
als jonge band niet voor 300 euro ergens zijn gaan spelen. Met die 300 euro
moesten we onze geluidsman, ons transport en alle andere kosten betalen. Soms
moesten we gewoon bijleggen om te kunnen spelen. Jonge bands worden gewoon
uitgebuit. Maar omdat je een radiosingle hebt en op Pukkelpop speelt denkt men
dat je zwemt in het geld. En dat je de hele dag loopt te niksen, af en toe eens
optreedt en daarna pinten zuipt. Het keiharde repeteren, het schrijven en
componeren, het opnemen van een album, dat ziet niemand.”

“Ik heb het al eens gezegd: eigenlijk
zouden we met z’n allen, acteurs, muzikanten, kunstenaars, eens collectief moeten
staken. Als het geld op is, dan doen we gewoon niks meer. Geen concerten meer,
geen voorstellingen meer, iedereen technisch werkloos. Maar bon, dat gaat niet
gebeuren. Het is ieder voor zich en iedereen wil in de eerste plaats z’n
boterham verdienen.”

“Boeren en havenarbeiders trekken naar
Brussel en de straat op wanneer ze willen protesteren. Kunstenaars schrijven
een intelligent opiniestuk in De Morgen. Tja. Laat ons gewoon terug meer aan
maatschappijkritiek doen, op onze manier en met onze wapens. Laten we terug
protestsongs schrijven, laat ons weer politiek theater maken. Er zal al eens
ongemakkelijk geschuifeld worden in de zaal, maar daar ligt onze kracht, dat is
ons enige mogelijke antwoord.”




“Ik vind het burgerinitiatief Hart
boven Hard hoopgevend. Voor het eerst wordt er voorbij de eigen sector gekeken
en worden er banden gesmeed. Maar ik ben bang dat het preken blijft voor eigen
kerk. Hoe krijgen we zo’n initiatief voorbij de eigen achterban? Hoe treed je
in dialoog met mensen die  al die tijd gevoederd
zijn met vooroordelen? Ik heb er voorlopig geen antwoord op.” 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!