Zes lessen van 6 november

Zes lessen van 6 november

zaterdag 8 november 2014 15:47

Les #1: “Minderheid” is een mentaal en een relatief begrip

België
is een land dat gestoeld is op surrealisme. Dat wordt nog maar eens
duidelijk als men ziet hoe een relatief eenduidig begrip als minderheid
continu verandert van betekenis. We hebben jarenlang moeten horen dat de
meerderheid in dit land, de Vlaming, eigenlijk de facto een minderheid
is en als dusdanig wordt behandeld. Vervolgens claimde een partij die
33% haalde dat ze “Dé Vlaming” vertegenwoordigt en dat er geen
alternatief is voor een programma gestoeld op de leest van die 33% (en
dan nog). Diezelfde partij vond het niet kunnen dat een bevolkingsgroep
ondervertegenwoordigd werd in een democratie, om het vervolgens vooral
toe te juichen dat de tweede partij van Wallonië de enige
vertegenwoordiger in de huidige federale regering is. En nu blijkt dat
in tijden van totale apathie en apolitieke lethargie een opkomst van
meer dan 100.000 mensen allesbehalve indrukwekkend is. Het lijkt wel
alsof men plots een woordenboek gevonden heeft om het woord ‘minderheid’
op te zoeken.

Les #2: De media kiest altijd de kant van sensatie

Weinig
nieuws onder de zon, maar het was toch frappant. De berichtgeving rond
de betoging focuste bijna volledig op het sensationele. De brandende
auto’s, de woeste gezichten, de ontspoorde minderheid (daar gaan we
weer) die de positieve boodschap en de samenhorigheid van de
overoverovergrote meerderheid ontsierden. Dat die meerderheid zelf
teleurgesteld en ontzet was over het buitensporige geweld van de
enkelingen mocht niet baten. Tegenstanders konden roepen dat de
vakbonden hun leden niet in toom konden houden en dat het nu eenmaal te
verwachten valt bij linkse protesten dat er geweld aan te pas komt,
alsof we neo-nazistische betogingen associëren met bloemetjesjurken en
kampvuurmuziek. De oppositie van de oppositie heeft echter het recht om
de betoging te framen conform haar ideologie en haar ideeën. Van de
media mogen we toch net iets meer verwachten.

Les #3: Liberalen en christendemocraten hebben geen ruggengraat

Als
we de kritische stem van rechts mochten geloven dan protesteerde links
vooral tegen de gevolgen van 25 jaar socialistisch beleid. “Het is de
schuld van de sossen” heeft zich op korte tijd tot cultureel erfgoed
ontpopt, in die mate zelfs dat het woord van 2014 waarschijnlijk
“sossenschuld” wordt, zodat het ontegensprekelijke feit dat alles maar
echt alles de fout van de socialisten is ook in de Nederlandse taal
wordt verankerd. Maar laat ons eens een kijkje nemen naar de
machtsverhoudingen binnen de laatste federale regeringen, conform de
zetelverdeling:

Di Rupo I (ook wel gekend als Marx I): Socialisten 39, liberalen 28, Christendemocraten 28
Leterme II: Christendemocraten 33, Liberalen 38, Socialisten 20
Van Rompuy I: Christendemocraten 33, Liberalen 41, Socialisten 20
Leterme I: Christendemocraten 33, Liberalen 41, Socialisten 20
Verhofstadt III: Christendemocraten 33, Liberalen 41, Socialsten 20
Verhofstadt II: Liberalen 49, Socialisten 48
Verhofstadt I: Liberalen 41, Socialsten 33, Groenen 20
Dehaene II: Christendemocraten 41, Socialisten 41
Dehaene I: Christendemocraten 57, Socialisten 63

Jawel,
we moeten al teruggaan tot 1991-1995 voor een meerderheid van de
socialisten. Als alles de schuld van de sossen is, dan moet dat vooral
zijn omdat de christendemocraten en de liberalen geen ruggengraat
hebben, toch? En het rode gevaar op Vlaams niveau?

Peeters II: Christendemocraten 31, socialisten 19, Vlaams-Nationalisten 16
Peeters I: Christendemocraten 29, socialisten 25, Liberalen 25, Vlaams-nationalisten 6
Leterme: Christendemocraten 29, Socialisten 25, Liberalen 25, Vlaams-Nationalisten 6
Somers: Liberalen 27, Socialisten 20, Groenen 12, Sociaal-liberalen 3
Dewael: Liberalen 27, Socialisten 20, groenen 12, Vlaams-nationalisten 12
Van Den Brande IV: Christendemocraten 37, Socialisten 26

Ook
hier kwamen de socialisten zelden in de buurt van een overmacht. En
toch hadden zij al die jaren blijkbaar een toverstokje in handen waarmee
zij jarenlang hun soortelijk gewicht hebben kunnen doen exploderen, de
staatsdragende christendemocraten en liberalen helemaal betoverend. Zou
het niet kunnen dat bepaalde excessen het gevolg zijn van een
particratische zelfbediening, een politiek-strategisch spel waarbij de
traditionele partijen hun eigen belang vaak voor het algemeen belang
hebben geplaatst? Het zou pas kracht van verandering zijn moesten Michel
I en N-VA de particratie, de verstikkende partijdiscipline, de
impliciet en expliciete politieke benoemingen en de verankering van de
eigen macht in de politieke en maatschappelijke structuren zou
tegengaan. Helaas.

Les #4: Clichés blijven gezellig, vooral op een koude herfstdag

Waarom
moeite doen om na te denken als je gewoon een cliché kunt kiezen en
deze met een megafoon op de wereld kunt loslaten? Dé cliché-award van 6
november ging ongetwijfeld naar de hashtag #IkWerkVandaag. Vooral omdat
al die hardwerkende mensen meenden dat ze de hele dag door moesten
duidelijk maken hoe hard ze wel niet aan het werken waren, en ondanks
het feit dat ze zweetten van de noeste arbeid toch nog tijd vonden om
eventjes Ik werk vandaag op een papiertje te schrijven. En daarmee te
poseren. En dat de hardwerkende mensen van het VBO de hele dag de tijd
hadden om alles wat maar een beetje positief was voor hun zaak te
retweeten. De hashtag #IkTweetDatIkWerk had misschien beter geweest.
‘Werken’ was afgelopen donderdag bijna even relatief als ‘minderheid’.
Maar toegegeven, de clichés kwamen van beide kanten toegestroomd; over
harteloze ondernemers en egoïstische zelfstandigen of over
alcoholistische vakbondslieden en atavistische betogers. Akkoord, 140
tekens zijn weinig, maar bij deze lanceer ik een oproep om toch eens de
kunst van het nuanceren te omarmen. Of schrijf je ideeën eens uit in een
blog. Wie weet moet je wel constateren dat je gedachtegang wat
simplistisch is.

Les #5: Werkgevers, werknemers en ondernemers gedragen zich te veel als martelaren

“Iedereen
zou zelfstandig moeten worden, dan zou er pas gewerkt worden!”,
“Gelukkig zijn er nog ondernemers die voor welvaart zorgen”, “De
ondernemer is de ware held van deze eeuw”. enzoverder, enzovoort. Laat
mij duidelijk wezen, de ondernemers en zelfstandigen die ik persoonlijk
ken, krijgen van mij alle respect die hun toekomt. Ja, ondernemers nemen
risico’s. Ja, ze kiezen voor het moeilijke pad. Ja, ze zullen
waarschijnlijk harder moeten werken dan hun werknemers of mensen in de
privé. Maar mensenlief, na een tijdje lijkt het wel alsof elke
ondernemer zijn zaak opgestart heeft terwijl iemand een pistool tegen
zijn slaap hield. Ik vermoed dat het grootste deel toch voor deze
roeping heeft gekozen vanuit een vrije wil? Het geweeklaag over het
trieste lot neemt echter epische proporties aan. Sommige mensen kiezen
om verschillende redenen om te ondernemen, anderen kiezen om
verschillende redenen om in werkverband te gaan werken. Het een is niet
meer waard, dan het ander. Het zijn persoonlijke keuzes met voor- en
nadelen. Laat ons vooral onthouden dat de meerderheid probeert om er
samen het beste van te maken. Vakbonden hebben ongelijk als ze zeggen
dat werknemers voor welvaart zorgen en werkgeversorganisaties hebben
ongelijk als ze zeggen dat werkgevers voor welvaart zorgen. Welvaart is
nu eenmaaleen gezamenlijk project dat samenwerking vereist.

Les #6: Ik ben een salonprogressief pur sang

Laat
mij even egocentrisch zijn en focussen op mijn eigen houding op 6
november. Ik heb alle begrip voor de betogers. Ook ik ben het niet eens
met de focus van de besparingen en al helemaal niet met de toon en de
accenten die deze regering legt in haar beleid. Het activeringsbeleid is
op z’n zachtst uitgedrukt een totale miskenning van de realiteit op de
arbeidsmarkt en een negatie van wetenschappelijke studies die dergelijke
maatregelen genadeloos naar de prullenmand verbannen. Het armoedebeleid
is een armtierige compensatie voor een beleid dat de levensduurte van
de mensen de hoogte in stuurt, waardoor het risico op armoede verhoogt.
Het fraudebeleid is op z’n zachtst gezegd bijzonder onevenwichtig. De
manier waarop men vermogens meent te laten meebetalen is een lachertje
en het engagement op het vlak van milieu is ontoereikend, zeker
aangezien men niet genoeg kan benadrukken dat deze regering eerst en
vooral de toekomst van onze kinderen wil vrijwaren. En toch was ik niet
aanwezig. Waarom?

Omdat ik afspraken had op het werk die ik misschien
ergens belangrijker vond. Wat, toegegeven, achteraf gezien helemaal geen
excuus is, aangezien op de schaal der dingen de toekomst van ons allen
belangrijker is dan mijn eigen kortetermijnverplichtingen. Omdat ik het
ook niet eens ben met de aanpak en accenten van de vakbonden (die
provinciale stakingen zijn toch echt ridicuul), al moet ik achteraf wel
erkennen dat ze nog steeds dé mobiliserende kracht van het land zijn. En
omdat het nu eenmaal in mijn aard ligt om kalm in de zetel, de eettafel
of op café te zagen over de maatregelen van de regering, maar niet om
op straat te komen en daar mijn stem te laten horen. En dus degradeer ik
mijzelf waarschijnlijk tot een passief lid van de semi-silent majority.
Daarom, laat deze blogpost een klein beetje mijn bijdrage zijn aan de
protesten van 6 november. Want ik blijf, volleerd salonprogressief
zijnde, geloven dat de beste tegenstand voor deze regering nog steeds
moet vertrekken vanuit het argument, waarmee ballon na ballon kapot zal
worden geprikt.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!