De Block maalt niet om remgeldverhogingen, wel om toplonen specialisten

De Block maalt niet om remgeldverhogingen, wel om toplonen specialisten

dinsdag 4 november 2014 12:54

In een interview met Maggie De Block in De Standaard (3/11/2014) maakt de
nieuwe minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken niet veel ergs van het
verhogen van de remgelden voor patiënten:

‘Sommige specialismen zullen door
een verhoging van het remgeld de patiënt meer kosten: een anesthesist en een
oogarts, bijvoorbeeld. Maar een pediater en een geriater gaan wel minder kosten
voor de patiënt. Ik ga daar niet onnozel over doen, in totaal levert dat een
besparing van 30 miljoen euro op.’

Maar een maatschappelijk debat over de toplonen van
specialisten is ‘not done’:

‘Ik mag hopen dat het debat over
de lonen van de artsen binnen de geneeskunde blijft. Wat zou een ander daarover
moeten oordelen? ‘

De Block: ‘Die mensen staan als grootverdieners in de
krant, terwijl ze misschien maar 20 of 40 procent van hun bruto-inkomen
overhouden.’

Het is waar dat specialisten gemiddeld 40% van hun
bruto-inkomsten aan het ziekenhuis moeten afstaan. Maar dan nog nemen ze riante
bedragen mee naar huis. Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg
(KCE) deed een studie naar de inkomsten die specialisten uit hun ziekenhuiswerk
genereerden. De grootverdieners onder de ziekenhuisartsen zijn nierspecialisten, die jaarlijks gemiddeld 640.000 euro bruto mee naar huis
nemen. Radiologen en klinische biologen hebben respectievelijk een
brutoloon van 460.000 en 430.000 euro. Let op, deze bedragen zijn na aftrek van
de kosten die ze aan het ziekenhuis betalen. Bij die bedragen zijn
ook niet meegeteld wat de specialisten aanrekenen in hun eigen privépraktijk.
Neurologen, pediaters, psychiaters en reumatologen houden het minst over. Maar hun
inkomsten uit het ziekenhuis  bedragen toch nog rond de 150.000 euro per
jaar.

Specialisten die ‘met machines werken’, verdienen veel meer dan degenen
die ‘met mensen werken’.  Dat komt door het systeem van betaling per
prestatie. Als een perifere specialist drie tot vier keer zoveel verdient als
een universiteitsprofessor in de geneeskunde, zoals prof. Bellemans in het
voorjaar nog aan de pers liet weten bij zijn overstap van Gasthuisberg naar een
perifeer ziekenhuis, zit het toch wel behoorlijk scheef. Betaal alle
specialisten het fatsoenlijke salaris van de universiteitsprofessoren in de
geneeskunde. Met volwaardige sociale zekerheid en pensioenopbouw. Met extra’s
voor extra-prestaties en extra-kwaliteit. Specialisten met zulke grote
verantwoordelijkheid en inzet mogen gerust meer verdienen dan de eerste
minister van dit land. Maar niet twee of drie keer zoveel, zoals nu dikwijls
het geval is.

De Block:‘Ik mag toch hopen dat
het debat binnen de geneeskunde blijft. Wat moet een ander daarover oordelen?

Uiteraard moet dat debat politiek gevoerd
worden. Vooreerst is het recht op gezondheidszorg een grondrecht, dat ten
tweede voor 80% of meer wordt gefinancierd met gemeenschapsgelden. De overheid
heeft de plicht dat dit geld goed gebruikt wordt, dat verspilling wordt
tegengegaan. Exorbitante topverloning van specialisten en de grote
ongelijkheden en onevenwichten in de verloning van verschillende artsen is
uiteraard onderwerp van een politiek debat. De verspilling en overconsumptie is
een gevolg van de betaling per prestatie en het meer en meer door winst
gestuurde marktdenken in de gezondheidszorg, zoals ik in een eerde opinie voor
Knack.be
argumenteerde.

Het totale bedrag aan honoraria
dat het RIZIV in 2013 uitbetaalde aan de artsen bedroeg 7,8 miljard euro.
Daarvan gaat 1,3 miljard euro naar de huisartsen en 6,5 miljard naar
specialisten. Hiervan blijft gemiddeld 40% in het hospitaal en krijgen de
specialisten 3,9 miljard mee naar huis. Specialisten met een vaste wedde in een universitair ziekenhuis verdienen de
helft tot één vierde van hun collega’s 
in de andere ziekenhuizen. Door het betalingssysteem van de
universitaire ziekenhuizen te veralgemenen bespaart onze ziekteverzekering  2 miljard euro. De afschaffing van het
systeem van betaling per prestatie bespaart minstens één derde van de
medisch-technische prestaties in de laboratoria en in de medische beeldvorming.
Goed voor 0,8 miljard euro op de 2,4 miljard euro die jaarlijks van onze
ziekteverzekering naar deze onderzoeken gaat. Opnieuw geld dat kan gebruikt
worden om de schrijnende behoeften te lenigen.

Het uittreksel over de toplonen in het interview met De Block in De Standaard 

  • En de artsen zelf, wat
    mogen zij verdienen? In de tv-reeks ‘Topdokters’ klaagde onlangs een specialist
    dat hij ‘slechts’ 250.000 euro bruto per jaar verdiende.

    ‘Een arts is iemand die lang gestudeerd heeft, die intensief zijn werk doet
    en voor elk mensenleven vecht. Artsen mogen van mij dus ook deftig verloond
    worden. De specialisten die veel verdienen, moeten trouwens een groot deel van
    hun loon afstaan aan het ziekenhuis waar ze werken. Die mensen staan als grootverdieners in de krant, terwijl ze misschien
    maar 20 of 40 procent van hun bruto-inkomen overhouden.’

    Er moet wel een
    maatschappelijk debat komen over de lonen van artsen, vindt …

    ‘U gaat daar een maatschappelijk debat over voeren?’

    Het Kenniscentrum voor
    de Gezondheidszorg, aan wiens rapporten u veel belang hecht, zegt dat. Het gaat
    immers om specialisten die werken in een zorgsysteem dat voornamelijk wordt
    gefinancierd door de gemeenschap.

    Ik mag toch hopen dat het debat
    binnen de geneeskunde blijft. Wat moet een ander daarover oordelen? Als je
    goed bent, mag je goed betaald worden.’

    ‘Het is wel zo dat de lonen tussen de specialismen niet juist verdeeld zijn.
    Dat is historisch zo gegroeid. Nefrologen verdienen bijvoorbeeld veel omdat ze
    zeer technische handelingen uitvoeren, net als de radiologen. De geriaters –
    die we meer dan ooit nodig zullen hebben – krijgen veel minder omdat ze
    voornamelijk intellectuele inspanningen doen. Daarom zijn sommige beroepen
    helemaal niet meer aantrekkelijk voor studenten die willen specialiseren.’

    Gaat u dat
    rechttrekken?

    ‘We zullen bij de nieuwe berekening van de honoraria van artsen rekening moeten houden met de geschiedenis.
    Artsen zullen niet bereid zijn om nog voor een derde van hun oorspronkelijke
    loon te werken.’

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!