Opinie -

Gatz: de tien geboden van de culturele uitverkoop

Na de kaalslag op Cultuur, is er nu ook de beleidsnota van de Cultuurminister. De omslag naar een neoliberale cultuurpolitiek is daarmee een feit. Hierbij een inventaris van de uitverkoop. De tijd van twijfels is voorbij. Hoog tijd om een tegenstroom op gang te brengen. Red De Cultuur!

donderdag 30 oktober 2014 16:24




“Er komt geen Grote Sanering, ik ga geen mensen op straat
zetten.”
 Met deze eerste officiële boodschap (DS 28/08) opende Sven Gatz zijn mandaat als
Cultuurminister. Een maand later werd duidelijk hoe diep de huidige historische
besparingen sneden in Cultuur, media en het verenigingsleven, de zeven werken van Gatz, zeg maar.
Intussen kennen we ook het afbraakscenario van de federale
instellingen, duidelijk een door N-VA gestuurde communautaire agressie.

Gatz kreeg bij zijn
aantreden het hoffelijke voordeel van de twijfel. Kunst en Cultuur kreeg er een
pijnlijke vertrouwensbreuk voor terug. Nu is ook de beleidsnota Cultuur (2015-119) beschikbaar.
Die heeft het voordeel van de duidelijkheid, ze laat niets nog aan de twijfel
over: Gatz doet gewoon alsof er n-i-e-t-s aan de hand is. Business as usual. Besparingen? Wie is daar nu nog over bezig?

Hoogtijd voor een volgende
shock: tussen de camouflage van mooie woorden door, lezen we een ongezien
radicale intentieverklaring. De volgende vijf jaar moet een cultuuromslag naar
een neoliberale cultuurpolitiek werkelijkheid worden: de openbare
dienstverlening in functie van de markt.

Hierbij alvast een
bloemlezing van de uitverkoop, in een tiental puntjes. De beleidsnota’s jeugd
en media zijn helaas van eenzelfde teneur van zogeheten ‘slimme ondernemerszin’.
De begroting is nog niet beschikbaar. Maar met deze klare ideologische wijn die
Gatz nu schenkt, weten we reeds dat er hooguit wat marge op zit. Kruimels als
zwijggeld, voor wie het hardst komt lobbyen. Overbodig te vermelden dat de besparingen eigenlijk gewoon transfer naar de
bedrijven
zijn.

I. Het missiewerk in privatisering
via fiscale structuren

Citaat: “Met
de federale overheid zal ik nagaan of we de tax shelter kunnen
uitbreiden naar andere culturele sectoren. Ook wil ik inzetten op alternatieve financieringsvormen
die elders al hun nut hebben bewezen, zoals bijvoorbeeld crowdfunding, een
kunstkoopregeling en fiscale maatregelen.
“De tax shelter speelt
een glansrol”

II. De draaideur van het
publieke naar het private

Ik
beoog een geïntegreerd en verbindend cultuurbeleid dat samenwerking
centraal stelt en bruggen slaat tussen publiek en privaat, tussen cultuur
en economie.”
  

III. ‘Good governance’
(lees: ‘zelfstandig’ financieel bestuur)

 De
overheid verwacht van gesubsidieerde actoren dat ze ondernemerschap en een
minimumaandeel aan eigen inkomsten realiseren. Subsidies kunnen dus beschouwd worden als een hefboom, met een
terugverdieneffect.
Hefboom!

IV. Branding Flanders. Na
het Belgische bier, de Vlaamse film in de markt zetten

“De Vlaamse film is
– zeker op de eigen markt – stilaan uitgegroeid tot een kwaliteitslabel.
Mede dankzij de tax shelter steeg het aantal filmproducties de laatste
jaren aanzienlijk. De middelen die we als overheid inzetten, hebben
grote terugverdieneffecten voor onze economie, maatschappij en
uitstraling. Om de economische terugverdieneffecten te consolideren, moeten we
nog meer inzetten op de doorbraak van Vlaamse producties en hun makers op
de internationale markt. De Vlaamse film vormt de hefboom bij uitstek om
een venster op de wereld én op Vlaanderen te openen. Nu staan de vensters
nog teveel op een kier.”
  Het Vonnis en The Loft? Hefboom!

V. Marktconform ondernemerschap

Een
dynamische en slagkrachtige culturele sector vraagt impulsen op vlak van
ondernemerschap. Een duurzaam cultuurbeleid moet dan ook autonomie en ondernemerschap stimuleren. Ondernemerschap
in de culturele sector veronderstelt dat culturele actoren zich proactief
richten op professionele, inhoudelijke en maatschappelijke ontwikkelingen,
vanuit een eigen vernieuwende visie en strategie. Het is belangrijk
de goede randvoorwaarden voor ondernemingszin en ondernemerschap te
creëren om impulsen te geven aan nieuwe
financierings- en organisatievormen
, en aan innovatie en samenwerking
binnen en buiten de culturele sector. Ik wil de ondersteuning van
kunstenaars en culturele organisaties op vlak van ondernemingszin en ondernemerschap
transparanter en efficiënter maken. Hiervoor wil ik een samenwerking op
poten zetten met actoren zoals Agentschap Ondernemen (!), het Kunstenloket
en CultuurInvest (!).
”  CultuurInvest als hefboom voor
kunstenbeleid? Deuren en vensters open voor de mythe van de creatieve industrie.

VI. EU-beleid Creative
Europe implementeren

“Cultuur heeft ook
een belangrijke economische waarde, zoals blijkt uit de studie ‘Creatieve
Industrieën in Vlaanderen – update’ (2014) van Flanders DC Kenniscentrum.
Zo waren de culturele en creatieve sectoren in 2010 (meest recente
cijfers) goed voor meer dan 126.000 jobs en vertegenwoordigden ze 3% van
het Bruto Binnenlands Product en dat zowel binnen de profit- als de
non-profitsector. Ze draaiden een omzet van 22,6 miljard euro en realiseerden
een toegevoegde waarde van 6,9 miljard euro.  Daarnaast heeft cultuur
multiplicatoreffecten binnen de bredere economie en positieve spillovereffecten binnen sectoren zoals
media, toerisme, buitenlandse handel, innovatie. De culturele sector vormt
ook een motor van lokale en regionale ontwikkeling. Culturele projecten,
organisaties en kunstenaars worden beschouwd als belangrijke ‘soft
location factoren’ om de aantrekkingskracht van steden en regio’s te
verhogen voor inwoners, investeerders, toeristen en nieuw creatief talent.
Om deze cross-over effecten te optimaliseren is het belangrijk
de culturele sector ook in te bedden in een breder economisch, lokaal en
regionaal ontwikkelingsbeleid.” “Het is mijn ambitie ervoor
te zorgen dat internationale programma’s, zoals Creatief Europa, Europa voor de burger, Horizon 2020 en de Structuurfondsen
nog breder bekend en benut worden.”
Deuren en vensters open voor the creative class. Creative Europe is het probleem, niet de oplossing.

VII. Topevenementenbeleid

“Topevenementen zijn
kwalitatief hoogstaande evenementen die een uitstraling hebben tot ver buiten de grenzen. Ze hebben ook
een grote impact op onze economie. De schaal en omvang van topevenementen
vragen een gecoördineerde aanpak op Vlaams niveau. We ontwikkelen daarom
een coherent topevenementenbeleid. We clusteren alle relevante
competenties binnen de Vlaamse overheid in één slagkrachtige
cel EventFlanders, in de schoot van Toerisme Vlaanderen. Op basis van een
business case, opgesteld door EventFlanders, beslist de Vlaamse Regering
welk topevenement op de ondersteuning van EventFlanders kan rekenen.”
De passieve cultuurbeleving wordt gepromoot. Vlaanderen
vakantieland! ‘Duurzaam’ ook: “Ik ambieer een duurzaam cultuurbeleid. (…) Zo
wil ik bijvoorbeeld investeren in duurzame toonaangevende culturele
infrastructuur en in grote ambitieuze instellingen als ambassadeurs van
Vlaanderen.”

VIII. Een ‘schottenloos’
beleid (tussen kunst en industrie)

“Daarnaast wil ik de
economische waarde van cultuur verder valoriseren door samen te werken met
actoren zoals het Agentschap Ondernemen,
bijvoorbeeld voor de ontwikkeling van de Routeplanner, de Participatie
Maatschappij Vlaanderen en in het bijzonder CultuurInvest, Flanders DC, het Overleg Creatieve Industrie, FIT en intermediaire
organisaties. Hierbij gaat mijn aandacht
in het bijzonder uit naar de culturele en creatieve industrieën
. Door
resoluut te kiezen voor samenwerking en hiermee de krachten te
bundelen kan de culturele sector zich versterken. Samenwerking (!) kan op
diverse vlakken: o.a. delen van infrastructuur en personeel,
gemeenschappelijke promotie en spreiding, het opzetten van coproducties en
partnerprojecten, het realiseren van gezamenlijke aankopen.  Vanaf 2016
komen partnerprojecten, die inzetten op de innovatieve waarde van kunst
over de grenzen van de kunstwereld heen (o.a. toerisme,
economie, educatie), in aanmerking voor steun vanuit het Kunstendecreet
(!). Hierdoor versterken we beleidsdomeinoverschrijdende samenwerking en
creëren we ook openheid naar samenwerking met private spelers.
Partnerprojecten kunnen private actoren stimuleren om te investeren in een
samenwerking met kunstenaars of diverse vormen van financieel, symbolisch,
intellectueel en sociaal kapitaal binnenbrengen in het culturele
veld.”  

IX Rechtstreekse steun
aan verkopers

“Private spelers kunnen
ook een belangrijke rol spelen bij de spreiding of promotie van kunst. Ik
denk hier bijvoorbeeld aan galeries. Het galeriewezen is in Vlaanderen en
Brussel een belangrijke factor, als tussenpersoon tussen de verzamelaar en
de kunstenaar. Galeries zorgen voor de promotie van kunstenaars, bieden de
kunstenaar een (inter)nationaal netwerk aan en presenteren hun werk buiten
Vlaanderen door te participeren aan belangrijke buitenlandse kunstbeurzen.
Ik wil onderzoeken hoe we dergelijke private spelers sterker kunnen
ondersteunen, zonder dat dit echter mag leiden tot concurrentieverstoring,
conform het Vlaams Regeerakkoord (p. 132).”  “Tot slot wil ik nagaan
waarom rechtspersonen met een niet-commercieel karakter vaak als enige
structureel subsidiabele rechtspersoon erkend worden en of andere
organisatievormen een haalbaar alternatief zijn. Ik denk hier
bijvoorbeeld aan de mogelijkheden van de coöperatieve vennootschap met
sociaal oogmerk, aangezien deze rechtsvorm de voordelen van een
vennootschapsstructuur combineert met ideële en maatschappelijke
doelen.” 
 Innovatief!
Directe subsidies voor private bedrijven vanuit het kunstendecreet. Dat
sympathieke ‘coöperatieven’-idee als excuus voor de privatisering van de
publieke sector.

X. Angelsaksisch model
als rolmodel

“De grens van het huidige
subsidiemodel werd bereikt.”;”Cultuur is te belangrijk om een exclusieve
bevoegdheid van de overheid alleen te zijn. Cultuur is van en voor ons
allemaal (!). Ik wil samen met de sector de weg vrijmaken voor een nieuwe,
flexibele financieringsbenadering die een subsidiebeleid verbindt met
haalbare, alternatieve financiering. Met deze financieringsbenadering
betracht ik een goede combinatie te maken tussen het continentaal model
(met bijna exclusief subsidies) en het Angelsaksische model (waarbij de
rol van de overheid miniem is en wordt overgenomen door de markt). Om
middelen uit de private markt te genereren, wil ik de dialoog aangaan
met het Vlaamse en federale niveau en met de collega’s van de Franse
Gemeenschap om samen fiscale stimuli in het culturele veld op de agenda te
plaatsen.”
Privaat bezit is
van ons allemaal? Dat kan alleen een liberaal bedenken.

Besluit: het marktisme
van Gatz 

Verder ook
opvallend: M HKA wordt zijn ‘kerninstrument’. Bart De Baere zijn
charmeoffensief bij N-VA werpt vruchten af. Hij sprong deze week nog op de kar
van het revanchisme van Rondas, door in De Morgen
te verklaren dat die federale cultuurinstellingen gedateerd zouden zijn: onaangepast
en ‘autistisch’… En Smak? Wegsaneren omdat het in Gent ligt, niet in
Antwerpen? Boekenwinkels zullen zich ook moet heruitvinden, luidt het.
Creatieve destructie? Wat ooit een ‘vaste boekenprijs’ was, wordt in bijzonder
afgezwakte versie als schaamlapje opgenomen. Via Boek.be wordt de mondige
literaire wereld via hun uitgevers ook aan de leidband gelegd. Voor de Frankfurt Buchmesse zou naar verluid 1
miljard euro vrijgemaakt worden. De recente aderlatingen? De minister doet alsof zijn neus bloed maar schrijft dan wel übercynische zinnen als: “Het cultureel-erfgoedbeleid kent momenteel een spanning tussen enerzijds de huidige draagkracht van de actoren in het veld en anderzijds de vele verwachtingen die de overheid stelt tegenover deze organisaties.” Hoe zou dat toch komen?

Hoe ongeloofwaardig kan je zijn, als je uw bezorgdheid voor de kunstenaars van morgen in een nota uitschrijft, maar ondertussen zwaar saneert op het Kunstendecreet en de deur wijd openzet voor de creatieve industrie? Hoe vals klinkt de bezorgdheid om een bloeiende cultuur, als je enerzijds 51 miljoen euro wegsnijdt in de cultuursector, om anderzijds triomfantelijk 40 miljoen vrij te maken voor de bouw van een megalomane cultuurtempel in Ruisbroek,
een verloren dorp in de Brusselse zuidrand? Het illustreert duidelijk de
bitterheid van de Vlaams-nationalistische cultuurstrijd: in de hoop de zich
ontplooiende superdiversiteit in de Brusselse hoofdstad in te dijken, wordt er
een ‘Vlaamse vuurtoren’ neergepoot die de identiteit van de autochtone
monocultuur moet promoten. Alsof de cultuursector al niet genoeg een product is
voor en door de blanke middenklasse.

“Een beetje fitness is
welkom in de cultuursector”, zo motiveerde de nieuwe Cultuurminister in een
interview met Werner Trio (Klara, 27/09) zijn
bespaarpolitiek, waarvan we het einde nog niet hebben gezien.

Cultuurfilosoof Pascal
Gielen had daags ervoor al een goed advies klaar (DS, 25/09): laten we kiezen
voor een exodus. Dat is geen oproep tot anti-politiek, niet om onze rug te
draaien terwijl de uitverkoop zich voltrekt. Het is exact het
tegenovergestelde: een oproep tot meer politiek engagement. Meer bepaald om als
civiele samenleving zelf onze cultuurpolitiek uit te werken. Via analyses,
deconstructies, kritieken, nota’s en landschapsstudies. In een eigen Red De Cultuur-commissie bijvoorbeeld. Om
als cultuurmakers en kunstliefhebbers zelf onze eigen agenda en thema’s op te
stellen en daar aandacht voor te vragen.

Dat is overigens precies wat Owen
Jones zo treffend met een ‘democratische revolutie’ bedoelt, in zijn nieuw boek
The Establisment and how they get away with it
(2014). De legitimiteit van deze rechtse regering is ver zoek. Een warme oproep
aan onze volksvertegenwoordigers in de cultuurcommissie, in het bijzonder
Yamilla Idrissi (Sp.a) en Bart Caron (Groen), om de culturele uitverkoop bij de
volgende zitting volgende week hart boven hard te contesteren. Het is het begin van
een lange cultuurstrijd, binnen en vooral ook buiten het parlement.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!