Nieuws, Europa, Milieu, Politiek, Brussel -

EU-klimaatbeleid: leven tussen hoop en vrees

De Europese Raad legt met het nieuwe klimaatakkoord de lat te laag, stellen milieuorganisaties in België. "De maatregelen voor het klimaat- en energiebeleid van de EU voor de periode van 2020 tot 2030 zijn niet sterk genoeg om opwarming van de aarde te beperken tot 2 graden Celsius", aldus Mathias Bienstman van Bond Beter Leefmilieu.

vrijdag 24 oktober 2014 18:09

In de nacht van 23 op 24 oktober kwamen de
EU-lidstaten tot een overeenstemming over nieuwe doelstellingen voor het
klimaat- en energiebeleid: voor 2030 moet de CO2-uitstoot met minstens 40
procent zijn teruggebracht, minimaal 27 procent van de energie moet afkomstig
zijn van hernieuwbare energiebronnen en ten minste een even groot percentage
aan energieverbruik moet worden bespaard. Deze laatste doelstelling is niet
bindend, maar indicatief.

Tijdens de tweedaagse Europese Raad kwamen de
Europese regeringsleiders bij elkaar om zich te buigen over een drievoudige
aanpak van klimaatverandering, groene groei en energiezekerheid. De 28
staatsleden kwamen tot een compromis dat op een punt afwijkt van het voorstel
dat de Europese Commissie begin juni heeft ingediend. Zij streefden naar 30
procent minder energieverbruik, maar een aantal landen wilde niet meer dan 27
procent besparen. Het akkoord dient de Europese Raad uiterlijk in het eerste
kwartaal van 2015 in bij de 21e VN-klimaattop in Parijs. Tijdens de klimaattop,
die eind volgend jaar plaatsvindt, besluiten de wereldleiders hoe ze de
temperatuurstijging van de aarde beperkt houden onder de 2 graden Celsius.

Ambitie

Tot nu toe had Europa zich altijd onvoorwaardelijke
klimaatdoelen opgelegd. Maar als economische grootmachten zoals China en de
Verenigde Staten volgend jaar in Parijs besluiten niet mee te gaan met het
EU-klimaatbeleid dan heeft de Europese Raad zichzelf de mogelijkheid gegeven om
de doelstellingen bij te stellen.

Tegelijkertijd laat Europa de deur open
voor ambitieuzere maatregelen als in Parijs de rest van de wereld wel over de brug komt. “Dat
zou de internationale geloofwaardigheid sterk doen vergroten”, stelt Joris den
Blanken, EU Climate Policy Director bij Greenpeace. Dit is de eerste keer sinds
2007 dat de 28 EU-lidstaten gezamenlijk hebben besloten om hun ambities voor het klimaatbeleid te vergroten.

Volgens Mathias Bienstman, woordvoerder van Bond
Beter Leefmilieu, was de aandacht voor het klimaatbeleid in de afgelopen jaren
door de economische crisis verkleind. “In die zin is het opmerkelijk dat er sowieso
een akkoord is gekomen”, aldus Bienstman.

België
mag reductie omzeilen

Het EU-klimaatbeleid leidde tot verhitte
discussies tussen staten. Oost-Europese landen zagen op tegen de
afspraken, uit angst dat het hun economische inhaalslag belemmert. De EU heeft
daarom ingestemd met extra gratis emissierechten voor deze landen – een systeem
waarbij bedrijven de mogelijkheid hebben om hun CO2-uitstoot af te kopen.

Ook België heeft toegang gekregen tot de
tegemoetkoming. Bienstman: “Om haar doelstellingen voor de reductie van
vervuiling in transport, gebouwen en landbouw te omzeilen mag ze beperkt
gebruik maken van emissierechten uit de Europese emissiehandel die eigenlijk
bedoeld zijn voor de industrie en de elektriciteitsproductie.” Terwijl investeringen in gebouwenrenovatie of groen transport volgens de
milieuorganisatie voor lagere energiekosten en jobcreatie zouden zorgen.
Bovendien zou er een grotere markt voor energie-efficiënte producten en
diensten ontstaan.

Zwak

Hoewel volgens Bond Beter Leefmilieu, de
EU-doelstellingen in vergelijking met andere rijke industriële landen het sterkst
zijn, vindt de milieuorganisatie de overeengekomen doelstellingen zwak. Ook
Greenpeace en WWF vinden dat Europa aan de handrem trekt.

“De genomen maatregelen zijn alleen bindend op
Europees niveau en niet afdwingbaar op het niveau van de lidstaten, waardoor de
doelstellingen minder zullen doorwerken in het nationale klimaatbeleid”, legt Bienstman
uit. Bij ieder individueel land wordt op basis van de welvaart en mogelijkheden
de bijdrage aan de Europese targets bepaald.

Verder hebben klimaatwetenschappers van het
Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) aangegeven dat de uitstoot van
broeikasgassen tegen 2050 wereldwijd 40 tot 70 procent minder moet zijn ten
opzichte van de uitstoot in 2010. Alleen dan is de kans 66 procent of meer dat de opwarming van de
aarde onder de 2 graden Celsius blijft.

Toekomst
van onze kinderen

Bond Beter Leefmilieu stelt dat de eis van
klimaatwetenschappers enkel haalbaar is als geïndustrialiseerde landen hun
uitstoot voor 2050 met 80 tot 95 procent terugvoeren. “Met dit akkoord haalt
Europa in 2050 net de 80 procent, maar het zou op de bovenkant van de
reductiemarge moeten mikken, dus op de 95 procent. Daarbij moet de EU streven
naar 100 procent hernieuwbare energieverbruik in 2050.”, aldus Bienstman. Op
deze manier doet Europa volgens Bond Beter Leefmilieu en WWF slechts het
absolute minimum om klimaatverandering te voorkomen.

Maar zelfs als Europa streeft naar een
uitstootvermindering van 80 procent voor 2050, zou de reductie voor 2030
minimaal 45 procent moeten zijn in plaats van 40 procent om de meeste
welvaartswinst te realiseren. Dat blijkt uit een analyse van
onderzoeksinstelling CE Delft. Volgens Den Blanken van Greenpeace is er zelfs een aandeel van 55 procent nodig.

Sam van den Plas van WWF is erg teleurgesteld:
“Het Europese leiderschap om klimaatverandering tegen te gaan en schone energie
vooruit te helpen wordt vandaag bij het vuilnis gezet. Het akkoord negeert het
welzijn van Europese burgers en weerspiegelt de macht van gevestigde belangen,
waarbij grote vervuilers opnieuw ontsnappen aan het betalen voor de vervuiling
die ze veroorzaken.” Den Blanken van Greenpeace: “Dit beleid is bepalend voor
de toekomst van onze kinderen, kleinkinderen en onze planeet.”

Voortouw
voor Europa

Het is aan Europa om het voortouw te nemen in het
beteugelen van de klimaatverandering, vinden de milieuorganisaties. Bientsman: “Europa
heeft de grootste markt van producten en diensten. Een mogelijkheid om andere
rijke industriële landen zoals Canada en Australië over de streep te krijgen is
door te dreigen de toegang tot deze markt te ontzeggen.” Den Blanken van
Greenpeace waarschuwt dat Europa dat wel met een ander economisch sterk land,
zoals China, zou moeten doen. Anders brengt de EU haar klimaatbeleid op mondiaal
niveau in een zwakkere positie. Sowieso moet je niet te vroeg een
handelsdreigement neerleggen tijdens onderhandelingen.” Maar tot nu toe zijn
het handelsbeleid en het klimaatbeleid in Europa nog niet geïntegreerd. 

Daarbij zijn de targets nu enkel een politieke deal en moeten nog worden omgezet in wetgeving. Hoop is gevestigd op Jean-Claude Juncker uit
Luxemburg die 1 november 2014 start als de nieuwe voorzitter
van de Europese Commissie. Hij neemt hierbij de functie van Barroso over en heeft toegezegd met Europa een leidende positie in te willen nemen op
het gebied van duurzame energie. Samen met de Poolse premier Donald Tusk – voorzitter van de Europese Raad – heeft Juncker beloofd zich in te zetten voor
een Europese Energie Unie, die zich richt op beleid voor klimaatverandering.
Een belangrijk streven van Juncker is om het percentage hernieuwbare energie,
zoals zon, wind en biomassa, te vergroten. Volgens hem gaat dit hand in hand met het industriebeleid, zodat het betaalbaar blijft. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!