Opinie - Guido Deckers

Scheppen de loonkostverlagingen bijkomende tewerkstelling?

We konden er niet naast kijken! De werkgeversorganisaties konden hun geluk niet onder stoelen of banken steken na het bekendmaken van het federaal regeerakkoord. Eindelijk krijgen de bedrijven van Michel 1 de zuurstof die werkgevers al lang vragen. Doordat het regeerakkoord op verschillende manieren de loonkost voor werkgevers doet dalen, zou de tewerkstelling stijgen! Na het lezen van deze tekst is het aan jou om dit nog te geloven.

donderdag 23 oktober 2014 15:37

Hoeveel sociale bijdragen en belastingverminderingen hebben de laatste twintig jaar niet plaatsgevonden, telkens onder het motto ‘Jobs in ruil voor
loonsvermindering’? In 2011 was de teller opgelopen tot zowat 5 miljard euro aan
verminderingen van bijdragen voor de sociale zekerheid, met daar bovenop
6,2 miljard euro aan loonsubsidies. Samen goed voor een slordige 11
miljard euro. Dit bedrag was volgens de werkgeversorganisaties
onvoldoende om meer tewerkstelling te creëren. Ze kregen gehoor bij de
regering-Di Rupo en men besliste de werkgevers bijkomend driemaal
450 miljoen bijdrageverminderingen cadeau te doen. Alles samen goed voor
1,3 miljard euro. Dat zou gebeuren in 2015, 2017 en 2019, de momenten
waarop om de twee jaar nieuwe Interprofessionele Akkoorden (IPA) worden
afgesloten.

De regering Michel ? heeft deze bedragen overgenomen, maar
gaat de uitvoering vervroegen, met een schep erbovenop.
Om de bedrijven meer zuurstof toe te dienen voor meer tewerkstelling,
krijgen de werkgevers opnieuw een verlaging van de bijdragen voor de
sociale zekerheid van 1 miljard euro. Bovendien worden de lonen één
keer niet geïndexeerd. Dat brengt de werkgevers 2,6 miljard euro op. In
totaal krijgen de werkgevers van de regering Michel ? dus een
loonkostvermindering van 3,6 miljard euro. Daarbovenop doen de Gewesten
ook nog hun ding. Zo voorziet de Vlaamse regering een
budget voor onderzoek en ontwikkeling, en maatregelen voor het
bedrijfsleven. Maar daar stopt het nog niet bij!

Vóór het einde van de regeringsperiode zal het basispercentage van de ‘werkgeversbijdragen’ verminderen van 33 procent naar 25 procent. De
werkgeversbijdrage is dat deel van het globale loon dat de werkgever
doorstort naar de sociale zekerheid. Het is het uitgestelde loon van de
werknemer dat zorgt dat er bij ziekte, werkloosheid of bij pensionering
een vervangingsinkomen gegarandeerd kan worden. Volgens socioloog Jan
Hertogen kost de vermindering van de werkgeversbijdrage van 33 procent naar 25 procent de sociale zekerheid 12 miljard euro. Het is nog koffiedik kijken wat de
regering gaat doen met de bestaande loonkostverminderingen. Gaat ze
tussen nu en 2019 nog bijkomende loonkostverminderingen geven en daarna
met een wet komen die de loonkostverminderingen vervangt door een
verlaging van de werkgeversbijdragen van 33 procent naar 25 procent? Dat is nog afwachten!

Hebben de loonkostverminderingen en subsidies geleid tot meer
tewerkstelling? In een interview met het weekblad Knack gaf de eregouverneur Fons
Verplaetse van de Nationale Bank de cijfers. Tussen 2008 en 2013 kwamen
er 159.000 jobs bij. Maar over welke jobs gaat het? Het waren vooral
jobs bij de overheid of waar de overheid sterk subsidieerde. Zo kwamen
er 52.000 jobs in de non-profitsector (gezondheidszorg,
maatschappelijke dienstverlening enz.). Bij de overheid en in het
onderwijs steeg het aantal jobs met 33.000 en de dienstencheques waren
goed voor 82.000 nieuwe jobs. In de landbouw en de industrie, de
sectoren die de werkgeversorganisaties vertegenwoordigen, verdwenen in
dezelfde periode 110.000 jobs! Met andere woorden, de enorme som aan
loonlastverlagingen in de industrie hebben niet geleid tot meer
tewerkstelling. Neen integendeel: tot minder tewerkstelling!

Waar is dat geld dan naartoe?

Wel, de overheidsmiddelen die in principe moesten dienen voor
werkgelegenheid, werden weggekaapt door de winstuitkeringen aan de
aandeelhouders. Zo is het bedrag aan winstuitkeringen in de periode
1996-2011 steeds verder opgelopen tot 11 miljard euro in 2011.
Wonderbaarlijk is dat hetzelfde bedrag dat er in 2011 aan
bijdrageverminderingen en loonsubsidies aan ondernemingen is gegeven! Niet alleen loonkostverlagingen, maar ook fiscale kortingen.

Niet allemaal, maar toch een groot deel van de bedrijven profiteert niet
alleen van loonkostverminderingen en subsidies, ze krijgen daarbovenop
fiscale kortingen. In de recent uitgekomen studie van de PVDA
berekende Marco Van Hees dat de 1000 meest winstgevende bedrijven een
fiscale korting kregen van 13 miljard euro! Ja, je leest dit goed, dit
is meer dan het bedrag dat de regering als doel heeft gesteld om te
besparen tegen 2018, namelijk: 8,1 miljard.

Bij de grootste aftrekposten kennen we de notionele interest. Deze
aftrek komt erop neer dat de bedrijven van hun belastbare basis een
percentage van een deel van hun eigen vermogen mogen aftrekken. Deze
aftrek alleen al kostte de Belgische staatskas 6,16 miljard euro voor
het jaar 2012. En ook hier bleef de tewerkstelling uit! Dit werd mooi
verwoord door een topmanager die de notionele intrestaftrek complete
onzin vindt (zie kader).

Wilfried Verstraete, topman van ’s werelds grootste kredietverzekeraar: “Ik ben een grote tegenstander van de notionele intrestaftrek.
Natuurlijk hebben wij daar ook gebruik van gemaakt, maar hij heeft ons
nog geen enkele job extra doen creëren. En als hij morgen wordt
afgeschaft, zal ook niemand ontslagen worden. En die holdings die hier
zitten, zoveel mensen werken daar nu ook weer niet.”

“De extra inkomsten
die je krijgt door de notionele intrestaftrek af te schaffen, zou je
perfect kunnen aanwenden om de schuld af te bouwen. Of om opnieuw te
investeren in de economie.”

(bron: De Tijd, 21 oktober 2014)

Stop met te geloven in de onzichtbare hand!

De tewerkstellingscijfers in de industrie tonen aan dat het niet
vanzelfsprekend is dat er meer jobs komen als arbeid goedkoper wordt.
Werkgevers werven niet meer mensen aan omdat die ‘goedkoper’ zijn
geworden, maar enkel en alleen wanneer zij er zeker van zijn dat meer
mensen leidt tot meer productie die op de markt kan verkocht worden. Als
de werkgever daarvan zeker is, dan zal die eventueel meer mensen
aanwerven. De ‘prijs’ van die nieuwe aanwerving is daarbij niet altijd
doorslaggevend. Ook zonder dat die nieuwe tewerkstelling goedkoper
wordt, zal de werkgever extra mensen aanwerven. Een studie uit 2013 van
het Federaal Planbureau heeft dit bevestigd! Deze studie toonde aan dat
het concurrentievermogen en het marktaandeel op de internationale
markten maar voor één derde worden beïnvloed door de loonkosten. Twee
derde wordt onder meer ook bepaald door producten, de afzetmarkten en de
innovatie.

Omdat volgens de werkgeversorganisaties in België de lonen te hoog zijn,
zouden bedrijven niet geïnteresseerd zijn om te investeren in ons land.
Ook dit wordt tegengesproken door een onderzoek van professor
arbeidssociologie Valeria Pulignano (KU Leuven), die onderzocht welke
factoren bedrijven belangrijk vinden om in België te investeren.
Pulignano vroeg 194 personeelsdirecteurs van in België actieve multinationals naar hun tewerkstellingsbeleid. Opmerkelijke
vaststelling: voor amper één op de vier bedrijven zijn de loonkosten
belangrijk bij de toewijzing van nieuwe investeringen.

Op enkele
arbeidsintensieve sectoren na spelen de loonkosten geen beslissende rol.
Bedrijven zouden vooral geïnteresseerd zijn in werknemers die specifieke
vaardigheden hebben.

Los van de berekeningen over de loonverschillen, is het een spiraal naar
beneden van loon en arbeidsvoorwaarden, als we de redenering van het
neoliberalisme blijven volgen. Voor de werkgevers zijn de werknemers een
kost. Om de winsten op een zo hoog mogelijk niveau te brengen, moet die
kost zo laag mogelijk gebracht worden. We staan er niet bij stil dat het
juist daardoor is, dat er telkens economische en financiële crises worden
gecreëerd.

Het werkt als volgt: de drijvende kracht in het kapitalisme is
marktaandelen van concurrenten inpalmen door goedkoper te produceren.
Dat kan alleen door de loonkosten te drukken of door met minder
arbeidskrachten of met meer en/of betere machines productiever te
produceren. Onvermijdelijk snijdt men dan in de koopkracht. Zo ontstaat
een tegenstelling tussen een stijgende productiecapaciteit en een
dalende koopkracht. Men creëert overproductie: de basis van elke crisis!
Een tijdlang kunnen krediet en speculatie een kunstmatige vraag creëren
en de crisis in de productiesfeer wegmoffelen. Maar als de kloof tussen
droom en werkelijkheid te groot wordt, spatten de financiële bubbels uit
elkaar.

Omdat een rechtvaardige fiscaliteit besparingen overbodig maakt.


Guido Deckers is Nationaal ACV-propagandist voor het thema fiscaliteit

Bronnen:

  • Federaal regeerakkoord 9 oktober 2014
  • http://www.tijd.be/detail.art?a=9527030&n=3137&ckc=1
  • NBB – Nationale rekeningen – Niet-financiële ondernemingen 1996-2011
  • Ons Recht, november 2013, p. 12-13
  • Knack, 22 oktober 2014
  • De Standaard, 4 december 2012
  • Jan Hertogen, Bericht uit het Gewisse, 27 augustus 2014
  • Knack, 9 april 2014, p.50, ‘Het recept van Fons Verplaetse’
  • PVDA-studie, 15 oktober 2014, Top 1000 meest winstgevende bedrijven
    betaalt 6,7% belastingen
  • De Standaard, 17 oktober 2014

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!