Duurzaamheid als het nieuwe normaal

Duurzaamheid als het nieuwe normaal

woensdag 22 oktober 2014 18:37

Afgelopen zondag deed politicoloog Jonathan Holslag in Tegenlicht een pleidooi voor een nieuw soort productie in Europa, een die onze positie in de toekomst moet veilig stellen. Zijn grote kritiek was dat het Oude Continent aan invloed verliest omdat we ons hebben laten overspoelen door ‘goedkoop’. Met goedkoop bedoelt hij onder meer goedkope, maar weinig kwaliteitsvolle producten uit het verre Oosten of computergadgets uit de VS. Op korte termijn mag onze liefde voor budget dan wel interessant zijn voor onszelf en onze portefeuille, maar op lange termijn moeten we terug inzetten op kwaliteit, ambacht en duurzaamheid, aldus Holslag.

De politicoloog heeft een punt wanneer hij zegt dat duurzaamheid en kwaliteit de laatste jaren grotendeels op de achtergrond zijn geraakt en dat dit voornamelijk de fout is van de Europese consument zelf. Waar we tot voor kort zweerde bij tv’s en mixers die twintig jaar mee gaan, leggen we ons er dezer dagen bij neer als we om de vijf jaar een nieuwe moeten kopen. Producenten spelen hier zelf ook op in. De beste manier om failliet te gaan is namelijk het produceren van kwaliteitsvolle producten. Er zijn genoeg voorbeelden van geprogrammeerde vernietiging. Zoals het aantal keer dat een lamp aan en uit kan worden gestoken of het aantal papieren dat een printer kan printen vooraleer de geest te geven.

Die verantwoordelijkheid is echter een dubbeltje op zijn kant. Enerzijds is er inderdaad de consumptiedrang van bijvoorbeeld de Belg. Het beste voorbeeld zijn de producten van Apple. Daar waar tot voor kort nog blij waren dat onze Nokia 3310 zeven jaar meekon, ruilen we nu ons goedwerkende iPhone in voor het nieuwste model. Het klein beetje levenscomfort dat we daarbij winnen, weegt in principe niet op tegen de kost, noch voor onszelf en noch, op abstracter niveau, voor milieu en maatschappij. Maar Apple weet goed genoeg dat het hiermee weg kan komen en er wordt niet geïnvesteerd in de levensduur van smartphones.

Dat is een kant van goedkoop. Langs de andere kant gaan mensen bijvoorbeeld naar de Zeeman of Wibra omdat ze elke eurocent dubbel moeten keren. Men is weliswaar bewust dat deze producten minder duurzaam zijn, maar zien voor zichzelf geen alternatief. Ook ketens met een betere of hippere reputatie, zoals H&M voorzien vaak zeer goedkope kledij, vaak vervaardigd in lagelonenlanden in het verre Oosten. Het klopt dus niet dat we kunnen stellen dat iedereen bewust kwaliteit wil inleveren voor gemak. Hoe je het draait of keert, duurzame luxe is vandaag, de naam zegt het zelf, een luxeproduct en het is voor velen weinig evident om duurzaamheid boven prijs te plaatsen. Neem nu de plooifiets. De rationele keuze zou zijn om te investeren in een Brompton, omdat deze a) zeer kwaliteitsvol is b) duurzaam, zeker bij intensief gebruik c) ‘ambachtelijk’ gemaakt wordt in het Verenigd Koninkrijk. Wie zo’n plooifiets niet vaak gebruikt of moet oppassen met wat hij of zij uitgeeft, is een plooifiets van 150 euro, vervaardigd in China en met een veel beperktere levensduur, echter een even logische keuze.

Naast de focus op armoede, miste ik de voor de hand liggende ecologische component in het verhaal van Holslag, die het pleidooi voor kwaliteit en duurzaamheid vanuit een economisch- en machtsperspectief bekeek. Ik zeg voor de hand liggend, omdat het ecologisch verantwoord produceren net de sleutel is tot een verhoging van de duurzaamheid van productie en een vermindering van de export van goedkoop. Dit heeft alles te maken met externaliteiten. Dit zijn verborgen kosten die niet gecompenseerd worden door bijvoorbeeld de producenten maar wel schade toedienen aan bijvoorbeeld de economie of het milieu. Een pleidooi voor een nieuw soort luxe zouden best vanuit deze insteek vertrekken.

Bij het doorrekenen van economische schade zou men nog kunnen beticht worden van protectionisme. Men gaat export vermoeilijken door extra taksen te heffen of de prijs optrekken en dit om de eigen, zogezegd kwaliteitsvolle productie te ondersteunen. Bij het internaliseren van de externaliteiten speelt protectionisme niet zozeer, als wel het beschermen van het milieu. Dat onze eigen, lokale productie hiermee versterkt kan worden is een extra win-win. Internaliseren kan via belastingen, accijnzen, quota, wereldwijde regelgeving, etc. Maar het is ook mogelijk, hoewel zeer uitdagend, om de ecologische en maatschappelijke schade mee te verrekenen in de prijs. Zo hoort een Franse wijn goedkoper te zijn dan een Chileense of Australische of wordt een T-shirt uit Maleisië duurder dan pakweg een uit Antwerpen. Voordeel is dat milieu-effecten mee in de prijs berekend worden en dat kwaliteitsvolle lokale productie een eerlijke kans krijgt. Nadeel is dat op deze manier niet gegarandeerd wordt dat de lonen in lagelonenlanden en de productiekwaliteit verbeterd worden, omdat het milieu-effect hetzelfde blijft. Globale regelgeving blijft hier de beste optie, zodat er geen race to the bottom mogelijk is.

Ook doet dit teniet aan het pleidooi van Holslag om kwaliteit te globaliseren. Moesten de VS of China op eenzelfde manier de milieu-effecten doorrekenen, dan zouden wij evenzeer grotendeels op onze eigen interne afzetmarkten moeten focussen. Internaliseren van externe kosten is goed vanuit het oog op duurzaamheid, maar men moet oppassen dat men daarmee niet de globalisering tenietdoet en daardoor de vruchten van onderlinge beïnvloeding en wisselwerking aantast. Die bekommernis indachtig is lokaal produceren en consumeren sowieso een goede zaak, zowel vanuit economisch als ecologisch standpunt.

Het pleidooi van Holslag voor meer kwaliteit en duurzaamheid is dus zeker positief. De manier waarop wij vandaag de dag consumeren, vaak dingen die we niet nodig hebben en ons ook niet gelukkig maken of onze behoeften bevredigen, is allesbehalve houdbaar. Holslag bepleit het juiste, maar voor de verkeerde redenen. Het moet ons bij het inzetten op duurzame ‘luxe’ niet gaan om onze positie op het wereldtoneel, of toch niet louter vanuit een geopolitiek opzicht. Europa moet inderdaad trachten om duurzaamheid te exporteren, maar dan wel vanuit de optiek dat dit economie én milieu ten goede komt. Daarnaast moet er over gewaakt worden dat deze nieuwe kwaliteit niet enkel voor het vergulde bovenlaagje is, zoals Holslag zelf refereerde aan de vroege twintigste eeuw, maar dat deze luxe inderdaad ook betaalbaar blijft. Daarnaast moet er een sterke beweging komen, een mentaliteitswijziging, die een halt roept aan produceren om te produceren en consumeren om te consumeren.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!