Centrumrechts presidentskandidaat Aécio Neves tijdens een debat met huidig Braziliaans sociaaldemocratisch president Dilma Rousseff op 16 oktober 2014 (Marcos Fernandes/Fotos Públicas)

Arme regio’s bepalen wie president Brazilië wordt

Wie wordt op 26 oktober 2014 de nieuwe president van Brazilië: huidig president Dilma Rousseff of Aécio Neves? Wie wil winnen, moet het goed doen in de rijke regio's, maar zonder electorale steun in het arme binnenland lukt het evenmin.

dinsdag 21 oktober 2014 10:07

De
Arbeiderspartij (PT) van president Dilma Rousseff (2011-2014) en haar
voorganger Luiz Inácio Lula da Silva (2003-2011) is een typisch
voorbeeld van hoe het electorale gewicht de laatste jaren
demografisch verschoven is. De partij ontstond bij de arbeiders in de
rijke zuidelijke miljoenenstad São Paulo.

Vandaag
staat de PT vooral sterk in het noordoosten, de armste regio van het
land. De kleine gemeentes in de minst ontwikkelde gebieden hangen
volledig af van de financiële steun van de centrale regering en haar
sociale programma’s. Daarom hebben de kiezers daar de neiging om te
stemmen voor wie aan de macht is, zegt politicoloog Ricardo Ismael de
Carvalho, hoogleraar aan de Katholieke Universiteit van Rio de
Janeiro.

Sociale
programma’s

In
2006 was 77 procent van Lula’s stemmen in deze regio een gevolg van
het subsidiebeleid van de PT, zeggen experts. Vier jaar later gold
hetzelfde voor 70 procent van Rousseffs stemmen. Meer dan de helft
van de gezinnen krijgt er een maandelijkse toelage die afhangt van
het aantal kinderen.

Dit
programma haalde in het hele land al 36 miljoen mensen uit de extreme
armoede. Bovendien groeit de economie in het noordoosten de laatste
jaren sneller dan in de rest van het land. Grote industrieprojecten,
havens, spoorwegen en de boomende agro-industrie creëren er
duizenden banen.

Concentratie
van stemmen

Lula,
zelf uit het noordoosten, haalde zijn eerste overwinning in 2002 nog
met goede scores in het hele land. In 26 van de 27 deelstaten haalde
hij toen een meerderheid. Vier jaar later kwam daar een stortvloed
aan stemmen bij als gevolg van zijn sociale beleid. Zijn
winst concentreerde zich toen in 20 deelstaten, vooral in de armere
regio’s, waar hij een verpletterende meerderheid behaalde. Die
concentratie van de PT-winst werd nog groter met Rousseff in 2010.
Die won in 16 deelstaten.

Bij
de huidige verkiezingen haalde Rousseff nog slechts 25 procent van de
stemmen in São Paulo, de rijkste en dichtst bevolkte deelstaat van
het land. De grootstedelijke gebieden hangen minder van de centrale
macht af, hebben een beter geïnformeerd kiezerspubliek en meer
uiteenlopende belangen. De stemmen zijn in die gebieden daardoor meer
verspreid over de verschillende partijen, zegt Carvalho.

Dat
de PT in de grote steden verdrukt raakt, komt vooral door haar
regeringscoalitie met de meer populistische centrumpartij Partido do
Movimento Democrático Brasileiro (PMDB), die een corrupt imago
heeft, en door de groei van het aantal ministeries – er zijn er nu
al 39, zonder dat die een vernieuwing met zich meebrengen, zegt
Carvalho. Bovendien kampt het land met een economische crisis, blijft
de inflatie hoog en hebben investeerders niet zoveel vertrouwen in
Rousseffs beleid.

Neves
sterk in São Paulo

Het
zijn factoren waar uitdager Aécio Neves van de Partido da Social
Democracia Brasileira (PSDB, een conservatieve
neoliberale partij) kan van profiteren. Het is veelzeggend dat Neves
de tweede ronde behaalde dankzij forse winst in de deelstaat en de
gelijknamige hoofdstad São Paulo, waar hij 44 procent van de stemmen
kreeg.

De
PSDB ontstond in 1988 als een afscheuring van de PMDB. De combinatie
van een stevige grootstedelijke basis en een grote aanhang in arme en
conservatieve gebieden bezorgde de partij het presidentschap in 1995,
met socioloog Fernando Henrique Cardoso, die tot 2003 aan de macht
bleef.

Om
dat te bereiken ging de PSDB een alliantie aan met de Partido da
Frente Liberal (PFL), die al sterk stond in het noordoosten en in de
kleine steden nadat ze als parlementaire arm van de militaire
dictatuur (1964-1985) had gefungeerd.

Geen
cliëntelisme

De
electorale verschuiving van de PT wijkt af van voorgaande
verschuivingen omdat nu een linkse partij sterker werd. De sociale
programma’s van de PT hebben veel mensen uit de armoede gehaald, zo
blijkt uit diverse internationale studies, onder meer van de VN.

Deze
manier van werken van de PT is echter geen vorm van cliëntelisme,
zegt Alessandra Aldé, hoogleraar communicatie en politiek aan de
Universiteit van Rio de Janeiro. Bij cliëntelisme ‘koopt’ een
politicus zijn stemmen door aan mensen of gemeenschappen rechtstreeks
voordelen te geven. Deze sociale programma’s worden echter zonder
rechtstreekse inmenging van politici uitgevoerd.

Poder
no Brasil se conquista em zonas ricas e se afirma entre os pobres

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!