Analyse -

Michel I en de uitholling van de rechtstaat

Over het federale regeerakkoord is reeds heel wat inkt gevloeid. Maar één belangrijke tendens bleef tot hiertoe onderbelicht. Inzake justitie en veiligheid draagt deze regering bij aan een verdere uitholling van de rechtstaat. De macht van politie- en veiligheidsdiensten neemt drastisch toe, maar de mogelijkheid tot wettelijk verweer van de burger tegenover deze diensten neemt zienderogen af. Een zorgwekkende evolutie.

maandag 20 oktober 2014 16:16

In
januari 2010 werd een naakte en compleet ontredderde Jonathan Jacobs
doodgeslagen door zes agenten van het Bijzonder Bijstandsteam, ook
wel gekend als ‘de bottinekes’. Om Jonathan te ‘kalmeren’ gooiden ze
eerst een flashgranaat in de cel, waarna de zes agenten zich
op de weerloze Jonathan stortten. In de video die het
reportagemagazine Panorama later openbaar maakte, kon je de
bloedvlekken op de witte celmuur zien spatten. Letterlijk.

Wie
denkt dat de dood van Jonathan Jacobs een losstaand feit of
ongelukkig incident was, vergist zich. Met de regelmaat van de klok
wijzen mensenrechtenorganisaties erop dat politiegeweld een courant
fenomeen is binnen de Belgische politiediensten. In een grote
reportage over politiegeweld viel in het magazine MO het volgende te
lezen:

Grosso
modo doemt het beeld op van een breed spectrum van geweld. Aan de ene
kant heb je een beperkt aantal zaken van criminele aard, waarbij
bijvoorbeeld een groep politieagenten een Algerijn zonder papieren
eerst zijn werk als zakkenroller laat doen aan het Brusselse
Zuidstation, om hem ’s avonds zijn buit af te nemen en vreselijk
toe te takelen. Ze worden verklikt door een collega. Daaronder
bevinden zich de hierboven beschreven gevallen van “middelmatig”
verbaal en fysiek geweld. Aan de andere kant van het spectrum is er
lichter fysiek en verbaal geweld, dat dikwijls onder de radar blijft.
Omdat mensen om allerlei redenen geen klacht indienen: te arm,
beschaamd, bang, geen geloof in het resultaat.

Ook
racisme is een vaak terugkerend probleem binnen de Belgische korpsen.
Zo was het helemaal niet toevallig dat de MO-reportage de titel
droeg: ‘Zeg dat je een makaak bent of ik sla harder’. Eerder dit jaar
bewees De Standaard dat racisme een taai en terugkerend probleem
is binnen het Antwerpse korps.

Met
dergelijke feiten op tafel zou je verwachten dat de nieuwe regering
stappen onderneemt om het willekeurige geweld en racisme van
politiediensten in te dijken. Maar wie het regeerakkoord naleest, merkt gauw dat we een compleet andere richting inslaan. Politie- en
veiligheidsdiensten krijgen steeds meer macht en de mogelijkheden
voor burgers om daartegen in te gaan worden beperkt.

Meer
groen op straat

Michel
I zet overduidelijk in op een versterking en uitbreiding van het
veiligheidsapparaat. In het luik over de politie bijvoorbeeld is de
slogan ‘meer blauw op straat’ letterlijk opgenomen. Maar deze
regering wenst niet alleen meer blauw op straat. Ook het leger
kan voortaan ingezet worden voor civiele doeleinden. Dat kan op vraag
van de burgemeester of bij een verhoogde terreurdreiging.

De
mogelijkheid tot het inroepen van het leger ter versterking van de
lokale politie, is een wens die Bart De Wever reeds meermaals uitte. Zowel
na de aanslag op het Joods museum te Brussel als na de blokkades van
de foorkramers, wou de Antwerpse burgemeester het leger inzetten.
Zeker dat laatste voorval geeft te denken. Wanneer er straks harde
sociale acties komen, dan is het waarschijnlijk dat het leger wordt
ingezet.

Maar ook
privédiensten kunnen voortaan politionele taken op zich nemen,
aldus het regeerakkoord. In weerwil van de gangbare visie op
privatisering, betekent dit geen afzwakking van de macht van de
politie. Het betreft net een versterking ervan, want meer diensten
kunnen meer politietaken op zich nemen. Of die privaat dan wel
publiek zijn, doet er niet zoveel toe: het cruciale punt is dat de
macht van de overheid over haar burgers toeneemt. En dat deze burgers
steeds machtelozer worden tegenover de willekeur van het
veiligheidsapparaat dat de staat in het leven roept.

Wiens
geweld?

Op
pagina 96 van het federale regeerakkoord lezen we dat er
geen plaats is voor geweld tegen veiligheidsberoepen. Nogal logisch. Geweld tegenover iedere burger is bij wet verboden –
tenzij het om zelfverdediging gaat. De enige groepen in onze
samenleving die wettelijk geweld mogen gebruiken zijn…
veiligheidsberoepen.

De bescherming van deze
veiligheidsberoepen wordt duidelijk hoger in het vaandel gedragen
door deze regering dan de bescherming van de burger tegenover het
geweld van veiligheidsberoepen. Want de oproep tot respect voor
veiligheidsberoepen wordt onmiddellijk gevolgd door deze passage:

“De
regering zal naar een oplossing zoeken voor manifest onterechte
klachten tegen het politiepersoneel en ander
veiligheidspersoneel.”

Het is een erg vreemde passage. Want
de regering speelt hier even voor rechter. Ze schijnt er weet van te
hebben dat er vele ‘manifest onterechte klachten’ zijn tegen
politiepersoneel. Zoveel, dat het een werkelijk probleem wordt. In
het licht van de talrijke getuigenissen en rapporten over
politiegeweld doet dit toch de wenkbrauwen fronsen.

Bovendien
stelt zich de vraag hoe de oplossing om het teveel aan onterechte
klachten weg te werken eruit zal zien. Gaat men het indienen van een
onterechte klacht tegen de politie strafbaar maken? Het lijkt er
alleszins op.

Dit kan
niet los gezien worden van een andere maatregel die deze regering
neemt. Onder het luik Gerechtelijke organisatie wordt gesproken over
een ‘overconsumptie’ en ‘quasi-automatische keuze voor een
rechtsgang’ die de ‘legitimiteit van het ganse rechtssysteem’ op de
helling zet. Vrij vertaald: te veel mensen stappen naar de rechter en
dat ondermijnt ons rechtssysteem.

Oplossing? Een verstrenging
van de tweedelijnsbijstand door, onder meer, een middelentoets in te
bouwen en het afbouwen van de mogelijkheid om een beroep te doen op
pro-Deoadvocaten. Het gaat nog verder: er zal ook remgeld worden
ingevoerd “waarbij een deel van de kost van de juridische
tweedelijnsbijstand op de rechtzoekende zal verhaald worden”.

Kort
samengevat: de burger verliest macht tegenover de overheid en in het
bijzonder de politie. Verliezen in het bijzonder aan macht: niet
kapitaalkrachtige burgers. De blinddoek van Vrouwe Justitia glijdt
stilaan af, haar weegschaal hangt scheef en de gewapende arm der wet
krijgt carte blanche.

Privacy

Met
betrekking tot de bescherming van politiemensen staat nog een
opmerkelijke passage in het regeerakkoord:

“De
integriteit van politiemensen dient te allen tijde gegarandeerd bij
uitoefening van hun functie. Daartoe wordt, ondermeer, hun
identiteit beschermd.”

Deze
passage moet gelezen worden in de context van steeds meer
(gewelddadige) politie-interventies die vastgelegd worden door middel
van smartphones. Mogelijks houdt het in dat het filmen van een
politieoptreden voortaan verboden wordt. Dat wil zeggen dat één van
de belangrijkste hulpmiddelen bij het vaststellen van effectief
politiegeweld illegaal wordt verklaard.

De
maatregel staat in schril contrast met andere passages in het
regeerakkoord waarin de privacy van de burger veel minder waard is
dan die van de politieagent.
Zo valt
meer dan eens te lezen dat deze regering werk wil maken van
het kruisen van databanken. De persoonlijke info die u bijvoorbeeld
deelt met het OCMW, kan hierdoor probleemloos aangewend worden in een
strafonderzoek.

Het
hangt samen met een meer algemene tendens: deze regering zet in op
meer samenwerking tussen politie, justitie, hulpverlening en OCMW en
bestuur. Hulpverlening en sociale instellingen worden op die manier
werktuigen – een verlengstuk van een repressieve overheid. Dat
geldt ook voor belangrijke delen van de civiele maatschappij. Scholen
en religieuze instellingen, bijvoorbeeld, hebben volgens de nieuwe
regering een belangrijk aandeel in de strijd tegen ‘radicalisering’
onder jongeren.

Hierop
voortbouwend wordt de wet op bijzondere opsporingsmethoden en
bijzondere inlichtingmethoden ‘geëvalueerd’, volgens het
regeerakkoord. Dat wil zeggen: aangepast en verruimd. Ook categorieën
voor personen die ontvankelijk zijn voor screening worden uitgebreid,
net zoals de toegang door derden tot beelden van bewakingscamera’s.

Wederom
dus: overheid 1 – burger 0.

Auto-immuun

In het
federaal regeerakkoord wordt benadrukt dat men fundamentele rechten
en vrijheden wil bewaken. Maar om die te bewaken, wordt een reeks
maatregelen voorgesteld die diezelfde rechten en vrijheden op
systematische wijze ondergraven. In het luik over justitie,
veiligheid en radicalisering is een duidelijke machtstransfer
merkbaar: de greep van de overheid wordt groter en die van de burger
wordt kleiner. In die machtstransfer is de democratie zelf het eerste
slachtoffer en wordt rechteloosheid de norm.

De Franse filosoof Jacques Derrida vergeleek dit soort post-9/11-mechanismen met een auto-immuunziekte. Bij een
auto-immuunziekte keren de afweerstoffen in het lichaam zich
tegen het lichaam zelf. Omdat ze het eigen lichaam zien als een
vreemd lichaam. Het verdedigingsmechanisme van het lichaam wordt zo
de grootste bedreiging van het lichaam.

Politiek
vertaald: het beschermingsmechanisme van de democratie is tegelijk
haar grootste bedreiging. Deze bedreiging is sinds 9/11 steeds
reëler geworden. In naam van democratie en mensenrechten werden
kampen als Guantánamo opgericht, burgerlijke vrijheden opgeschort en
mensen zonder proces gevangengezet. Ook in België heeft de
democratie zich allang tegen de democratie gekeerd. Het wordt meer
dan ooit duidelijk als we er het nieuwe regeerakkoord op naslaan.

Spoken

Het
concrete gevolg van de beleidskeuzes van Michel I inzake veiligheid,
justitie en politie is de toenemende productie van rechteloosheid. In
de confrontatie met de politie wordt de burger in belangrijke mate
ontdaan van zijn rechten. De politiecel wordt een ruimte van
toenemende rechteloosheid. In de straten waarin straks wordt betoogd
en geprotesteerd, kan de politie met gerust hart de wapenstok
hanteren.

Maar de
rechteloosheid is niet alleen beperkt tot de politiecel of de straat.
Ook bepaalde burgers worden door deze regering als rechteloos
bestempeld. Het gaat hier in het bijzonder om de zogeheten
Syriëstrijders. Uit het akkoord blijkt duidelijk dat men alles in
het werk zal stellen om aan Syriëstrijders de nationaliteit te
ontnemen. Iets wat overigens nu ook al gebeurt.

Zo
worden in toenemende mate personen gecreëerd die statenloos en dus
rechtenloos zijn. Syriëstrijders worden spoken tussen rechtsordes in
die op geen enkel pardon meer kunnen rekenen. Zo keert de
middeleeuwse figuur van de vogelvrije of de banneling terug. Wie
verdacht wordt van jihadisme bevindt zich buiten de wet, en mag
straffeloos gedood worden door middel van drones of executies.

Ongetwijfeld
wordt er in tijden van verhoogde paranoia en maatschappelijke angst
hier en daar geapplaudisseerd voor dit soort gespierde maatregelen.
Maar wie even langer dan nadenkt dan een Facebookstatus vers blijft,
beseft algauw dat dit een razend gevaarlijk precedent vormt. Niets
minder dan de rechtstaat zelf wordt door dit soort beleid op de
helling gezet. Want, om het met een parafrase van een spreuk uit
de Koran te zeggen, wie één burger tot rechteloosheid degradeert,
die degradeert de ganse rechtstaat.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!