Een ode aan de ongelijkheid

Een ode aan de ongelijkheid

zaterdag 18 oktober 2014 10:12

De regeringsverklaring van Michel I was nog geen feit en de Kamer stond al op stelten. De aanleiding was een bezoek van staatssecretaris Theo Francken aan het verjaardagsfeestje van Bob Maes, de oprichter van de radicale en vaak gewelddadige Vlaamse Militanten Organisatie. Enkele dagen eerder deed zich een gelijkaardige hetze voor over uitspraken van minister Jan Jambon. De oppositie reageerde hierop met aanhoudend geroep en getier. De plechtige omgeving van de Kamer leek zo wel een kindertuin. Ik begrijp echt niet waarom de oppositie hier tijd aan verspilt. Dit regeerakkoord, net als dat op Vlaams niveau, bevat genoeg elementen om elk solidair-denkend mens van munitie te voorzien.

Uitdijende ellende

Laten we beginnen met een beetje context. De wereld kent vandaag een verschroeiende ongelijkheid. Zopas nog bracht Credit Suisse een rapport uit dat laat zien dat 1 procent van de wereldbevolking 48,2 procent van de rijkdom in handen heeft. In België beschikken de 10 procent rijksten over 45 procent van de koek, wat betekent dat België één van de meest gelijke landen ter wereld is. Sinds de jaren 80 van de vorige eeuw is de kloof tussen arm en rijk wereldwijd enorm uitgediept. Desondanks voeren de Vlaamse en Federale regering een beleid dat deze tendens niet zal keren. De Standaard berekende zopas dat de grootste vermogens in ons land een extra bijdrage zullen moeten leveren van amper 200 miljoen euro. De éénmalige indexsprong alleen al betekent een besparing van 2,6 miljard op de kap van de werknemers. Zij zien de komende maanden een loonsverhoging van twee procent aan hun neus voorbijgaan. Reken daarbij de hogere prijzen van onderwijs, kinderopvang en nog een resem sociale voorzieningen en je weet dat de ongelijkheid zal toenemen.

De federale onderhandelaars weten dat natuurlijk ook, maar zij denken in een gedateerd economisch model. Zij geloven nog heilig in het zogenaamde trickle-down effect. De idee is dat door de top te ontzien, hun rijkdom zich als vanzelf over de rest van de bevolking zal verspreiden. Zij zullen belastingen betalen, jobs creëren en de economie aanzwengelen. Uiteindelijk zal iedereen daar voordeel uit halen. Een onzichtbare hand zal ervoor zorgen dat het eigenbelang van ondernemers als vanzelf het algemene belang zal dienen. Een geniaal idee, uitgewerkt door Adam Smith in 1776.

De regering verliest één klein detail uit het oog: die mooie verhaaltjes zijn vandaag hopeloos achterhaald. In academische kringen zijn nu heel andere stemmen te horen. Zij zijn veel minder optimistisch over de effecten van een zo vrij mogelijke markt. Nobelprijswinnaars en economen als Joseph Stiglitz, Paul Krugman en Paul de Grauwe waren vroeger fervente aanhangers van marktliberalisme, maar vandaag keren zij op hun tellen terug. Ze stellen namelijk in cijfers en statistieken vast dat er heel wat veranderd is ten opzichte van de tijd van Adam Smith.

Allereerst dient het vrijlaten van de markt allesbehalve het algemene belang. Alle lasten verschuiven van ondernemers naar burgers zal geen welvaart brengen voor iedereen, zoals deze regering wil doen geloven. De eerste reflex van ondernemingen wanneer hun winsten stijgen is namelijk niet om jobs te creëren of de lonen te doen stijgen. Zij zullen integendeel allereerst hogere dividenden en nog riantere bonussen uitkeren. Op die manier willen zij meer beleggers en betere managers aantrekken en nog hogere winsten verzekeren. Het extra geld dat bedrijven en bedrijfsleiders van onze regeringen krijgen, zal dus in de hogere sociale lagen blijven hangen. Er is geen enkele garantie op de creatie van jobs en die zal er wellicht dan ook amper komen, zo is in academische kringen te horen. Niet de hele samenleving, maar enkel het topje zal gouden zaken doen.

Een vastgeroest land

De ongelijkheid zal dus toenemen, maar in de vrije-markt-logica is dat geen probleem. Het geloof leeft dat net die ongelijkheid mensen zal stimuleren om zichzelf elke dag uit de naad te werken om ook tot die economische elite te kunnen behoren. Mensen met succes zullen de losers stimuleren om ook iets van hun leven te maken.

Ook dit zijn niet meer dan fabeltjes. Zoals Alan Krueger onlangs aantoonde, hoe ongelijker een land, hoe meer je afkomst je toekomst bepaalt. Een diepe kloof tussen arm en rijk is nefast voor sociale mobiliteit. Maar er is nog meer. Ongelijkheid is zelfs helemaal geen stimulans voor economische groei. Met die vaststelling komt de essentie van het neo-liberale denken onder druk te staan. Recent onderzoek van het Internationaal Monetair Fonds laat zien dat gemiddeld gesproken landen met minder ongelijkheid ook landen zijn die sneller groeien. Bovendien remt een herverdelingspolitiek die economische groei niet af. Dat zien we ook in de historische statistieken. Sinds de jaren ’80 daalden de belastingtarieven op grote vermogens drastisch. Vanaf dan begon ook de economische groei sterk te dalen, zoals Thomas Piketty laat zien.

Paul de Grauwe ziet de verklaring daarvoor in de sociale en politieke spanningen die diepe ongelijkheid met zich meebrengt. Bedrijven zoeken zich suf naar manieren om hun personeel gemotiveerd en op kruissnelheid te houden. Ze beseffen hoe belangrijk een gelukkige werkvloer is voor het succes van een onderneming. Dan is het een enorme paradox om nu intensief te besparen op de lonen en sociale voorzieningen van die werkvloer. Natuurlijk daalt de sfeer dan onder het vriespunt. Natuurlijk leidt dat tot mindere prestaties. Uiteraard neemt de economische groei dan af. Werknemers die vandaag op de barricades staan tegen de besparingen, zullen morgen niet met volle goesting aan het werk gaan.

Dat is de grote paradox van de rechtse regeerakkoorden die vandaag voorliggen. Zij zullen niet alleen de ongelijkheid verdiepen, maar net daardoor ook de economische groei doen afnemen. We evolueren opnieuw naar een klassenmaatschappij, waarin sociale mobiliteit en gelijke kansen voor iedereen uitgesloten zijn. Zo schieten de regeringen in hun eigen voet en bereiken ze het tegengestelde van wat ze voor ogen hebben.

België rijdt zich vast in drijfzand en al wie er iets aan kan doen, staart blind vooruit

Parels voor de zwijnen

Al maar meer economen menen nochtans het antwoord op alle problemen in pacht te hebben. De Grauwe schrijft dat een drastische herverdelingspolitiek gericht op de top met extreem hoge inkomens de hele maatschappij ten goede zou komen. Het argument dat ondernemers hierdoor minder prikkels zouden krijgen, houdt geen steek. Onderzoek toont aan dat vanaf een bepaald inkomen belasting nog nauwelijks invloed heeft op de inzet. Een topmanager die 10 miljoen verdient werkt niet harder dan eentje die ‘maar’ 1 miljoen verdient. Integendeel, hij wordt er alleen maar vadsiger van. Ook het argument dat door een vermogensbelasting de rijksten naar het buitenland zullen trekken, is een non-argument dat vooral veel zegt over de morele verloedering van onze maatschappij.

Er is meer dan ooit nood aan sociale correctie van een systeem dat op zichzelf geen solidariteit of medeleven kent

De markt zal zichzelf niet reguleren, ze zal de samenleving almaar meer uit evenwicht brengen. Enkel de overheid kan dit proces tegengaan, door in te zetten op een herverdelingspolitiek in plaats van op een beleid dat de bestaande verhoudingen bestendigt. Het is gissen naar de motieven van de regering om alle aangereikte informatie en aanbevelingen van topeconomen links te laten liggen. Het voorspelde besparingsbeleid zal slechts één groot gevolg hebben: opleiding, opvang, zorg en levensmiddelen zullen plaats moeten maken voor zwembaden, auto’s en tweede verblijven. Ik zal mij nog meer dan vandaag mogen ergeren aan de fils à papa die met dure auto’s door de straten racen. Anderen zien tegelijkertijd hun kans op een mooie toekomst aan diggelen geslagen. We maken ons op voor een vijf jaar durende ode aan de ongelijkheid.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!