Een kantelmoment voor TTIP?

Het vrijhandelsakkoord TTIP, waarover EU en VS onderhandelen, heeft weinig te maken met vrije handel. In tegenstelling tot wat voorstanders beweren, levert het ook geen extra banen op. Vanuit Engeland een bericht over de scherpe randjes aan TIPP, maar vooral over de groei van een beweging tegen het vrijhandelsakkoord. "We kunnen vechten voor een nieuw democratisch en eerlijk economisch systeem dat vrij is van controle door bedrijven."

donderdag 16 oktober 2014 14:29

De
EU en de VS zijn in het geheim aan het onderhandelen over een nieuw
handelsakkoord dat een zeer grote machtsoverdracht zou inhouden van
de gemeenschap naar onbetrouwbare bedrijven. Het
Transatlantisch Handels- en Investeringspartnerschap
(Transatlantic
Trade and Investment Partnership
,
of kortweg TTIP) wordt door voorstanders voorgesteld
als een ‘vrijhandelsovereenkomst’ die
de economieën aan beide kanten van de Atlantische Oceaan zal
versterken.

Maar
TTIP heeft eigenlijk weinig te maken met vrije handel. De tarieven
tussen de EU en de VS zijn namelijk al minimaal. Daarvoor
in
de
plaats
zijn de bepalingen van
het akkoord zowel gericht op de ondermijning van reglementeringen die
de werknemers, de consumenten en het milieu beschermen als op het
toekennen van een nooit eerder geziene wettelijke macht aan
bedrijven. Ondanks het
feit dat de media
dit akkoord veronachtzamen,
groeit
de beweging die zich verzet tegen deze machtsgreep
van
bedrijven.

Publiek
belang

Eén
van de meest alarmerende en ondemocratische aspecten van TIPP is het
mechanisme van de investeerder-staatarbitrage (Investor-State
Dispute Settlement
,
of kortweg ISDS). Het
laat
bedrijven toe regeringen
aan te klagen
omdat deze veranderingen in het beleid doorvoeren
die toekomstige winsten van de bedrijven in het gedrang zouden
brengen. Voorbeelden
van over de hele wereld die de effecten van ISDS bevestigen,
suggereren
dat dit akkoord belangrijke gevolgen heeft voor het bevoegdheid van
de staat om wetten in het voordeel van het
publieke
belang
uit te dragen:

  1. Egypte
    wordt momenteel aangeklaagd door Veolia, omdat het land het
    minimumloon optrok. Het land loopt het risico hierdoor 80 miljoen
    dollar te verliezen.
  2. Vorig
    jaar moest Slovakije meer dan
    22
    miljoen euro betalen aan de Nederlandse verzekeraar Achmea, omdat
    het land getracht had publieke gezondheidszorg te introduceren.
  3. Argentinië
    is met succes aangeklaagd ten
    bedrage van
    1 biljoen dollar door verschillende water- en
    elektriciteitsbedrijven (waaronder EDF), omdat het land de prijzen
    van openbare nutsvoorzieningen bevroren had.
  4. Canada
    wordt voor 500 miljoen dollar aangeklaagd door het grote
    Amerikaanse farmaceutisch bedrijf Eli Lilly, dat beweert dat de
    beslissing van een Canadees Rechtshof
    om een patent op één van hun medicaties te weigeren (omdat het
    niet doet wat het belooft te doen), ‘verwachte toekomstige
    winsten’ in het gedrang bracht.

In
het Verenigd
Koninkrijk
zou de ISDS dus kunnen fungeren als een belangrijk
afschrikmiddel voor elke mogelijke toekomstige regering om te
overwegen delen van NHS die verkocht werden aan grote bedrijven te
renationaliseren, om
de
stijgende energieprijzen van de zes grote energiebedrijven in het
Verenigd
Koninkrijk
aan te pakken of om
fracking
te verbieden. Maar de
machtsgreep
van
bedrijven eindigt
daar niet.
Het TIPP is er ook op gericht de reglementering tussen de EU en de VS
te ‘harmoniseren’, met een mogelijke gereglementeerde ‘race
to the bottom
’ tot
gevolg.

Dit
zou kunnen
leiden tot
de ondermijning van zowel de rechten van werknemers, zoals het recht
op collectief overleg en het recht op vakantie, als de
reglementeringen die het milieu beschermen. Zo
krijgen
schadelijke industrieën het
gemakkelijker en
raken
reglementeringen in verband met voedselveiligheid op
de achtergrond,
wat zou kunnen leiden tot meer GGO-oogsten, rundvlees volgepompt met
hormonen en met chlorine gewassen kip in Europa.

Banenverlies

Het
belangrijkste argument dat politici, bureaucraten en bedrijfsleiders
geven om TTIP te verdedigen is, dat het jobs en groei zal creëren.
Een studie besteld door de EU over de effecten van TTIP toonde
echter aan
dat het handelsakkoord zou leiden tot een verlies van
tussen 1 en 2 miljoen (ten minste 1 miljoen en maximaal 2 miljoen)
banen, verdeeld over de EU en de VS. Dit gevolg komt overeen met de
gevolgen van voorgaande ‘vrijhandelsakkoorden’ in andere delen
van de wereld, zoals het Noord-Amerikaanse vrijhandelsakkoord
tussen Mexico, de VS en Canada. Wat betreft de groei, de belofte van
bijvoorbeeld Lord Livingston voor 10 biljoen pond meer in de VK is
sterk bekritiseerd door economen zoals Dr. Gabriel Siles-Brugge, omdat
die
groei
vaag en zwaar overschat is.

De
laatste tijd nemen Britse politici meer extreme maatregelen om te
trachten het groeiende publieke bezwaar tegen
TTIP te bestrijden,
in plaats van zich
tot de mensen te richten. Lord
Livingston heeft campagnevoerders aangevallen omdat ze
‘anti-Amerikaans’ zijn, ondanks het feit dat de Amerikaanse actie
tegen TTIP ook sterk groeit. Onlangs
nog probeerde George Osborne grote
bedrijven te verenigen
om in
het openbaar
de vrijemarktideologie te verdedigen tegen de massa van
maatschappelijke organisaties en vakbonden die hiertegen zijn.
Wanneer politici echter grote bedrijven om hulp vragen, is het
een
teken
aan de wand dat zij in moeilijkheden verkeren.

Protestacties

De
beweging tegen TTIP en andere ondemocratische vrijhandelsakkoorden
is aan het groeien. In
juli waren er op twintig plaatsen in het Verenigd Koninkrijk acties waar duizenden mensen
aan deelnamen. Op
11 oktober vond er een veel grotere mobilisatie plaats, er waren meer
dan 300 protestacties verspreid over heel Europa waar tienduizenden
mensen aan deelnamen. Van de Canarische eilanden tot Schotland,
Finland en Griekenland waren er niet enkel acties in grote
steden, maar ook in kleinere steden en landbouwgebieden. In het
Verenigd
Koninkrijk
kwamen mensen samen op het Parliament Square, ze organiseerden flash
mobs

in Edinburgh, en ‘no
TTIP tours

in Bristol en Leeds.

Gezien
de grootte van de verzetsbeweging is het niet moeilijk te begrijpen
waarom het politieke establishment bezorgd is. Terwijl
ik samenwerkte met mensen in het Verenigde Koninkrijk om TTIP aan te vechten, heb ik
NHS-werknemers de krachten zien bundelen met kleine bedrijven en zag
ik anti-fracking-activisten
die zich verenigden met de
vakbonden om samen campagne te voeren. Als we samenwerken,
kunnen we veel meer doen dan TTIP te verslaan. We
kunnen vechten voor een nieuw democratisch en eerlijk economisch
systeem dat vrij is van
controle
door
bedrijven.

De
originele versie van dit artikel staat op Open
Democracy
. Vertaling: Vera Tylzanowski.

Morten
Thaysen is assistent
digitale communicatie bij de World Development Movement.
Hij
is ook een
activist voor
Fuel Poverty
Action
en
hij werkte twee jaar als campagnemedewerker
bij Action
Aid Denmark

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!