Donald Rumsfeld, speciaal gezant van president Reagan, ontmoette Iraaks president Saddam Hoessein in Bagdad op 20 december 1983, om wapenleveringen te bespreken. In 2003 was hij als minister van Defensie van president W. Bush zeker van de aanwezigheid van chemische wapens in Irak. Dit mopje circuleerde daar toen over: "Ik weet het zeker want ik heb de rekeningen bewaard" (foto Wikimedia Commons)
Analyse -

Chemische wapens gevonden in Irak bevestigen leugens invasie

Het bestaan van chemische wapens was volgens Amerikaans president Bush en Brits eerste minister Blair de voornaamste reden voor de invasie van Irak in 2003. Er werd inderdaad een voorraad chemische wapens 'ontdekt'. Toch werd beslist die 'vondst' geheim te houden. Jon Queally, journalist bij Common Dreams, legt uit waarom.

donderdag 16 oktober 2014 14:35

Recente
artikels van de New York Times tonen aan dat de enige chemische
wapens die in Irak werden gevonden – het waren reeds lang
gestockeerde voorraden die teruggingen tot de jaren 1980 – op geen
enkel manier de motivering bevestigen die de regering van president
W. Bush gaf om de invasie van Irak te verantwoorden.

“Dit
zijn niet de chemische wapens waar je naar moet zoeken”

Een
artikel op de website van de New York Times (NYT) op 14
oktober 2014 stelt dat er wel degelijk verouderde voorraden van
chemische wapens in het land (Irak) aanwezig waren. De regering-Bush
beweerde echter meer, namelijk dat er een programma was voor
de vervaardiging van chemische wapens (zo een programma bleek niet te
bestaan).

Die
‘achtergelaten’ wapens gingen volgens de NYT terug tot de jaren 1980, toen de VS en andere westerse naties bondgenoten waren van Irak en
wapens en chemische stoffen leverden aan Saddam Hoessein voor de
oorlog tegen Iran (1980-1988). De Amerikaanse troepen die
uiteindelijk op die voorraden stootten, kregen het bevel ze te
vernietigen en moesten verder zwijgen over wat ze daar hadden gezien,
zelfs als dat hun eigen leven en dat van anderen in gevaar bracht.

Volgens
de berichtgeving in de krant hebben de voormalige Amerikaanse
soldaten, die meewerkten aan het verwijderen van dergelijke wapens
tijdens de jarenlange bezetting van Irak aan de NYT gezegd, dat de
regering-Bush en het Pentagon het bestaan van die wapens verzwegen. Om meer redenen, “onder meer omdat de regering ermee verveeld zat
te moeten erkennen dat ze daar verkeerd had gedaan”.

“Wat
ze nodig hadden, is te kunnen stellen dat Saddam Hoessein chemische
wapens had gebruikt na 9/11”, zo stelde Jarrod Lampier, een
gepensioneerde majoor. Hij was aanwezig bij de ontdekking van de
grootste vondst van chemische wapens tijdens de oorlog. Hij stelt dat
zijn eenheid 2.400 raketten met zenuwgas bovenhaalde in 2006. Die
bevonden zich in een voormalige hangar van de Republikeinse wacht (de
speciale troepen onder rechtstreeks leiding van de president).”Die
waren allemaal van voor 1991”.1

De
ontdekking van deze chemische wapens bevestigde dus niet de reden die
de regering had gegeven voor de invasie. Na de terroristische
aanvallen van 9/11 in 2001 bleef Bush erop aandringen dat volgens
hem Saddam Hoessein een programma had (en verborgen hield) voor de
vervaardiging van massavernietigingswapens. Daarmee ging Saddam
Hoessein in tegen de wil van de internationale gemeenschap en bracht
hij de wereld in gevaar. De inspecteurs van VN ter plaatse konden
echter geen bewijzen vinden voor deze beweringen.

Onvoorbereid

Tijdens
de jarenlange bezetting begonnen Amerikaanse troepen oude chemische
munitie terug te vinden in verborgen schuilplaatsen en in bermbommen.
Dat waren typisch 155 millimeter-artilleriegranaten en 122 millimeter-raketten, overblijfselen van een wapenprogramma dat Irak zeer snel
had gestart in de jaren 1980 tijdens de oorlog met Iran.

Die
waren volgens getuigen allemaal gefabriceerd voor 1991. Een groot
deel ervan was zo vuil, verroest of uitgevreten dat ze nog amper
als chemische wapens identificeerbaar waren. Een aantal was leeg,
maar heel wat exemplaren bevatten nog krachtige restanten van mosterd-
of saringas. De meeste projectielen waren niet eens ‘geschikt’ als
chemisch wapen, omdat ze er niet voor ontworpen waren en de chemische
bestanddelen slechts over een klein gebied konden verspreiden, zo
meenden de meeste getuigen.

Volgens
de personen die met de NYT spraken, bleek uit de analyse van deze
oorlogsmunitie dat de inlichtingendiensten compleet fout bezig waren.
Eerst en vooral vond de Amerikaanse regering helemaal niet wat ze van
bij het begin van de oorlog beweerde te willen vinden. Daarbovenop bereidde de regering
de
eigen troepen en medische diensten totaal niet voor op de verouderde
wapens die ze wel vonden.

Als
reactie op deze berichten antwoordde journalist Murtaza Hussain van
The Intercept met een aantal tweets: “Het nieuwe aan dit verhaal
is dat de regering-Bush even nonchalant omsprong met Amerikaanse levens
als met Irakese.”

Het onderzoek is nog pijnlijker: “In vijf of zes incidenten waarbij
(Amerikaanse) troepen werden verwond door chemische substanties,
bleek de munitie in de VS ontworpen te zijn, samengesteld
in Europa en gevuld met chemische munitie in productielijnen die door
westerse bedrijven in Irak waren gebouwd.”

Pleidooi

Een
aantal personen meenden dat uit de recente revelaties van de NYT dus
blijkt dat de reden voor de Amerikaanse invasie van 2003 correct
was. Jessica Schulberg van het tijdschrift The New Republic was een
van de eersten om die bewering onderuit te halen:

“Het
debat over de legitimiteit van de oorlog in Irak ging nooit over het
feit of Saddam Hoessein ooit op een bepaald tijdstip
massavernietigingswapens had bezeten. Iedereen wist dat Saddam Hoessein een gamma
massavernietigingswapens had ingezet tegen Iran tijdens de oorlog in
de jaren 1980 – de VS was gebrand op de vernietiging van de pas
ontstane Islamitische Republiek van Iran2
en hielp hem dat programma te ontwikkelen.”

Schulberg
voegt daaraan toe: “Bush kreeg voor zijn pleidooi tot de
internationale gemeenschap geen zegen van de VN-Veiligheidsraad en
gebruikte de retoriek (van de massavernietigingswapens) als
rechtvaardiging voor de invasie van Irak en de omverwerping van het
regime van Saddam Hoessein. Hij had niet de oorlog verklaard aan een
tientallen jaren bestaand programma voor chemische wapens, maar aan
een volgens hem aan de gang zijnde programma dat zou kunnen worden
ingezet tegen massa’s burgers.”

Als
de ontdekking na de invasie van deze oude uiteenvallende chemische
wapens had kunnen dienen als bewijs dat de invasie gerechtvaardigd
was, dan had het Witte Huis die kans nooit laten liggen. In 2005
hadden de wapeninspecteurs van de CIA in een rapport van 92 pagina’s
besloten dat de zoektocht naar massavernietigingswapens “zo ver als
mogelijk was gegaan” en dat er geen bewijzen waren gevonden van een
actief wapenprogramma.

Dat
CIA-rapport bevatte ook een addendum: “Het is mogelijk dat de
strijdkrachten in Irak ook kleine aantallen verouderde chemische
wapens vonden – meer dan waarschijnlijk gaat het om verloren
gelegde of onvoldoende vernietigde munitie van voor de Golfoorlog van
1991.”

Toedekken

In
maart 2003 tijdens de inval in Irak stond het vertrouwen in de
president in de opiniepeilingen op 70 procent. Toen het rapport van
de CIA uitkwam, was dat al gezakt tot 48 procent. De
regering van Bush had toen kunnen roepen: “Kijk, we hadden gelijk!”

In
plaats van de ontdekking van deze resten van chemische wapens uit de
jaren 1980 dik in de verf te zetten, doet het Pentagon zijn uiterste
best om dat toe te dekken. Er was niets voorzien om de schade op te
vangen die deze wapens konden toebrengen aan de Amerikaanse troepen
en de verwondingen die er door waren veroorzaakt waren bijzonder
vervelend.

Het
bestaan van verouderde chemische wapens in Irak was nooit het motief
voor de invasie van Irak en het was zeker geen geheim. Het enige
geheime aan deze zaak was de schade aan Amerikaanse soldaten en
daaropvolgend het falen van de overheid om deze slachtoffers degelijk
te verzorgen.

1 In
1991 viel Irak Koeweit binnen en werd Saddam Hoessein van een
jarenlange trouwe bondgenoot in één nacht omgedoopt tot ‘de nieuwe
Hitler’ van het Midden-Oosten.

2 In
1979 werd de sjah van Iran verdreven door een volksopstand, die niet
meer in te tomen was met zijn repressie-apparaat. SAVAK, de geheime
dienst van de sjah, werd tijdens zijn bestaan omschreven als ‘de
meest wreedaardige folteraars ter wereld’. De sjah van Iran kwam aan
de macht na een staatsgreep in 1958, die logistiek werd voorbereid
en gesteund door Groot-Brittannië en Frankrijk. Daarmee
verwijderden ze de democratisch verkozen regering van
sociaaldemocraat Mossadegh, die de Britse en Franse oliebronnen in
het land wilde nationaliseren, om de winsten voor zijn eigen land te
gebruiken.

Het artikel Legacy
of Chemical Weapons in Iraq Compounds Lies and Failures of US
Invasion
 
van Jon Queally verscheen op 15 oktober 2014 op de website Common Dreams. Het werd vertaald door Lode Vanoost. Overname kan voor niet-commerciële doeleinden, mits weblink naar deze vertaling en naar het oorspronkelijk artikel.

Ontmoeting Donald Rumsfeld met president Saddam Hoessein in Bagdad op 20 december 1983:

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!