Niet agro-industrie maar gezinslandbouw voedt de wereld

Niet agro-industrie maar gezinslandbouw voedt de wereld

Familiale landbouw is goed voor 70 procent van het wereldwijd geproduceerde voedsel, stelt de VN-Voedsel- en Landbouworganisatie FAO. De FAO stelt deze vorm van kleinschalige landbouw centraal op Wereldvoedseldag, donderdag 16 oktober 2014.

woensdag 15 oktober 2014 16:32

2014 is het Internationale Jaar van de Familiale Landbouw (IYFF). “Als we honger serieus willen bestrijden, moeten we familiale
landbouw stimuleren als productiewijze en manier van leven. Het is
veel meer dan alleen een vorm van landbouwproductie”, zegt
Marcela Villareal, directeur van het FAO-bureau voor Partnerships,
Advocacy and Capacity Development.

Volgens
de VN-organisatie Food and Agriculture Organisation (FAO) kan
familiale landbouw honger en armoede bestrijden en bijdragen aan
gezonde voedselsystemen. Deze vorm van landbouw kan ook een rol
spelen in milieubescherming en duurzaam gebruik van grondstoffen. Een
officiële definitie van familiale landbouw bestaat niet. De term
wordt soms gebruikt om kleine boeren aan te duiden. Bij familiale
landbouw zijn gezinsleden eigenaar van het bedrijf. Zij krijgen
meestal geen salaris voor hun werk.

Armoedebestrijding

Familiale
landbouw is naar schatting goed voor 70 procent van het voedsel dat
wereldwijd geproduceerd wordt. Veertig procent van de huishoudens
wereldwijd leeft van familiale landbouw.

De sector van de familiale landbouw is effectiever dan alle andere productiesectoren als het gaat om armoedebestrijding.

De
FAO heeft berekend dat er wereldwijd meer dan 570 miljoen boerderijen
zijn en dat 500 miljoen daarvan gezinsbedrijven zijn. Vierentachtig
procent van de boerenbedrijven in de wereld is kleiner dan 2 hectare.
Zij gebruiken 12 procent van de landbouwgrond in de wereld. De
overige 16 procent boerenbedrijven is groter dan 2 hectare en
gebruikt 88 procent van de landbouwgrond.

Oost-
en Zuid-Azië en de Stille Oceaan zijn goed voor 74 procent van de
570 miljoen boerderijen. Slechts 3 procent van de bedrijven is te
vinden in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Latijns-Amerika en het
Caraïbische gebied zijn samen goed voor 4 procent.

Plattelandsontwikkeling

Boerenorganisaties
uit Afrika, Noord-Amerika, Azië, Europa en Oceanië kwamen begin dit
jaar, bij de start van het IYFF, bijeen in Aboe Dhabi. Daar formuleerden ze vijf
eisen om familiale landbouw “tot hoeksteen van duurzame
plattelandsontwikkeling” te maken.

Ze
riepen onder meer op tot strategieën om jongeren te interesseren
voor het boerenbedrijf en zo migratie te voorkomen, het creëren van
goede voorwaarden om een familiebedrijf over te nemen en meer
mogelijkheden om nieuwe bedrijven te beginnen.

Kritiek
was er op het erfrecht in veel landen – dat vrouwen benadeelt –
en de lagere vergoedingen die vrouwen krijgen, terwijl vrouwen in
veel gevallen de ruggengraat vormen van de sector. Ze spelen
daarnaast een belangrijke rol als het gaat om gezonde voeding en
opvoeding van kinderen. De boerenorganisaties riepen regeringen
verder op om coöperaties te financieren, toegang tot markten te
garanderen voor kleine boeren en het eenvoudiger te maken om leningen
te krijgen.

Vrijhandelsakkoorden
het probleem, niet de oplossing

Volgens
José Antonio Osaba, coördinator van het IYFF-Civil
Society-programma van het Wereldplattelandsforum, hebben alle landen,
en in het bijzonder ontwikkelingslanden, “het recht hun landbouw
te beschermen om in staat te zijn zichzelf te voeden en te handelen
onder eerlijke voorwaarden”. Het tegenovergestelde is volgens
hem op dit moment het geval. “Een handvol grote, exporterende
landen met een hoge productiviteit en aanzienlijke subsidies
domineren de wereldvoedselmarkt.”

Ranja
Sengupta, onderzoeker bij het Third World Network in India, deelt dat
standpunt. Zij stelt dat vrijhandelsakkoorden een serieus probleem
zijn voor ontwikkelingslanden. “Voor landen als India, grote
landen met een omvangrijke, hongerige bevolking, is er geen
alternatief voor het versterken van kleine familiebedrijven”,
zegt ze.

“We
kunnen niet afhankelijk zijn van import. Als we dus voedsel willen
voor de bevolking, moeten we het van onze eigen producenten hebben en
hen in staat stellen te produceren. Daarom zijn subsidies nodig.”

Family
Farming – A Way of Life

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!