Opinie - Olivier Pintelon

Waarom deze regering onterecht hard bespaart op de overheidspensioenen

Tot nu toe blijft het wat onderbelicht, maar de ambtenarenpensioenen zitten duidelijk in het vizier van de nieuwe federale regering. Vooraleer de pensioenstelsels geïntegreerd worden in een nieuw systeem van ‘pensioen op punten’, worden de ‘privileges’ van het ambtenarenpensioenen teruggeschroefd. Logisch toch? Niet alles is zoals het lijkt.

dinsdag 14 oktober 2014 14:55

De
ambtenaren hebben inderdaad een voordelig wettelijk
pensioen. Een recente schatting (Pensioenatlas 2010) leert ons dat
het gemiddeld pensioen van een statutaire ambtenaar ongeveer 1600 euro netto bedraagt. Voor een doorsnee werknemer uit de private sector is
dat slechts 1000 euro.

Op het eerste zicht is er dus een grand
canyon
in pensioenrechten. Dat verschil vindt zijn oorsprong in
verschillende zaken. Zo wordt er voor de ambtenarenpensioenen op dit
moment enkel de wedde van de laatste vijf of tien jaar in rekening
gebracht en bestaat er een systeem van ‘diplomabonificatie’
waardoor studiejaren meetellen voor de pensioenopbouw. Er is ook een
hogere vervangingsratio (75 procent versus 60 procent voor een alleenstaande) en er
zijn hogere maxima (6283 euro versus 2178 euro bruto). Als klap op de
vuurpijl zijn de overheidspensioenen meer welvaartsvast via het
systeem van de koppeling met de huidige loonschalen – de zogeheten ‘perequatie’.

Kortom, de verschillen tussen de stelsels zijn
legio en telkens lijken de statutaire ambtenaren aan het langste eind
te trekken. Hoog tijd om hun privileges te herzien. Of niet?

Laagste lonen

Ik wil beargumenteren dat je ook in rekening
moet brengen dat vele privéwerknemers toegang hebben tot een
aanvullend pensioen op bedrijfs- of sectoraal niveau. Op dit moment
bouwen ongeveer 75 procent van de werknemers een aanvullend pensioen op –
al zijn de bedragen niet altijd significant. Ambtenaren hebben
daarentegen geen toegang tot de tweede pensioenpijler.

De
Pensioenatlas uit 2010 combineerde voor het eerst cijfers over de
eerste en tweede pijler in België. Deze studie leidde tot enkele
opmerkelijke resultaten. Voor werknemers met een aanvullend pensioen
verkleinde de kloof met de vastbenoemde ambtenaren aanzienlijk. Zelfs
in die mate dat de 20 procent hoogste lonen even goed af zijn met een
privépensioen als met een overheidspensioen, ondanks het feit dat
ambtenarenpensioenen kunnen oplopen tot 6283 euro bruto. Deze stelling
klopt echter geenszins voor de laagste lonen, aangezien zij geen
toegang hebben tot de tweede pijler. Nuances zijn op hun plaats.

Impact

De
Zweedse coalitie vertrekt deels vanuit de verkeerde
premissen. Niet alle werknemers zijn noodzakelijk beter af met een
overheidspensioen. Een aantal aangekondigde maatregelen zullen een
grote impact hebben op het pensioen van de statutaire ambtenaar.
Allereerst is er de afschaffing van de diplomabonificatie. In dat
systeem tellen de studiejaren mee voor de opbouw van het wettelijk
pensioen. Ruwe schattingen geven aan dat hierdoor de vervangingsratio
daalt met 7 procent, wat kan oplopen tot 100 euro (netto) minder pensioen per
maand.

Daarnaast wordt het overheidspensioen voortaan berekend op de
wedde van de hele loopbaan in plaats van op de laatste tien jaar.
Aangezien ambtenaren meer verdienen op het einde van de carrière, is
de impact aanzienlijk, gemakkelijk tot 100 euro (netto) minder
maandelijks pensioen. Deze bedragen zijn ruwe schattingen (het
belastingsstelsel wordt bijvoorbeeld niet ten volle in rekening
gebracht), maar ze tonen desalniettemin aan dat de gevolgen groot
kunnen zijn.

Ten slotte zullen de jaren als contractueel bij de
overheid niet langer meetellen voor het ambtenarenpensioen. Aangezien
mensen vaak slechts op latere leeftijd vastbenoemd worden, kunnen de
gevolgen significant zijn.

Contradictorisch

De
Zweedse coalitie weigert ten volle rekening te houden met het feit
dat er geen tweede pijler bestaat voor de statutaire ambtenaren. Voor
de hogere lonen zijn de ambtenarenpensioenen in lijn met de
privépensioenen. Gecombineerd kunnen de maatregelen aanleiding geven
tot minimum 200 euro minder pensioen. Hierdoor zullen sommige
werknemers uit de private sector beter af zijn. Dat is enigszins
contradictorisch. Een coalitie met échte sociale ambitie opteert er
eerder voor om de laagste pensioenen uit de privé op te trekken.

Tot
slot nog één bedenking. Het is duidelijk dat zich donkere
wolken samenpakken boven de ambtenarenpensioenen. De pensioenlasten
zullen voor de verschillende overheden de volgende jaren exploderen.
De reden: al jarenlang wordt er quasi niemand meer vastbenoemd en
werft men enkel contractuelen aan. Hierdoor dragen steeds minder
mensen bij aan de pensioenkassen van de ambtenaren, terwijl het
statutair personeel vlug vergrijst.

Dat is het echte probleem van de
overheidspensioenen. Maar daarover blijft de regering muisstil.

Olivier
Pintelon is lid van Poliargus, een onafhankelijke denktank die ijvert voor vrijheid, democratie
en solidariteit.

take down
the paywall
steun ons nu!