Opinie

Parlementaire meerderheid voor beteugeling syndicale macht

Teaser fallback community afbeelding
Tijdens de New Deal (1933-1938) kregen de vakbonden in de VS voor het eerst een ruime macht en invloed op het industriële systeem. Ze waren nodig als kritische factor in het herstelbeleid. Dit leidde in 1946 tot de eerste algemene staking in de VS. Het bleek ook de laatste. Kan België iets leren uit dit historische voorbeeld?

In de context van de New Deal hadden de arbeiders zich akkoord verklaard tot een jarenlange loonbevriezing, en die loonmatiging bleek onhoudbaar in het licht van spectaculaire stijgingen van de bedrijfswinsten. De matiging bleek eenzijdig te zijn.

De algemene staking had een enorm effect. Patroons en conservatieve politici waren doodsbang dat de verworven industriële macht van de vakbonden ooit, door middel van een eigen politieke partij van de arbeiders, zou leiden tot politieke macht.

Toen kort daarna de Republikeinen de verkiezingen wonnen en het Congres in handen kregen, begon er dan ook een offensief tegen de vakbonden. Dat kon, want de vakbonden, die op dat moment een gigantische massabeweging waren, hadden geen verlengstuk in het Congres. Daar was de meerderheid in handen van een sociaaleconomische minderheid – het kapitaal.

Nationaal belang

De Taft-Hartley Act van 1947 legde de activiteiten van vakbonden definitief aan banden. Het stakingsrecht werd beperkt en vakbondsleden mochten geen lid meer zijn van communistische bewegingen. Wat het stakingsrecht betrof: wilde stakingen werden strafbaar gesteld en zelfs aangekondigde stakingen konden worden beperkt wanneer ze tegen het “nationale belang” werden geacht. Dit was een rekbaar begrip, want elke staking kon als een potentieel communistisch complot worden voorgesteld.

Vakbondsleiders werden op die manier gedwongen om hun acties terug te schroeven en zich “loyaal” op te stellen tegenover de overheid. Het was het einde van het machtspotentieel van de Amerikaanse vakbonden. Vanaf dat moment leidde elke opstoot van syndicalisme tot hardere reacties vanwege het establishment, zodat elke collectieve en politieke dimensie van arbeid onder druk kwam te staan.

Beteugeling

Het historische Amerikaanse voorbeeld leert ons een aantal dingen:

(1) Wanneer de machtsvraag zich stelt voor vakbonden, dan moeten de vakbonden het moment aangrijpen; indien ze kritieke momenten van machtskanteling laten passeren, dan dreigt er altijd een reactie die het hele vakbondsweefsel kan stukmaken. Kansen zijn zeldzaam, ze moeten dus gegrepen worden.

(2) De elite doet het in z’n broek wanneer industriële macht (en die is er nog) dreigt omgezet te worden in politieke macht – met andere woorden: wanneer een paar miljoen gesyndikeerden dreigen te stemmen voor een arbeiderspartij. Dit moet men in gedachten houden. Wie een paar miljoen mensen vertegenwoordigt, kan in een democratie de eigen macht niet beperken tot politiek “meedoen”. Men heeft een gigantisch politiek potentieel, niet enkel een industrieel potentieel.

(3) In de huidige context zal deze machtsvraag zich snel stellen – we zitten met een regering die erop uit is om de vakbondsmacht te breken – en er is een groot risico dat een toename van de syndicale actie leidt tot repressie doorheen het parlement. Met minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken Jan Jambon aan het roer van het repressieapparaat is dit risico zeer reëel. Wie zich van dit risico niet helemaal bewust is, moet wakker worden. Want er is op dit moment een parlementaire meerderheid voor de beteugeling van de syndicale macht.

Achtergrondlectuur

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?