De gatenkaastheorie van de ‘rechtvaardige oorlog’

De gatenkaastheorie van de ‘rechtvaardige oorlog’

vrijdag 10 oktober 2014 11:11

Politiek filosoof Dries Deweer houdt op de website van de VRT
een pleidooi voor de ‘rechtvaardige oorlog’ (Just War) tegen ISIS. Deze
theorie is niet nieuw. Een nadere kijk brengt echter heel wat gaten in
de theorie aan het licht. Ook het verhaal van Deweer bevat een aantal
tegenstrijdigheden.

Eén van de belangrijkste Just War-aanhangers was Jean Bethke Elshtain, die vier criteria aanhaalde voor een ‘rechtvaardige oorlog’. Ten eerste moet een oorlog “openlijk verklaard worden door een legitieme autoriteit.” De oorlog moet “gestart worden met goede intenties.” Ten derde is het gebruik van geweld gerechtvaardigd “om onschuldigen te beschermen tegen een zekere dreiging of om genocide te voorkomen.” Elshtain stelt ten slotte dat oorlog “enkel gerechtvaardigd is als laatste optie, nadat alle andere mogelijke pistes zijn uitgeput.”

Wankele criteria

De criteria die door de aanhangers van de ‘rechtvaardige oorlog’
worden gehanteerd, zijn op zijn minst wankel te noemen. Het eerste
argument kan meteen terzijde worden geschoven. Een oorlog wordt niet
meer of minder rechtvaardig, niet meer of minder legaal, door een
openlijke oorlogsverklaring.

Hetzelfde geldt voor het tweede argument. Elke oorlog begint ‘met goede intenties’, zo stelt Noam Chomsky.
De goede intenties van de ene zijn immers de kwaadwillige bedoelingen
gepercipieerd door de andere. Rusland dichtte zichzelf goede intenties
toe toen het in 1979 Afghanistan binnenviel. De NAVO ging prat op goede intenties bij het bombarderen van Belgrado in 1999. De Verenigde Staten geloofde rotsvast in haar goede intenties voor de oorlog in Irak in 2003.

Geloofwaardigheid en logica

Voor het derde criterium valt wat te zeggen: een oorlog zou gerechtvaardigd zijn wanneer genocide dreigt.

“We hebben een morele rechtvaardiging en tot op zekere hoogte
zelfs een morele plicht om tussen te komen in een oorlog als een
strijdende partij flagrante oorlogsmisdaden begaat. Bij bloedbaden zoals
die van IS spreken we van misdaden tegen de mensheid. Dat drukt meteen
uit dat de hele mensheid betrokken partij is. Strijden tegen IS noemen
we dan ook geen oorlog, maar een vorm van humanitaire interventie.”

ISIS in het Midden-Oosten pleegt inderdaad misdaden tegen de menselijkheid. Het idee dat Westerse mogendheden een morele plicht
zouden hebben om militair in te grijpen raakt echter kant noch wal en
is vaak gestoeld op een Westers superioriteitsgevoel. Westerse machten,
in de eerste plaats de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk,
verloren immers al hun geloofwaardigheid door decennialang militair in
te grijpen in het Midden-Oosten. Het meest recente – en één van de meest
afschuwelijke – voorbeeld hiervan is de invasie van Irak
door de VS en Groot-Brittannië in 2003. Deze oorlog resulteerde in een
miljoen doden, een verwoest land en een compleet geradicaliseerde regio,
met organisaties die vandaag, elf jaar later, angst inboezemen tot vele
duizenden kilometers daar vandaan.

Internationaal recht – en elk moreel oordeel – hoort uit te gaan van consistentie en logica.
Als de heer Deweer ervan overtuigd is dat ‘wij’ (wie dat ook moge zijn)
moeten ingrijpen wanneer een strijdende partij ergens in de wereld
flagrante oorlogsmisdaden begaat, waar was hij dan toen de VS een
illegale agressieoorlog begon tegen een soevereine natie (Irak) in 2003?
Waar was de heer Deweer toen het Israëlisch leger in de zomer van 2014
ongeveer 2000 burgers vermoordde en scholen en ziekenhuizen in Gaza
bombardeerde? Ik ben eveneens benieuwd naar het oordeel van de heer
Deweer over de bombardementen door de NAVO op Belgrado in 1999, waarna
de etnische zuiveringen in de Balkan pas écht op gang kwamen.

De voorbeelden van oorlogsmisdaden in de hele wereld zijn talrijk. Meestal worden ze gepleegd door machtige Westerse landen. De selectieve verontwaardiging
in de mainstream media en het discours van de intellectuele elite is
hallucinant. Oorlogsmisdaden zijn dat alleen wanneer ‘zij’ die begaan,
nooit wanneer ‘wij’ die plegen.

Vreedzaam overleg krijgt geen kans

Aan het vierde criterium is in het geval van de coalition of the willing tegen ISIS absoluut niet voldaan. Er is in Irak zelfs geen begin van een poging ondernomen om het conflict via de diplomatieke weg, met de steun van de buurlanden, op te lossen. Iran is geen lid van de internationale coalitie, terwijl het land in de regio een belangrijke rol kan spelen.

Saoedi-Arabië maakt wel deel uit van de coalitie
tegen het terrorisme, terwijl dit land zelf zowat de meest
fundamentalistische staat ter wereld is. Volgens Human Rights Watch
werden er in augustus alleen al 19 mensen onthoofd.

Turkije zit in een ambigue situatie. Het steunt de
internationale coalitie tegen het terrorisme en is dus een objectieve
bondgenoot van de Syrische president Bashar al-Assad. De internationale
coalitie steunt volop de Koerdische Peshmerga in Syrië en Irak, die
steun genieten van de Koerdische arbeiderspartij PKK. Die PKK wordt door
Turkije en grote delen van de rest van de wereld beschouwd als een
terroristische organisatie. Turkije, een land dat zelfs de Armeense
genocide van 1915 niet erkent, is verantwoordelijk voor honderdduizenden
Koerdische vluchtelingen en duizenden Koerdische doden in de jaren ’90.

“Het Midden-Oosten moet ons bijvoorbeeld altijd de vraag
ontlokken of het niet veeleer om oliebelangen gaat. De doorsnee Koerd,
Yezidi, Iraakse christen of ander slachtoffer van IS zal het echter
worst wezen. Als zij gered worden, dan zal het hen niet veel uitmaken of
dat om morele dan wel economische redenen was. Als we abstractie maken
van de intentie, dan is en blijft een goede daad een goede daad.”

Wat Deweer vergeet is dat de theorie van de ‘rechtvaardige oorlog’ (Just War Theory)
net gestoeld is op het criterium van de ‘goede intenties’. Waarom hij
van de al dan niet ‘goede intenties’ hier abstractie maakt, is mij een
raadsel.

De theorie van de ‘rechtvaardige oorlog’ is een interessant werktuig
om bepaalde oorlogen of vormen van agressie te rechtvaardigen. Een
nadere blik leert echter dat de Just War-theorie, inclusief de werken
van Michael Walzer waar Deweer naar verwijst, bijzonder
ongefundeerd is. De meeste argumenten zijn louter arbitrair morele
oordelen, die kaderen binnen het gebruikelijke discours van Westerse
regeringen en de intellectuele elite.

www.uberhaupt.be

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!