Opinie - Olivier Pintelon

Afschaffen brugpensioen bij herstructureringen lost niets op

De regering-Michel I stelt voor om het brugpensioen te laten uitdoven. Vanaf 1 januari 2015 is het individueel brugpensioen – sinds de regering-Di Rupo spreekt men over ‘stelsel werkloosheid met bedrijfstoeslag' (SWT) – slechts toegankelijk vanaf 62 jaar. Veel problematischer zijn de nieuwe regels voor SWT bij herstructureringen.

vrijdag 10 oktober 2014 16:11

Als we niets doen om de kansen van de oudere werknemers op de arbeidsmarkt te verbeteren, dan volgt er enkel een verarming van de oudere werkloze. De overheid bespaart geen enkele euro, terwijl regio’s worden opgezadeld met een grote groep oudere werklozen.

Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

Overschot

Het ‘conventioneel brugpensioen’ zag het daglicht in 1974, toen de sociale partners de interprofessionele CAO 17 sloten. Volgens het akkoord wou men een aanvullende vergoeding voorzien ‘ten gunste van sommige bejaarde werknemers die werden ontslagen’. In de moeilijke tijden van de jaren ’70 en ’80 speelde dit stelsel een belangrijke rol om het overschot aan arbeidskrachten op te lossen en om armoede bij oudere werknemers te voorkomen.

Op die manier verliep ook de overgang naar de postindustriële economie minder pijnlijk dan in andere Europese landen (denk maar aan het Verenigd Koninkrijk). Sinds de jaren ’90 is het brugpensioen echter symbool geworden voor de vervroegde uittreding op de arbeidsmarkt en worden er – gezien de vergrijzing van de bevolking – steeds meer kritische vragen bij gesteld.

Geresponsabiliseerd

Er doen heel wat clichés de ronde over het brugpensioen, waardoor het in een te negatief daglicht staat. Ik bespreek er kort drie. Allereerst is het brugpensioen geen pensioen, maar is het een voordelig stelsel van werkloosheid. Om die reden wordt sinds de regering-Di Rupo de naam ‘stelsel werkloosheid met bedrijfstoeslag’ gebruikt. De kern van het systeem is dat de oudere werkloze boven op zijn werkloosheidsuitkering een aanvullende vergoeding krijgt ten koste van de werkgever.

De werkgever wordt op die manier geresponsabiliseerd. Een aantal bruggepensioneerden moeten ook beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt en zijn dus niet ‘op pensioen’. Brugpensioen is dan ook, ten tweede, geen recht. Je moet ontslagen worden door je werkgever. Het is dus totaal niet te vergelijken met het vervroegd pensioen. Ten slotte is het manifest onjuist om te stellen dat alle oudere werknemers in het stelsel van brugpensioen zitten. Slechts 7,2 procent van de 55- tot 59-jarigen is bruggepensioneerd (cijfer rapport 2012 Hoge Raad Werkgelegenheid).

Terugschroeven

De Zweedse coalitie wil nu het brugpensioen bij herstructureringen slechts toegankelijk maken vanaf de leeftijd van 60 jaar (2017). Op dit moment bestaan er twee verschillende stelsels. Ofwel heb je recht op brugpensioen bij een collectieve herstructurering, ofwel is er sprake van een bedrijf in moeilijkheden (verlies in twee opeenvolgende boekjaren). Het eerste stelsel is nu toegankelijk vanaf een leeftijd van 53,5 jaar, het tweede stelsel vanaf 55 jaar. Het terugschroeven van deze uitzonderingen is zonder meer problematisch.

Allereerst moeten we er ons van bewust zijn dat slechts 2,5 procent van de oudere werklozen (55-64-jarigen) op dit moment de transitie maakt naar werk (p. 126 rapport 2012 Hoge Raad Werkgelegenheid). De kans om nieuw werk te vinden is voor deze groep vaak miniem. Daarnaast worden de bedrijven bij een ‘klassiek ontslag’ minder geresponsabiliseerd omdat ze de aanvullende vergoeding niet moeten betalen. De regering-Di Rupo maakte om die reden het brugpensioen al duurder voor werkgevers. Ten slotte worden ‘zachte’ economische transities voortaan onmogelijk. Bij grote herstructureringen – genre Ford Genk – zullen regio’s geconfronteerd worden met een grote groep van moeilijk te activeren oudere werklozen. Dat is zonder meer een onaantrekkelijk perspectief.

Werkbaar

Is het brugpensioen het beste stelsel dat ooit is uitgevonden? Misschien niet, maar een afschaffing lost niets op. Grote herstructureringen zullen een stuk pijnlijker verlopen. Een tweevoudige strategie dringt zich op. Je moet enerzijds proberen om de kans op het vinden van werk te vergroten. Anderzijds – en misschien nog belangrijker – moeten we verhinderen dat oudere werknemers worden ontslagen.

Inzetten op aangepast en ‘werkbaar’ werk is daarvoor noodzakelijk. Na ontslag is het probleem immers dat vele oudere werklozen vooral ‘bedrijfsspecifieke ervaring’ hebben. Ze kennen het bedrijf door en door en hebben ondertussen een ruim netwerk vergaard, maar deze ‘skills’ zijn niet altijd relevant voor andere werkgevers.

Olivier Pintelon is lid van Poliargus, een onafhankelijke denktank die ijvert voor vrijheid, democratie en solidariteit.

take down
the paywall
steun ons nu!