Charles en Che

Charles en Che

donderdag 9 oktober 2014 21:25

Vandaag precies 47 jaar
geleden werd een icoon geëxecuteerd. Hij staat op T-shirts, hangt tussen
stukjes plakband of duimspijkers aan vele slaapkamer- en andere muren, zijn
beeltenis leukt productverpakkingen op, iets waar hij ongetwijfeld het land aan
zou hebben. Ernesto Guevara, Che, grafische lieveling, mooie revolutionair, een
moordenaar in de ogen van zijn tegenstanders, maar een held voor velen, overal
ter wereld, werd op 9 oktober 1967 op berekende wijze doodgeschoten door het Boliviaanse leger,
maar vooral door de CIA. Ik herdenk nederig zijn dood en ik vroeg me gisteren,
op de dag dat België een federale regering kreeg geserveerd, af waarom hij
mij en vele, vele anderen blijft intrigeren en inspireren. Mijn simpel
antwoord luidt: Che Guevara was een van de laatste ideologische helden.  Dat hij het tot ster schopte, heeft hij
niet alleen te danken aan zijn uiterlijk – wat was die man mooi! – maar aan
zijn uitzonderlijke bekommernis om het lot van mensen. Alle mensen, de armsten
eerst. Hij werd tot icoon omdat hij iemand was.
Hij had in luxe kunnen leven – zijn ouders waren welgesteld, hij was zelf arts.
Hij verruilde dat luxeleven voor een bestaan waarin bezittingen van
ondergeschikt belang waren. Iets wat vandaag bijna ondenkbaar is. Het is vandaag
niet eenvoudig, Zijn. Zijn is helemaal verdrongen door hebben. We hebben geld,
een status, een verbouwing, een teleurstellend en altijd in staat van
verbetering zijnd lichaam, een grote, al dan niet virtuele vriendenkring, een
kapster met een mening, een telefoon met touchscreen, hoogbegaafde kinderen met
een persoonlijkheidsstoornis, een yogaleraar en een omniumverzekering, een
collectie hip vinyl, vintage meubels, een boekhouder, een abonnement bij het
fitnesscentrum, een Nespresso machine en een paar paren identieke pumps in
verschillende kleurtjes. Om het met Uderzo en Goscinny te zeggen: Broeva Haro. Toch
staat niemand op een bestselling poster omdat hij dingen had, behalve misschien als die dingen dromen waren.

Onlangs was ik op een
trouwfeest in Frankrijk. Het bruidspaar, twintigers met een plan, had alles
tot in de puntjes voorbereid, inclusief schoonheidsslaapje, waardoor de aanstaande bruid de
avond voor de plechtigheid de welkomstdrink miste voor de vrienden die uit vier
verschillende landen waren afgezakt en drie nachten in een Frans hotel veil
hadden voor de mooiste dag van haar leven. Het feest kon ermee door en iedereen
was dronken, dus daarover geen klachten. De volgende dag werden wij verzocht de
restjes voedsel en drank te komen opmaken in de feestzaal, een uitnodiging
waarop de bekaterde gasten maar al te graag ingingen. Op een van de tafels had
iemand een leeg sigarettenpakje achtergelaten. Het werd gesierd met de beroemde
foto van Che. Mijn lief toonde het me, sprakeloos door de marinade die zijn
hersens op dat moment waren, maar duidelijk verbouwereerd door de aanblik van
dit alles behalve revolutionaire voorwerp. Ik beantwoordde zijn waterige blik
met begrip. Ik snapte waarom hij enigszins geschokt was. De verse echtgenoot
niet. Mijn lief zei: ‘Zie je het niet?’. Waarop de bruidegom: ‘Ah ja,
natuurlijk, sigaretten zijn dodelijk en hij heeft ook veel mensen vermoord.’
Die jongeman is geen debiel. Hij heeft een mastergraad in economie of iets
dergelijks. Dat blijft er over van Che Guevara: een op grote schaal misbruikte foto
en een fout of alleszins zeer onvolledig beeld van wie hij was.

Geen wonder dat
de Belgische regering die gisteren het licht zag kan bestaan. De Belgen, of
alleszins de noordelijke versie, hebben lekker rechts gestemd, want je moet
niet denken dat je al die flatscreens en zo zomaar cadeau krijgt ik heb daar
ook hard voor moeten werken en dan zal ik het eens gaan afstaan aan die
profiteurs dat ziet ge van hier! Nu het regeerakkoord de media insijpelt met
voorafgaande excuses en blijkt dat niet eens alleen de armste Belgen, maar ook
de middenstand worden genaaid, zou je verwachten
dat de kiezers die deze regering in hun stoel hielpen hun vergissing inzien –
maar nee. Ervan overtuigd dat zij veilig zitten met hun verzekeringen, vaste
baan en kennissen met een stropdas en blind voor het zwaard dat hen voortaan
boven het hoofd zal hangen, vieren ze hun electorale zege en klappen bij het
horen van de agendapunten als zeehonden met een leerachterstand kwijlend in hun
voorpoten. Goed dat ze die nog hebben, want stel dat je bijvoorbeeld een hand
verliest, dan kan je het wel schudden. Met je andere hand. De sociale zekerheid
wordt zodanig uitgehold dat één tegenslag kan betekenen dat je familie de
volgende drie generaties op straat doorbrengt, met geen uitweg in het vizier
want studeren bijvoorbeeld zal onbetaalbaar zijn. Of zijn we echt de beelden
vergeten van de leegstaande villa’s in Amerikaanse voorsteden, huizen van hard
werkende mensen die het allemaal voor elkaar hadden, maar na de crisis op geen
enkel sociaal vangnet konden rekenen?

De actie-reactie tussen rechts en links
heeft altijd bestaan, van de aanbidding van het gouden kalf over de kolonisatie
tot de bonussencultuur. Maar terwijl de algemene welvaart er intussen op
vooruit is gegaan, lijken de strijdbaarheid en de lust om kritiek te leveren
uitgestorven, want de toekomstige slachtoffers van een asociaal beleid zitten
voorlopig nog comfortabel weggezakt in een bankstel dat in promotie stond. Wij
leven in een maatschappij waar kritiek gedoogd en gerecupereerd wordt door de
scheppers van de scheve situatie. In het rijke Noorden laten onze leiders ons
verstaan dat als wij niet aanvaarden dat we moeten werken tot we uit elkaar
vallen, dat onze kinderen slechts dan kans maken op succes als wij zelf al
succesvol waren, dat de koninklijke monarchie wordt vervangen door een
erfelijke beurs, wij onmenselijk en onrealistisch zijn. Toegegeven, wij worden nog
niet in het midden van de nacht uit ons bed gelicht om voor altijd te verdwijnen
zoals dat het geval was onder de Latijns-Amerikaanse dictaturen van de jaren
1970 en 1980. De idealen van onze rechtse leiders verschillen echter niet
zozeer van de idealen van die rechtse leiders van toen. Het verschil is dat onze
ministers onze spijkerbedden spreiden met donkerblauw fluweel en vervolgens
onze dankbaarheid verlangen. En misschien slikken we dit met zijn allen
vendelzwaaiend en gaan we onze regeringsleden in onze harten sluiten bij de
volgende televisiespecial over het lievelingsdier van de jonge premier.

Misschien zal een ommekeer zich pas voordoen wanneer de rechtse kiezer in het
jaar 2046 op 67-jarige leeftijd eindelijk met pensioen mag en zijn laatste vijf
Vlaamse Florijnen met de Kerst moet verdelen onder zijn negen klein- en
stiefkleinkinderen. Misschien staat er dan een kleinkind op dat niets heeft,
maar wel iemand is en dat de moeite neemt op te zoeken waar Che Guevara voor
stond en misschien zingt dat kleinkind op een dag: Seguiremos adelante. Hasta
siempre comandante
!

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!