|Column| Philippe Diepvents: Het venijn in de lange termijn

Het mag nu stilaan tot u doordringen. Iedereen zegt het, onze politici voorop: U moet leren denken op de lange termijn. Uw gedrag is niet goed voor onze toekomst. Dat is iets om eens diep over na te denken, het liefst in de regen.

woensdag 8 oktober 2014 10:19

Het is 8 uur ’s ochtends en ik loop door Gent in de gietende regen. Het is weer waarin in films meisjes vol op de mond zouden worden gezoend, onder begeleiding van aanzwellende violen. De realiteit is prozaïscher. Mijn paraplu ben ik vergeten in de auto, dus valt de regen in dikke, koude druppels op mijn hoofd.

Ik ben onderweg naar het Transitiefestival in de Vooruit. Een
dag die georganiseerd wordt door een brede coalitie aan middenveldorganisaties
met als doel het delen van ideeën over hoe we de omslag kunnen maken naar een
meer duurzaam model van economie voeren en samenleven. Het perspectief waar het
hier over gaat, is waar we willen staan in 2050.

Doorgaans ben ik sceptisch als het op dit soort
verhalen aankomt. Denken op de lange termijn, dat is niet iets des
mensen. Ik had vandaag zelfs al niet voldoende vooruitziendheid om, ondanks de
staat van het wolkendek, mijn paraplu mee te nemen.

Voor de lezingen en debatten beginnen, sla ik een praatje
met een collega. Hij vertelt dat hij een moeilijke periode beleeft op
persoonlijk vlak. Hij en zijn vriendin gingen een tijdje geleden uit elkaar. Dat
is op zich al iets ingrijpends, een herschikken van je wereld, ook al is het in functie van de leefbaarheid op de lange termijn. De nieuwe partner die
hij leerde kennen, kreeg echter onlangs te horen dat ze, voor een tweede
keer, borstkanker heeft. Of: hoe ook voor wie plannen maakt de korte termijn als
een klap in het gezicht alle aandacht weer kan opeisen.

We volgen de debatten. Vaak interessant, soms wollig of een
tikkeltje theoretisch. Tijdens de wollige momenten bekijk ik nieuwssites en
e-mail op mijn mobiele telefoon. Dan stroomt het nieuws binnen: werken tot 67,
zo heeft men het beslist. De boodschap gaat gepaard met de gebruikelijke
woordenbrij over hoe we langer leven en betaalbaarheid van het systeem, over
hoe men appelleert aan onze individuele zin voor verantwoordelijkheid en hoe we
moeten denken op de lange termijn. Nochtans las ik daar onlangs andere dingen
over, maar dat is niet waar dit verhaal over gaat.  

Ik moet terugdenken aan hoe de eerste burger van Antwerpen
voor de verkiezingen tijdens een promotournee mijn stad aandeed. Toen hij en
zijn gevolg in karavaan de stad door trokken, was er een bouwvakker die hen
vanuit zijn stelling, met de typische Gentse ironie, toeriep van: “Gaat gij ook tot uw vijfenzestigste flyerkes
uitdelen?”

Dat lijkt me fundamenteler dan het bekvechten over
cijfers. Voor wie wat langer in een Raad van Bestuur dient te zitten, weegt het
steentje dat men als bijdrage vraagt misschien eerder als een kiezel. Voor
anderen heeft een langere loopbaan meer iets van dat rotsblok waar Indiana
Jones voor op de loop moest gaan. Kunnen we überhaupt van mensen engagementen
vragen op de langere termijn, zonder expliciet de problemen aan te pakken
die hen op de korte termijn treffen? Zonder daar enige empathie voor te tonen
ook? 

Maar dan is het middagpauze. Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral. Een walking dinner met allerlei standjes waar
je lekkere, duurzaam geproduceerde dingen kan krijgen. De bezoekers druppelen
ongelijk binnen, gespreid over een periode van twee uur, naargelang het moment
waarop de lezing die ze volgden afgelopen was. Na vijfenveertig minuten worden
er al enkele standjes opgedoekt, het eten is op, en er vormen zich lange
rijen bij diegene die er nog staan. Ik kan het niet laten te
gniffelen. Omdat ik net de laatste chili con carne heb weggegrist voor de neus van de man die
achter me aanschoof en ook omdat ik moet denken van: “Hoezo, het eten is al op? Dat is dan niet
genoeg op de lange termijn gedacht, hé jongens.” Maar het zijn hier
allemaal zachtaardige mensen, dus men zal mij die gemene gedachte wel vergeven.
  

In de namiddag word ook ik geslachtofferd aan de korte
termijn en moet ik de rest van het programma laten voor wat het is. Ik moet nog
enkele teksten schrijven die tegen de avond af moeten zijn, dus ik installeer
me met mijn laptop in het café van de Vooruit.

Tussendoor lees ik nog wat op nieuwssites hoe de discussie
over de pensioenleeftijd zich ontplooit. Sommige jongeren reageren gelaten, het
is voor hen iets dat te ver in de toekomst ligt. Sommige ouderen reageren
furieus, want zij zien hun ontsnappingsroute voor dat rollend rotsblok net voor
de finish worden gebarricadeerd. In het nieuws wordt geduid dat heel wat
mensen deze beslissing een lege doos vinden. De lat hoger leggen voor iedereen
betekent immers niet dat iedereen erover kan. Velen zullen nog steeds voor
de finish sneuvelen en daarvoor financieel worden bestraft.

Op het journaal zegt men eveneens dat de maatregel er onder
andere komt “omdat dat nu eenmaal in andere landen ook zo gedaan wordt”. En dan
begrijp ik het, de kern van het probleem. Het is niet zozeer dat wij dat niet
willen, op lange termijn denken. Het is dat wij zeer goed aanvoelen wanneer beslissingen
niet genomen worden voor onze lange
termijn en niet in functie van het oplossen van onze kortetermijnproblemen. Vanmorgen, op de lezing over de
bankencrisis, op die over mobiliteit, op die over al dan niet kernenergie, op
die over hoe onze grondstoffen stilaan opraken en op al die andere, heb ik geen
enkele beleidsvoerder gezien die vastberaden naar de toekomst keek.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!