angst, depressie en de rol van literatuur

angst, depressie en de rol van literatuur

maandag 6 oktober 2014 16:48

Men hoort de laatste tijd niets anders: jongeren kampen met
depressies, angst houdt de maatschappij in haar greep en slapeloosheid is wijd
verspreid. Schoolreisjes naar Brussel worden afgelast, de Jihad loert immers op
de hoek van elke straat. Elk greintje avonturisme doen we af als roekeloosheid
en maatschappelijke ongewenstheid. Kleinburgerlijkheid en GAS-boetes hebben de
mens in onszelf getemd. Wie schrikt nog van tijdingen over het immense aantal depressies
in zulk een angstcultuur? Ik niet.

De oorzaak vraagt u? Een schrijnend gebrek aan
relativeringsvermogen. Niet de crisis duwt ons in de put, wel een gebrekkige
opvoeding. Als enkel exacte wetenschappen van tel worden in het onderwijs (binnenkort
allicht een beetje verdoezelend ‘technieken’ genoemd?), als alles moet gegoten
worden in tabellen en statistieken, hoe moeten we dan de wereld rondom ons
bekijken die maar moeilijk te bevatten is in rekensommen, procenten en
formules. In selfies echter wel. Maar
wat als de ander meer, mooiere en interessantere kiekjes plaatst op zijn zorgvuldig
uitgekiende sociale profiel? Dan komt een mens al eens in een negatieve
spiraal.

Als we het rijke veld van de letteren, de kunsten en de
filosofie meer en meer onbespeeld laten in ons onderwijssysteem, programmeren
we onze kinderen dan niet tot machines die louter efficiëntie berekenen? Tot er
één in een vlaag van onbedachtzaamheid eens de waarom-vraag stelt, geen
antwoord wetend op de aardse ijdelheid. De vanitas-idee
is immers het orgelpunt van relativisme. De literatuur weet daar wel weg mee, anderen
hebben daar Allah of God voor nodig; ieder zijn ding natuurlijk.

Volgens mij moet toch eerder de literatuur dan de godsdienst
terug op de schoolbanken gebracht worden. Hierin komt de onbestemdheid van ons
bestaan voortdurend ter sprake: van het boek Prediker in de Bijbel tot Natte
dozen
van Marnix Peeters, de literatuur is doordrongen van de relativerende
gedachte dat ons leven er op het einde van het verhaal niet zo veel toe doet.
Men kan hier met de nodige zelfspot op reageren, zoals Peeters dat doet, met een
dosis hedonisme, zoals Horatius, door jezelf (ijdele) doelen te stellen die het
einde van je leven doen vergeten, zoals Williams in Butcher’s crossing of door een filosofisch systeem op te stellen,
zoals Herman Hesse in zijn romans. Of door angst, verdriet en een kwezelachtig
geloof natuurlijk.

We moeten proberen kinderen het leven te laten doorvoelen,
een zekere smaak te geven voor wat de aarde te bieden heeft. De natuur en
levenskwaliteit vallen nu eenmaal niet te kwantificeren, in tegenstelling tot
wat men ons tracht wijs te maken met BBP’s of happiness-indexen. Of men ons nu in
een lijn doet lopen door geloof, de wet, de traditie, de riten, pacifisme, de
vrije markt, idolatrie of een bestaan na de dood, ieder moet zijn eigen weg
naar Jeruzalem vinden. Er zijn geen zaligmakende principes die de wereld leiden
noch zou ‘de staat’ die rol op haar mogen nemen. Het is daarom ronduit
schadelijk om de jeugd geen kennis te laten maken met afwijkende antwoorden. Hier
heeft men geen 32 lesuren per week voor nodig, maar men zou alvast geen kwaad
mee doen met een opwaardering van literatuuronderwijs. Los van de talrijke
andere heilzaamheden van de literatuur.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!