Hoe sociaal is men, als men ‘sociaal’ wordt genoemd

Hoe sociaal is men, als men ‘sociaal’ wordt genoemd

woensdag 1 oktober 2014 08:00

DeWereldMorgen.beHet begrip ‘sociaal’ heeft drie aan elkaar verwante omschrijvingen: 1. geneigd zijn om in groep te leven,       2. handelingen en ideeën die betrekking hebben op de menselijke samenleving, en 3.Gevoel hebben voor de noden van de medeleden van de samenleving.

Volgens de eerste omschrijving is dus iedereen die in gezins- of groepsverband leeft, per definitie ‘sociaal’. Al kan men ook als gezin of groep ‘geïsoleerd’ leven, en dus asociaal zijn binnen een sociale groep. Ook bij de tweede definitie kan men, in combinatie met de derde omschrijving, eveneens zijn bedenkingen hebben.  Door de feitelijkheid dat ‘de noden’ van de verschillende ‘klassen’ nogal ver uit elkaar kunnen liggen, en sommige zelfs tegengesteld zijn, kan vrijwel iedere ‘vereniging’ van armoedebestrijders tot grootkapitaalorganisaties zichzelf ‘sociaal’ benoemen.

Bij het gebruik van het begrip ‘sociaal’, denken wij heden ten dage hoofdzakelijk aan twee, enigszins uiteenlopende dingen. Men is enerzijds sociaal als men joviaal, gemakkelijk en graag omgaat met, en zich goed voelt bij en met anderen, en anderzijds is men eveneens sociaal als men, zoals in de derde omschrijving, de noden van minderbedeelde medeburgers erkent en daar, op om het even welke wijze, bijdraagt bij het lenigen ervan .

Persoonlijk ben ik niet bepaald ‘sociaal’ in de zin van ‘graag onder de mensen vertoeven’. Maar ook al zoek ik het gezelschap niet als dusdanig, toch voel ik mij best in mijn sas in een groep waar, ofwel plezier wordt gemaakt, ofwel al dan niet ernstig wordt gedebatteerd. Daarentegen ben ik op sociaaleconomisch gebied eerder radicaal-sociaal, en ‘vereer’ ik de ‘gelijkwaardigheid’ als een ideaal na te streven maatschappijbeeld.

Begrippen ‘gelijkheid’ en ‘gelijkwaardigheid’ worden nog al eens verward, en dubbelzinnig of verkeerd gebruikt. Mensen zijn van nature uiteraard niet gelijk aan elkaar. Zowel fysiek als verstandelijk  zijn zij meestal verschillend. Niet alleen door aangeboren intelligentie, maar vooral mede door opvoeding, opleiding, maatschappelijk milieu, omstandigheden en ervaringen, zijn de verstandelijke vermogens bepalend waar men uiteindelijk ergens op de maatschappelijke ladder terechtkomt. Ook de individuele vermogensopbouw en ‘vermogenswinst’ welke men genereert, zijn daar dan ook grotendeels afhankelijk van. 

De sociaalvoelendheid, in de zin van, rekening houdend met de’ minderbedeelden’, wordt in grote mate beïnvloed door zijn maatschappelijke positie en materieel vermogen.

Alhoewel er heel wat uitzonderingen zijn, evolueert in regel de sociaal-bewustheid omgekeerd evenredig met de stijging van het materieel vermogen. Het waarheidsgehalte van het gezegde, ‘hoe meer men heeft, hoe meer men wil, en hoe minder men wil afstaan’, volgt dan ook dezelfde opwaartse trend. Dat heeft alles te maken met de natuurlijke biologisch reflex van zelfbehoud, welke zich in onze kapitalistische samenleving vertaalt in de ‘bescherming’ van zijn bezit(vermogen) en verdiensten (vermogenswinst).

In ons neo-iberaal systeem wordt ‘de waarde’ van iemand bepaald door zijn maatschappelijke status en vermogen. Door die ‘waardebepaling’ en de daaruitvolgende ongelijkwaardigheid wordt iedereen in verschillende ‘klassen’ (standen) gecatalogeerd.

Zo loopt vandaag die verdeling van de financieel-economische elite, over grootverdieners, hogere middenklasse, middenklasse, lagere middenklasse, minderbedeelden, tot ronduit ‘armen’. Een daaraan gekoppelde verdeling spreekt over ‘hoger opgeleiden’, de beter-geschoolden, de lager-geschoolden, en de ongeschoolden.

Met uitzondering van de hoogste en de laagste klasse, komt het ‘sociaal-zijn’, zoals bedoeld in punt drie van de eerste alinea, in vrijwel alle geledingen van de maatschappij voor. Afgezien van de persoonlijke inzet in verenigingen en/of goede-doel-organisaties, manifesteert zich dat in de verplichte belastingen en sociale zekerheidsbijdragen. Maar een willekeurige rondvraag leert ons dat deze ‘solidariteit’, indien niet verplicht, zo niet te verwaarlozen, dan toch wel sterk ondermaats zou zijn.

Sociaal zijn (volgens de derde omschrijving) is gevoel hebben voor de noden van ALLE medeleden van de samenleving. Dus zowel voor de allerrijksten als de meest noodlijdenden.’ Volgens die definiëring is men dus zowel als belangenverdediger van de financieel-economische elite, als deze van de daklozen, ‘sociaalvoelend’.

Maar, zoals gezegd, liggen de noden van de rijken  heel anders, dan deze van de armen, om niet te zeggen dat zij tegengesteld aan elkaar zijn. Als ‘sociaal’ omschreven worden, is dus per definitie niet bepaald in aanwijzend in het voordeel van de ene of de andere groep.

Ik blijf dus het antwoord op de titelvraag schuldig. Ik zou het verdomd niet weten hoe sociaal ik ben…

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!