Het relaas van een marginale, werkloze domoor

vrijdag 26 september 2014 14:43

Setting: zomaar een familiefeestje of andere sociale aangelegenheid. Een borrel ofzo.

Mogelijkheid Y: “Hey, wil jij misschien ook iets drinken? Ik zal mij trouwens even voorstellen, ik ben Piet (zomaar een naam). Ik ben beleidsmedewerker van de Groene fractie in het Europees Parlement (wederom zomaar een voorbeeld). Zeer boeiend en uitdagend. Wel hard werken hoor.  En jij, wie ben jij, wat doe jij zoal?”
“Ah, ik. Ik ben al een hele tijd op zoek naar werk. Ik heb geen werk.”
STILTE

Mogelijkheid X: “Hé Merel, lang geleden. Hoe is het met jou? Heb je intussen al werk gevonden?”
“Nee, nog niet.”
“Misschien moet je wat breder zoeken. Ik wil anders ook nog wel eens naar jouw CV kijken. Ik had vrij snel werk.”
“Dat is lief van je. Er is echter al verschillende keren naar mijn CV gekeken. Verder zoek ik al heel ‘breed’. Ik heb gisteren gesolliciteerd als vakkenvuller bij de Colruyt.”
“Oké.”
EINDE GESPREK

Pijnlijk, pijnlijk die situaties. Ik ben ze inmiddels kotsbeu. De goede bedoelingen van mijn meer welgevallen vrienden ten spijt. Met hun adviezen bevestigen ze mijn fundamentele twijfel. Er zijn periodes dat ik familiefeestjes en andere ‘sociale’ activiteiten mijd. Omdat ik het niet kan opbrengen om mij te wassen, om mij leuk aan te kleden. Om de hele avond te doen alsof ik het goed voor elkaar heb. Op die gelegenheden voel ik mij dan zo verdomd eenzaam. En stom. Ja, vooral een marginale domoor. Al weet ik verstandelijk natuurlijk dat dat niet zo is.

Het is verschrikkelijk vermoeiend, doodvermoeiend zelfs, om elke dag weer tegen de stroom op te roeien. Om mezelf elke dag opnieuw voor te houden ‘dat het eens zal lukken’. Dat ook ik ‘ooit mijn plek zal vinden’, al moge God weten wat dat dan precies is. Om mezelf elke dag weer te vertellen dat ik de moeite waard ben. Dat ik ik een vriendelijke, zachtmoedige, slimme meid ben, al krijg ik de hele dag door signalen van buitenaf die het tegendeel suggereren.

Kijk, ik sta heel kritisch tegenover onze huidige tijdgeest, deze onmenselijke, ziekmakende en vernietigende economie. Het individualiserende discours dat mensen ongeacht hun situatie of achtergrond meedogenloos verantwoordelijk houdt. Het tenenkrommende, en o zo oneerlijke mantra dat ‘we moeten begrijpen dat we allemaal iets moeten inleveren’. Bedankt Bie voor jouw analyse hiervan enkele dagen geleden  tijdens Hart Boven Hard. Ook ik heb wel eens zin om ergens een kassei door de ruit te gooien als ik weer eens fijntjes op een van deze ‘waarheden’ gewezen word.
Het valt echter niet mee dag na dag weerstand te bieden aan goedbedoelde opmerkingen, collectieve twijfel, het wantrouwen, de minachting. Dat kost bergen energie.
Bovendien ben ook ik een ‘product’ (ja kijk, het woord zegt het al!) van deze tijd. Ik ben eind jaren tachtig geboren. In de periode dat het neoliberalisme zijn intrede maakte via Thatcher en Reagan. Die waarden hebben zich ook in mijn hoofd en lijf genesteld. Het kost elke keer opnieuw weer moeite om ze te weerleggen en mij fysiek te ontspannen, mij terug goed en waardig te voelen zoals ik ben.

Het is hoog tijd dat we ons zelfbeeld en onze eigenwaarde massaal loskoppelen van werk en inkomen. Onze identiteit is samen te komen vallen met onze professionele activiteit(en) en dito sociaal-economische situatie. Letterlijk: ”Ja, hallo. Ik ben Wim. Ik ben wetenschapper”. Met andere woorden: ik ben mijn beroep. En mijn beroep, dat ben ik. Dat is gevaarlijk. Voor ons allemaal. We maken ons daarmee heel kwetsbaar. Om te zorgen dat we niet tegen de grond vallen als we ons werk verliezen moeten we ons leven, en onze identiteit, ook funderen op andere waardevolle pijlers.

We onderschrijven met z’n allen de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens maar vinden werkende mensen toch net iets meer waard dan werklozen en ander tuig.
Basta! Weg ermee.
Elk mens, ieder van ons, is evenveel waard ongeacht gender, etniciteit, religie, seksuele oriëntatie, klasse, sociaal-economische status etcetera. Vroeger was dat een evidentie. Tegenwoordig klinkt dat subversief en tegendraads. Jaren zeventig-achtig.

Dit klinkt natuurlijk mooi en waar enzo maar blijven holle woorden als hier niet ook in praktijk betekenis aan wordt gegeven. Hoe doen we dat?

Deze werkloze mejuffrouw heeft wel wat suggesties:
-Ieder mens heeft recht op een menswaardig leven, een humaan bestaan. Ook mensen die getroffen worden door ziekte of ontslag. Ook mensen die zijn gevlucht voor geweld in eigen land. Iedereen. We hebben met z’n allen ooit besloten dat men pas een menswaardig leven kan leiden als men over een minimum aan middelen beschikt. Dit minimum wordt gemarkeerd door de armoedegrens. Trek alle uitkeringen op tot aan, of net boven, deze armoedegrens. Dan pas wordt de mens-waardigheid van alle mensen erkend en gefaciliteerd.
-Herbekijk de huidige vigerende termen voor de posities van mensen op de arbeidsmarkt en ver daarbuiten. Noem mensen niet meer ‘werkloos’ en al helemaal niet ‘langdurig werkloos’. Dat lijkt te impliceren dat wij niets te doen hebben, passief zijn. Het bevestigt de huidige stereotypen. Weet je wat dat doet met het zelfbeeld en de psychische gezondheid van mensen? Wij zijn niet passief, hebben bovendien vaak veel te doen. Solliciteren is een full-time job. Geloof mij. En ook wij hebben daarnaast hobbies, geliefden, familie, vrienden. Doen soms zeer waardevol vrijwilligerswerk. Er is momenteel gewoon een tekort aan betaalde jobs. Wij zijn feitelijk de noodzakelijke arbeidsreserve voor een goed draaiende kapitalistische economie. Zie ons als zodanig en beloon ons daarvoor op gepaste wijze.
-Geef werklozen de mogelijkheid om een normaal leven te leiden in tijden van zogenaamde ‘inactiviteit’ (nog zo’n woord dat nodig geschrapt dient te worden). Versterk hen in plaats van ze op de hielen te zitten en af te breken. Luister naar hen, naar ons. Vraag hun wat ze nodig hebben. Geef hun meer mogelijkheden om vrijwilligerswerk te doen, om zich nuttig te maken. Geef hun groen licht om ook te genieten van de geneugten van het leven. Het Goede leven is voor iedereen!

Het is schrikbarend hoe wij ons gedifferentieerde mensbeeld hebben laten bepalen door sociaal-economische factoren wat maakt dat wij werkenden als meerdere zien en werklozen als minderen. Het is hoog tijd dat wij dat herkennen en daar radicaal afstand van doen. Zeker in tijden van crisis waarin meer mensen hun job verliezen. Een job verliezen, dat kan helaas iedereen overkomen. Daar is onze solidaire welvaartsstaat op gefundeerd. De idee dat dat iedereen kan overkomen. Laten wij ons dat terug herinneren en compassievol voortleven.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!