Opinie - Dimokritos Kavadias, Britt Dehertogh

Pientere onderwijsplannetjes en financieringsstreken van de Vlaamse reuzenkrokodil

Er is al heel wat geschreven over de verhoging van de inschrijvingsgelden in het hoger onderwijs. Maar een aantal aspecten lijken onvoldoende belicht zijn en een aantal vragen blijven uitermate vaag. Voortgaand op de beroemde reuzenkrokodil van Roald Dahl moeten we misschien onze hoop stellen op de ongetwijfeld stijgende creativiteit van de nieuwe generatie kleutertjes, die volgens het regeerakkoord vanaf nu ‘ondernemingszin’ aangeleerd moeten krijgen.

donderdag 25 september 2014 14:36

Het hoger onderwijs
moet zijn steentje bijdragen in de besparingen. In de recente
septemberverklaring wil de Vlaamse regering komen tot zogenaamde
“slimme maatregelen”. Het doet denken aan de reuzenkrokodil van
Roald Dahl die met z’n stiekeme plannetjes en volgens het dier zelf slimme streken op zoek gaat naar malse kindjes. Een onderwijsbesparing kan acceptabel
ogen voor wie niet in de sector zit. Wie echter op een universiteit,
hogeschool of in het hoger beroepsonderwijs staat, weet dat die
instellingen dat al veel langer doen. Het budget staat immers niet in
verhouding tot de studentengroei en de verwachtingen omtrent de
innoverende opdracht van het hoger onderwijs. De vraag is bijgevolg
of deze plannetjes wel zo slim zijn.

Betwistbaar

Slim plannetje
nummer één blijkt een verhoging van de inschrijvingsgelden. Hoewel
dit zeker niet de enige kost is voor hogere studies, is het wel de
basis die iedereen hoe dan ook betaalt. Zelfs al zou een verhoging
het aantal inschrijvingen niet inperken, zoals blijkt uit een
vergelijking met de jaren ’80, dan nog blijft de keuze voor
verhoging erg betwistbaar. We hoorden al heel wat interessante
argumenten ter verdediging zoals het veelvuldig zweten op
Tomorrowland en de comateuze bierconsumptie of de iets minder op de
student gerichte ‘de inschrijvingsgelden zijn te weinig gestegen in
verhouding tot de gemiddelde loonstijging’, ‘in sommige landen is
het duurder’, of ‘het beurssysteem voor de minst bedeelden
blijft’.

Feit is dat
Vlaanderen in vergelijking met andere Europese landen maar matig
investeert in hoger onderwijs en dat ze deze nu zelfs terugschroeft.
De OESO ontwaart internationaal vier modellen van financiering. In
Scandinavische landen (en volgende week ook Duitsland) is het hoger
onderwijs kosteloos en krijgen studenten ruime financiele
ondersteuning. In een aantal Aziatische landen zijn de studiegelden
buitensporig hoog, met minimale ondersteuning. Resteren de
Angelsaksische landen (met hoge kosten, en relatief ruime
ondersteuning via beurzen en leningen) en landen als België,
met lage studiegelden, maar ook relatief weinig ondersteuning (ons
beursstelsel is beperkt).

Het is dus een bewuste en ideologisch
geïnspireerde keuze om besparingen af te wentelen op de student via
het inschrijvingsgeld. Tezelfdertijd spoort (lees: dwingt) de
regering de instellingen aan om geld te zoeken op de privé-markt. Is
slim plannetje nummer twee de deur openzetten naar een Aziatisch
model?

De besparing kan in
ieder geval niet volledig gedekt worden door verhoogd
inschrijvingsgeld. België ondertekende immers het Verdrag van New
York (1966), waarin een standstill-clausule is opgenomen in verband
met de kosteloosheid van het onderwijs en de stijging van
studiegelden. Dat betekent uiteraard niet dat er geen
inschrijvingsgeld mag worden gevraagd, wel dat een
onverantwoorde verhoging moeilijk ligt.

Hypothekeren

De psychologische grens van
1000 euro niet overschrijden lijkt een geste van de Vlaamse
regering na alle doemberichten, maar is dat gezien het wettelijk
kader niet. Dus nu komen stilaan andere ideeën bovendrijven: de
mogelijkheid van studieleningen, het instellen van quota, straffere
selecties in het eerste jaar, private financiering … Stuk voor stuk
plannetjes die kwetsbare jongeren extra zullen benadelen.

Wat we
hiermee doen, is menselijk kapitaal hypothekeren als we het
beursstelsel niet zwaar uitbreiden of onze toevlucht nemen tot
leningen. Willen we de toekomstige generaties opzadelen met schulden
van studieleningen? In de VS dragen 40 miljoen studenten momenteel
een schuldenberg van 1,2 trillioen dollar …

Niet verder kunnen
investeren in vernieuwing is nefast voor net dat deel van het
onderwijstraject dat onze kenniseconomie draaiende moet houden. Wat
doet bijvoorbeeld een instelling of een opleiding met veel
beursstudenten? Zij hebben hoe dan ook lagere inschrijvingsinkomsten
die slechts deels gecompenseerd worden door de hogere
uitkomstfinanciering voor beursstudenten. Hoger onderwijs wordt
immers gefinancierd op de output, niet op de instroom. Of hoe gaat
dit hogescholen en HBO5-opleidingen treffen, die amper of geen
onderzoeksfondsen hebben en quasi volledig gefinancierd worden op
onderwijs? Beperken we de doorstroming naar HBO5, terwijl de
industrie steeds hogere eisen stelt, ook aan mensen uit het BSO?
Welke weerslag heeft dit op opleidingen, die minder kunnen putten uit
private financiering vanuit een rechtstreekse economische return?

Weegschaal

Onderhandelingen
over een begroting zijn een spel van geven en nemen. Het basis- en
secundair onderwijs zijn gevrijwaard gebleven van grote besparingen,
maar de noodzakelijke investeringen in capaciteitsuitbreiding blijven
vooralsnog uit. We vragen ons af wat er in de weegschaal is gelegd
voor een besparing op het hoger onderwijs en wat de effecten ervan
zullen zijn op langere termijn, zowel voor de instellingen als de
student.

De plannetjes van de regering lijken zowaar op de gemene,
maar uiteindelijk niet zo slimme pogingen van de reuzenkrokodil.
Misschien stellen we onze hoop best op de ongetwijfeld stijgende
creativiteit van de nieuwe generatie kleutertjes, die volgens het
regeerakkoord vanaf nu ‘ondernemingszin’ aangeleerd moeten
krijgen.

Dimokritos Kavadias is docent aan de VUB. Britt Dehertogh is lector aan de  AP Hogeschool Antwerpen 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!